Vette Veemarkt

Jeroen had laten weten dat het vandaag de jaarlijkse Vette Veemarkt in Zomergem was, en eigenlijk heb ik dat altijd al leuk gevonden. Ik laadde dus de kinderen, inclusief Arwen die blijven logeren was, in de auto, en reed fluks naar ginder. Het was wel een pak kouder dan verwacht, maar man, het boerenniveau was nog veel hoger dan ik me herinnerde.

Uiteraard stond de markt vol met de prachtigste dikbillen, maar daarnaast waren er ook massa’s andere dieren. Jeroen stond, als vanouds, bij de varkensschatting, en stak dan maar meteen Kobe mee in het kot. Goed gelachen!

Oh, en gefrituurde bloedworst is ongemeen lekker, ik zeg het u!

 

Huis te koop

Nee, niet dat van ons, wij wonen hier veel te graag, maar wel Barts ouderlijke huis in Maarkedal (Nukerke), op de grens met Ronse.

Zoals Bart het verwoordt:

“Hier tikte ik POKE 53280,1 op mijn Commodore 64. Op dit gazon leerde ik fietsen. In deze kamers las ik de plaatselijke bibliotheek leeg aan een tempo van 10 boeken per week. Door dit raam keek ik naar de passerende Fiertel en Ronde van Vlaanderen.
In dit huis groeide ik op.

Nu staat het te koop.”

Dat doet vreemd, ja. Ook ik kom hier al meer dan 25 jaar…

De hele advertentie met alle foto’s en uitleg vind je hier.

Naar huis!

Jawel, na meer dan een maand in het ziekenhuis mocht ons vader vandaag eindelijk naar huis. Oef! Vorig weekend had hij een dag mogen proberen, en dat was al bij al meegevallen. Hij was eigenlijk zelfs blij terug in zijn eigen omgeving te zijn.

Vandaag ben ik hem iets over elf gaan ophalen met al zijn gerief, en we hebben hier thuis gegeten. Na het eten heb ik hem dan naar Zomergem gebracht, waar het huis intussen al lekker warm was. Hij had ook meteen brood mee, charcuterie, een paar yoghurtjes, dat soort dingen, zodat hij de eerste dagen geen boodschappen moet doen. Voor morgen heeft hij ook een volledige maaltijd mee, al zit de kans er wel in dat hij bij Jeroen mag gaan eten.
Met de auto rijden is voorlopig nog geen goed idee, maar als het moet, kan hij wel te voet naar de slagerij gaan, waar ze zowel dagschotels als beleg verkopen, en dan heeft hij meteen ook wat hij moet hebben.

Was hij blij dat hij thuis was? Jazeker. Maar meteen overviel hem ook weer een stevige melancholie: hij mist ons ma, en vooral het alleen zijn in dat huis dat hij altijd met haar deelde, valt hem zwaar. Alleen… daar is geen oplossing voor, geen troost, en dat weet hij ook.

Ik heb nog eens goed gekeken of hij wel goed geïnstalleerd was, heb hem nog eens stevig geknuffeld, en reed toen naar huis. Allez ja, met een omweg, want er waren hier nog twee geocaches die ik nog wilde oppikken. Eentje daarvan lag in de Kattenwegel bij een prachtig uitzicht en mijn broers op één na favoriete bank.

De volgende lag een eindje verder, de Molenstraat naar beneden, en dan Ro in. En daar, daar sloeg ook voor mij de melancholie toe. Dit was een van de favoriete straten van ons ma, met het ongelofelijke weidse uitzicht. Als kind en tiener gingen we hier soms fietsen, en dan genoot zij immens.
Ik was er in geen twintig jaar langs gereden, en bij het zien van diezelfde velden heb ik me even moeten parkeren, ik geraakte niet verder. Als ergens ons ma haar geest nog rondwaart, dan zal het hier in Ro zijn. Met haar haar overhoop gewaaid en glinsteringen in haar ogen.

