Rein Decoodt – Terug!

Als Véronique me belt met de vraag of ik mee ga naar theater/film/tentoonstelling, dan zeg ik zo goed als nooit nee, want ik weet dat het interessant zal zijn, en dat onze smaken gelijk lopen.

Om acht uur zaten we dus samen op de tribune van Bij’ de Vieze Gasten voor een monoloog die uitverkocht was, en ik begrijp prima waarom. Ik was ook wel stevig onder de indruk.

Zoals de website vermeldt: In 2009 trekt de jonge actrice Rein Decoodt door Mexico. Vanuit het niets wordt ze overvallen door endocarditis, een boosaardige bacterie die haar lichaam en geest teistert van kop tot teen. Na een lange strijd weet ze dat ze niet meer zal worden wie ze was. Zowel fysiek als psychisch is haar ‘zijn’ getekend door onzichtbare en zichtbare littekens.

En jawel, het is Rein zelf die het stuk brengt, die op een bepaald moment haar tekst even kwijt is, maar die dat zonder meer gewoon terug oppikt. Chapeau, als je weet dat geheugenproblemen maar een van de weinige problemen zijn waarmee ze sindsdien te kampen heeft.
Ze brengt het relaas van haar ziekte en de manier om ermee om te gaan, heel eenvoudig, bijna onderkoeld, en net dàt maakt de kracht uit van dit stuk. Je zou het heel melodramatisch kunnen brengen, tranentrekkerig, maar precies dat doet ze niet, waardoor je op een gegeven moment als publiek toch gewoon met tranen in de ogen zit.

Bewondering. Dat is uiteindelijk wat overblijft na deze voorstelling. Een mateloze bewondering voor een jonge actrice en hoe ze zich, na een onnozele bacterie en de verwoestende impact daarvan op haar lijf en geest, door het leven slaat. En warempel opnieuw op de planken staat, dat ook.

Ik weet niet wanneer Rein deze monoloog nog eens brengt, maar als u hem kan zien: gewoon doen. Echt.

(zwart-witbeeld van Fred Debrock)

EVA foam workshop

Het lag al maanden vast: vandaag zou Danny ons een heuse workshop rond het werken met EVA foam geven. Ons zijnde de Vossen, mijn groepje LARPdames met wie ik al jaren samenspeel. En EVA foam, dat is een soort van yogamattenmousse die je perfect kan bewerken en beschilderen tot het eruit ziet alsof je een pantser, botten, een dierenkop of wat je ook maar kan bedenken, aanhebt. Alleen moet je dus weten hoe je dat doet, en dat is wat Danny ons vandaag ging leren bij hem thuis in zijn garage in Antwerpen.

We hadden om elf uur afgesproken, en dus draaiden we ongeveer allemaal tegelijk om half twaalf Danny’s straat in. Wolf was ook mee: de dames hadden geen bezwaar, en dit is een activiteit die hij nog wel aankan, omdat het ook veel zitten en kijken is, en hij tussendoor kan gaan liggen.

Sabrina zou Sabrina niet zijn, als ze niet de perfecte gastvrouw speelde, zelfs op verplaatsing. Ze palmde meteen de keuken van Danny en Els – die helaas niet kon blijven wegens andere verplichtingen – in, en er was nog warme citroencrumble met uiteraard verse koffie, waarvoor we Danny’s senseo plunderden. Hij bekeek het met welgevallen en knikte instemmend.

Daarna trokken we met zijn allen richting de kelder, waar we besloten om allemaal als startobject een bracer te maken, een onderarmbeschermer. We werden ingewijd in de geheimen van het patroontekenen, snijden, verhitten, frezen, schuren, dremelen, plakken, versieren, plastidippen, verven… en zagen dat het goed was. Dat het stoffig was, veel werk, maar ook ongelofelijk leuk.

Tussendoor was er catering van Sabrina: een courgettesoep, en dan iets met heel veel groenten, zalm, maar ook Italiaanse ham, balsamicocrème, tomaat, mozzarella… Italiaans dus, en zeer lekker! En als dessert frisse watermeloen met munt en, jawel, balsamico.

Het ontlokte Danny de uitspraak: “Goh, da’s toch heel anders dan met de mannen: die komen hier toe met een bak bier en een zak chips…” Tsja, wij weten ook waarom de Vossen de beste zijn.

