Internetmalheuren

Gisterennamiddag kwam mijn kozijn langs om eindelijk verlichting te installeren in mijn bureau. De vorige was al zo’n jaar of twee gesneuveld, en het werd er niet bepaald klaarder op.

Daardoor moest ik een paar keer de plomb afleggen, wat op zich geen enkel probleem zou mogen zijn, maar waar onze modem duidelijk anders over dacht. Als in: hij wilde niet meer meewerken zoals het hoort. Telefoon werkte nog, basistv en de basiswifi ook, maar niet meer de tvtheek en – wat veel erger was – de wifirouter voor gans het huis. Ah bon.

Ik dacht dat het aan de Deco, de router lag, en haalde die ervan tussen, maar verder is dat een speeltje van Bart en kan ik daar verder niks aan veranderen. En ik stak de jongens op de rechtstreekse wifi waar ze normaal niet op mogen. Die zitten standaard op de Deco, een ongelofelijk wijs routersysteem dat je per gebruiker kan aan- en afleggen, kan beperken in tijd, kan doen uitslaan op een bepaald moment… En die nu dus niet werkte. Tsja.

Bart kwam thuis terwijl ik naar het oudercontact was, en gaf het drie uur later zwaar gefrustreerd op: hij had gebeld met Telenet en die hadden zelfs twee keer de modem herstart, maar to no avail. Hij had alles afgekoppeld, herstart, heringesteld, maar het werkte niet.

Ik heb deze morgen dan even met Telenet gebeld, en kwam na tien minuten dingen nakijken samen met de zeer sympathieke Kimberley tot de constatatie dat de modem op zich wel werkte, maar dat de UTP-aansluitingen blijkbaar naar de zak waren, vandaar geen connectie op alle aangesloten toestellen. Kan gebeuren, de modem was dan ook al meer dan vijf jaar oud, wat oud is bij technologie. Ik ben in de loop van de namiddag even tot in Oostakker gereden voor een nieuw exemplaar, sloot die aan, wachtte een tiental minuten, en dat was dat: alles werkte weer. Bart moest natuurlijk ‘s avonds wel al zijn speeltjes nog weer aankoppelen, maar dat was blijkbaar ook snel gebeurd. Oef.

Kleine internetcrisis bezworen. ‘t Is toch een afhankelijkheid en een verslaving, me dunkt.

Dekbedsaga…

Ik had al lang gezegd dat ik een nieuw echt donzen dekbed wilde, want die dingen verslijten, en ik ben een ongelofelijk kouwelijke in bed, zelfs met een elektrisch onderdeken. En dan meteen liefst een echt goed, maar helaas ook duur.

Toen ik in de Standaard Webshop (jawel, van de krant) een aanbieding zag voor een donsdek van De Witte Lietaer, dacht ik: “Hah, dat moet ik hebben se!” Ducky werd overal geprezen voor zijn kwaliteit, en 179 euro ipv 299, dat vond ik een mooie deal. Op 24 november bestelde ik, en vergat het prompt weer.

Tot ik er kort na nieuwjaar weer aan dacht. Tiens, geen donsdeken gekregen? Ik keek even na, en jawel, het geld was prompt van mijn rekening gehaald. Ik belde dus even met de Helpdesk van de webshop. Ja man, wat was me dat? “24 november, mevrouw? Ja, u had wel maar 14 dagen tijd om te reageren he! Ik weet niet of we daar iets kunnen aan doen!” “Euh mevrouw, er staat bij uw verkoopsvoorwaarden dat er 14 dagen bedenktijd en retourrecht is, niets over 14 dagen bij niet-ontvangst?” “Madam, dat staat daar wel in, ik ga dat moeten bespreken met mijn service manager, maar ik kan u niets beloven se! Ge gaat dat op mail moeten zetten, want zo kan ik daar niets aan doen!” Dat ging zo nog even door, tot ik me oprecht geschoffeerd voelde. Trouwens, ik heb er de verkoopsvoorwaarden nog even bij gehaald, en die spreken van 14 dagen bedenktijd, maar over minimaal 30 dagen bij niet-ontvangst als er geen levertijd is afgesproken. Bon, die zou eigenlijk na twee dagen moeten geweest zijn, maar in de kerstperiode kan het altijd wel druk zijn natuurlijk.

Ik heb dan maar een redelijk vlammende mail opgesteld, helaas zonder antwoord.