Ik mis u, ma. Maar we doen voort, en we doen het goed. En ons pa, die redt zich wel. Gaat gij nog maar een eindje fietsen, hier in Ro. En vergeet uw fleske water niet in uw fietstas te steken hé.

Puberty Challenge

Vreselijk goed gelachen met sommige foto’s uit  THE “HOW HARD DID PUBERTY HIT YOU” CHALLENGE. De kleren, de kapsels, maar ook gewoon de ongelofelijke metamorphose bij sommige mensen.
Ik kreeg veelal de commentaar dat ik eigenlijk niet zoveel veranderd was. Ik had de foto genomen van mijn rijbewijs, en toen was ik 21. Niet echt puberteit meer, maar bon.

Ik heb er dan nog eentje gezocht van toen ik 17 was, in Griekenland met Griekse vriendinnen na het zesde jaar.

Je moet hem maar vergroten… Toen ik Kobe vroeg om naar die foto te kijken, vroeg hij wie die mensen waren. Hij had me niet eens herkend. Mijn eigen zoon. Tss.

En dan is er nog die foto als security bij de Chippendales. Toch ook een van mijn stoerdere verhalen, achteraf gezien. Wie kan er zeggen dat zij heeft zitten kleurenwiezen met drie zo goed als naakte knappe gasten? Juist ja :-p

W-Festival in Amougies

Vorig jaar zaten Bart en ik al op het W-festival, en hadden toen gezien dat het goed was.

Toen hij me dit jaar vroeg om een dag van het intussen vierdaagse festival uit te zoeken, wegens opnieuw VIPkaarten van Kanaal Z, zei ik uiteraard onmiddellijk ja, maar wist ik niet goed welke dag uit te kiezen. Covenant? Of toch maar Project Pitchfork? Of… Gelukkig maakte Bart zelf mijn keuze wat makkelijker: in de week ligt het moeilijk voor hem, en op zaterdag had ik het huwelijk van Tiny en Tomas. Zondag dan maar? Dik in orde, vond ik, er was Clan of Xymox en vooral ook Suicide Commando, twee groepen die ik zeer kan smaken.

We zorgden dat we tegen drie uur in Ronse waren, mét kinderen en taart, altijd een fijne combinatie. Nelly had namelijk sinds 1 juli de kinderen niet meer gezien, en dit was natuurlijk ideaal! We aten taart, samen met Koen en zijn kinderen en een zeer opgejaagde Nelly, en reden dan naar Amougies om er wat te kalmeren. Samen trokken we het festivalterrein rond, en zagen vooral dat het stevig was uitgebreid tegenover vorig jaar. Toen was er één openluchtpodium en een vijftal eetstandjes, nu was het terrein veel veel groter, waren er twee podia (een Wave Cave en een Synth Scene), elk onder een tsjoepentent, met daartussen nog vanalles. Eettentjes waren er genoeg, er was een foodie corner, er stond zelfs een ijsjes- en wafelkraam, en er waren lockers voorzien. Vijf euro, maar bon, een heerlijk gevoel om niet met een rugzakje te hoeven zeulen. Het heeft een beetje van zijn charme verloren, maar het is wel heel professioneel nu.

We hoorden nog net de laatste twee nummers van Red Zebra, luisterden met een half oor naar Antipole, en installeerden ons in de VIP om daar honderduit te kletsen met Lieven (net zoals vorig jaar) en met Eddy. We hadden namelijk nog een vierde ticket, en oorspronkelijk ging Wolf meegaan, maar hij zag dat dan toch niet zitten, en bleef liever met zijn broer Fortnite spelen bij Omaly. Eddy is een classicus die altijd een hoop festivals afschuimt, meestal op zijn eentje, en ik wist dat hij daar rondliep. Ik stuurde een berichtje, en uiteraard zei hij niet nee tegen een VIPticket. We hebben dus vooral herinneringen opgehaald aan onze universiteitsjaren, zorgden dat we tegen half zeven konden eten, en dat we dus tegen zevenen in de Wave Cave stonden voor Clan of Xymox. Die Nederlanders zijn echt nog new wave, beetje stijl The Cure, maar toch met een duidelijk eigen geluid.

