Oogcontrole

Zoals elk jaar moest ik ook nu op standaard oogcontrole. Tsja, dat is zo als je glaucoom hebt natuurlijk.

Maar waar ik vroeger per definitie de auto nam, zag ik het deze keer volledig zitten om de fiets te nemen. Vreemd eigenlijk, dat ik dat vroeger niet eens in overweging nam, eigenlijk gewoon niet eens aan dàcht.

Ik was ‘s morgens al heen en weer gefietst naar school, en nu sprong ik dus op de fiets om via de Nieuwe Wandeling tot aan de kliniek te raken. Eigenlijk is dat niet eens ver, amper 20 minuten. Normaal gezien ben ik daar, met gezichtsveldmeting en al, buiten op een dik half uur, want de dokter werkt heel erg stipt. Alleen was de assistente nu die onderzoeken vergeten, en moest ik extra wachten. Een en ander zorgde ervoor dat ik niet om half vier aan school terug stond, zoals ik eigenlijk had afgesproken met Wolf. Die ging namelijk voor de allereerste keer fitnessen met Wout, en was natuurlijk, helemaal pubergewijs, zijn SNSpas thuis vergeten. Goed bezig, Wolf! We spraken dus meteen af aan de Stadion, en ik zette me prinsheerlijk op een bankje aan de Coupure, kijkend naar het toch wel serieus drukke fietsverkeer op die as.

Fietsen is duidelijk een kwestie van mentaliteitswijziging: vroeger stond ik er gewoon niet bij stil dat ik evengoed met de fiets naar het ziekenhuis kon gaan. Vandaag vind ik het vrij logisch, en genoot ik er zelfs van.

BTW, met mijn ogen is nog steeds alles in orde. Goed zo.

Rust in de Laarnese velden…

Gisteren was ik zo dolgedraaid thuisgekomen, dat ik vond dat ik vandaag wel wat rust kon gebruiken. En dan bedoel ik niet gewoon thuis, want dan ga ik toch weer aan het werk op mijn PC, maar buiten in de velden, in de stilte en de natuur.

Ik ging dus eerst lesgeven tot iets na tienen, werkte dan tot twaalf uur nog een aantal verbeteringen en administratie af, at snel iets, stak mijn fiets met enige moeite in de koffer – mijn volgende auto heeft een trekhaak, goed weten! – en reed naar Laarne voor een rondje Heksencaches en meteen ook een aantal In de Laarnese Velden.

Ik heb vier uur rondgereden in een hemdje, van cache naar cache, doorheen de velden en de bossen, en hier en daar lang gezocht op een cache. Af en toe kruiste ik iemand, maar verder was er enkel de stilte. Man, dat had ik zo hard nodig…

Helemaal ontspannen kwam ik thuis, knuffelde de kinderen, deed nog wat schoolwerk, en reed naar de koorrepetitie.

Zalige, zalige dag!

Fietsen

Dat ik echt toch een kieken ben. Voor u volmondig akkoord gaat, leest u misschien toch best even.
Ik ben een kieken omdat ik niet eerder ben beginnen fietsen met zo’n elektrische fiets. Echt. Dat was zonder discussie mijn beste koop van de afgelopen jaren. Ik geniet namelijk elk moment intens, zodra ik op dat ding zit. (Goh nu had ik eerst zing getypt, onbewust wat ik associeer zeker?)
Zelfs nu, nu het wat kouder is, doe ik gewoon een dikke jas en handschoenen aan, en ben ik weg. Vijf kilometer met een elektrische fiets is niks, ik ben op school op een dik kwartier, helemaal ontspannen en niet eens bezweet. En in het terugkeren is dat fietstochtje net voldoende om de drukte van de klas van me af te schudden. Ik ben gewoon veel vrolijker nu.


Vroeger zou ik er ook gewoon nooit aan gedacht hebben om per fiets naar de stad te gaan, nu zie ik niet in, als het niet regent, waarom ik de auto zou nemen.
Zelfs voor het koor, toch zo’n 8 km fietsen, heb ik al geregeld de fiets genomen. Niet altijd, nee, want op donderdagavond durf ik al eens moe te zijn, het rechtstaan in het koor is niet bevorderlijk voor de rug, en dan is die rit naar huis er soms te veel aan.
Maar ik durf nu wel te beweren dat ik, elke dag dat het niet regent, de fiets neem. Om brood, om een paar boodschappen in de Delhaize, naar ‘t stad, gerief halen waar je met de auto niet vlot kunt parkeren, naar ‘t school, naar de schoenwinkel, dat soort dingen. Ik heb al gemerkt dat mijn auto soms gewoon dagen aan een stuk stilstaat, van bijvoorbeeld de zondag tot de vrijdag, wanneer Kobe naar de les moet met zijn zware fagot.

Mocht u dus twijfelen of zo’n fiets zijn geld wel waard is: het heeft mijn visie op vervoer toch wel volledig veranderd, ja. U mag hem hier altijd eens komen uitproberen, of gewoon naar bijvoorbeeld Huis Tanghe gaan, waar ze met u gaan fietsen met de verschillende types elektrische fiets. Doen. U zal er ook vrolijker en ontspannender van worden.