Veertien dagen later heb ik dan nog maar eens met diezelfde helpdesk gebeld, waar ze deze keer wél iets vriendelijker waren. “Ha ja, mevrouw, ik zie uw mail staan, maar we hebben nog niet de tijd gehad die te beantwoorden.” Mijn opmerking over veertien dagen viel niet helemaal in goede aarde  maar bon. Ze gingen het nakijken en me het geld terugsturen, want de actie was afgelopen en ze hadden geen dekbedden meer. Tsja…

Tot plots vorige week er een zeer vrolijke man van een pakketbedrijf aan de deur staat met een grote grijze vuilniszak met etiket. Huh? Jawel, 2.5 maand na bestelling krijg ik alsnog een donsdeken toegestuurd, verpakt in een vuilzak. Ja, binnenin de vuilzak zat het netjes in originele verpakking verpakte donsdeken, daar niet van, maar een vuilzak? Hmm? Ik opende het donsdeken, en vond er de orderbrief. Bestemd voor ene Tessa. Afkomstig van Het Belang Van Limburg, niet De Standaard. Het was dan trouwens nog niet eens het type donsdeken dat ik besteld had (eenlagig) maar een vierseizoenenexemplaar, met twee lagen dus. Hallo, helpdesk van de webshop Het Belang Van Limburg? Die vielen daar uiteraard uit de lucht, maar wel op een zeer vriendelijke en charmante manier. Ja, die dame had een donsdeken besteld, maar dat ook weer teruggestuurd. En nee, ze konden niet in het systeem van De Standaard Webshop, maar ze ging het zeker uitzoeken, want dat klopte inderdaad aan geen kanten.

Een uurtje later opnieuw telefoon: dat het inderdaad een soep was, dat het helemaal niet klopte, maar dat ze zich wilden excuseren voor de soep, en dat ik daarom, als ik wou, het geleverde exemplaar zonder meerkost mocht houden. Oh? Ja, dat had de telefoniste ook zelf niet verwacht, maar dat was zo beslist door haar meerderen, en eigenlijk was dat een cadeautje van dik 60 euro, want het vierseizoenendekbed stond inderdaad 60 euro meer geprijsd. Euh…

Ik vroeg en kreeg even bedenktijd, ze ging me een uurtje later terugbellen. Ik zocht het even op, en ja, volgens hun webshop was het vierseizoenenexemplaar 399 euro waard, en bij pakweg bol.com stond het 359 euro geprijsd. Voor 182 euro, verzendingskosten meegerekend. En vooral: zonder verder gedoe.

Ik heb dan maar ja gezegd, in de namiddag een paar nieuwe dekbedovertrekken gehaald (want dit was 220 cm lang ipv. 200), en geslapen als een roosje onder een dikke laag eendendons.

Oef.

Karel

Onze verbouwing hier dateert al van najaar 2013 – voorjaar 2014. Vier jaar geleden, dus. Intussen zijn er nogal wat kleine dingetjes gesneuveld. Zo werkt de schuifdeur van de keukenberging al drie jaar niet meer: ze kan niet volledig meer open, en ze blijft ook niet dicht. Een van de automatische afsluitingen van de pompsteen is kapot, en de scharnieren van de afsluiting van de wasberging waren toen al kapot, want de schrijnwerker heeft me die toen nog doen bestellen. Ze liggen hier dus ook al vier jaar… En dan zijn er nog zo wel een paar kleine dingetjes.

Maar ja, Karel contacteren, dat was zoiets dat ik maar bleef uitstellen. ‘t Zijn zo van die onnozeliteiten, natuurlijk.

En toen kwam er een paar weken geleden nog een extra kleinigheid bij die eigenlijk wreed ambetant is: de scharnier van een openklapkastje in de keuken, daar waar ons afwasmiddel en zo staat, is afgebroken. Niemand hier in huis weet natuurlijk van iets, maar dat kastje is nu wel ongelofelijk irritant. En dus, ja, eindelijk, had ik Karel gecontacteerd. Die stond hier deze morgen om eens poolshoogte te nemen, en zou binnen twee weken komen om alles op te lossen.

Een werkende schuifdeur! Stel u voor!

Dat gaat gewoon wijs zijn…

Kafka en Murphy geven een feestje

Dat Murphy me graag eens bij mijn lepels heeft, is alom bekend. En dat ik vaak in Kafkaiaanse papiermolens verzeil, eigenlijk ook.

Dat het deze keer niet anders is, was dan ook geen grote verrassing, alleen weer een stevige teleurstelling. Serieus zeg.

Half januari had ik nog geschreven: “Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.”

