L’Air du Temps

Mijn lief weet me wel te verrassen, ja. Niet alleen was er gisteren die prachtige liefdesverklaring, maar hij had me ook al een tijdje geleden gezegd dat ik de avond moest vrijhouden. Dat ik eigenlijk koorrepetitie had voor de concerten volgende week, dat ik een haakje moest zoeken voor Merel en dat Kobe deze morgen om acht uur op kamp vertrok, dat was bijzaak, maar wel niet zo heel erg praktisch. “Ha ja”, zei Bart, “kan ik er toch niet aan doen dat wij getrouwd zijn op den 11ste, toch?” Daar zit ook wat in, natuurlijk.

De koorrepetitie werd afgezegd, Kobe mocht gaan slapen bij zijn peter Dirk, die hem dan ook om acht uur per taxi aan het station afzette, en Merel mocht gaan slapen bij Wolfs liefje Arwen, jawel. Ik had de zondagavond Arwen ginder afgezet, en had vol trots gesproken over onze huwelijksverjaardag, en dus ook terloops de praktische kant ervan aangesneden, en toen zei Ann dat Merel gerust ginder mocht gaan logeren. Merel zag dat helemaal zitten, en Arwen trouwens ook. Al zei Merel: “Goh, da’s toch een beetje raar, he mama, zo gaan slapen bij het liefje van uw broer…”

Enfin, rond half vijf vertrokken we naar Eghezée, anderhalf uur rijden normaal gezien, ergens tussen Leuven en Namen. Lang leve Waze die ons netjes rond de compleet stilstaande ring rond Brussel stuurde – dank u, Europese top… – zodat we effectief iets over zes een paar caches in Liernu en zelfs aan L’ Air du Temps zelf oppikten. Dank je, liefje, om me te laten doen!

We kregen een hele mooie minimalistische kamer.

Bart douchte, ik las wat, en iets over zeven staken we, opgedirkt, de binnentuin over. Grappig was wel dat de spiegel ginder lichtjes concaaf en dus heerlijk vermagerend was. Ik wou dat ik er altijd zo uit zag :-p

Enfin, we gingen eten dus: een verwelkoming met een paar ‘snacks’ in een aparte antichambre, dan het restaurant zelf, met een keur aan hapjes en gerechten. Ik ga ze niet allemaal apart beschrijven, maar ze waren wel prachtig! Lekker, dat ook, maar vooral visueel verbluffend. Kijk zelf maar…

Ik was wel blij dat we bleven slapen, want we waren allebei helemaal plat, tegen het einde van de avond, en we hadden geen van twee alcohol gedronken.

We sliepen, het moet gezegd worden, heerlijk, en werden allebei wakker door een smsje van Dirk die ons iets over achten liet weten dat Kobe prima vertrokken was. Ook het ontbijt was meer dan in orde, en het geheel zorgde ervoor dat we hier wel nog willen terugkomen, ja.

Aangezien we maar tegen ‘s middags terug in Gent moesten zijn, was er nog tijd voor een paar caches in de buurt, en Bart ging gewillig mee, en hielp me zelfs door bijvoorbeeld fluks in een gracht te springen en een emmer uit een afwateringsbuis te halen, jawel.

Tegen half een waren we in Gent, aten nog samen lunch hier niet veraf, en daarna sprong Bart andermaal op de fiets richting kantoor, en ik ging Merel halen, en nam haar daarna mee naar de koorrepetitie die al om vijf uur begon.

Pomodoré

Gwen en ik hadden het op de Griekse dag afgesproken: vandaag zouden we ergens iets gaan eten, want het kwam er maar niet van. Na het gedoe van Wolf op te halen vanmiddag – gelukkig had Bart gekookt – en meer dan een uur onderweg te zijn geweest voor de vijf kilometer naar en van de Décathlon voor een paar rugbyschoenen – we hebben in het terugkeren gewoon het veer gepakt, serieus zeg – was ik om eerlijk te zijn wel moe, maar hey, ik zie haar al zo weinig, en dus stond ik rond acht uur in de Kasteellaan, aan Pomodoré.

