Allemaal beestjes: omoe, opa en de gerbils

Tsja, het was vandaag toch geen weer om veel buitenshuis te gaan doen, en dus bleven we eigenlijk grotendeels binnen. Allez ja, in de auto is ook binnen, toch?

Er werd gelummeld en gehangen, zoals dat hoort in een vakantie, en na de middag pakten we ons op om naar Ursel te rijden, bij mijn grootmoeder van intussen net geen 97. Ze is intussen compleet blind, en dat had bij de kinderen al geleid tot de vraag: “Zeg mama, waarom draagt omoe eigenlijk nog steeds haar bril, als ze toch volledig blind is?” Ze moest lachen toen ik haar die vraag stelden. “Tsja, eigenlijk… Jah, gewoonte, denk ik? Dat voelt zo vertrouwd aan, ik zou hem missen, denk ik.”

Enfin, we bleven ongeveer drie kwartier: ik zat te babbelen, en de kinderen hielden zich in stilte bezig. Naar traditie wilden we bij de lokale bakker een koffiekoek kopen, maar die was dicht. We zijn dan maar naar Zomergem gereden, bij opa, en hebben daar een koek gekocht en binnengespeeld. Mijn vader was daar niet rouwig om :-p

En toen ging het in rechte lijn naar de Aveve: ik had Kobe al een paar weken beloofd dat we in de vakantie het gerbilhuis weer in orde zouden zetten, deze keer ook gans catproof zouden maken, en dat hij twee gerbils kreeg, Bilbo en Frodo. Zo passen die bij onze Saruman en onze Gandalf :-p

Het huis zelf kreeg een nieuwe glasplaat met scharnieren, zodat er echt geen enkele opening meer is, en een plexi afdekplaat van de glasbak. Saruman is er beduveld van – hoe zou je zelf zijn, een dampende biefstuk voor je neus en er niet mogen aankomen? – en spendeert ùren voor het huis. Het beest gaat er nog eens een stijve nek van krijgen. Maar hoe hij ook probeert, hij kan er niet aan…

Enfin, extra leven in huis dus.

 

Nest

Vandaag werd een thuishangdagje. Letterlijk. Mijn lijf schreeuwde moord en brand van alle inspanningen van de vorige dagen, en dus werd de zetel mijn habitat. En duidelijk niet alleen dat van mij: de kinderen genoten ervan om in elkaars buurt te zijn, en besloten om ook met zijn drieën fijn te zetelhangen. Ze babbelden, speelden, computerden, en hingen rond.

Toen ik vroeg wat ze wilden eten, zei Wolf: “Pizza”, al lachend want dat hadden ze vrijdag blijkbaar ook al gegeten. En toen zei Kobe, die dat van zijn broer trouwens niet had gehoord: “Pizza”. En toen werd het een running gag, en jawel, wat hebben we gegeten? Pizza ^^ Ik kan niet zeggen dat ik dat erg vond, want dan hoefde ik niet eens te koken, en voor 17 euro eten voor ons allemaal, netjes aan huis gebracht? Dik in orde!

Op en bepaald moment hebben we zelfs lekker samen met zijn vieren gehangen, op en over elkaar. Het doet zo ongelofelijk veel deugd dat “mijne nest” weer compleet is, en dat we zelfs gewoon niks te doen hebben behalve gewoon bij elkaar zijn.  Ik ben blij dat Wolfs eerste week meteen ook gewoon een vakantieweekje is, want anders werd het meteen druk. Nu is het nog wennen met opnieuw drie kinderen, maar er is niemand rouwig om. Gelukkig…

Glorieuze afsluiter van de vakantie

Er waren, om de dag te beginnen, twee prachtige lieve kleine meisjes die met smaak een croissant of twee verorberden, en dan slaperig nog wat tv keken samen.

Tegen elf uur werd Lieze opgehaald, en iets later kwam ons pa toe, voor alweer een zeer aangename en lekkere maaltijd. Dank u, liefje, voor het weekendse koken met zoveel liefde en aandacht voor het detail!

Aangezien het een toch wel stralende dag was, sommeerde ik ons pa de auto in te stappen, en reden we naar Gentbrugge voor een aantal caches in de Gentbrugse Meersen. Ik was er nog nooit geweest, maar het is er inderdaad echt mooi! Alleen jammer, zoals op zoveel plaatsen, van het voortdurende geraas van de autostrade die het gebied zowat doorkruist op viaducthoogte. Tsja… Onze tocht begon echter aan de kerk van Gentbrugge, met een wandeling over het kerkhof waar, tot onze verbazing, ook een aantal oorlogsslachtoffers liggen.