Ik had dus beter mijn mond gehouden, zo blijkt. Jinxen en zo. Want 1 februari, da’s vandaag, en om opnieuw te beginnen had ik dus wel toestemming van Certimed nodig, in casu een controlearts, maar het bleef bij complete radiostilte. Gisterenmorgen belde ik dus zelf maar even naar Certimed: hoe het nu precies zat, en wanneer ik een controlearts kon verwachten en zo.

“Oh”, was de reactie, “wanneer heeft u de papieren opgestuurd? Vorige week? Wacht, ik kijk even. Ja, die zijn vorige dinsdag toegekomen, maar die zijn niet in orde, er is een datum niet ingevuld. Wij hebben daar die dinsdag zelf nog de school van verwittigd.” Ik viel uiteraard uit de lucht, want ik wist nergens van, en ik was er ook eigenlijk behoorlijk zeker van dat ook de school nergens van op de hoogte was.

Ik dus een telefoontje naar Peggy, de personeelsverantwoordelijke, die al even hard als ik uit de lucht viel. Daar was duidelijk iets misgelopen. Misschien iemand die een mail niet gelezen had, of een telefoontje niet had doorgegeven? Maar dat leek me onwaarschijnlijk. Iets later kreeg ik een zeer bezorgde telefoon van de directie: dat zij haar mails had nagekeken, maar niks gekregen had, en ook via telefoon van niks wist, en dat ze zich heel erg ambetant voelde met de situatie. Hmm, dat kon ik me best voorstellen, ja. Enfin, ze hebben zelf dan maar naar Certimed gebeld, en blijkbaar hadden die nog een oud emailadres in hun systeem zitten, en was die mail uiteraard niet toegekomen.

Zucht.

Diepe zucht.

Morgen dus maar opnieuw naar de dokter – het mag gelukkig de huisarts zijn – om nieuwe papieren te laten invullen, mijn ziekteverlof met 18 dagen te laten verlengen, en dan alles door te mailen. Dat mag dus blijkbaar ook. Ik ben benieuwd. Ne mens wil dan al eens werken, en mag dus niet.

Hopelijk dus opnieuw deeltijds aan het werk na de krokusvakantie.

Murphy, ge zijt ne smeerlap.

Kafka op zijn best

Het was weer de moeite vandaag! Ik zou dus graag op 1 februari halftijds willen herbeginnen met lesgeven. Fulltime gaat helemaal niet lukken, dat voel ik, ik blijf keihard tegen mijn eigen grenzen aanlopen, maar halftijds in vijf en zes, dat moet kunnen.

De personeelsverantwoordelijke en ik gingen op zoek naar de mogelijkheden, want volgens Gwen had zij een aantal jaar geleden na een zware aanval van cytomegalie een reïntegratieplan na langdurige ziekte (rplz) gehad, waarbij je halftijds werkt, maar toch geen ziektedagen en pensioenrechten kwijtspeelt. Leek me ideaal, beter dan een verlof voor verminderde prestaties (vvp) waarbij je wel nog halve ziektedagen spendeert. Dat laatste zou eigenlijk maar logisch zijn, maar als het eerste bestaat, gaan we niet zot doen he!

Na wat zoekwerk vonden we inderdaad op de site onderwijsvlaanderen de papieren voor zo’n rplz, alles werd afgedrukt, en ik moest enkel nog de controles en dergelijke aanvragen bij Medex, het controleorgaan, en uiteraard de papieren laten invullen door de dokter. Bon, ik was woensdag langsgeweest bij de huisarts daarvoor, maar blijkbaar mogen die papieren enkel ingevuld worden door de specialist. Alleen… ik heb pas een afspraak op 28/01, en je moet het controleonderzoek best twee weken op voorhand aanvragen, en dat moet minstens vijf werkdagen voor de geplande werkhervatting zijn. Hmpf. Huisarts belde, ik mocht vandaag over de middag met die papieren langsgaan in het ziekenhuis. Oef.

Ik belde naar Medex voor een controle, en kreeg netjes op tijd een afspraak. Alleen… Een half uurtje later belde de behulpzame dame me terug: “Mevrouw, zei u daarnet niks van onderwijs? Want dan is dat niet bij ons, wij zijn daar niet voor bevoegd, u moet bij Certimed zijn.”
“Oh? Maar op de papieren staat duidelijk Medex? En die papieren komen van de site van onderwijs Vlaanderen?”
“Het spijt me echt, mevrouw, dan klopt dat niet, want u moet écht niet bij ons zijn, maar bij Certimed.”