Ik was er al heel vaak voorbijgereden – ha ja, bijna aan de rotonde van de Dampoort – had er al heel vaak in de file gestaan, en had dus ook al heel vaak gedacht om daar toch eens te gaan eten. Het is een restaurant met verse pasta, maar daarom niet Italiaans, noch qua menu, noch qua inrichting. Het is eerder Scandinavisch, met veel blank hout, een zwarte houten vloer, zwart geschilderde muren en plafond, maar ook veel witte details en een knappe verlichting, zodat het niet somber oogt.

Er is ook een kleine maar sober ingerichte tuin met een handvol tafeltjes, maar die waren bezet, zodat we binnen bij het raam gingen zitten.

We bekeken even de vrij kleine kaart en de drie suggesties, en besloten allebei om te gaan voor de Ravioli met artisjok, bouillon van asperges, gegrilde groene asperges en witte asperges. Het basisconcept is eigenlijk dat je opteert voor een van de zeven basissausen, grote of kleine portie, en dan er zelf nog garnituren naar keuze toevoegt. Daarnaast zijn er ook nog een paar salades en een drietal suggesties, waarvan wij er dus eentje kozen.

Ik dacht dat we zo’n drietal van die grote ravioli gingen krijgen, en was daardoor een beetje verrast door het grote bord vol gitzwarte kleine ravioli en knapperige asperges. Ik moet het toegeven: bijzonder smakelijk!
Een dessert konden we ook niet laten, en terwijl Gwen voor een semi-fredo ging, koos ik een panna cotta met roos, lychee en rood fruit.

Is het een aanrader? Welja. Simpel, snel, efficiënt en toch weer absoluut niet standaard, voor een redelijke prijs. Zoals Gwen bij het thuiskomen tegen Erik zei: “Daar moeten we eens terug met de kinderen: dat lijkt me ideaal!”

U weet het dus, als u de volgende keer nog eens staat aan te schuiven aan de Dampoort en een hongergevoel de kop opsteekt: doe het rondje, parkeer, en ga lekker eten. Smakelijk!

Pomodoré
Kasteellaan 487, 9000 Gent
0473 26 28 14
Di-vrij 12u-14u en 17u30-21u.
Zaterdag van 18u-21u30

Volta nieuw concept

Bart stuurde me een tijdje geleden een mail door: als goede klant was hij uitgenodigd voor een walking dinner in de Volta: ze wilden een nieuw concept lanceren.

Ik zei natuurlijk geen nee, dus wij daar naartoe. De uitnodiging sprak van 19.00 uur, maar blijkbaar was stiptheid geen optie, want het eerste uur hebben we daar rustig gezeten met een cocktail, en verder voorlopig nog niks. De sfeer zat wel goed, met blijkbaar een Parijse lounge music DJ. Die muziek was prima, maar werd steeds luider en luider. Een koppel naast ons had ook al gevraagd of het wat stiller kon, maar dat lag zo te merken nogal moeilijk. Het zorgde ervoor dat zij halverwege de avond al weg gingen: het was te luid. Ook wij hielden het niet tot het einde uit: de hapjes waren prima, daar niet van, en mooi geserveerd, maar om tien uur zaten we nog maar halfweg, werd de muziek ons écht te luid, en hadden we eigenlijk voldoende gegeten. De rest van de avond hebben we dan maar aan ons laten voorbij gaan, net zoals het dessert, en geloof me, dat was met enige pijn in het hart :-p

Maar verder: een prima concept. Het is de bedoeling van vaker die DJ in te zetten, zo heb ik het begrepen, op vrijdagavond, met dus een vast menu. Ik dacht nochtans dat die hapjesformule eigenlijk wel ideaal zou zijn voor een gezelschap vrienden dat niet vast aan een tafel wil zitten, maar een sta-tafel wel ziet zitten, en op die manier een ganse avond kan kletsen, afwisselen, en na verloop van tijd toch gegeten heeft op deftig niveau.