Overleefd

Voila, we hebben de eerste schoolweek ook alweer overleefd. Het is toch altijd wennen, maar aan de andere kant: de rust en regelmaat doen ook echt deugd!

Ik heb het huis bij momenten weer helemaal voor mezelf, en het ritme is terug: elke dag om zeven uur opstaan, en dan de routine van de dag. Mijn rooster is niet ideaal te noemen – 3 keer amper twee uurtjes, en dan 6 uur plus half uur toezicht op vrijdag – maar dat verandert toch in oktober. En Kobe, die is vlotjes gestart, heb ik de indruk. Hij heeft er zijn draai al gevonden, er zijn vriendjes, en dat fietsen, dat doen we voorlopig zo goed als volledig samen. Maandag en dinsdag zijn we zowel ‘s morgens als ‘s avonds samen gereden, woensdagmorgen is Bart met hem meegefietst en ben ik teruggereden, idem donderdagmorgen, en donderdagavond is hij zelf teruggefietst.

Ik weet wel dat we ons bij Wolf daar eigenlijk helemaal geen zorgen in maakten, maar die fietste ook vaker, en nam in de lagere school ook zelfstandig de tram of de fiets om naar pakweg Quinten te rijden. Kobe is natuurlijk ook een jaar jonger, maar vooral: hij zit met zijn hoofd zowat overal behalve bij wat hij aan het doen is, is veel verstrooider en impulsiever, en ja, we letten wat meer op hem. Tsja. Wolf is nu eenmaal al altijd veel zelfstandiger geweest.

En Merel vindt haar nieuwe juf, juf Ann, de max! Ze zit nu met veel meer meisjes in de klas, een echt groepje vriendinnetjes, en ook dat vindt ze bijzonder fijn.

Yup. Goed gestart, zou ik zeggen.

Zeeuwse zichten

Ook al is het vakantie, het is de laatste tijd best druk geweest. Vooral het gebrek aan regelmaat speelt mij dan parten.

Omdat Bart dit weekend verhuisweekend heeft met Wijs – ze gaan van de Voorhavenlaan naar de Foreestelaan, dubbel zoveel plaats – moest Merel met mij mee naar De Haan om Wolf op te halen. Niet dat dat zo erg was, maar bon. We pikten hem op, en gingen prompt een ijsje halen bij de Australian, zoals de traditie intussen vereist.

Daarna gingen we nog een paar caches doen in Oostende, maar een paar vonden we niet. Drie stuks gelukkig wel ^^

Maar ‘s avonds had ik zin om alleen te zijn en uit te waaien. Allez ja, Wolf zou meer dan welkom geweest zijn, maar zijn rug staat dat nog niet toe, en dus laadde ik rond 20.00 uur de fiets in de auto en reed naar Westdorpe, net over de grens met Zelzate.Ik was er zeker van dat ik daar niet echt veel volk zou tegenkomen, en dat was nog een understatement.

Ik fietste daar doorheen de prachtige polders, zag prachtige weidse zichten, merkte hoe de ondergaande zon alles in een gouden gloed baadde, en haalde liefst 30 caches op. Oh, en fietste tot het stikkedonker was, dat ook.

Helemaal zen nu.

Kobetijd

Merel is gisteren op kamp vertrokken, vijf daagjes, tot en met zondagmiddag. Zij zag het compleet zitten, tot bij het vertrek aan het station Lieze begon te huilen, en toen deed ze gewoon maar mee. Lang leve Diederik die hen allemaal opnieuw deed lachen. Zalige leiding!

Het resultaat is natuurlijk dat, doordat Wolf in De Haan zit, Kobe eventjes enig kind is. De bedoeling is dat we in die daagjes zeker eens tot aan het atheneum fietsen, en ook eens tot in ‘t stad fietsen. Kobe moet gewoon meer fietservaring krijgen, als hij in september met de fiets naar school wil gaan. Hij weet dat vooral ook zelf, en ziet dat helemaal zitten.

Ik zag echter vandaag dat iemand een ganse hoop legergerief weg deed via Gift Gent, en ik zag dat al helemaal zitten voor kamp en scouts en larp en al. Alleen was het te veel voor de fiets, en dus namen Kobe en ik maar de auto. We zaten bijna aan de Palingshuizen, en vandaar dus maar een stap naar de Bel&Bo via de Atita. Ik had een bon van 75 euro, vond niks in de solden, maar wel een heel leuk bloesje in zwartwit. Goed gereden! De Brantano had niks voor ons, maar Kobe wilde eigenlijk vooral naar de Action om nieuw slijmgerief. In de Atita hadden we al van die piepschuim bolletjes gevonden voor bollekesslijm, en hij was helemaal in zijn nopjes!
Thuis moest er dan uiteraard meteen slijm gemaakt worden, ha ja. En blinken dat hij deed!

Vandaag namen we dan maar de fiets naar Mariakerke. In het doorgaan reden we langs de Botestraat en de omleiding door de werken, in het terugkeren namen we het nieuwe fietspad door de Lange Velden, en we zagen dat het goed was. Als in: heel rustig en aangenaam om te rijden ^^

Hij is al iets zekerder nu, maar we gaan die route nog wel een paar keer rijden, mijn zoon en ik. En wellicht ook wel samen naar school, dat ook.