Juist.

Ik belde dus naar Certimed, inderdaad het controleorgaan waarnaar ik tot hiertoe alle papieren had opgestuurd. “Reïntegratieplan? Dat bestaat niet, mevrouw.” “Euh? Ik heb hier de papieren voor mij liggen?” “Ik weet niet waar u die gevonden heeft, mevrouw, wij kennen enkel een vvp, geen… hoe noemt u dat? Reïntegratieplan? Het spijt me, mevrouw, maar ik kan u écht niet helpen! Uw personeelsverantwoordelijke zou dat moeten weten.”

Helaas was Peggy op dat moment niet bereikbaar, en was het intussen half twaalf. Ik moest dus tussen één en twee in het ziekenhuis bij de dokter langs om de juiste papieren te laten invullen, en ik zag alles al in het water vallen. Zucht.

Verder rondgesurft dan maar, sites gelezen, ambtenarees ontcijferd, en uiteindelijk maar rechtstreeks naar het werkstation gebeld. Zo’n werkstation, dat zijn de administratienerds in Brussel die de puntjes op de i zetten en ons uiteindelijk ook betalen op basis van het papierwerk van de lokale secretariaten. Als die het niet wist, dan wist niemand het. Een vriendelijke heer nam op, luisterde, en zei ook dat hij van zo’n reïntegratieplan niks wist. Ja, dat bestond voor mensen die einde loopbaan waren (TBS), en dan was dat inderdaad via Medex. Maar in mijn geval? Nee hoor. Toen ik hem het geval van Gwen aanhaalde, zocht hij dat meteen op. Een privacybreuk was dat niet meteen, aangezien ik er duidelijk alle details van wist. En ja, zij had effectief een reïntegratieplan gehad, maar dat was al in 2005 geweest, en intussen bestond dat al ettelijke jaren niet meer. In mijn geval moest het een vvp zijn. Ahhh…

Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij me niet had kunnen helpen, maar ik verzekerde hem dat hij dat net wél had gedaan: ik had eindelijk duidelijkheid! Enfin, ik heb dan maar alle papieren voor een vvp afgedrukt, ben ermee naar het ziekenhuis gereden, heb alles laten invullen – de dokter schreef me drie maanden halftijds voor, we gaan wel zien wat lukt en wat niet – en maandag gaat alles op de post.

Oef.

Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.

Want Kafka en Murphy zijn beste vriendjes, dat heb ik al een tijdje door…

Fawlty Towers

Een of twee keer per jaar lukt het om te lunchen met Annick. Af en toe komt ze wel koffie drinken, maar lunchen, dat mag al eens ietsje specialer zijn. Het Boneryck en de Koe-Vert heb ik intussen al een beetje gezien, ook al is het er keer op keer lekker.

En dus vroeg hij me wat hij zou aanraden. “Goh”, zei hij, “probeer anders de Chateaubriand in Doornzele ne keer?” Ik kende het restaurant van naam, en hijzelf had er deze zomer lekker gegeten op het terras buiten. Zone 09 gaf het zelfs een uitmuntend en had het bekroond met een Gouden Vork. Daar konden we dus niet mee misdoen, vonden we, ook al was het ietsje duurder.

Wij dus naar Doornzele, en het moet gezegd: het kasteeltje is echt wel een mooi gebouw, en blijkbaar ook een hotel.

Het was kwart voor één, en er waren nog twee andere tafeltjes bezet. Ze gingen die avond sluiten voor vakantie, vertelde de gerant ons, maar we waren uiteraard nog meer dan welkom. We bekeken het menu, en dat zag er prima uit, alleen… Annick is allergisch voor schaaldieren, en bij het voorgerecht – een stukje lotte – zat een bisque van garnalen. Geen enkel probleem, verzekerde de gerant ons, dat konden ze gewoon weglaten. Dik in orde.

We kletsten wat, en al gauw verscheen een zeer lekker soepje, iets met pompoen en gember. Voor mij zaten er garnaaltjes in, voor Annick uiteraard niet.

Even later kregen we van de ober elk een heel mooi voorgerecht.

IMG_1099

Alleen… beide borden zagen er identiek uit. Ik vroeg meteen aan de jongen:

– “Zitten daar garnalen in?
– “Neenee, mevrouw, dat is zonder garnalen!”
– “En die bisque dan?”
– “Ha ja, daar zitten wel garnalen in!”

Ik zweeg en bleef hem vragend aankijken. Waarop hij me aankeek met een blik als van een koe die naar een trein keek: niet-begrijpend en leeg.