Ik denk dat we oud aan het worden zijn :-p

Hertog Jan

Toen Gert De Mangeleer en Joachim Boudens bekend maakten dat ze een punt gingen zetten achter hun driesterrenrestaurant Hertog Jan, boekte Bart meteen nog een tafel voor vier. Veel keuze had hij niet, en het was dus een zaterdagmiddag geworden, waarvoor we onze oudjes uitnodigden.

Ik had er al één keer gegeten, in oktober 2014, en was toen ongelofelijk onder de indruk, meer nog dan van het Hof van Cleve. ‘t Is ook niet dat je dat alle dagen of zelfs alle maanden doet, met die prijzen, maar bon, als je hoort dat ze 35 mensen fulltime in dienst hebben, dan zijn die prijzen vrij logisch.

Het begon wel een beetje vreemd. Nelly had eergisteren haar auto een beetje kapot gereden, en Bart was haar dus al gaan halen in Ronse. Stipt om twaalf uur wilden we de parking in Zedelgem opdraaien, alleen… die was nog dicht! Vreemd, want we stonden eigenlijk nogal serieus in de weg daar op de baan, samen met nog een aantal andere auto’s. Nog vreemder was dat we gevraagd waren daar om twaalf uur te zijn, en dat er niemand de telefoon opnam in het restaurant. Enfin, een kleine tien minuten later zwaaide het hek open.

Meteen werden we binnengeleid in de ruime eetzaal, en dat is voor mij een van de grootste verschillen met het Hof van Cleve of pakweg Vrijmoed: de ruimte. Je krijgt er een ruime grote tafel, met overal rondom meer dan genoeg plaats, zodat je geen moment het gevoel hebt dat het er druk is. Ook dat is een gevoel van luxe, samen met het fantastische uitzicht over de grote moestuin. En dan moest het eten nog komen.

Wat ik ook in In De Wulf zalig vond, en hier nog meer, is het feit dat je, als je geen wijn drinkt, niet de hele maaltijd lang water moet drinken, maar de keuze krijgt voor een aangepast drankenmenu, met massa’s verschillende drankjes en sappen die perfect afgestemd zijn op je menu. Zalig gewoon, ik genoot intens.

Het begon al bij het aperitief: het gezelschap kreeg de keuze tussen drie verschillende soorten champagne, en ik koos voor een Shisolimonade van Hertog Jan zelf. Ik voelde me al meteen verwend…

En toen kwamen de hapjes: iets met bacon, rillette en augurk, daarna fijne krokante cannelloni gevuld met een tartaar van West-Vlaams rood rundsvlees, een fantastische gegrilde bloedworst, en een aardappelcrème met koffie, vanille en mimolettekaas.

Daarna mochten we heel even een kijkje nemen in de keuken, waar we een klein hapje geserveerd kregen met passievrucht, ganzenlever en zoethout.

Een eerste voorgerecht bestond uit een aardappelcrème, zeewier en daarop een royale laag Belgische kaviaar, met ragfijne aardappelchips erbij. Ook het brood was trouwens zeer lekker, vraag maar aan ons pa.

Als tweede voorgerecht kwam er een hele mooie bloem van zeebaars en rammenas, met een speciale tomatenjus erbij. Het drankje erbij kan ik niet meer omschrijven, maar man, dat was lekker!

Een derde voorgerecht was een combinatie van hopscheuten, garnalen en blond bier, maar dat vonden we eigenlijk allemaal een van de mindere: het leek wel alsof de hopscheuten net niet genoeg gegaard waren, of iets te lang waren doorgeschoten. Maar wel nog altijd zeer lekker hoor!

Waldorf en Statler zaten er intussen zeer vergenoegd bij, en ik had de indruk dat Nelly al wat last had van de wijn. Bart had die nochtans in mindere mate gevraagd, ik kreeg in elk geval meer sapjes dan zij glazen wijn, nog die chance.

Het vierde voorgerecht was een combinatie van Sint-Jacobsschelp, rundermerg en aardpeer, opnieuw zeer gesmaakt. Voor mij kwam daar een drankje op basis van appelsap bij, afgewerkt met curry, dat wel een biertje leek, maar veel beter van smaak :-p
Goh, het water loopt me trouwens weer in de mond terwijl ik dit schrijf.

