Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

Zeg ma…

Zeg ma

ik dacht, ik bel nog rap efkes voordat ge aan het koken zijt, om u nen gelukkige moederkesdag te wensen.

Ja, ‘t feest van Alexander gisteren was goed he! En chance met dat weer jong! Echt! De kinders hebben de hele tijd buiten op dat springkasteel gezeten, hun voeten waren moordezwart.

Spijtig dat het vandaag zo aan ‘t regenen is: ik ging u anders gevraagd hebben of ge vanmiddag niet mee gingt naar ‘t Leen om naar de rododendrons te kijken, en de camelia’s, en dan daarna hier ne pot koffie te komen drinken met een stukske taart. De kinderen zouden dat wa wijs vinden, en ik ook. Ja, ‘t was aan de andere kant wel ne keer nodig dat het regende, het gras stond zo droog als wa, ik weet het, maar kondt da nu niet wachten tot morgen?

Allez, ik ga u laten koken en zelf nog wat verder verbeteren, ma. Ik bel u nog wel, he!

Een bijzonder vreemde, emotionele dag…

Het begon met een sneeuwtapijt dat nog van gisteren was blijven liggen: om half negen zag alles nog wit, maar gelukkig waren de wegen best wel berijdbaar.

Gelukkig, want ik moest om half tien in Eeklo staan, in de Oostveldkerk, voor een van de droevigste dagen (mag ik hopen) van dit jaar. De kerk zat stampvol voor Klaartje, en de dienst was ongelofelijk aangrijpend en emotioneel. Mijn hart ging uit naar mijn nonkel Bart en hun vier kinderen, en Bart gaf me een enorme knuffel toen ik hem heel even mijn deelneming betuigde na afloop.

Ik zag het niet zitten om al onmiddellijk naar huis te gaan, ik wilde even uitwaaien en mijn gedachten ordenen, en dus ging ik eventjes geocachen. De sneeuw was intussen helemaal verdwenen…

Gelukkig was er thuis de warmte van het gezin en het eten dat Bart voor me gekookt had, en dat hielp, al voelde ik wel dat ik een pak stiller was dan anders. De kinderen waren dan ook extra lief.

En toen, plots, hoorde ik gekwaak. “Kijk mama, wat doen die eenden in onze tuin?” Jawel, een koppel eenden had zijn toevlucht gezocht op ons terras, en we konden het dan ook niet laten om hen te voederen. Niet al te veel, natuurlijk, want dat is niet goed voor hen, maar ze waren dat wel duidelijk gewoon, ze kwamen zelfs heel erg dicht.

Het vrouwtje was zelfs ronduit nieuwsgierig naar wat we binnen aan het doen waren, en of daar niet meer brood te rapen viel.

En ‘s avonds, toen keken we gewoon met zijn allen samen naar een film, met de gordijnen dicht, wat kaarsen, en een stapel heerlijke dekentjes.

Klaartje

Toch onvoorstelbaar hoe broos een mensenleven is… 56, in de fleur van haar leven, en stomweg op 100 meter van haar deur in een banaal fietsongeval terechtgekomen, met fatale gevolgen. Mijn hart bloedt voor mijn nonkel en mijn vier neven en nichten, en voor haar leerlingetjes Latijn. Poma nondum mitia erant, vrij naar Vergilius, en wat mijn grootvader placht te zeggen over zijn eigen leven.

Requiescas in pace, avuncula!

Nu dit weer…

Rond half tien kreeg ik plots, totaal onverwacht, een telefoontje van Bart. Of ik hem kon komen ophalen aan Dok Noord, want zijn fiets was gestolen.

Say what??

Ja dus. Hij had al sinds twaalf uur een resem vergaderingen op Dok Noord, en was verschillende keren voorbij zijn fiets gewandeld, die netjes vastgeketend was aan een fietsenrek. De laatste keer dat hij hem gezien was, was toen hij om zeven uur ging eten. Toen hij rond negen uur de fiets op wilde om naar huis te rijden, was die foetsie. Spoorloos.

