Voormiddagje Doornik

Kobe moest deze voormiddag rugby spelen in Doornik. Nu is – door het goede weer? – mijn rug echt wel aan het meewerken deze week, en ik zag het dus zitten om naar daar te rijden – ze hadden nog vervoer nodig – en dan met Merel in de stad zelf te gaan rondlopen. Van de vorige keer herinnerde ik me dat Doornik een hele grote markt had, waar dan ook nog eens op zaterdag een grote markt op gehouden werd.
Merel en ik vertrokken dan ook, nadat we Kobe hadden afgezet, met verschillende missies:
1. geocachen
2. op de markt rondlopen
3. zoeken naar rode sandalen
4. samen iets drinken op een terrasje

Dat eerste ging heel vlot: we vonden maar liefst vijf stuks in het centrum, waarvan een letterbox/hybrid, een type geocache dat we nog niet hadden. Daarbij vind je ergens een briefje, dat je dan ergens anders kan inwisselen voor een log en een stempel. We liepen door parkjes, zagen standbeelden, bekeken torens, en zagen dat het goed was.

We liepen over de markt, keken rond, en dronken iets.

En dan sloten we af met die wel heel speciale cache: het Belfort. We meldden ons beneden aan aan de kassa/balie, spraken de code van de geocache uit, en kregen prompt het voordeeltarief van 1.10 euro :-p. En toen begonnen we aan de beklimming. Merel was doodsbang – ze heeft het niet voor hoogten en nauwe ruimtes – maar klom dapper mee, verdieping na verdieping, een smalle draaitrap op. We kwamen aan een eerste kamer, een tweede, een kerker, en kwamen uiteindelijk bij de grote klok, daarna de beiaard, daarna het klavier van diezelfde beiaard, en daarna – dat had ik nog nooit gezien! – de automatische trommel van de beiaard, een gigantisch ding.

Daar vonden we dan ook de cache: een doosje verscholen op een zolderingbalk, waaruit we een klein papiertje moesten halen. We konden nog hoger, maar dat zag Merel écht niet zitten, dus daalden we maar opnieuw af, meer dan 300 treden. Ik was bijzonder verbaasd dat ik daar geen enkele moeite mee had, ik heb zelfs niet staan zuchten. Go me!

Beneden gaven we het papiertje af aan de balie, en kregen we prompt een grote ijzeren kist met daarin een stempel en een logboek. Yay!

Ik had Merel eigenlijk nog een ijsje beloofd, maar er stond liefst 11 man voor ons te wachten, en we moesten Kobe ophalen.

Ik had een heerlijke voormiddag met mijn dochter. “Meisjesdagje” noemde zij dat. Yup.

 

Eerste picknick van het jaar

Dat ik ze ongelofelijk had gemist, mijn wekelijkse zenmomenten. Daarmee bedoel ik de picknick die Merel en ik houden op de Blaarmeersen tijdens de rugbytraining van de jongens. Vroeger was dat eigenlijk bijna per definitie twee keer per week: ik moest sowieso zelf rijden omdat ik twee jongens meenam, en uit onze straat er nog drie waren en die dus niet samen in één auto konden. Temperaturen hielden Merel en mij niet tegen om te picknicken: zelfs in de vrieskou deden we onze wandeling en aten we onze boterhammetjes. Alleen regen was gewoon niet fijn, en dan bleven we in het clubhuis.

Sinds Wolf in januari 2017 zich bezeerde en dus niet meer kon spelen, reed Kobe al eens vaker mee met de kinderen uit de straat, nog zo’n gemak. Ik reed ook regelmatig zelf, maar dan kon ik niet picknicken want met Merel erbij werd de auto andermaal te klein. Maar in september was Sebastiaan gestopt met rugby, en waren er enkel nog Kobe, Elias en Tije, en dat viel alweer mee natuurlijk.

De laatste keer dat Merel en ik nog gingen picknicken, was eind september: we wandelden de hele vijver rond en genoten intens van een zeemeerminverhaal. Maar toen gebeurde mijn rug, en was het gedaan met wandelen. En picknicken. En eigenlijk zowat alles.

