Een bijzonder vreemde, emotionele dag…

Het begon met een sneeuwtapijt dat nog van gisteren was blijven liggen: om half negen zag alles nog wit, maar gelukkig waren de wegen best wel berijdbaar.

Gelukkig, want ik moest om half tien in Eeklo staan, in de Oostveldkerk, voor een van de droevigste dagen (mag ik hopen) van dit jaar. De kerk zat stampvol voor Klaartje, en de dienst was ongelofelijk aangrijpend en emotioneel. Mijn hart ging uit naar mijn nonkel Bart en hun vier kinderen, en Bart gaf me een enorme knuffel toen ik hem heel even mijn deelneming betuigde na afloop.

Ik zag het niet zitten om al onmiddellijk naar huis te gaan, ik wilde even uitwaaien en mijn gedachten ordenen, en dus ging ik eventjes geocachen. De sneeuw was intussen helemaal verdwenen…

Gelukkig was er thuis de warmte van het gezin en het eten dat Bart voor me gekookt had, en dat hielp, al voelde ik wel dat ik een pak stiller was dan anders. De kinderen waren dan ook extra lief.

En toen, plots, hoorde ik gekwaak. “Kijk mama, wat doen die eenden in onze tuin?” Jawel, een koppel eenden had zijn toevlucht gezocht op ons terras, en we konden het dan ook niet laten om hen te voederen. Niet al te veel, natuurlijk, want dat is niet goed voor hen, maar ze waren dat wel duidelijk gewoon, ze kwamen zelfs heel erg dicht.

Het vrouwtje was zelfs ronduit nieuwsgierig naar wat we binnen aan het doen waren, en of daar niet meer brood te rapen viel.

En ‘s avonds, toen keken we gewoon met zijn allen samen naar een film, met de gordijnen dicht, wat kaarsen, en een stapel heerlijke dekentjes.

103

103 is ze geworden, mijn tante Angèle. Nu ja, niet echt mijn tante, eerder groottante. Ze was het kleine zusje van mijn oma die vorig jaar is gestorven, maar zij had zelf geen kinderen, ook al had ze er doodgraag gehad. Het heeft niet mogen zijn…

Tant’Angèle was vooral een heel speciale, fiere madame, maar ook heel warm. Ene die de controverse niet schuwde, en graag stevig discussieerde. Eigenlijk had ik niet zo veel contact met haar, maar da’s ook omdat ik niet zo’n sociale ben, en dus ook geen behoefte voelde om, de enkele keer dat we in Knokke waren, bij haar binnen te springen.

Toch was ik blij dat de kleinkinderen van haar zus, wij dus, gevraagd waren op de begrafenis vandaag. Toen tante 100 werd, was de hoop te groot en waren wij niet gevraagd. Toen heb ik dat aan mijn laars gelapt, en ben ik met de kinderen eventjes binnengewaaid in de namiddag.

Nu had vooral mijn nichtje Caroline een stevige niet-mis-te-verstane mail gewisseld met een van mijn tantes, en waren we dus toch welkom. Aangezien het een vrijdag was, kon lang niet iedereen natuurlijk, maar eigenlijk waren we nog met zijn tienen of zo.

Enfin, om half elf zaten we dus met zijn allen in een zeer stemmige kapel in Duinbergen, met een jonge pastoor, en een prachtige sopraan, die ik pas later herkende als een van de stemcoaches van Furiant. Kan niet missen dat ik vond dat ze zo goed zong…

De dienst was eenvoudig maar mooi, en eigenlijk was er, gezien tant’Angèles leeftijd, nog vrij veel volk aanwezig.

Daarna reden we met zijn allen naar de oude begraafplaats waar sinds 1977 ook nonkel Gerard begraven ligt.

IMG_1361

Aansluitend toonde ik aan Caroline wat geocachen was, want er lag vlakbij een cacheke verborgen. Best gezellig, zo met zijn tweetjes.

De maaltijd was wat verderop in een fijne brasserie, en het bleek een prima keus te zijn, want het eten was echt lekker: een eenvoudige tomatensoep, heel fijn gesneden varkensgebraad in een lichte pepersaus met toch wel de beste gecaramelliseerde appeltjes die ik ooit gegeten had, en een dessert van tarte tatin met duidelijk zelfgemaakt roomijs. Dik in orde!

Rond drie uur ging iedereen huiswaarts, maar ik wilde nog een paar caches vlak in de buurt oppikken. Eentje was foetsie, de andere waren simpel verstopt, en een laatste was echt heel mooi gedaan. Tegen dan was ik zo wat uitgewaaid, helemaal zen, en klaar om terug naar huis te rijden.

Weet ge, tante, het was eenvoudig maar stijlvol. Precies zoals gij zelf wijs zoudt gevonden hebben.