Het eerste wat hij deed, was de GPS tracker van het ding laten activeren. Hij bleek in de buurt van de Dampoort te staan. Tiens tiens. Helaas is die gps lang zo accuraat niet als die van een auto, en wijst hij maar een algemene buurt aan. Ik pikte Bart op, en we reden door naar Ekkergem, naar de politie. Daar moesten we een half uurtje wachten voor we ons verhaal konden doen, maar gelukkig nam de agent van dienst ons wel heel serieus. Tsja, zo’n Vanmoof zoals Bart heeft, is geen goedkope fiets, zou je kunnen stellen. Designmodel, elektrisch, volledig elektronisch te bedienen met je iPhone, en met dus een ingebouwde GPS.

Vanmoof-Bike-in-Black

Het duurde ginder nog wel even, en blijkbaar was het ook bijzonder druk, want ze wilden wel een patrouille sturen om eens te gaan kijken in de Dendermondsesteenweg, maar dat ging wel nog even duren. Onderaan het zadel had ik een tile geplakt, een tracker die geactiveerd wordt als er iemand met de juiste app op zijn telefoon minder dan 10 meter in de buurt komt. Dan kan je hem zelfs geluid doen maken. Ideaal thuis voor mijn sleutels en mijn handtas :-p

Om elf uur vonden we het wachten welletjes en reden we naar huis, maar ik had wel gezegd dat ze me eventueel wel nog mochten bellen. En jawel, om half een werd ik uit mijn diepe slaap gewekt door mijn telefoon: of ik het nog zag zitten om te gaan zoeken? Ik sprong in mijn kleren, en reed fluks naar mijn date met een combi aan de frituur aan de Dampoort. That’s a first… Ik stapte in de combi, we reden wat verderop, en samen met twee agenten liep ik dus in het holst van de nacht door de straat. De GPS wees heel duidelijk een afgesloten cité aan als locatie, maar de heren wisten niet goed of achter dat hek het nu ook nog openbaar domein was of niet, en durfden het niet open te maken. Tsja… Ze raadden me aan om de volgende morgen zelf eens terug te komen met de tile tracker, want die was niet afgegaan, ik kon dus niet dicht genoeg in de buurt komen.

Zucht…

En blijkbaar hadden de dieven verstand van dit soort fietsen, want de laatste GPSmeting bleek om 2.10 uur te zijn, en daarna… niks meer.

Bart en ik reden vanmorgen nog even langs, geraakten zelfs probleemloos in de cité, maar helaas, niks meer te vinden natuurlijk.

In de loop van de voormiddag belde de politie nog wel een paar keer, en kwam er zelfs een andere patrouille langs voor een extra verklaring rond het gps- en tilesysteem: het was de eerste keer dat ze ook maar een kleine kans maakten om de dievenbende te kunnen klissen, maar het feit dat de gps uit stond, voorspelt niet veel goeds…

Soit, Bart is dus nu naast zijn rijbewijs ook zijn fiets kwijt. Nog een chance dat ik thuis ben om chauffeur te spelen…

Enfin, als u deze fiets ergens ziet staan of rijden, meld het even. De kans is echter groot dat hij al ergens in het buitenland zit…

Zeg Els…

Zeg Els,

het is bijna Omen, en ik kijk er gigantisch naar uit. Haven heb ik al moeten missen, maar weete, ik heb de Vossen al weer grotendeels bij elkaar gekregen. We hebben hier weer in mijn living samen gezeten om de groep rond te krijgen, en het was wijs. Echt. Ge hadt er bij moeten zijn, we hebben u gemist. Mireille speelt een diefachtige rogue die ook kan genezen, Hanneke is iets druïde-achtigs met drankjes brouwen, Caterina heeft wat genezing maar ook veel andere dingen, en ik, ik ging voor full fighter gaan, met staf deze keer. Grote bek en al, kendet? Ik had nog iemand naast mij kunnen gebruiken met een zwaard en een schild die erop zou slaan als het beweegt, weete. Sabrina gaat er later ook nog wel bijkomen, en dan zien we nog wel.