Maar intussen kan ik wel weer wandelen, zelfs na een lastige dag, ook al rijdt Kobe nog steeds meestal mee met Elias of Tije. Elias heeft op woensdag echter maar training van zes tot zeven en niet op vrijdag, en dus spreek ik tegenwoordig vaak af met Erika van Tije wie er rijdt. Vandaag was Tije echter op zeeklas met school, en moest ik per definitie zelf rijden. En aangezien het prachtig weer was en ik me prima voelde, smeerde Merel boterhammetjes, en gingen we eindelijk nog eens picknicken.

Je hoeft maar naar de foto’s te kijken om de vreugde te zien, denk ik dan. Ik ben een gelukkig mens.

Paastoernooi, toch heel even

‘t Was ne zodanig koude Pasen, dat we echt geen zin hadden om voor de middag nog iets te doen. Zo’n uitslaap- en nietsdoenzondag, weetjewel.

Na de middag hebben we ons nochtans opgepakt, en zijn de kinderen en ik even tot aan het rugbypaastoernooi gegaan. Ik had Wolf wel op voorhand beloofd dat we zo lang gingen blijven als hij zag zitten, en als dat maar een half uurtje was, so be it.

We hebben even naar een 7s dames België-Nederland gekeken, en zijn dan nog even gaan kijken hoe onze eigen U16 het deed tegen een andere ploeg. Hun eerste overwinning van het toernooi, zo blijkt. Daarna wandelden we terug naar de hoofdterreinen, stond ik nog even te praten met mannen van de oude garde, en toen liet Wolf weten dat het echt wel genoeg was.

Een half uurtje. Dat is wat mijn dappere veertienjarige aankan, helaas. En geloof me, hij heeft zich daarvoor echt geforceerd.

Mijn hart bloedt voor mijn zoon, echt waar.

Mechelen en omstreken

Kobe moest vandaag tornooi spelen in Mechelen, en ik besloot mee te gaan met hem. Auto’s genoeg, dus het was gewoon wij tweetjes in de auto. Ik vond dat niet erg, want ik vind dat ik te weinig Kobetijd heb. Met Merel ga ik regelmatig wandelen of picknicken aan de Blaarmeersen, en met Wolf ga ik naar de muziekles of geocachen, of praten we in de auto. Maar Kobe, die valt er zo’n beetje vantussen.

Kobetijd dus. We kletsten heerlijk in de auto, en rond negen uur waren we aan het rugbyterrein. Ik gooide hem af bij zijn trainers, en vond dat ik toen niet zomaar een uurtje ging wachten, maar dat ik beter kon cachen in de omgeving. Aangezien ik nog een moeilijke Travel Bug bij had, reed ik naar het perfecte Travel Bug Hotel in de buurt, waar ik wel nog eventjes moest zoeken. Ik genoot echter zodanig van het landschap, dat ik dat eigenlijk helemaal niet erg vond.

IMG_2877

Ik reed wat verder, vond een ronduit prachtige Rondje Vlaanderen cache in Zemst, en begon toen aan een ronde Grimm: 25 caches met sprookjesnamen. Ik heb er maar een paar van gedaan, want tegen dat ik terug bij Kobe was, was het al na elven, en heb ik hem maar één matchke meer zien spelen. Tsja.

Bart was intussen met de andere twee in Gent iets gaan eten, dus keken wij even om daar in Hombeek iets te eten. De eerste aanrader, Achille, bleek dicht. De tweede aanrader, De Neus, ook. Op aanraden van Peter Nyffels, een vriend van lang geleden die wat verderop in Boortmeerbeek woont en bij wie we aansluitend op babybezoek gingen, reden we naar Haacht, maar het Brouwershof was, u raadt het al, dicht. Maar naast dat Brouwershof was een nieuw klein restaurantje met wereldkeuken, Atlas. Op dat punt kon het ons eigenlijk niet veel meer schelen waar we zouden eten, als het maar eten was. Maar het restaurant verbaasde ons: we kregen een klein hapje bij ons drinken, en ik had een heuse mango lassi besteld, want blijkbaar waren de eigenaars Indiërs. Kobe at daarna een trio van kroketten – garnaal, kaas en Breydelham – en ik gooide me op een uitstekende kip Tikka Massala. Ik heb het pannetje tot bijna de laatste druppel saus uitgelepeld…