Afscheid

Lieve Els,

we leerden je kennen in een spel, maar je speelde zoals je ook in het echt was: lief, zorgzaam, geduldig, meelevend, maar ook grappig, levenslustig, en spitsvondig.
Aan je zijde vonden we altijd je paladijn terug, Stefaan, je maatje, je beschermengel, je andere helft. Samen hebben we gigantische avonturen beleefd, spannende momenten, intense emoties, diepe angst… En zo werd een vriendschap gesmeed, een band die niet meer stuk kon. We speelden samen, we leefden samen, we lachten samen. En zo zullen we ons jou ook herinneren.

Want toen het nieuws van je ziekte insloeg als een bom, weigerden we het te geloven. Onze Els, onze Elisabetha, onze Fleur, een van de Vossen, ziek? Nee, die kwam er wel door, geen probleem. En je vocht, je streed, je hield je sterk, en je weigerde op te geven. Maar dit gevecht was er een dat je niet kon winnen, Els.
En, om eerlijk te zijn, we kunnen het nog steeds niet geloven. Wie zal er nu aan onze zijde strijden? Wie zal er nu op kloppen, als het beweegt? Met wie gaan we nu tranen lachen, midden in de nacht?

Nooit zullen we je vergeten, Els. Dat kunnen we niet. Je bent een van ons, je bent altijd in ons hart. En samen met Stefaan en Arwen dragen we je met ons mee. Voor altijd.

Emotionele rollercoaster

Wat een dag. Serieus.

Ik zag het volledig zitten om nog twee uur te gaan lesgeven: van half negen tot tien over tien, en dan rechtstreeks met Wolf naar Zomergem. Bart zou om tien uur de twee andere kinderen oppikken op school, en dan met hen naar de kerk in Zomergem rijden voor de begrafenis van mijn oma. Zij is overleden vorige zondag, op een prachtige leeftijd van 104. Mijn broer heeft haar levensverhaal opgeschreven en voorgelezen in de kerk, ik zet het hieronder. Wat. Een. Vrouw.

Maar bon, terug naar iets voor tienen. Ik ben volop aan het uitleggen, wanneer mijn telefoon gaat: Bart, die weet te melden dat Meulestee brug gesloten is, en dat hij muurvast zit in het verkeer. Juist. Ik heb meteen het secretariaat gebeld, die hebben een vervanger gestuurd voor die laatste tien minuten, ik ben Wolf uit de klas gaan vissen, en ben richting Wondelgem gereden. Daar stonden de twee kleintjes al een kwartier te wachten, en konden dus meteen mee. Tegen half elf waren we in de kerk, en om elf uur begon de mooie, maar oerklassieke katholieke dienst. Chapeau voor mijn broer die alles zo grondig geregeld had.

Aansluitend ging het in rouwstoet naar het kerkhof, een tweetal straten verderop. We namen afscheid, keken toe hoe oma’s kist in de grafkelder werd geschoven, en wandelden terug. Ik ben nog wat achter gebleven omdat ook mijn vader nog was blijven staan, en heb op hem gewacht. Dat zorgde ervoor dat Bart al vertrokken was – zijn agenda zat propvol, en ik was al blij dat hij naar de begrafenis was gekomen.

En toen was er de oerklassieke, degelijke rouwmaaltijd. Omdat mijn vader expliciet gevraagd had dat ik naast hem kwam zitten, heb ik ook het zeldzame weerzien met mijn kozijns en nichten gemist, eigenlijk feitelijk. Tsja. Aan de andere kant heb ik dan wel weer een goeie babbel gehad met de zus van mijn oma: tante Angèle, 102, bijzonder bij de pinken, woont nog steeds in haar eigen huis, en kan zelfs alle achterkleinkinderen uit elkaar halen. Faut le faire.

Tegen vijf uur zijn we naar huis gereden, trokken de jongens hun rugbykledij aan, en stond de babysit hier om met hen en met mijn auto naar de Blaarmeersen te rijden. Merel is met haar gaan picknicken – tradities zijn er om in ere te houden.

Een en ander zorgde ervoor dat ik een uurtje kon slapen. Ik weet niet waarom, maar ik voelde me niet zo lekker. Mijn maag lag overhoop, ik was wat misselijk, en vooral ook doodmoe. Tegen half acht kwam Bart me dan oppikken om samen met hem, zijn zus en diens wederhelft, schoonma en vrienden die voor haar gezorgd hebben tijdens en na haar heupoperatie, te gaan eten in de Vrijmoed. Fantastisch restaurant, maar niet als je het liefst van al enkel een yoghurtje zou eten en onder een dekentje opgekruld wil liggen in de zetel.