Tegen half zes ruimden we op, en Wolf en ik moesten ons nog opjagen: het was een uur rijden, we moesten nog douchen en eten, en tegen zeven uur moesten we alweer weg, naar De Haan.

En ja, er moet nu hier dringend een deftige dremel gekocht worden. Dat is vanzelfsprekend, toch?

Impromptu barbecue

Jawel, de hel is niet bevroren, er is hier ten huize gebarbecued, mét gasten zelfs. Allez ja, dat laatste was niet gepland, maar wel bijzonder gezellig.

Merel had deze namiddag namelijk verjaardagsfeestje van Lieze. Omdat ze nog altijd niet echt durft fietsen – eigenlijk kan ze het al lang, maar ze durft gewoon niet – reden zowel Bart als ik mee per fiets om haar te begeleiden. Kobe was ook uitgenodigd om samen met Kaat de bende meisjes in goede banen te leiden. Enfin, Merel viel wel een keer en stond te stampvoeten – waar heb ik dat nog gehoord? – maar we geraakten er zonder problemen, en ik bleef vijf minuutjes hangen en reed toen naar huis. Kwart over vijf stonden Bart en ik er terug om hen op te halen, en toen stonden Els en Jurgen erop dat we nog iets bleven drinken op het terras. Het werd bijzonder gezellig, maar tegen zessen verklaarden we dat we naar huis moesten, want Wolf ging thuiskomen – die was met Barts elektrische fiets naar een vriendje, een hele vooruitgang – en we gingen barbecuen, jawel. Waarop Lieze meteen begon te roepen en te springen: “Ooh, barbecue, mag ik mee, mag ik mee?” en Merel onmiddellijk mee begon te springen. Goh ja, waarom niet? Mijn echtgenoot kennende was er meer dan eten genoeg. Lieze mocht mee. Toen we dat verklaarden, begon Janne – de kleinste van vier – prompt te huilen dat ze ook mee wou, en Kaat – 11, Kobes leeftijd – te mokken dat dat niet eerlijk was. Juist.

Wij, de volwassenen, keken even naar elkaar, en schoten toen in de lach. Waarop ik voorstelde dat we nog even langs de Delhaize konden om extra vlees, dat er van de rest wellicht meer dan genoeg was, en dat ze gerust alle vijf mochten komen barbecuen. Els en Jurgen waren pompaf van het feestje en zeiden geen nee, maar hadden zelf nog barbecuevlees in de diepvries, ze gingen dat dan wel meebrengen. Een goed half uur later kwamen ze dus bij ons aan, waar de barbecue al vrolijk aan het gloeien was, de tafel gedekt stond, en het heerlijk zitten was. We dronken aperitief, stonden om beurten te bakken, en de kinderen stelden een showtje samen. Wolf was steendood – hij was niet alleen naar Jens gefietst, ze waren met een ganse bende naar ‘t stad gefietst – maar genoot intens, en hij niet alleen.

En natuurlijk waren er als dessert geroosterde marshmallows en gegrillde ananas. Jammer dat er daar niet extra van was, die was meteen op.

Maar ik had een zalige avond, heerlijk ontspannend, en helemaal geïmproviseerd. De max, toch?

Pomodoré

Gwen en ik hadden het op de Griekse dag afgesproken: vandaag zouden we ergens iets gaan eten, want het kwam er maar niet van. Na het gedoe van Wolf op te halen vanmiddag – gelukkig had Bart gekookt – en meer dan een uur onderweg te zijn geweest voor de vijf kilometer naar en van de Décathlon voor een paar rugbyschoenen – we hebben in het terugkeren gewoon het veer gepakt, serieus zeg – was ik om eerlijk te zijn wel moe, maar hey, ik zie haar al zo weinig, en dus stond ik rond acht uur in de Kasteellaan, aan Pomodoré.

Ik was er al heel vaak voorbijgereden – ha ja, bijna aan de rotonde van de Dampoort – had er al heel vaak in de file gestaan, en had dus ook al heel vaak gedacht om daar toch eens te gaan eten. Het is een restaurant met verse pasta, maar daarom niet Italiaans, noch qua menu, noch qua inrichting. Het is eerder Scandinavisch, met veel blank hout, een zwarte houten vloer, zwart geschilderde muren en plafond, maar ook veel witte details en een knappe verlichting, zodat het niet somber oogt.