Waarop de gerant kwam aangestoven, Annicks bord meegriste en zich verontschuldigde. Dat daar inderdaad garnalen in zaten, en dat ze meteen een ander bord gingen maken. Juist ja. Ik heb het mijne dan maar leeggegeten, en daarna kwam ook Annicks voorgerecht eraan. Zonder garnalen, met nog extra excuses. Dat die jongen er bij het hapje nog aan gedacht had, en blijkbaar bij het voorgerecht niet meer, en dat hij dat ook niet snapte, maar dat die jongen een leercontract was en niet van de snuggerste.

Annick en ik roloogden even naar elkaar, eigenlijk al bijna meer gegeneerd door de nogal bizarre excuses dan door het voorval op zich.

Helaas waren wij intussen nog de enige klanten, en vond de jongen het blijkbaar nodig om al de andere tafels te beginnen afruimen: eerst de glazen, dan het bestek, dan de tafelkleedjes… Zelfs de plaats naast ons moest er meteen al aan geloven, terwijl wij nog zaten te eten (aan een tafeltje van drie). Het gerammel was niet meteen het aangenaamste, moet ik toegeven, zeker niet toen de gerant vrolijk begon mee te doen, en ze een conversatie begonnen te houden doorheen de hele zaal…

Enfin, het hoofdgerecht kwam eraan: een vol au vent op gedeconstrueerde wijze: lekker, maar de saus mocht wat meer pit hebben, ze was nogal flauwtjes.

IMG_1102

We begonnen te eten, maar al gauw stelde ik vast dat de aangekondigde patatjes er niet bij waren. Tiens. En er werden precies ook geen aanstalten gemaakt om er te brengen. Halverwege de maaltijd maakte ik dus vrij luid de opmerking tegen Annick dat ik het raar vond dat daar niks extra bij was van patatjes of rijst of zo. Een paar minuten later kwam effectief de gerant er weer aan, met de excuses dat ze inderdaad de aardappelkroketjes waren vergeten, en dat die er nog aankwamen. En jawel, eigenlijk net voordat we klaar waren, kwam hij af met een ganse schaal aardappelbolletjes, en begon hij verwoed onze borden te vullen, in plaats van ons zelf de hoeveelheid te laten bepalen. Zó verwoed, overigens, dat er een bolletje van zijn lepel rolde. Geen probleem, zo bleek, fluks schepte hij het van de blanke tafel op, terug de kom in, en meteen in mijn bord. Hmm… En ondertussen volgenden uiteraard nog maar eens uitgebreide excuses.

Intussen werd de zaal verder opgeruimd, en werd er zowaar zelfs al met tafels geschoven. Toen de gerant nog eens langskwam met verontschuldigingen, voerde hij aan dat het feit dat ze gingen sluiten geen excuus mocht zijn, maar dat ze eerst om vier uur nog een receptie hadden voor 60 man. “Ha ja”, merkte ik op, “dat hebben we al gemerkt aan het vele opruimlawaai…” Waarop hij beloofde dat ze even gingen wachten en het stil gingen houden.

Intussen was het voor Annick en mezelf welletjes: het was er intussen zelfs ronduit ongezellig met al het opruimen, en de gladde excuses hoefden niet voortdurend herhaald te worden.

Toen de gerant kwam afruimen, bood hij ons een koffie of thee van het huis aan, maar die sloegen we beleefd af: het was genoeg geweest, en ik wilde dan liever gewoon thuis koffie drinken, in alle rust. Of hij dan echt niks voor ons kon doen, vroeg hij? Goh ja, misschien iets afdoen van de rekening, dacht ik, maar dat wilde ik voor de dooie dood niet gezegd hebben, zo trots waren we wel. Nogmaals excuses, en mocht hij ons echt niks aanbieden? Echt niet?

We vroegen gewoon de rekening, en die kregen we ook: 26 euro per persoon voor het eten, 4,50 euro per halve liter water. Zonder korting. De rekening werd gebracht in een mooi houten doosje met een assortiment snoepjes erin. Annick nam er een koffiespek uit (die met die arabier op), en dat had de gerant gezien: “Ahhh!” riep hij uit, “toch nog iéts waarmee ik u een plezier kan doen!” Hij liep naar de kast, haalde daar een ganse doos van die snoepen uit, grabbelde een ganse poot, en dumpte die heel onceremonieel in Annicks sacoche. En terwijl ik mijn portefeuille weg stak, volgde ook bij mij een ganse poot van die snoepen. En ik lust die geeneens…

Enfin, wij zijn buitengekomen, naar de auto gestapt, en beginnen gieren van ‘t lachen… Wat was me dat, zeg? Verborgen camera? Sorry voor Alles?