De anderen namen dan ook allemaal de zevengangenmenu, ik hield het op vier, en moest dan nog moeite doen. Maar lekker was het wel!

En ja, dat laatste met die tomaten, dat is een dessert.

En het ergste was, dat de ober gezien had hoe ik even proefde van Barts tweede dessert. Ik mocht het van Bart gerust gans opeten, maar zag dat niet zitten, hoe lekker het ook was. En dus kwam die mens ietsje later af met een apart dessertje voor mij, op basis van paprika. Lekker, maar ik heb het gewoon niet opgegeten, dat ging niet.

Was ik blij dat ik tegen half een in mijn bedje lag? Reken maar..

 

Een dag van wisselende emoties

Alles begon nochtans vrij rustig, met het standaard ritje om half negen naar de muziekschool, en aansluitend het obligate koffietje thuis. Een uurtje later ging ik Kobe weer oppikken, en gingen we even langs bij de fagotjuf. Jawel, dat bestaat, en jawel, Kobe gaat fagot leren volgend jaar. Hij moest even een fagot gaan passen, om te kijken hoe groot zijn handen zijn en welke maat van instrument hij dus heeft. Dat bleek mee te vallen, eigenlijk. In elk geval stond Kobe gewoon te stràlen.

Nog een uur later bracht ik Wolf naar de muziekles, en wist ik zelf niet wat aan te trekken. Het was wel een begrafenis, maar Vic hield niet van zwart, wel van kleur. Toch heb ik nog voor zwart gekozen, gewoon omdat ik me daar zelf het sterkst in voel, en dat had ik wel nodig. Ik had namelijk aangeboden om, als onze leerlingen die iets gingen voorlezen, niet meer verder zouden geraken, over te nemen en hun tekst af te werken. Net op het moment dat ik Wolf moest ophalen van de muziekles, kwam mijn vriendin toe. Ik had haar al twintig jaar – geen overdrijving, dit keer – niet gezien, maar toen ze mijn oproep voor een babysit had gelezen op Facebook, had ze zich spontaan aangeboden. Ik heb dus met moeite hallo gezegd, Wolf afgegooid, en ben doorgereden naar Lochristi.

De dienst was prachtig. Heel intens, heel oprecht, heel… Tsja. Ik ben nog meegekomen naar de binnentuin van de school, maar echt veel leerlingen waren er niet. Niet erg, we waren er tenminste voor degenen die er wél behoefte aan hadden.

En van daaruit ben ik dan naar het ziekenhuis gereden om Bart op te pikken. Het viel wel mee van pijn, beweerde hij, al zei zijn gezicht iets anders. Maar bon, we moeten erdoor.

Ik heb hem thuis in de zetel geïnstalleerd, Ann ongelofelijk hard bedankt, heel even zelf tot rust gekomen, en heb toen geprobeerd de toiletten te repareren, want die werkten blijkbaar niet meer. Bleek de waterput leeg te zijn (filter verstopt) en het overschakelingsmechanisme naar stadswater niet te werken. Enfin, ik heb nog wat zitten prutsen, en heb dan de kinderen bijeengepakt en ben naar Gwens verjaardagsfeestje gereden. Gwen had meteen ook de kinderen gevraagd voor een gezellige avond met hapjes en drankjes, en we zaten prinsheerlijk buiten. Bart was zelfs eerst van plan geweest om mee te gaan, maar werd uiteindelijk te moe, en had afgezegd. Tegen kwart voor negen ben ik Merel thuis in bed gaan steken, en ben nog teruggekeerd. Het was echt een fijne, fijne avond, en ik denk dat het zelfs na middernacht was toen de jongens in bed lagen.

Maar man, ik was echt aan zo’n zorgeloze avond onder vrienden toe. Bedankt, Gwen!

 

Vaarwel, Jeroom

Ik herinner me nog hoe zenuwachtig ik was, Jeroom, toen ik jou voor het eerst ontmoette. Het was Barts proclamatie, en we gingen daarna eten in de Auberge du Pêcheur om het te vieren. Ik was amper eenentwintig, en hoe graag ik Bart ook zag, de eerste ontmoeting met mijn toekomstige schoonvader boezemde me angst in, ik geef het toe. Maar jij stelde me snel op mijn gemak, met die twinkelende ogen van je, terwijl je vrouw me de oren van het hoofd tetterde.

Je was zwijgzaam, toch in woorden. Je ogen vertelden me zoveel meer. We kregen al gauw een speciale band, jij en ik. Je had nooit dochters gehad, maar je zag me al snel als eentje, en behandelde me ook zo. Je gaf me goede raad, vaderlijk advies, wijze woorden, maar plaagde me ook dolgraag.