Het vijfde en laatste voorgerecht was dan een variatie op paling in ‘t groen. Lekker, maar vooral ongelofelijk mooi gepresenteerd. Zeg nu zelf… Ik kreeg er een mengeling van Crodino met vlierbloesemsiroop bij, en dat ga ik ook wel eens uitproberen, denk ik.

Uiteindelijk kwamen we bij het “hoofgerecht” aan, dat gelukkig ook niet al te groot was, want met al die hapjes en voorgerechten zou ne mens al genoeg hebben. We kregen Wagyu rund Stroganoff met carpaccio van champignon voorgeschoteld, met voor mij een glas kersensap met verschillende kruiden en andere dinges. Net echt.

De heren hielden het daarna bij een ruime selectie excellente kazen, Nelly en ik kozen voor een dubbel dessert, . Iets met veenbessen, yoghurt en rozen, en daarna nog iets met duindoornbes, chocolade en caramel.

Om af te ronden namen we nog een koffie, en kwam de snoepkar langs. Ik had eigenlijk meer dan genoeg gegeten, maar zo’n snoepjes, daar kan je toch geen nee tegen zeggen?

Tegen vijf uur ongeveer waren we buiten. ‘t Is dat het zo veel geld kost, of we zouden dit echt vaker doen: het is pure verwennerij, echt waar.

Ik heb intens, intens genoten.

En dan kocht Bart als extra verwennerij nog vier flesjes van die shisolimonade voor mij. Zalig, toch?

Drukke zondag

Voor een zondag was het vandaag eigenlijk behoorlijk hectisch. We moesten deze middag namelijk gaan eten in Kruishoutem voor nonkel Stafs verjaardag, maar Kobe is op scoutsweekend, en kon maar afgehaald worden tegen half twaalf ten vroegste.

Iets voor negenen stond ik dus op, bakte de verse croissantjes, gaf en passant de eenden nog eens eten, schminkte me al volledig, en stapte tegen half elf al in de auto. Langs mijn neus weg zei ik tegen Bart nog dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Waarop hij: “Goh, ik denk dat ik het wel alleen af kan…”

Ik was een half uurtje vroeger vertrokken om in de stralende zon nog een paar caches daar in Sint-Niklaas te zoeken, en dat deed ik dus. Ongelofelijk zalig weer!

Maar terwijl ik daar ergens aan een bosrand liep, ging de telefoon: “Schat, de douchekraan is kapot, ze blijft maar stromen! Wat moet ik doen?” Oi! De thermostaat van die kraan is al een jaar of twee kapot, denk ik, maar de service van Villeroy en Boch is nu niet meteen om over naar huis te schrijven, je moet dit hallucinante verhaal nog maar eens lezen. Toch had ik een maand geleden een poging ondernomen om iemand te contacteren, maar helaas. Nu was het ding blijkbaar helemaal gesneuveld. “Euh, het water uitzetten misschien?” “En hoe doe ik dat?” Ik overwoog even om een uitleg te beginnen over het zoeken een klein leidingkraantje achteraan de cabine, maar dacht toen dat het misschien simpeler kon tot ik weer thuis was. “Zet de hoofdkraan uit?” “En waar vind ik die hoofdkraan?” ‘t Is dat mijne vent voor de rest zo ne zaligen is, want voor zijn praktische kant ben ik niet met hem getrouwd, nee. Enfin, hij kreeg het water toch afgesloten, en vertrok op zijn eentje al richting Kruishoutem zo rond half twaalf. Wij gingen dus wel achterkomen naar het restaurant zelf.

Ik pikte Kobe op die nog niet klaar stond, zoals eigenlijk beloofd, en we zaten dus een kwartiertje achter op schema. Ach ja… Thuis draaide ik de hoofdkraan weer open zodat Kobe kon douchen, kleedde ik me om, laadde mijn auto vol kinderen, en reed naar ‘t Raadsel in Kruishoutem. De kleintjes konden niet snel genoeg op de trampoline buiten zitten, terwijl wij genoten van het heerlijke eten, het gezelschap, en het humeur van mijn schoonmoeder.