Er is ook een kleine maar sober ingerichte tuin met een handvol tafeltjes, maar die waren bezet, zodat we binnen bij het raam gingen zitten.

We bekeken even de vrij kleine kaart en de drie suggesties, en besloten allebei om te gaan voor de Ravioli met artisjok, bouillon van asperges, gegrilde groene asperges en witte asperges. Het basisconcept is eigenlijk dat je opteert voor een van de zeven basissausen, grote of kleine portie, en dan er zelf nog garnituren naar keuze toevoegt. Daarnaast zijn er ook nog een paar salades en een drietal suggesties, waarvan wij er dus eentje kozen.

Ik dacht dat we zo’n drietal van die grote ravioli gingen krijgen, en was daardoor een beetje verrast door het grote bord vol gitzwarte kleine ravioli en knapperige asperges. Ik moet het toegeven: bijzonder smakelijk!
Een dessert konden we ook niet laten, en terwijl Gwen voor een semi-fredo ging, koos ik een panna cotta met roos, lychee en rood fruit.

Is het een aanrader? Welja. Simpel, snel, efficiënt en toch weer absoluut niet standaard, voor een redelijke prijs. Zoals Gwen bij het thuiskomen tegen Erik zei: “Daar moeten we eens terug met de kinderen: dat lijkt me ideaal!”

U weet het dus, als u de volgende keer nog eens staat aan te schuiven aan de Dampoort en een hongergevoel de kop opsteekt: doe het rondje, parkeer, en ga lekker eten. Smakelijk!

Pomodoré
Kasteellaan 487, 9000 Gent
0473 26 28 14
Di-vrij 12u-14u en 17u30-21u.
Zaterdag van 18u-21u30

Een gewone zondag, enfin, toch een beetje

De dag begon met croissants en vriendinnen, ik gooide er eentje af aan het station – we hebben nog moeten crossen! – en om half twaalf stapten ook de laatste twee dames hun auto in, terug richting Dordrecht.
Ik moet het eerlijk toegeven: ik heb genoten van de voorbije dagen, maar ik was ook blij dat de rust terugkeerde in huis: helemaal stil en kalm.

Die rust duurde maar heel even, want om tien voor twaalf stond mijn pa al hier, en was ik volop bezig met een gigantische pot macaroni met hesp en kaas te maken. Wolf had daar expliciet naar gevraagd, en Bart was nog niet terug van Rome, ik moest dus wel zelf koken. Maar het smaakte enorm, en we genoten ervan, vooral dan ook van het dessert: zelfgemaakt vers roomijs met caramel ^^

Tegen dan kwam ook Bart thuis en waren we weer compleet. Bart at, viel prompt in slaap, en ons pa en ik reden naar Doornzele om daar een cachewandeling te doen, maar dat viel precies gelijk wat tegen. We zijn dan nog naar Speybank gereden die we met enige moeite wél opgelost kregen, en tegen half zes waren we weer thuis.

Een doodgewone zondag dus, met alles erop en eraan. Oh, en ons pa had gewoon een bloemetje mee voor mij: prachtige rode potroosjes! Ik hoop maar dat ze een beetje blijven staan, want ze zijn prachtig met mijn witte amarylissen…

Vossenweekendje ter voorbereiding van Haven

In oktober hadden we hier al eens samen gezeten voor Haven III, maar toen kon ik uiteraard niet mee gaan larpen door mijn kapotte rug. Mireille, Caterina en Hanneke zetten toen zeer overtuigende Akata neer, zo bleek achteraf uit alle verslagen.
Intussen zijn we een half jaar verder, is mijn rug nog absoluut niet oké – dat zal ook nooit meer goedkomen, maar bon – maar goed genoeg om een weekendje te gaan spelen. Ik was in november wel al een weekendje naar Omen gegaan, maar dat was als figurant en dus compleet anders.
Nu ga ik dus opnieuw spelen, mijn derde spelersrol ooit, en de eerste buiten Poort. Ik ga Els keihard missen, dat weet ik nu al: de laatste poorten speelden we voortdurend zij aan zij.
Ook Sabrina gaat nu mee, we waren dus met twee nieuwe spelers, en haar personage moest nog opgesteld worden en de rest bijgestuurd. En daarbij, gewoon een weekendje onder vriendinnen is ook zalig. Mireille was hier al van gisterenavond, ik had haar opgepikt in Drongen station. Bart zit intussen een weekendje in Rome met Jaguar, extra rust dus in huis :-p