De heren haastten zich naar de overkant, naar Marc Almond, waar Bart intussen ook al stond, maar ik ging liever nog even zitten in de VIP om mijn rug te sparen. Helaas was Almond om een of andere reden een half uur vervroegd, zodat de programmatie elkaar begon te overlappen, in plaats van netjes af te wisselen. Jammer!

Rond half negen ging Bart naar huis, en tegen negen uur maakten wij drie ons op voor het concert van Suicide Commando. Deze Belgische band brengt bij momenten snoeiharde EBM, maar ik geniet er mateloos van. Ik heb dan ook bijna een vol uur de ziel uit mijn lijf staan dansen, en als bisnummer kregen we dan ook hun grootste hit én een van mijn all time favourite songs. Genóten, zeg ik u. Alleen komen op het filmpje de bassen absoluut niet over, want die daverden door ons lijf. Zalig.

Daarna was het terug richting VIP om even uit te rusten, terwijl Eddy even naar D:uel ging kijken en zag dat het kattevals was.

Twintig voor elf begon Lords of Acid, maar daar ben ik maar even blijven kijken. Niet mijn ding, en de rug vond het welletjes.

Ik heb me dan in een heerlijke zetel in de VIP gezet, waar een DJ goeie dingen aan het doen was met EBM en New Wave, en heb zitten lezen. Ha ja, ik had dit voorzien, en had mijn boek bij.

Na afloop, rond kwart voor twaalf, heeft Lieven me dan naar huis gebracht. Moe, maar met een grote grijns.

Mijn innerlijke goth kan er weer een tijdje tegen.

Twee jaar…

Dag ma

ik dacht, ik bel nog rap efkes. ‘t Is zo nen raren dag vandaag, weet ge? Twee jaar geleden waart ge op dit moment u al niet meer bewust van de wereld. Gij, nota bene, zo’n felle madame met een mening over alles. Ja, het was moeilijk, maar het was ook tijd dat het gedaan was. Ge weet het misschien niet, maar Roeland was bij u, daar, op ‘t laatste moment. Dat was goed. Dat was zoals het moest zijn.

En nu, ma, goh, er is zoveel veranderd, en toch ook weer niet. Ons pa stelt het wonderwel goed, ge zoudt trots zijn op hem. Hij trekt zijn plan, heeft een nieuw gebit – helemaal zelf geregeld, echt waar – en zorgt al bij al redelijk goed voor zijn eigen. Natuurlijk houden wij drie een nogal scherp oogje in het zeil, of wat dacht ge? En de kinderen, ge zoudt ze niet meer herkennen, ma: Wolf is al groter oftekik, Alexander heeft just zijn communie gedaan, en ook Kobe gaat bijna naar ‘t middelbaar. En de meiskes: ze zijn alle drie om ter schattigst en met om ter ‘t meest karakter. Daar zoudt ge nog het meest van al deugd van hebben, van die drie spoken. En Wolf in ‘t Zeepreventorium: ik denk dat ge speciaal voor hem zoudt uitgevist hebben hoe dat ge moet Facetimen met uwen iPad, zodat ge hem kondt volgen ginder.

En toch, he ma, is er geen barst veranderd. De rododendrons bloeien, en ons pa vertelde dat bij u thuis de klimrozen ook al in bloei staan. En bij elke bloem die ik zie, ma, vooral nu in de lente, moet ik aan u denken. Met weemoed, ja, maar vooral met plezier. Goh ma, dat mis ik het meest: dat lachen, dat onnozel doen, dat plat liggen van ‘t lachen, dat schateren aan den telefoon… Wij hebben toch leutige dingen gedaan tesamen, weet ge. Ik mis dat wel, ja.