De drie grote – Louis, Margaux en Wolf – wilden tussen voor- en hoofdgerecht snel een cache zoeken die vlak in de buurt lag, maar lieten zich meeslepen naar de volgende caches, en verdwenen bijna drie kwartier van de radar, goed om de start van het hoofdgerecht te missen. Het restaurant vond dat gelukkig niet erg, maar Nelly was ziedend. Tsja, pubers, dat was in onze tijd niet anders, ik heb daar ook nog voor onder mijn voeten gekregen op familiefeesten.

Enfin, tegen half vijf vertrokken we opnieuw, en Merel en ik hadden zin om de rest van het lokale cacherondje af te werken. Alleen… intussen was het beginnen motregenen. Goh, niet erg, dachten we, ‘t zal wel stoppen. Ja gij… Waren we bij de eerste cache nog relatief droog gebleven, dan was het bij de tweede cache al serieus aan het regenen, en dan vonden we het ook gewoon niet meer leuk. We zijn dan maar naar huis gereden, onze pyjama’s aangetrokken, en gezellig in de zetel gekropen. Ideaal einde van een drukke zondag.

Oh ja, en tussendoor zijn Bart en ik er toch nog in geslaagd om met vereende krachten, zoekwerk en denkwerk de douchecabine toch van het waternet af te sluiten, zodat de rest van het huis weer water heeft. Lang leve afsluitkraantjes op logische plaatsen… *roloog*

Concert!

Ik had het niet verwacht, maar toen ik vanmorgen opstond, was mijn rug eigenlijk in prima staat. Des te beter, want om kwart over negen was ik al de deur uit, om om 11.00 uur ons concert te kunnen zingen. De opkomst was behoorlijk, het concert zelf ook, als we de reacties mogen geloven.

IMG_7255

(klikken op bovenstaande foto om bij het filmpje uit te komen)

Daarna waren we bijna onmiddellijk weg, want Bart had een tafel gereserveerd in de Cassis op de Vrijdagmarkt. Niet goedkoop, maar wel heel lekker! En grote porties: ons pa had nog een ganse portie varkenswangetjes mee naar huis, en de desserts – en we hadden niet eens een voorgerecht genomen – kregen we niet eens volledig op. Stel u voor…

Alleen… naast ons viel plots een mijnheer flauw. Hij was gewoon ineengezakt op zijn stoel, en zijn vrouw begon bijna te panikeren. Met behulp van een paar mensen van een andere tafel heeft Bart hem neergelegd, en toen is de ambulance gekomen. Gewoon een vagale syncope, maar het was de allereerste keer dat hij dat tegenkwam, ze hebben hem voor het zekerste toch maar naar het ziekenhuis gebracht. Doet toch maar raar…

Al het mannenvolk is daarna naar huis gereden, terwijl Merel en ik nog een klein wandelingetje doorheen Gent maakten: via de Langemunt en de Donkersteeg naar de Mammelokker (om daar een virtuele geocache te loggen) en terug via het stadhuis en het grafittistraatje. Dat leverde eigenlijk nog wel best een paar fijne foto’s op.

 

Fawlty Towers

Een of twee keer per jaar lukt het om te lunchen met Annick. Af en toe komt ze wel koffie drinken, maar lunchen, dat mag al eens ietsje specialer zijn. Het Boneryck en de Koe-Vert heb ik intussen al een beetje gezien, ook al is het er keer op keer lekker.

En dus vroeg hij me wat hij zou aanraden. “Goh”, zei hij, “probeer anders de Chateaubriand in Doornzele ne keer?” Ik kende het restaurant van naam, en hijzelf had er deze zomer lekker gegeten op het terras buiten. Zone 09 gaf het zelfs een uitmuntend en had het bekroond met een Gouden Vork. Daar konden we dus niet mee misdoen, vonden we, ook al was het ietsje duurder.

Wij dus naar Doornzele, en het moet gezegd: het kasteeltje is echt wel een mooi gebouw, en blijkbaar ook een hotel.