Overbelast

Vorige week zaterdag begon de kaak eigenlijk toch wel weer meer zeer te doen: anders, dat wel, maar even pijnlijk. Het gat zelf is, denk ik, wel dicht intussen, maar het zit dieper, en de zwelling is ook nog steeds niet helemaal weg.
Ik belde maandag naar Saar, en die legde een afspraak vast voor dinsdag bij de stomatoloog, want ze was er niet gerust in. Intussen was ook mijn antibiotica op, maar de pijn was dus niet weg.

Dinsdagvoormiddag kreeg ik een telefoontje: dat de tandarts en de stomatoloog elkaar gesproken hadden in het ziekenhuis, en tot de conclusie waren gekomen dat ik gewoon nieuwe antibiotica moest halen, die verder nemen, dat er eigenlijk echt geen tijd was die namiddag voor een afspraak, en dat ze me dan vrijdag wel ging zien. Juist ja.

Vandaag sprong ik dus lustig de fiets op en fietste richting Lousbergskaai: sneller dan met de auto, en een pak meer zen.

De stomatologe bekeek het geheel, verklaarde dat de tandholte bijzonder goed genezen was, dat er geen reden meer was om te spoelen tenzij er eten in gekropen was, en dat de pijn niet langer daardoor kwam. Antibiotica was dus niet langer nodig. Wat deed er dan wel zo veel pijn? Wel, ik had intussen – wellicht deels doordat ik altijd met mijn tong eten uit het gat probeerde te halen, en deels door het klemmen – een stevige overbelasting op het kaakgewricht en de kaakspieren. Voorlopig dus geen harde dingen knabbelen, niet geeuwen, niks doen dat die spieren kan belasten, en ook naar de kine.

Dat laatste zal ik nog zien, want ik zou niet weten wanneer ik er dat nog ingepland moet krijgen in mijn propvolle week, maar bon.

Ik ben al opgelucht dat de ontsteking weg is. Die overbelasting zal mettertijd ook wel verdwijnen, maar kan verder niet zoveel kwaad. Oef.

En toen deed ik nog even een kort babbeltje met de dokter over het nut van Latijn. Een buurmeisje had haar namelijk gevraagd of het wel zinvol was dat ze Latijn ging doen, want ze wilde geneeskunde studeren. “Goh”, had De Latte gezegd, “ik denk niet dat ik zonder Latijn ooit door mijn studies geneeskunde was geraakt: je leert zo veel beter analytisch denken, studeren, redeneren…” Ze had het meisje de vraag gesteld waarom ze géén Latijn zou doen. En mij gaf ze een pluim als leerkracht Latijn.

En zo kwam ik met een ongelofelijk goed gevoel buiten.

Die zonnige dagen…

Ik kan zo intens genieten van dat prachtige weer he. Uiteraard was er schoolwerk, maar dat is er altijd, en dat mooie weer niet, hier in ons modderlandje. Ik verbeterde dus wat, installeerde me nota bene in de tuin onder een zonnedoek met mijn laptop, en besloot toen dat ik echt wel de stad in moest. Ik wilde namelijk nog dringend rode sandalen voor onder mijn kleedje op Kobes lentefeest, maar aangezien de rug moeilijk blijft doen, moeten dat platte en verdomde goeie zijn. En nog mijn goesting ook. Ik had al rondgekeken, en was uitgekomen op Mephisto’s, van – houd u vast – 140 euro. Tsja. Wat moet, dat moet, zeker?

Ik ben dus gezwind de elektrische fiets op gestapt en ben naar ‘t stad gereden. Eerst naar de Vrijdagsmarkt, want voor een gloednieuwe cache moest ik een foto hebben van Tsjok. En dan in ‘t passeren nieuwe cachepotjes opgehaald, en een concealer, en een kleine haardroger voor Wolf, en dan naar de Lakenhalle voor deel twee van die cache, en dan naar de Mephisto. Waar het trouwens niet eens de sandalen werden die ik op het oog had, maar een ander paar. Voor evenveel geld, dat wel, ja. Oh, en dat wapenschild, dat zijn dus geen stalen klootjes, dat blijken kaarsen te zijn. Bummer.

Ik propte alles in de fietstassen, stelde vast dat er nog plaats was voor wat pralines van Chocolou, en laveerde met het fietsje tussen de mensen door. En fietste gezwind weer naar huis, doorheen de stralende zon, nog net niet fluitend. En eigenlijk, waarom niet? De volgende keer fluit ik wel, né.

Thuis werd er nog in het badje rondgeploeterd, zaten we buiten, en vooral: ik heb na het eten – buiten uiteraard – Kobe het vuurkorfje doen uithalen, er één enkele houtblok in aangestoken, en daar samen met hen marshmallows op geroosterd. Alleen doodjammer dat Wolf er niet is, maar bon…

En ‘s avonds, nog later, kwam Dirk voor zijn manuscript, en bleven we buiten zitten. Goh, ik ben zó blij met mijn tuin…