Tegen zessen waren we terug, en tegen zeven uur zette ik alweer aan met Wolf richting De Haan. Yup, het schooljaar is weer begonnen, en dus mag hij niet meer op maandagmorgen toekomen, maar moet hij al op zondagavond binnen zijn.

Ik gooide hem af, en reed naar Oostende om daar in en rond ‘t Bostje – het Maria Hendrikapark – ook een rondje geocaches te zoeken. Alleen… heb ik me gigantisch laten verrassen door het vroege uur waarop het donker wordt. Ik was gewoon om in mei en juni te cachen op zondagavond, en dan is het klaar tot tien uur. Ik had er zo’n beetje geen rekening mee gehouden dat nu al om half negen de zon onder gaat. Ik heb dus in het pikkedonker in een Oostends park en bos rondgelopen, waar bijna geen verlichting is. Tot mijn eigen verbazing heb ik er nog 6 caches gevonden, bij het lichtje van mijn GSM. Het was er ook compleet verlaten, alleen de dieren kon je horen. Zalig! Alleen vrees ik dat het een beetje te ver en te lang was, want ik moest nog een heel eind terug tot aan de auto, en mijn rug begon het welletjes te vinden. Hmm.

Al bij al een hele mooie dag gehad met 12 caches, maar wel doodop nu. En morgen de eerste schooldag. Juist ja.

 

Krachtcirkel Knorretje

Er zijn zo van die feestjes waarvan je op voorhand weet dat je er veel te lang gaat blijven hangen. Of dat die kans toch zeer reëel is.

Neem nu de verjaardagsfeestjes van T. P. uit O. Ik ben uit respect voor mijn rug maar om half negen toegekomen, in plaats van half zeven. De hele tuin stond vol met fijn volk, er werd een Ardeens gebraadje in hooi op de barbecue geroosterd, terwijl er nog tal van andere varkensdelen een hittekuur ondergingen, en er was drank. Veel drank, want hier en daar stond ook al een tent opgesteld.

Ik heb heerlijk aan een kampvuur van opfikkende meubelen gezeten, fijne en minder vreedzame verhalen uitgewisseld met zeer aangenaam gezelschap, en om half een verklaarde ik dat ik naar huis ging. Waarna ik langs de keuken passeerde om slaapwel te zeggen, en iets over twee alsnog verklaarde dat ik naar huis ging.

Zo’n feestjes dus.

Mooi, toch, om de vakantie mee af te sluiten?

Picknick in het Middelheim

Vorig jaar hadden we, klop midden in de vakantie, een picknick georganiseerd in het Middelheimpark in Antwerpen. Dat was toen zó fijn, dat we het voor herhaling vatbaar vonden. Alleen waren we nu net midden in de vakantie op reis, dus dat ging niet.

Eerst had ik het gepland op 15 augustus, maar dan zit de helft van Antwerpen bij zijn moeder, en bleek uiteindelijk ook Wolf een bezoekdag te hebben, zodat we maar naar Brugge zijn gegaan die dag.

We hebben het dan maar verzet naar vandaag, en nog redelijk wat mensen gaven aan dat ze konden. Helaas, in de voorbije dagen regende het afzeggingen, zodat uiteindelijk enkel Babeth en Danny en Els er waren. HEt werd er eigenlijk niet minder gezellig om.

We aten, en de kinderen stortten zich op de kleiput naast ons plekje. Dat vormt op zich ook een kunstwerk: je mag maken wat je wil, en dan kan je het in de kastjes naast de put zetten, en daar je handen wassen of zelfs een douche nemen…

Na het eten wandelden Els en ik nog even rond doorheen een klein stukje van het beeldenpark, en dat is echt zalig… Vorige keer had ik ook al gezegd dat ik heel graag in de herfst, als de bladeren verkleuren, wilde terugkomen, maar toen zat ik met mijn rug… Beelden, daar hou ik dus echt van. Ik kan hier uren rondlopen, denk ik.

Ik ga proberen om hier een jaarlijkse traditie van te maken, hopelijk de volgende keer met meer succes.