Het was kwart voor één, en er waren nog twee andere tafeltjes bezet. Ze gingen die avond sluiten voor vakantie, vertelde de gerant ons, maar we waren uiteraard nog meer dan welkom. We bekeken het menu, en dat zag er prima uit, alleen… Annick is allergisch voor schaaldieren, en bij het voorgerecht – een stukje lotte – zat een bisque van garnalen. Geen enkel probleem, verzekerde de gerant ons, dat konden ze gewoon weglaten. Dik in orde.

We kletsten wat, en al gauw verscheen een zeer lekker soepje, iets met pompoen en gember. Voor mij zaten er garnaaltjes in, voor Annick uiteraard niet.

Even later kregen we van de ober elk een heel mooi voorgerecht.

IMG_1099

Alleen… beide borden zagen er identiek uit. Ik vroeg meteen aan de jongen:

– “Zitten daar garnalen in?
– “Neenee, mevrouw, dat is zonder garnalen!”
– “En die bisque dan?”
– “Ha ja, daar zitten wel garnalen in!”

Ik zweeg en bleef hem vragend aankijken. Waarop hij me aankeek met een blik als van een koe die naar een trein keek: niet-begrijpend en leeg.

Waarop de gerant kwam aangestoven, Annicks bord meegriste en zich verontschuldigde. Dat daar inderdaad garnalen in zaten, en dat ze meteen een ander bord gingen maken. Juist ja. Ik heb het mijne dan maar leeggegeten, en daarna kwam ook Annicks voorgerecht eraan. Zonder garnalen, met nog extra excuses. Dat die jongen er bij het hapje nog aan gedacht had, en blijkbaar bij het voorgerecht niet meer, en dat hij dat ook niet snapte, maar dat die jongen een leercontract was en niet van de snuggerste.

Annick en ik roloogden even naar elkaar, eigenlijk al bijna meer gegeneerd door de nogal bizarre excuses dan door het voorval op zich.

Helaas waren wij intussen nog de enige klanten, en vond de jongen het blijkbaar nodig om al de andere tafels te beginnen afruimen: eerst de glazen, dan het bestek, dan de tafelkleedjes… Zelfs de plaats naast ons moest er meteen al aan geloven, terwijl wij nog zaten te eten (aan een tafeltje van drie). Het gerammel was niet meteen het aangenaamste, moet ik toegeven, zeker niet toen de gerant vrolijk begon mee te doen, en ze een conversatie begonnen te houden doorheen de hele zaal…

Enfin, het hoofdgerecht kwam eraan: een vol au vent op gedeconstrueerde wijze: lekker, maar de saus mocht wat meer pit hebben, ze was nogal flauwtjes.

IMG_1102

We begonnen te eten, maar al gauw stelde ik vast dat de aangekondigde patatjes er niet bij waren. Tiens. En er werden precies ook geen aanstalten gemaakt om er te brengen. Halverwege de maaltijd maakte ik dus vrij luid de opmerking tegen Annick dat ik het raar vond dat daar niks extra bij was van patatjes of rijst of zo. Een paar minuten later kwam effectief de gerant er weer aan, met de excuses dat ze inderdaad de aardappelkroketjes waren vergeten, en dat die er nog aankwamen. En jawel, eigenlijk net voordat we klaar waren, kwam hij af met een ganse schaal aardappelbolletjes, en begon hij verwoed onze borden te vullen, in plaats van ons zelf de hoeveelheid te laten bepalen. Zó verwoed, overigens, dat er een bolletje van zijn lepel rolde. Geen probleem, zo bleek, fluks schepte hij het van de blanke tafel op, terug de kom in, en meteen in mijn bord. Hmm… En ondertussen volgenden uiteraard nog maar eens uitgebreide excuses.

Intussen werd de zaal verder opgeruimd, en werd er zowaar zelfs al met tafels geschoven. Toen de gerant nog eens langskwam met verontschuldigingen, voerde hij aan dat het feit dat ze gingen sluiten geen excuus mocht zijn, maar dat ze eerst om vier uur nog een receptie hadden voor 60 man. “Ha ja”, merkte ik op, “dat hebben we al gemerkt aan het vele opruimlawaai…” Waarop hij beloofde dat ze even gingen wachten en het stil gingen houden.