IMG_0396

Daarna gingen we lekker buurten bij Peter, kregen we een rondleiding van zijn hele knappe huis in aanbouw – zelf wonen ze momenteel in het veredelde tuinhuis, met alles erop en eraan maar in het mini – en kletsen een eind weg. En daarna was het tijd om nog samen met mijn zoon een paar caches te zoeken, iets waarin hij niet slecht is.

IMG_0398

Enfin, het nodige gezoek en gewandel leidde ertoe dat het na zessen was tegen dat we terug thuis stonden, maar we hadden samen een heerlijke moeder-zoondag gehad. En dat was ook eens nodig.

Een paar mooie plekjes en een fijne wandeling

Geoachen, jawel, het zorgt ervoor dat je toch wel op mooie plekjes verzeilt. Ik heb hier in de buurt al nieuwe parken leren kennen, jong, de max!

De laatste vakantiedag was ik met Merel nog eens naar Lovendegem getrokken: de verschillende caches ginder hadden een update gekregen, en konden dus opnieuw gelogd worden, telkens op een ander plekje. We hebben bij de meeste serieus lang staan zoeken, maar uiteindelijk toch gevonden. Opnieuw langs de Noense wegel en het Kapottestraatje, ons ma zou trots geweest zijn. Mijn fototoestel begon wel serieus te flippen, en ik was toch al wel wat paniekerig – ik had het nodig op 1 september – maar een dik uur later schoot het weer in gang. Oef!

IMG_0154

Bij de derde cache stonden we te zoeken, toen iemand uit het venster van een wat  verderop gelegen huis ons toeriep: de eigenaar. Die kwam ons dan tegemoet wandelen, gaf ons een hint, en eigenlijk stonden we uiteindelijk oeverloos te kletsen, terwijl Merel geduldig wachtte en uiteindelijk begon te rologen. We liepen verder, passeerden langs de mens zijn huis, en hij toonde ons zijn rugzakje dat een trackable bleek te zijn, en zelfs zijn auto, die trackable was. Tsja, sommige mensen menen het heel hard, met dat geocachen.

Intussen was het al wat later geworden, hadden we geen zin meer in de twee resterende Love caches, en keerden we dus maar terug. Nog een chance, want het begon net te regenen toen we in de auto stapten.

Gisterenavond was er voor Wolf een teambuilding van de rugby, en het is niet omdat hij al een half jaar niet kan spelen en het nog wel eventjes zal duren, dat hij niet tot het team behoort. Ik vind dat eerlijk gezegd de max, zo’n ploeghouding! Bart had hem tegen het eind van de training naar de Blaarmeersen gebracht, en dan kon hij mee met iemand naar Eksaarde om daar dan iets te eten, een rugbyquiz te houden, en dan te blijven slapen. Al bleek slapen een nogal ijdel woord, in dit geval: hij zei dat hij misschien een half uur had geslapen, zoveel had hij liggen tetteren.

Enfin, de rest van de ploeg ging dan om half negen een uurtje stappen tot aan Puyenbroeck, en daar dan gaan zwemmen, maar zowel het stappen als het zwemmen was voor Wolf te veel van het goede. Ik ben hem dan maar om half negen gaan oppikken in Eksaarde, en in het passeren pikten we zelf ook nog een cache of twee op, waarbij we nog maar eens aan de praat geraakten met een van de eigenaars. Fijne mensen, maar meestal gepensioneerd, heb ik de indruk.