Maar ‘t leven gaat voort he ma, voor ons wel. En dus heb ik net de orthodontist geregeld voor Wolf, en een picknick voor Kobe voor zijn schoolreis morgen, en ben ik toetsen aan ‘t verbeteren.

Maar ik dacht, ma, ik bel rap efkes. Want vandaag is zo nen raren dag, weet ge.

Ik mis u.

Salu he, ik bel nog wel. Kus!

Zeg ma

Zeg ma, hebt ge het al gezien? De muguetjes zijn aan ‘t bloeien, de geur is niet te doen. Wil ik er u een paar komen binnensteken? Die van u bloeien altijd twee weken later dan de mijne, dat weet ik.
Oh, en mag ik dan wat tsjoezemienen meepakken? Ik weet dat dat niet lang staat in een vaas, maar dat doet er niet toe, voor die paar dagen riekt het dan wel fantastisch.
Allez, salu e ma, ik bel nog wel.

Terugblik

Nee, sorry 2017, je was het toch niet. Na een slecht 2015 en een rampzalig 2016 had ik gehoopt dat jij je wat ging herpakken, maar helaas. Het werd er eigenlijk allemaal niet beter op.

Mijn persoonlijke dieptepunt, met een enorm impact op mijn leven, was uiteraard mijn rug: de diagnose van spondylolisthesis zorgt ervoor dat ik al bijna drie maanden thuis zit, en het eind daarvan is nog niet in zicht. Het blijft zelfs maar de vraag of het ooit nog goed komt. Een tweede, grote negatieve invloed was Wolfs rug, met als grandioos dieptepunt zijn ziekenhuisopname. Is er al beterschap in zicht? Eigenlijk niet…

En dat waren natuurlijk niet de enige minpunten. Ons pa werd namelijk met een lichte hartaanval en een zware manie opgenomen in het ziekenhuis, Wolf viel met zijn fiets en brak een beentje in zijn hand. Mijn voet werd geopereerd voor een goedaardig gezwel, en ik bleef ons ma missen… Els stierf, en ik was daar compleet ondersteboven van. Nog steeds, eigenlijk. Barts dure fiets werd gepikt, en ik sloeg in de knoop met een tand.

Waren er dan alleen maar slechte dingen, 2017? Bijlange niet! We maakten een hoop uitstapjes, al was dat wat minder met Wolfs rug. We gingen op de tweede januari voor een paar dagen naar de Ardennen, in de sneeuw. Dat we daar ohne Schneereifen grandioos vastzaten, daar kunnen we intussen hartelijk om lachen. Ik mocht naar de presentatie van de Nintendo Switch in Brussel, en we kregen zowaar ons pa naar de Ikea. Merel deed haar eerste communie, en we hadden een zalig buitenfeest. Bart en ik trokken 4 dagen naar Kopenhagen, en ik zat twee dagen in Dordrecht met de Vosjes. Bart en ik gingen een dag naar Antwerpen met Kobe en Merel, en ik liep een dagje met Merel op de Gentse Feesten. We gingen naar Oceade voor Kobes verjaardag, en hij kreeg thuis ook nog een feestje. We spendeerden een zalige middag met picknick in het Middelheimmuseum, en zaten een hete zomerdag met vrienden aan de Blaarmeersen. De volgende hete zomerdag zaten we met Veronique aan de vijver, en op zondag verkenden we de Verbeke Foundation. Met Bart ging ik naar het W-Festival, en de dag erna met Lieven naar Front 242. We zaten nog een weekje in de Ardennen, eindigden in Tongeren, en ik ging naar Cirque du Soleil. Ik genoot intens van Ode Gand, en vaarde nog eens in Gent op de pedagogische studiedag. Ik ging eten met mijn lief in Publiek, en woonde een Steamlunch bij.