Intussen was het voor Annick en mezelf welletjes: het was er intussen zelfs ronduit ongezellig met al het opruimen, en de gladde excuses hoefden niet voortdurend herhaald te worden.

Toen de gerant kwam afruimen, bood hij ons een koffie of thee van het huis aan, maar die sloegen we beleefd af: het was genoeg geweest, en ik wilde dan liever gewoon thuis koffie drinken, in alle rust. Of hij dan echt niks voor ons kon doen, vroeg hij? Goh ja, misschien iets afdoen van de rekening, dacht ik, maar dat wilde ik voor de dooie dood niet gezegd hebben, zo trots waren we wel. Nogmaals excuses, en mocht hij ons echt niks aanbieden? Echt niet?

We vroegen gewoon de rekening, en die kregen we ook: 26 euro per persoon voor het eten, 4,50 euro per halve liter water. Zonder korting. De rekening werd gebracht in een mooi houten doosje met een assortiment snoepjes erin. Annick nam er een koffiespek uit (die met die arabier op), en dat had de gerant gezien: “Ahhh!” riep hij uit, “toch nog iéts waarmee ik u een plezier kan doen!” Hij liep naar de kast, haalde daar een ganse doos van die snoepen uit, grabbelde een ganse poot, en dumpte die heel onceremonieel in Annicks sacoche. En terwijl ik mijn portefeuille weg stak, volgde ook bij mij een ganse poot van die snoepen. En ik lust die geeneens…

Enfin, wij zijn buitengekomen, naar de auto gestapt, en beginnen gieren van ‘t lachen… Wat was me dat, zeg? Verborgen camera? Sorry voor Alles?

Soit, het kan best zijn dat het restaurant een goeie naam heeft, met positieve besprekingen en zelfs een Gouden Vork, maar ik denk niet dat ik hier nog terug kom. Allez, misschien eens op het terras in de zomer. Iedereen kan wel eens een off-day hebben, maar dan nog.

Man man man…

Gelukkig was thuis de koffie heel lekker, met de juiste ingrediënten, en in alle rust. Oef.

Publiek

Mijn wederhelft gaat elke week minstens één keer lunchen met een zakenrelatie, en zo was hij al verschillende keren in Publiek geweest, de zaak van foodie Olly Ceulenaere in de Ham. Ik had hem al een paar keer doorgestoken dat ik daar nog nooit was geweest, en dat dat eigenlijk een grove schande was, zo zijn vrouw vergeten.

Een tweetal weken geleden vroeg hij me of ik vandaag mijn agenda wou vrijhouden, en of het wel zou lukken, met die kapotte rug van me. Ik twijfelde geen moment, en zei ja en ja.

Tegen half twaalf viste ik hem op aan kantoor, en reden we door de eerste sneeuwvlokjes richting Ham. Parkeren is geen sinecure, maar als je de buurt zo een beetje kent, lukt dat wel.

We kozen er voor het lunchmenu, maar zonder het tweede voorgerecht, en namen respectievelijk een tomatensapje en een gemberijsthee als aperitief. Dat werd prompt gebracht met een soort crackers met satékruiden. Speciaal, maar echt lekker. Meteen kwam er ook brood op tafel, met de uitdrukkelijke waarschuwing dat het net uit de oven kwam en dus heet was. Fantastisch lekker brood!

IMG_0991

Het voorgerecht werd aangekondigd als een kommetje met makreel, mosterdblad & karnemelk, met een bordje met een tartaar van aardpeer, gebakken kruiden & runderhart. Verrassend, maar opnieuw zeer lekker.

IMG_0992

Intussen keken Bart en ik met grote ogen naar de buiten steeds enthousiaster neerdwarrelende sneeuw, en hielden ons hart al vast. Binnen was het gelukkig lekker warm en gezellig, en hadden we nergens last van.

Het hoofdgerecht was een combinatie van Rose de flandres aardappel & rode biet, gehakt & ei. Niet direct mijn favoriet: ik ben geen fan van gehakt, en al helemaal niet in combinatie met ei, maar ik heb het toch maar tot de laatste kruimel opgegeten, want hier was de combinatie wel best geslaagd.