Ach, zoals je me op de boerderij achter een lunkijzer hebt doen zoeken! Nonkel Staf schaterde het uit, toen ik het hem kwam vragen, en jij lachte niet minder smakelijk, en sloeg me hartelijk op mijn schouder. En manipuleerde me nadien goedlachs tot het schilderen van een dikke ’15’ op nonkels brievenbus, of tot het bloedrood verven van de waterpomp. Je liet me met de tractor naar de weide rijden waar de koeien water nodig hadden, en je toonde wat ik precies moest doen.

Maar evengoed legde je me vol vuur uit wat nu precies de kwaliteiten van lycra waren, en glunderde als ik iets breide met de wol die je me gegeven had. En ik, ik had er een tweede vader bij. En samen hadden we soms genoeg aan een blik naar elkaar om Nelly op haar paard te zetten, en we genoten van zoveel ondeugendheid.

Toen de kinderen kwamen, glunderde je zo mogelijk nog meer. Je speelde met hen, leerde hen spelletjes, zong liedjes voor hen, en zette je huis vol foto’s. En zij, zij stormden door de voordeur naar binnen, op zoek naar hun bompa, en vlogen onmiddellijk in je armen.

“Van a ien, a twie, a dreie
a loederie loederie leie,
a loederie loederei flink flink flink
en dertien stoan der bij”

En toen sloeg het noodlot toe. Je vocht, met een moed en een verbetenheid die jou eigen waren, maar het mocht niet baten. De kanker bleek te sterk. Je wilde het nooit toegeven, je antwoordde altijd ‘Goed’ als we vroegen hoe het ging, maar eigenlijk wisten we allemaal dat het niet zo goed ging. En, uiteindelijk, dat het ook nooit goed meer ging komen.

Je hield contact met de wereld via je iPad, en begon me ook te volgen op twitter, waar je gretig commentaar leverde. Datzelfde gold voor mijn blogposts: je las ze met een onvoorstelbare aandacht, je gaf er commentaar op, en blijkbaar genoot je er enorm van. En ik, ik schreef eigenlijk voor jou. Bij elke nieuwe foto van Mereltje, of elk relaas van onze avonturen zat ik te wachten op wat je ging antwoorden. Of als we de zondag dan bij jou kwamen, wat je ervan ging zeggen. Ik maakte fotoboeken en kalenders voor je, kaderde foto’s in, en je was me er dankbaar voor.

Maar ik zag je ook achteruitgaan, en het was telkens een steek door mijn hart. Jij die moedig volhield, en dat lichaam van je dat niet mee wilde.

We zijn afscheid van je komen nemen, de kinderen en ik. Je hebt Kobe nog geknuffeld, je hebt Wolf geprezen om zijn mooie rapport, en Merel is nog op je schoot gekropen. En jij, jij hebt me bedankt omdat ik er ben voor Bart, en wat ik voor hem heb gedaan. Ik kon je geen antwoord geven, Jeroom. Mijn hart brak, en mijn stem wilde niet mee. Ik heb toen enkel je handen gegrepen, en moest me inhouden om ze niet plat te nijpen.

Ik ga je missen, Jeroom. Zo hard. Je was niet alleen mijn schoonvader, je was ook mijn maatje. Bart trekt zo hard op jou, zie je.

Ik zal je niet herinneren zoals ik je de laatste keer gezien heb. Of ook niet hoe de kist daar vandaag stond. In mijn hart ben je de vitale Jeroom met pretlichtjes in zijn ogen, en een glimlach om zijn mond. Zoals je ook echt was, en zoals je altijd voor mij zal blijven.

Vaarwel, Jeroom, waar je ook bent.

Gemengde gevoelens

Het was een dag van uitschieters vandaag, van extremen.

In de voormiddag stilgestaan bij de broosheid van het leven, en bij het intense verdriet dat het plotse verlies van iemand kan veroorzaken. Bij de sterfelijkheid van ons allemaal. En van het feit dat de dag dat ik mijn ouders zal verliezen, steeds dichterbij komt, en dat ik daar nog helemaal niet klaar voor ben.

In de namiddag heb ik genoten van mijn kinderen: samen gespeeld, onnozel gedaan, gevloekt op het rotslechte weer, tv gekeken en geknuffeld. Vooral ook dat laatste.

En ‘s avonds hadden we afgesproken met vrienden van vroeger, met wie we minstens één keer per jaar bij een van ons samen eten. Het was een verbaal steekspel zoals altijd, zoals eigenlijk alleen maar kan als je elkaar al zolang kent en samen een verleden hebt. Wanneer je elkaars knopjes en zwakke plekken weet zitten, gevoeligheden en stokpaardjes. Bijzonder lekker gegeten, dat ook.

Het was een fijne avond, een mooie afsluiter van een rare dag.

Een dag vol vrienden, in goede en slechte tijden.