Uw ventje hebben we voorlopig al mee gekregen als figurant op Omen. Ik hoop dat hij hem een beetje gaat amuseren, want ik zou hem doodgraag ook weer meekrijgen bij de Vossen. Het zal nooit meer hetzelfde zijn, Elske, maar we blijven aan u denken. Ik heb onlangs dat filmpje nog eens bekeken dat die oudleerling van mij gemaakt heeft, en gij zijt mij in mijn kleren aan het helpen, en uwe lach is gewoon aanstekelijk, jong!

Het larpvirus is dus al weer aan het kriebelen, maar weet ge wat mij vooral gigantisch deugd heeft gedaan? Ik heb vannacht gedroomd. De plot weet ik niet meer, maar het was ne gigantisch fijne live, stijl Poort, en wij waren weer samen. Ik herinner me vooral dat we ergens in een of andere herberg de slappe lach hebben gekregen, dat we samen schild aan schild stonden te vechten, en dat we op een bepaald moment al gibberend en gillend voor ons leven crossten, iets waar we alle twee zo goed in zijn, nietwaar… Om dan al hijgend en puffend blijkbaar in veiligheid te zijn, en prompt het uitgieren van het lachen.

Nee Els, larpen gaat nooit meer hetzelfde zijn zonder u. Maar zo lang dat ik nog kan dromen dat we samen spelen en onnozel doen, blijft ge nog wel een beetje bij mij. Ik weet ook niet wat het gaat geven als ik op Haven met de Vossen ga spelen, maar ge zit in onze achtergrond, ge zijt in het verhaal geschreven, en ge zijt er dus, wat ons betreft, bij. En weete? Als het beweegt, dan kloppen we derop. Beloofd.

 

Het executieoord in Oostakker

Oostakker, dat is voor mij nog altijd synoniem met Lourdes. ‘t is niet alsof ik daar veel kom, eigenlijk. Meestal gewoon als doorgaand verkeer naar Lochristi en alle winkels daar langs de steenweg. Maar bij het terugrijden naar de R4 was me telkens wel het bordje ‘Executieoord’ opgevallen. Ik vond het wat sinister, maar was wel geïntrigeerd. En dus gingen mijn dochter en ik eens op onderzoek uit.

Wel…

We waren diep onder de indruk.

Wikipedia weet me het volgende te zeggen over deze plek:

Het Executieoord Rieme-Oostakker is de plaats in de Gentse deelgemeente Oostakker waar 66 verzetsstrijders tussen 8 februari 1943 en 24 augustus 1944 door de Duitse bezetter werden geëxecuteerd.
Hier wordt ook de herinnering levend gehouden aan de 20 verzetslieden die omkwamen op de executieplaats van Rieme. Dat terrein moest in 1998 verdwijnen omwille van de aanleg van het Kluizendok van de Gentse haven.
De executies werden in het geheim voltrokken en de slachtoffers werden anoniem begraven. Een aantal van de in Rieme gedode verzetsstrijders werd teruggevonden in een massagraf in Hechtel-Eksel. Bovendien werden er ook Duitse militairen en Belgische criminelen gefusilleerd. Door deze omstandigheden is het nog steeds onduidelijk hoeveel mensen er de dood vonden. Na de Bevrijding werd het massagraf in Oostakker blootgelegd. De slachtoffers werden geïdentificeerd en in hun woonplaatsen begraven. De kruisjes op het terrein hebben dus een symbolische betekenis. Toch is het executieoord ook een begraafplaats: in 1952 werden de overblijfselen bijgezet van 15 in München onthoofde West-Vlaamse politieke gevangenen.
Op het terrein staat een treinwagon waarmee honderden Belgen naar concentratiekampen in Duitsland en Polen werden gedeporteerd. Het executieoord werd in 1966beschermd als landschap.[1]
In 2009 schreef historicus Tim De Craene het boek Terechtgesteld over de geschiedenis van de executieoorden Rieme en Oostakker. Jaarlijks wordt op de tweede zondag van mei een herdenkingsplechtigheid georganiseerd.