IMG_0994

Als dessert volgde nog Gieser wildeman-peer die 8u in rode wijn had gemarineerd, met vanille-ijs & bladerdeeg. Ik ben een echte dessertfan, en voor mij mocht de portie gerust wat groter geweest zijn. Of zoals Bart het stelde: “Met vanille-ijs kan je nooit verkeerd doen”.

IMG_0995

Dertig euro voor een lunch, zonder drank, is natuurlijk niet weinig, maar het is het hier echt wel waard. Je kan dit ook bezwaarlijk nog een dagschotel noemen, daarvoor legt de chef te veel oog voor detail aan de dag.

Wil ik hier nog terugkomen? ‘t Zal wel zijn! Maar deze keer graag eens op een avond, voor een volledig menu. Ik vermoed dat dat dan nog van een andere orde is dan de lunch. Mijn echtgenoot weet wat gedaan.

Publiek
Ham 39
9000 Gent

Mechelen en omstreken

Kobe moest vandaag tornooi spelen in Mechelen, en ik besloot mee te gaan met hem. Auto’s genoeg, dus het was gewoon wij tweetjes in de auto. Ik vond dat niet erg, want ik vind dat ik te weinig Kobetijd heb. Met Merel ga ik regelmatig wandelen of picknicken aan de Blaarmeersen, en met Wolf ga ik naar de muziekles of geocachen, of praten we in de auto. Maar Kobe, die valt er zo’n beetje vantussen.

Kobetijd dus. We kletsten heerlijk in de auto, en rond negen uur waren we aan het rugbyterrein. Ik gooide hem af bij zijn trainers, en vond dat ik toen niet zomaar een uurtje ging wachten, maar dat ik beter kon cachen in de omgeving. Aangezien ik nog een moeilijke Travel Bug bij had, reed ik naar het perfecte Travel Bug Hotel in de buurt, waar ik wel nog eventjes moest zoeken. Ik genoot echter zodanig van het landschap, dat ik dat eigenlijk helemaal niet erg vond.

IMG_2877

Ik reed wat verder, vond een ronduit prachtige Rondje Vlaanderen cache in Zemst, en begon toen aan een ronde Grimm: 25 caches met sprookjesnamen. Ik heb er maar een paar van gedaan, want tegen dat ik terug bij Kobe was, was het al na elven, en heb ik hem maar één matchke meer zien spelen. Tsja.

Bart was intussen met de andere twee in Gent iets gaan eten, dus keken wij even om daar in Hombeek iets te eten. De eerste aanrader, Achille, bleek dicht. De tweede aanrader, De Neus, ook. Op aanraden van Peter Nyffels, een vriend van lang geleden die wat verderop in Boortmeerbeek woont en bij wie we aansluitend op babybezoek gingen, reden we naar Haacht, maar het Brouwershof was, u raadt het al, dicht. Maar naast dat Brouwershof was een nieuw klein restaurantje met wereldkeuken, Atlas. Op dat punt kon het ons eigenlijk niet veel meer schelen waar we zouden eten, als het maar eten was. Maar het restaurant verbaasde ons: we kregen een klein hapje bij ons drinken, en ik had een heuse mango lassi besteld, want blijkbaar waren de eigenaars Indiërs. Kobe at daarna een trio van kroketten – garnaal, kaas en Breydelham – en ik gooide me op een uitstekende kip Tikka Massala. Ik heb het pannetje tot bijna de laatste druppel saus uitgelepeld…

IMG_0396

Daarna gingen we lekker buurten bij Peter, kregen we een rondleiding van zijn hele knappe huis in aanbouw – zelf wonen ze momenteel in het veredelde tuinhuis, met alles erop en eraan maar in het mini – en kletsen een eind weg. En daarna was het tijd om nog samen met mijn zoon een paar caches te zoeken, iets waarin hij niet slecht is.

IMG_0398

Enfin, het nodige gezoek en gewandel leidde ertoe dat het na zessen was tegen dat we terug thuis stonden, maar we hadden samen een heerlijke moeder-zoondag gehad. En dat was ook eens nodig.