Lokalen

Aangezien ik op school mijn min of meer vast lokaal kwijt ben – ik heb er nog twee uurtjes les per week – zit ik nu vooral in een ander, kleiner lokaal. Heel begrijpelijk: mijn lesgroepen zijn meestal niet zo groot, en we hebben een acuut lokalentekort.
Dat nieuwe lokaal is echter een schoendoos: klein, dwars, en daardoor aaneengeschoven rijen banken zodat er nog net 24 man in kan, en vooral gewoon… lelijk. Er hing niks aan de muren, die muren zelf zijn nogal pokdalig, en het geheel is bijzonder onaantrekkelijk. Tsja.

Ik ben dan maar begonnen met de muur te plamuren, en het is bedoeling dat we het hele lokaal schilderen en inrichten. En wie zich afvraagt of dat dan wel lukt: ik heb zo al twee lokalen onder handen genomen. Eentje in Gentbrugge, ook al zo’n schoendoos, en een gigantisch prachtig lokaal in de Ottogracht. Dit zijn nog eens de foto’s van destijds. Dit is Gentbrugge.

En dit is de Ottogracht:

Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ga doen met deze schoendoos, maar bon. Ik bedenk wel nog iets.

English Day

Yup, vandaag was er weer eens Engelse dag op school. Vorig jaar is het er om een of andere reden niet van gekomen, dit jaar werden weer alle hens aan dek gehaald. Wat houdt dat in? Wel, het overgrote deel van de leerlingen kleedt zich (min of meer) zoals op een Engelse uniformschool, er hangen overal Engelse dingen uit, er is Engels toneel, en er is Engels eten.

De jongens hadden allebei een hemd aan met een vestje, ik droeg een witte bloes op een zwarte rok en een kostuumvest, en vooral een truttig sjaaltje erbij. Best wel amusant voor een keertje, maar ik ben echt wel blij dat ik doorgaans in een jeans kan gaan werken.

Enfin, het was weer eens een belevenis, zeker voor Kobe die het nog niet kende. Ik heb er uiteraard voor school een verslag van gemaakt, en een collega heeft een allerschattigste foto van Wolf en Arwen doorgestuurd. Cuties!

 

Dat is het niet, nee.

Ik weet niet of het aan het weer ligt, aan de koude, of gewoon aan algemene malaise, maar feit is dat de rug al een paar weken moeilijk doet. Ik bedoel maar: al een week of twee ligt mijn stok standaard in de auto voor het geval dat het er tijdens het lesgeven ook echt gewoon inschiet.
Normaal gezien ben ik me er niet de hele tijd van  bewust dat ik een rug heb: zolang ik niks zwaars moet tillen of rare bewegingen uitvoer, doet die rug redelijk normaal. Maar nu doet hij al een tijd vrijwel continu pijn. Geen scherpe acute pijn, maar een voortdurende zeurderige soort pijn, waar ne mens serieus moe van wordt.

Vandaag ging het dan helemaal mis. Allez ja, niet dat het er echt in geschoten is, maar ik kwam thuis na twee uur lesgeven, en ik was op. Maar echt, doodop om een of andere reden, en ik had nochtans wel goed geslapen. Maar mijn kop zat vol snot, ik moest niezen en snuffelen en hoesten, en nee, het ging me niet. Ik ben in mijn zetel gekropen, maar slapen zat er blijkbaar niet in. Ik had nochtans nog veel te doen en vanalles gepland, maar nope, het is bingewatchen geworden, een aantal afleveringen van Marvel’s Agents of Shield.

Ik hoop maar dat ik er morgen weer kan staan, want er zijn al zo veel zieken onder de collega’s, en ik ben ook liefst mijn lessen niet kwijt. En ik hoop vooral dat die rug zich eindelijk eens begint te gedragen. Blah.

Gaatjes!

Merel vroeg het al lang, al zeker een half jaar: gaatjes in haar oren. Haar vriendinnen hebben allemaal al oorbellen, en nu had ze haar moed verzameld om het ook te laten doen. Want ja, dat gaat pijn doen, en ze durfde eerst niet goed.

Ik had haar beloofd dat we er werk van gingen maken, maar we vergaten het beiden keer op keer. Elke dinsdag werden we er nochtans weer aan herinnerd doordat we bij de Avalon passeerden, en daar liggen van die vree wijze oorbelletjes. En elke dinsdag zeiden we: we gaan er werk van maken. Maar de vraag was: waar? Een tijdje geleden had Els, de mama van Lieze, me verteld dat zij dat bij de TicTac op Mariakerke had laten doen, en dat ze daar wreed content van was.

Ik belde, en ja, er was tijd. En ja, Merel zag het zitten. Wij dus naar ginder, en Merel mocht kiezen tussen verschillende soorten stekertjes, waaronder vooral bloemetjes in verschillende kleuren. Maar mijn dochter zou mijn dochter niet zijn als ze voor de standaard ging, en dus koos ze de schattige lieveheersbeestjes. Een beetje bleekjes mocht ze op de toonbank gaan zitten, kreeg eerst stiftstipjes om ervoor te zorgen dat de gaatjes mooi gelijk waren, en toen werd er tweemaal geschoten. Ze gaf geen kik.

En ja, het deed pijn, zei ze, maar dat moest dan maar. Nu moet ze die 6 weken inhouden, en de eerste twee weken moeten we het elke morgen en avond ontsmetten. En daarna? Tsja, dan gaat er een wereld van schattige oorbellen open, zeker? Ik zal mijn eigen collectie al maar inventariseren…

Integratie

Elk jaar komen er verschillende klasjes zesdestudiejaartjes een paar lessen volgen bij ons om kennis te maken met de school. Uiteraard krijgen ze dan vakken die ze in het lagere niet krijgen en waarvoor ze bij ons kunnen kiezen: technologie en ICT, cultuur en filosofie, wetenschappen, en natuurlijk ook Latijn.

Vorig jaar deed ik het terwijl ik nog net volledig in ziekteverlof was, dit jaar had ik meteen vier groepen om te “entertainen”. Ik kan niet zeggen dat ik dit graag doe, die kleintjes: het is drie kwartier aan een stuk praten, ze enthousiast proberen krijgen, en ook degenen die al lang beslist hebben om nooit Latijn te doen, mee te krijgen. Ik heb er wel aparte werkblaadjes voor gemaakt en ze zijn steevast bijzonder enthousiast, maar toch… Ik had die integratie dus van kwart voor negen tot twaalf uur, en ik was steendood, net als mijn collega’s trouwens. Voor zo’n lesjes ga je namelijk voluit, de hele tijd. Met een eigen klas is dat helemaal anders, maar deze kleintjes moet je voor je winnen, vandaar. Maar… het zusje van Arwen bijvoorbeeld was vast van plan om nooit Latijn te doen, en twijfelt nu keihard ^^

Missie geslaagd dus.  En het verslag met foto’s kan je hier vinden.