Tegen de middag reed ik even naar Mariakerke om Chinees voor zes personen, en om één uur stonden effectief Hanneke en Sabrina hier. We waren net allemaal bediend toen ook Stefaan, man van Els en eigenlijk ook een echte Vos, hier stond. Hij had nog niet gegeten, we schoven een bord bij, en het werd extra gezellig. En ook al waren we met achten, er was nog steeds veel te veel eten :-p



Na het eten overliep Mireille even het concept van Haven, het spelsysteem, en gingen we aan de slag voor een personage voor Sabrina en meteen ook voor Stefaan, want bij hem was het ook beginnen kriebelen. Hij gaat nu nog niet mee doen, maar hopelijk wel de volgende. Yes! Dik in orde! Hij ging trouwens maar even blijven, had hij gezegd, maar het was toch ruim half zes voor hij weer richting Brugge vertrok ^^

Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Mireille vanavond nog een trein naar huis nam, maar uiteindelijk is ze, samen met de andere twee, gewoon blijven slapen. Hehehe. Doodjammer dat Caterina er niet bij kon zijn, maar die heeft volgende week examens en was ijverig aan het blokken.

Enfin, vermoeiende, maar wel superwijze dag dus.

Boodschapjes

“Mama? Mag Manou vandaag naar hier komen?”
“Tuurlijk, Wolf, maar dan gaat ze wel mee moeten om schoenen en om nieuwe identiteitskaarten. Als ze dat niet erg vindt…”
“Nee hoor!”

En dus zette ik vier kinderen – allez ja, Manou is 15 – in de auto, reden we naar Mariakerke, lieten pasfoto’s maken, haalden een nieuwe geocache om zo aan Manou te tonen wat dat was, stelden vast dat het te laat was om nog in het dienstencentrum te geraken, en reden dan maar naar de Brantano om sportschoenen voor Wolf – hij heeft die nodig aan zee – en deftige schoenen voor Kobe voor zijn lentefeest. Die laatste waren nog niet binnen en zijn besteld, en van die eerste ben ik niet zeker of ze wel goed gaan zijn. Bon, Wolf kan ze meenemen en we kunnen vragen of het dit type is dat ze bedoelen, daar in de kine van het Zeepreventorium.

En daarna, toen was er tijd voor vieruurtjes en lekker hangen in de zon.

Meer moet dat in de vakantie soms gewoon ook niet zijn.  Die nieuwe identiteitskaarten zullen dan wel voor morgen zijn.

Fantastisch dagje eten en cachen

Omdat ik destijds Veroniques rolluiken had gefikst, wilde ze ons eens uitnodigen om ‘s avonds zelfgemaakte hamburgers met frietjes te eten. En omdat ik haar dochter al eens een geocache-initiatie had gegeven, en haar eigenlijk ook al, stelde ze voor om daarvoor te gaan cachen. Schitterend plan, vond ik.
Toen ik gisteren boodschappen deed en van ons middageten een lichte lunch maakte, een soortement brunch, heb ik Veronique en Leonore dan ook maar meteen uitgenodigd. Ik had spiegeleitjes, gerookte zalm, surimi, kaas, sla, radijsjes, rauwe champignons, worteltjes, … Enfin, een ganse hoop, en het werd best gezellig!

Na een koffietje reden we richting Daknam, voor een geocachetoer van negentien caches, en blijkbaar een aanrader. Awel, meer dan een aanrader. We maakten een prachtige wandeling waarbij we geen enkele auto tegenkwamen, door de velden liepen, langs water, en prachtige caches deden. Een boomklimcache – best dat Kobe het aapje mee was – eentje bijna in het water, een buizenpuzzel, een buis om los te peuteren, een vogelhuisje, een quasi onzichtbare, en zelfs een ongelofelijk wijze met een elektronisch memoryspel in. Schitterend! En de grijze dag veranderde allengs in een warme zonnige dag.
Véronique maakte foto’s, en ik mag er hier gelukkig enkele gebruiken.

We waren net om drie uur gestart, en het was kwart voor zeven tegen dat we terugwaren. Ik pikte Wolf op, en we reden tot bij Véronique thuis voor de hamburgers. En óf die smaakten!

Fantastische dag gehad!