We gingen uiteraard ook dit jaar geocachen: in de sneeuw in de Ardennen, rond Gentbrugge in de vrieskou, een half dagje Brussel, een ganse tocht in Belzele, in en rond het Citadelpark, de hele fijne ronde van Meetkerkse Moeren, 44 caches in Kopenhagen, een fikse wandeling in Neufchâteau, een tocht rond Luc De Vos in Wippelgem, een aantal caches in Oostakker. We leerden een achterneefje cachen met de tocht van de Gentse veerboten, maakten een tocht bij het Drongengoed, pikten er een hoop op in de Ardennen, én in Monschau. Ik liep met Merel in Kalken, deed een paar mysteries, wandelde in Lovendegem, deed een prachtige tocht in Zelzate, werd natgeregend in Stoepe, vulde springuren in Vinderhoute, in Drongen, in het park naast de school, en deed het toertje van de Bourgoyen. Kobe en ik cachten in Mechelen, ik liep rond het kasteel van Wippelgem, ging cachen in Sas van Gent, en was de eerste bij een nieuwe cache in Sleidinge. Er was de Campagne, en een fantastische cacher onderhield al mijn caches. We eindigden met een paar caches in Zomergem en Ursel. Tussendoor waren er natuurlijk ook veel losse caches. Het doel was om tegen het einde van het jaar 500 caches te halen, maar mijn rug stak daar een stokje voor: we sloten af op 455.

Af en toe lukte het me zelfs om sociaal te zijn, of op zijn minst iets bij te leren: een lezing op school over microbiologie, een ongelofelijk fijne avond in het S.M.A.K., een avond walgelijk slecht toneel, een lezing over ethiek, twee zangen uit de Odyssea, en Gwen die bij ons kwam in de paasvakantie. Met Gwen ging ik ook een fijne zomerse lenteavond in ‘t stad iets eten, ik ging luisteren naar Yanick over Martha Nussbaum, en we hadden gasten die zelf gasten hadden. Ik ging zelfs naar een verjaardagsfeestje, ging nog eens eten met Gwen, ging eindelijk langs bij Peter, en speelde vuurheks bij Véronique. Er was nog een verjaardagsfeestje, Annick kwam langs (en nog een hoop andere mensen tijdens mijn ligperiode) en zelfs een groepje zesdes, Nathalie en Kim, en ik vergezelde Bart naar een persconferentie. Peggy kwam eten, en ik ging eten met Sophie, en ik ging zelfs zélf op ziekenbezoek. Met Gwen ging ik nog eens ontbijten, en met Annick waande ik me in Fawlty Towers.

Larps waren er natuurlijk ook: een mini van Omen met Wolf erbij, Ankoria 15 met Kobe en Merel, Vortex met Wolf, Omen VII. Haven ging helaas niet met mijn rug, maar de Vossen waren er wel. Omen VIII lukte nog net.

En dan waren er nog de kleine(re) dingetjes die me vaak onredelijk blij maakten. Een nieuwe Fitbit, bijvoorbeeld, en het feit dat de school eindelijk een nieuwe website heeft! Een goed boek, een random ontmoeting met een boekenfreak, eekhoorntjes in de bomen naast de school, of een nieuwe zetel. Ik zong tweemaal de Johannespassie, kocht nieuwe tuinmeubels en keukenstoelen, en ons pa ging eindelijk naar een psychiater. Met succes. We kregen een nieuw katje, en ik kocht een bolderkar. We plukten bramen, ik kocht een fiets, en mijn moeders ring was eindelijk aangepast. Er was een nieuw koor, ik schafte me een Switch aan, en er viel stevige sneeuw.

Ja, 2017, je had veel goeie dingen in je, en ik heb heel veel fijne dingen gedaan. Maar mijn rug en die van Wolf overschaduwden toch zowat alles, moet ik toegeven.

Ik hoop dat ik die negatieve punten van je snel mag vergeten, en ik wens dat je de fijne momenten doorgeeft aan 2018. Dat het jou toch tenminste een klein beetje mag overtreffen… Het is genoeg geweest, 2017.