365 – 01 juni 2018 – nat

*trekt sandalen en regenjas uit, droogt handen en voeten af, trekt sokken, schoenen en een droge jeans aan* Bon, bij deze is dus empirisch bevestigd dat mijn regenjas een goeie is voor op de fiets. Hmpf.

Examens

Goh ja, ze zijn er weer, die examens. Allez ja, bijna. Maandag moeten ze allemaal gekopieerd en ingediend worden, en dus ben ik volop bezig. Ik zit zelfs bijzonder goed op schema: dat van de zesdes is al af, en daarnet ben ik naar ‘t koor geweest, maar wilde ik nog verder doen daarna, en dus zijn mijn vijfdes ook gewoon klaar. Net geen middernacht, maar bon.

Het is wel een beetje vreemd: er is nu nog een week les, en dan heb ik de maandag de ganse dag examen, en dan op dinsdag in de namiddag nog les. De eerstes en tweedes beginnen namelijk pas op donderdag, en dus hebben die nog les.

Maar ‘t schooljaar zit er dus zo goed als weer op. En miljaar, ik weet dat ik het elk jaar zeg, maar da’s weer zo rap gegaan zeg! Zelfs met zo lang thuis te zitten met die domme rug…

Toonmoment en bijhorend stadsgeloop

Kobe had vandaag voor fagot een toonmoment in ‘t stad: niet in de Drabstraat, zoals de vorige keer, ook niet in de Poel zelf, maar wel op de hoek van de Ramen, in het foyer van een serviceflatgebouw. Wijs hoor!
Hij moest er een uurtje op voorhand zijn om nog even door te spelen, en intussen dronken Merel en ik een koffie op het terras van – waar anders? – de Labath er schuin tegenover. Toen Kobe moest spelen, kwam hij ons halen, en namen we onze drankjes gewoon mee.

Na zijn optredentje  brachten we de fagot opnieuw naar de auto – dat ding is loodzwaar! – en gingen een ijsje halen. Ha ja, tradities zijn er om in ere te houden.

Het was er ook ideaal weer voor, om, gezeten op het muurtje van de Graslei onder de grote paraplu die dienst deed als parasol, te genieten van zo’n ijsje.

Geef toe?

Tuinmannen

Ik mag dan geleerd hebben op school dat het tuinlieden moeten zijn, dat woord is te onnozel om dood te doen. Dus hebben we vanaf vandaag tuinmannen.

Ik moest het onder ogen zien: onze tuin is niet groot, maar door mijn kapotte rug was hij aan het verwilderen. Als in: het onkruid op het voetpad stond hier en daar een meter hoog – gene zever, van dat groot gras – de haag moest gesnoeid worden, er stond sowieso overal onkruid, de kamperfoelie groeide me boven het hoofd, en overal moest er verse schors komen. Veel werk, dus.

Een maand of twee was er al iemand komen kijken, die had toegezegd, maar uiteindelijk toch afgehaakt. Een paar weken geleden stond er iemand anders, en die zag het wel zitten.

Vandaag zijn die mannen dus langs geweest: het voetpad is weer spic en span, alle onkruid onder de haag is weg, zo goed als alle onkruid uit de borders is weg, en daar zijn ze met zijn tweeën bijna een ganse dag mee bezig geweest. Om maar te zeggen: veel werk. Maar wel proper werk.

Blij dat ik het zelf niet meer hoefde te doen :-p

Cachen in Bredene en Brussel

Gisterenavond, toen ik Wolf had afgezet, ben ik nog richting Bredene gereden om er te gaan cachen. Het moet er eerder op de namiddag/avond gigantisch gegoten hebben, want het zand lag kletsnat en er was geen enkel spoor meer te vinden. Nochtans was het niet meer koud, en dus kon ik vrolijk rondlopen. Ik ontdekte een aantal standbeelden, een museumboerderij, een kiosk, en zelfs een cache aan de oprit van de autostrade. Moet kunnen.

Vandaag was het zelfs nog beter om te cachen: op maandag moet ik niet lesgeven, en ons pa vertrok vandaag met Paulette voor een week op Madeira. Ik heb hen dus rond tien uur in Zomergem opgehaald en naar de luchthaven gebracht. Bart had gisteren een zalige maaltijdsalade gemaakt, en die had ik meegenomen. Ik ben vooral in en rond Zaventem gebleven, de gemeente welteverstaan: een cache aan het monument van de aanslag op de luchthaven, een onvindbare aan het station, en dan twee in een heel mooi parkje, waar ik dan ook op een bankje gegeten heb. Ik geniet daar dus van, zo op mijn eentje rondlopen he.

Ik kwam terecht in de kantorenwijk in een bamboebosje, klauterde naar een nooit gebruikte en dus overwoekerde brug vlak naast de Ring rond Brussel, en verzeilde zelfs nog in Evere, om daar vruchteloos te staan zoeken naast het grote kerkhof.

Tegen half vier was ik weer thuis, want om vier uur moest ik met de kinderen bij de tandarts staan. Maar wat heb ik toch een zalig leven…

EVA foam workshop

Het lag al maanden vast: vandaag zou Danny ons een heuse workshop rond het werken met EVA foam geven. Ons zijnde de Vossen, mijn groepje LARPdames met wie ik al jaren samenspeel. En EVA foam, dat is een soort van yogamattenmousse die je perfect kan bewerken en beschilderen tot het eruit ziet alsof je een pantser, botten, een dierenkop of wat je ook maar kan bedenken, aanhebt. Alleen moet je dus weten hoe je dat doet, en dat is wat Danny ons vandaag ging leren bij hem thuis in zijn garage in Antwerpen.

We hadden om elf uur afgesproken, en dus draaiden we ongeveer allemaal tegelijk om half twaalf Danny’s straat in. Wolf was ook mee: de dames hadden geen bezwaar, en dit is een activiteit die hij nog wel aankan, omdat het ook veel zitten en kijken is, en hij tussendoor kan gaan liggen.

Sabrina zou Sabrina niet zijn, als ze niet de perfecte gastvrouw speelde, zelfs op verplaatsing. Ze palmde meteen de keuken van Danny en Els – die helaas niet kon blijven wegens andere verplichtingen – in, en er was nog warme citroencrumble met uiteraard verse koffie, waarvoor we Danny’s senseo plunderden. Hij bekeek het met welgevallen en knikte instemmend.

Daarna trokken we met zijn allen richting de kelder, waar we besloten om allemaal als startobject een bracer te maken, een onderarmbeschermer. We werden ingewijd in de geheimen van het patroontekenen, snijden, verhitten, frezen, schuren, dremelen, plakken, versieren, plastidippen, verven… en zagen dat het goed was. Dat het stoffig was, veel werk, maar ook ongelofelijk leuk.

Tussendoor was er catering van Sabrina: een courgettesoep, en dan iets met heel veel groenten, zalm, maar ook Italiaanse ham, balsamicocrème, tomaat, mozzarella… Italiaans dus, en zeer lekker! En als dessert frisse watermeloen met munt en, jawel, balsamico.

Het ontlokte Danny de uitspraak: “Goh, da’s toch heel anders dan met de mannen: die komen hier toe met een bak bier en een zak chips…” Tsja, wij weten ook waarom de Vossen de beste zijn.

Tegen half zes ruimden we op, en Wolf en ik moesten ons nog opjagen: het was een uur rijden, we moesten nog douchen en eten, en tegen zeven uur moesten we alweer weg, naar De Haan.

En ja, er moet nu hier dringend een deftige dremel gekocht worden. Dat is vanzelfsprekend, toch?