Verder had ik gisteren en vandaag zitten werken aan een mysteriecache, eentje met een raadsel dus. De puzzelaars krijgen dit te zien (met een begeleidend verhaaltje), en de oplossing verwijst naar het Driemasterpark, een park wat verderop hier in Wondelgem met nogal woeste plekjes.

Odysseus achterna

Ik was het potje gaan wegsteken rond half zeven, en tegen half negen was de cache goedgekeurd en stond hij gepubliceerd. De eerste zotten hebben hem in de loop van de avond opgelost, en zijn hem midden in de nacht in een bramen- en tengelrijk bos met stevige zandhopen en dus hellingen gaan zoeken. De first to find was een paar minuten voor middernacht. Tsja… Ik zou zeggen: zot zijn doet geen zeer, maar die bramen kunnen algelijk toch geen deugd gedaan hebben…

Geocachen, ‘t is een hobby.

Aardbeien

‘t Is uiteraard volop ‘t seizoen, maar nu we zelf ook aardbeien in de tuin staan hebben, is het nog anders. De tien plantjes van vorig jaar hebben zichzelf volledig verdergezet en verspreid, en de aardbeien tieren welig. Het is nochtans niet groot, ons moestuintje.

En gisterenavond had ik nog eens een grub (een extra taak) op de rugby. Meestal doe ik de bar, maar nu had ik me opgegeven om een snack te voorzien. De opbrengst gaat dan naar jouw team. In de winter is dat meestal vrij simpel: soep of hotdogs of zo. Maar in dit weer?

Ik haalde een bak aardbeien, kocht een bus slagroom, nam bordjes en dergelijke mee, en verkocht een bordje verse aardbeien aan anderhalve euro. Het duurde eventjes, maar we waren zo goed als uitverkocht!

IMG_0330

En vandaag wilde Merel een dessert maken, en mocht ze van mij Saroma maken. Mét een gesneden aardbei erop, uiteraard. En trots dat ze was!

IMG_2977

Enfin, ‘t is duidelijk aardbeientijd!

 

Beetje koppig.

Koppig zijn, ‘t is toch iets.

Ik heb het namelijk gehad met mijn voet, en alles wat erbij komt kijken. Ik heb intussen twee paar nieuwe schoenen gekocht: een paar volledig platte ballerina-achtige blauwe voor op de communie, en een paar blauwe stevige stapsandalen met voorgevormd voetbed, in de hoop dat dit beter lukt om te stappen.

Dinsdag had ik die laatste aan om twee uur les te geven, maar jawel, daarna heb ik er toch voor geopteerd om zelfs de laars weer aan te doen: pijn! Nochtans lukt het redelijk om in mijn stevige platte dichte schoenen een ganse dag rond te lopen. Maar wandelen, ja, dat is met de laars.

Zucht.

Vandaag was niet anders. Ik heb de hele dag lesgegeven met de gesloten schoenen, met haalbare pijn tot gevolg, en toen heb ik nog eens twee uur staan presenteren, alweer met diezelfde schoenen aan. Gewoon omdat ik het zo kotsbeu ben om dat ding weer aan te doen. En ja, mijn voet deed gemeen veel zeer tegen het einde van de dag.

Ik ga blij zijn als hij geopereerd is, serieus. In de hoop dan toch dat het daarna opgelost is.

Ugh

Ja, ik wil met plezier de presentatie doen van het Sidney Gale rugbygala, dat doe ik nu al een paar jaar. En nee, ik vind het niet erg dat ik de papieren met de basisteksten pas ter plekke in mijn handen krijg. De rest verzin ik er echt zelf wel rond.

Maar mij de avond voordien om zeven uur contacteren, en me alle losse fragmenten doormailen, terwijl ik een half uur later naar mijn koor moet, en mijn vrijdag volledig strak ingepland is, nee, dat vind ik niet oké. Het deed me prompt naar de maagzuurremmers grijpen, en mijn stresslevels piekten even, jawel.

Maar bon, ze gaan het oplossen, zodat ik morgen weer gewoon de nominaties in handen krijg, zoals gewoonlijk.

Ik hoop het. Ugh.