Soit, het kan best zijn dat het restaurant een goeie naam heeft, met positieve besprekingen en zelfs een Gouden Vork, maar ik denk niet dat ik hier nog terug kom. Allez, misschien eens op het terras in de zomer. Iedereen kan wel eens een off-day hebben, maar dan nog.

Man man man…

Gelukkig was thuis de koffie heel lekker, met de juiste ingrediënten, en in alle rust. Oef.

Tandperikelen, deel twee én drie

Eind november was ik beginnen sukkelen met een kies rechtsboven: die was serieus zeer beginnen doen, en de tandarts had vastgesteld dat die tand afgestorven was en dus ontzenuwd moest worden om erger te voorkomen. Dat was dus op maandag: ze had me pijnstillers – doe ik niet aan, als ik het kan vermijden – en een driedaagse antibioticakuur voorgeschreven. En een afspraak met de endodontoloog op 19 december. Hmm, oké dan.

Alleen… die tand bleef gevoelig, en het kaakbeen bleef pijn doen. Ik kreeg dus een tweede kuur voorgeschreven, want de ontsteking moest echt wel weg. En toen… viel de tijdelijke vulling eruit, en voelde ik de wattenbol zelfs zitten. Euh… De tandarts nam me er snel tussen, deed opnieuw medicatie in de tand zelf om de nog resterende zenuwen plat te gooien, en vulde hem opnieuw op. En vond het verdacht dat de tand bleef pijn doen, en drong dus aan bij de endodontoloog om alles veel sneller af te handelen. Die kon er me uiteindelijk gisteren nog bij nemen, in plaats van 19 december.

Ik stond dus om negen uur in Lovendegem, en werd daar zeer vriendelijk en professioneel ontvangen. Mijn tand werd met een rubberen doek vakkundig afgeschermd van alle vocht, en ik geef het toe, dat is een pak aangenamer dan zo’n zuiger in je mond, en alle gruzels en boorrestanten en dergelijke. Ik weet ook niet wat voor soort verdoving die man gebruikte, maar ik voelde niks, en toch was mijn mond niet verdoofd zoals anders, en dus zeker niet scheef.

IMG_10

Hij bekeek de foto’s en de tand zelf, en zei al van in het begin dat hij er niet zeker van was dat de tand te redden zou zijn: er schoot echt niet veel meer van over, en de kans zat er ook in dat er een barst in zat. Het zou sowieso een kroon worden, er was te weinig van over om hem deftig op te vullen. Maar om te beginnen bekeek hij via de microscoop – wijs ding, jong! – wat er nog aanwezig was van zenuw. En jawel, er zat nog een behoorlijk stuk zeer geïrriteerde zenuw in die nauwelijks te pakken was. De tand heeft namelijk niet gewoon vier wortels, maar twee ervan zijn vergroeid met elkaar. ‘t Moest weer lukken… Enfin, een kwartier later was al het zenuwweefsel verwijderd, alles gespoeld, en… waren er duidelijk niet één, maar twee barsten te zien.

Die ene barst liep helemaal tot beneden, wat betekende dat de tand niet meer te redden was: het zou problemen blijven geven, en wellicht zelfs een stevig abces.

Blah.

150 euro later wist ik dus dat mijn tand nog moest getrokken worden door de tandarts. Ha ja, want dat ging de endodontoloog niet zelf doen: daar had hij geen tijd voor, en het was niet zeker dat de tand er in één stuk ging uitkomen, en dan ging het extra lang duren. Hij maakte de tand gewoon proper, vulde hem op met een stevige voorlopige vulling, en waarschuwde me er zo min mogelijk op te bijten, want dat bij elke beet de barst een miniem beetje openging, en voor pijn zou zorgen.

Ugh.

Oh, enne… De alleenstaande, overblijvende kies achteraan moest ook in de gaten gehouden worden: die had ook niet gewoon drie wortels zoals standaard, maar de drie waren samengesmolten tot één kegel, waardoor hij niet bepaald muurvast zit. En als ik geen brug of implantaat voorzie, zou het best wel eens kunnen dat hij ooit afbreekt wegens te weinig steun.

Allez hup.

Kosten dus.

Ik word echt, maar echt oud: kapotte rug, eerste tand kwijt… Binnenkort een vals gebit en een looprek?