Merel en ik werden al stil van de ingang alleen al: de twee leeuwen, en het magistrale zicht daar tussenin.

Onder de indruk liepen we het oord in, keken naar de graven, lazen de inscripties, en stonden stil bij het verleden. Mijn zesjarige dochter vroeg me: “Mama, waarom voeren mensen oorlog, en moeten er zo veel mensen voor sterven?” Ik keek haar aan, en antwoordde in alle eerlijkheid: “Ik weet het echt niet, meisje, ik heb er geen idee van, en ik snap het ook niet.”

Aan mijn hand werd zelfs mijn dartel springkonijn helemaal stil. We keken naar de graven, stonden stil bij al die mensenlevens, en snapten het nog steeds niet.

Bij de deportatiewagon was ik haar weer wat uitleg schuldig. Ze luisterde, knikte begrijpend, en zei toen: “Mama, die Duitse soldaten, vonden die dat dan zelf niet erg? Want dat zijn toch ook maar mensen?”

Het komt goed met de wereld, mensen, zolang er monumenten van de oorlogen bestaan, en kleine onschuldige meisjes die er de complete waanzin van inzien.

Afscheid

Lieve Els,

we leerden je kennen in een spel, maar je speelde zoals je ook in het echt was: lief, zorgzaam, geduldig, meelevend, maar ook grappig, levenslustig, en spitsvondig.
Aan je zijde vonden we altijd je paladijn terug, Stefaan, je maatje, je beschermengel, je andere helft. Samen hebben we gigantische avonturen beleefd, spannende momenten, intense emoties, diepe angst… En zo werd een vriendschap gesmeed, een band die niet meer stuk kon. We speelden samen, we leefden samen, we lachten samen. En zo zullen we ons jou ook herinneren.

Want toen het nieuws van je ziekte insloeg als een bom, weigerden we het te geloven. Onze Els, onze Elisabetha, onze Fleur, een van de Vossen, ziek? Nee, die kwam er wel door, geen probleem. En je vocht, je streed, je hield je sterk, en je weigerde op te geven. Maar dit gevecht was er een dat je niet kon winnen, Els.
En, om eerlijk te zijn, we kunnen het nog steeds niet geloven. Wie zal er nu aan onze zijde strijden? Wie zal er nu op kloppen, als het beweegt? Met wie gaan we nu tranen lachen, midden in de nacht?

Nooit zullen we je vergeten, Els. Dat kunnen we niet. Je bent een van ons, je bent altijd in ons hart. En samen met Stefaan en Arwen dragen we je met ons mee. Voor altijd.

Krak.

Nee, dat was niet het geluid van mijn voet of mijn rug, wel van mijn geest. Ik heb namelijk het einde van Omen eigenlijk niet helemaal gehaald, nee.

Nochtans was het prima begonnen: ik mocht helaas geen schildmaagd meer spelen, maar kreeg in de plaats een fijne heks, die laffelijk vermoord werd door een aantal dolksteken in de rug. Shit happens, zeker?

Maar toen kwam het tot een akkefietje met spelleiding, en werd ik eventjes serieus afgeblaft. En blijkbaar kon ik dat even niet meer aan: ik ben prompt mijn gerief beginnen pakken, en wilde naar huis. Ik heb nog even bij Els haar hoekje gezeten, iets geschreven in het rouwboekje, en ben vertrokken zodra het spel gedaan was, zodat ik niemand stoorde.

Nee.

Het ging even niet meer, nee.