Overwoekerd

Ons ma genoot echt van haar tuin, en werkte daar precies ook graag in. Elk najaar plantte ze nieuwe voorjaarsbollen, om die dan uit te halen en andere dingen te planten. En rozen: ze was behoorlijk zot van rozen, maar evengoed staan er clematis, akeleien, zonnehoedjes, pioenrozen, dahlia’s…

Sinds ze gestorven is, is er helaas naar de tuin niet meer omgekeken. Mijn vader zwoer bij hoog en laag dat hij er eens ging aan beginnen, en dat hij dat zeker ging doen, en dat we geen tuinman moesten zoeken, en…
Intussen zijn we dik twee jaar verder, en is de tuin helemaal overwoekerd. Overwoekerd, als in: er is geen gras, maar zelfs geen betonnen tuinpad meer te zien. Een weg banen naar het kiekenskot is al helemaal onbegonnen werk, en dus loopt er een kieken vrij rond in de tuin, met alle mest en vuiligheid van dien.

Tsja. Op zich allemaal geen probleem, ware het niet dat mijn broer, die een straat verderop woont, zijn bankkantoor gaat verbouwen. Ik hoor u al denken tot hier: wat heeft die verbouwing in hemelsnaam met die tuin te maken??? Wel, zolang er verbouwd wordt, moet mijn broer met zijn personeel natuurlijk een ander onderkomen zoeken. Dat kan in containers, maar dat is hopeloos onpraktisch, veel te klein, en waar zet je die dingen überhaupt? Terwijl mijn vader een groot kantoor ter beschikking heeft, waar vroeger de bank in gevestigd was. Toegegeven: verouderd, nog vol met oude dossiers en andere rommel, maar wél met voldoende plaats, een wachtkamer, loketten, een spreekkamer, enfin, de ideale noodoplossing. Alleen kijkt dat kantoor via een groot raam uit op, jawel, de overwoekerde tuin.

Mijn vader is volop bezig zijn kantoor leeg te maken, en mijn broer had mij aangesproken om eens na te denken over die tuin. Ik heb dan maar rondgehoord of er iemand tegen betaling wilde komen helpen opruimen, en gelukkig was er Manou, een vriendin van Wolf die een straat of twee verderop woont. Kobe, Merel, Manou en ik reden dus naar Zomergem, gewapend met grote zakken voor tuinafval, handschoenen, snoeischaren, haagscharen, the works. Het was al een tijd geleden dat ik nog in mijn ouderlijke huis was geweest, en ik geef het toe: mijn mond viel open bij het aanschouwen der hovingen. Ja maat…

We gingen aan het werk, waarbij ook Kobe en Merel stevig doorwerkten en ik bijzonder voorzichtig probeerde te zijn met mijn rug – tuinwerk is me eigenlijk strikt en expliciet verboden geweest door mijn rugarts. Drie en een half uur later was het grootste deel van het tuinpad vrij, waren de rozen gesnoeid, was er weer een soortement middenperkje te zien, waren er drie jonge bomen afgezaagd, en had ik een wegje vrijgemaakt richting kiekenskot, waarin het kieken zonder veel plichtplegingen werd opgesloten, tot haar grote ontzetting.

Ons pa heeft nu plechtig beloofd dat hij een tuinman ging contacteren om ook de rest wat toonbaarder te maken. Hopelijk ziet die mens zich er nu een begin aan…

Rondje Blauwbuik

In april was ik een namiddagje gaan cachen met Véronique en haar dochter. Dat was haar toen zo goed bevallen, dat we afgesproken hadden om dat wel eens meer te doen. Maar bon, ne mens moet tijd hebben en die moet dan nog samenvallen ook natuurlijk. Vandaag was gelukkig wél zo’n dag! Wolf zat uiteraard in het Zeepreventorium, en Léonore was op vakantie met haar papa, maar Véronique had wel haar dertienjarige plusdochter bij zich, en die zag dat cachen hélemaal zitten.

De vorige keer was het een Toertje Daknam geworden, nu gingen we vlakbij voor een Rondje Blauwbuik in Eksaarde. Ook hier waren de caches ongelofelijk mooi uitgewerkt, zoveel meer dan een potje achter een boom.

We wandelden dik drie uur, genoten ervan, snoepten nogal wat, en Véronique maakte foto’s.

Onderweg dronken we iets op het terras van een cafeetje dat eigenlijk gesloten was, maar waarvan de uitbaatster bezweek voor onze charmante glimlach.

Waren we moe? Jawel, maar het was meer dan de moeite waard.