Laat het gras maar groeien…

Dat het heet is, hoef ik jullie niet te vertellen. Ik heb een sensor hier in huis en eentje buiten, aan de noordkant, een halve meter onder de goot van mijn tuinhuis, in de schaduw dus. Het is hallucinant om te zien hoe de temperatuur telkens weer stijgt…

En het gras, tsja, dat is zo dood als ne pier, zou ne mens denken. Compleet geel en verdroogd, het enige groen dat er nog staat, is het onkruid. Toch bizar dat dat dan wel nog blijft groeien…

Maar vorige week was de sproeierkop van de tuinslang losgeschoten, en had het dus wel een tijdje geduurd voordat we dat gemerkt hadden. Als in: een stevig stukje gras stond helemaal onder water, rijstveldgewijs, zei Kobe.

En wat zag ik dus deze week? Dit:

Ik geef toe: het heeft even geduurd voor ik de link had gelegd.

Met andere woorden: niet treuren om dood gras, dat komt blijkbaar écht wel terug wanneer het eindelijk misschien eens gaat willen beginnen regenen…

Teken!

Verdoeme! Heb ik gisteren, tijdens mijn wandeling in de duinen en de duinbossen, toch wel twee of drie teken opgelopen zeker!

Ik zag het pas vanmorgen, toen ik in de badkamer stond. Ik voelde een klein bobbeltje op mijn scheen, en dacht dat het, zoals wel vaker en zoals alle vrouwen dat kennen, een haartje dat na het scheren ontstoken was of ingegroeid. Zonder er veel acht op te slaan krabde ik er even aan, zodat het haartje vrij ging komen. Tot mijn grote verbazing bleef er iets zwarts aan mijn vingers hangen, dat dan nog wriemelde ook! Iek!!! Het beestje was ocharme nog geen vierkante millimeter groot, maar was dus wel duidelijk een teek, en had zich blijkbaar aan mijn scheenbeen vastgehangen. In een halve paniek zocht ik verder, realiseerde me dat ik wellicht gisterenavond eenzelfde krabbeweging had gemaakt op mijn linkerkuit, en vond er uiteindelijk ook nog een in mijn lies. Ik heb die er zonder plichtplegingen en zonder tekentang – ik heb dat niet in huis, maar dat zal niet lang meer duren – gewoon eraf gehaald, en ik hoop maar dat het oké is en niet gaat ontsteken.

Maar eikebah zeg! Vieze beesten! Ik had nochtans een lange broek aan, maar het was een los exemplaar, en ik heb ofwel met sandalen, ofwel op blote voeten rondgelopen.

Lesje geleerd voor de volgende duinenwandeling: bijzonder goed kijken achteraf! En zo’n tang in huis halen, dat ook.

Nu die beten goed in de gaten houden, dat ik er geen reactie op krijg. Mijn geluk en medische historie kennende…

Foebal

Zeggen dat ik niet geïnteresseerd ben in de voetbal, is een understatement. Niet dat ik er niets van ken, ik kan u bijvoorbeeld haarfijn de buitenspelregel uitleggen en al. Zo moeilijk zijn die spelregels nu ook weer niet, als ge die van rugby onder de knie hebt.

Maar bon, voetbal dus: België tegen Panama. Merel zit in de klas bij een voetbalgekke meester en 16 jongens (vs. 6 meisjes). Die kwam helemaal gehypet thuis, en ook Kobe wou die match wel eens zien, al kent hij helemaal niks van voetbal. Getooid met Belgische driekleurschmink, sjaals, capes en andere onzin zaten ze hier klaar voor de match, en vriendje Tiago die eigenlijk net kwam spelen, keek dan ook maar mee.

Maar de match was zodànig spannend dat ze na een goed half uur al alledrie samen op de schommel zaten buiten, want het was echt niet om aan te zien. Ik vermoed dat ze het vooral deden voor het drankje en de chipjes die ze kregen.

Enfin, Bart tweette intussen vanop kantoor dat de sfeer er daar stevig inzat, en ik besloot om in de pauze met de twee kinderen -Tiago moest toch weg- naar ginder te rijden. Ik vind die sfeer wel iets hebben, ja.

De drie goals waren dan ook mooi meegenomen, al is de voetbalgekte bij de kinderen nu wellicht wel fel verminderd :-p

Op naar de volgende poulewedstrijd.

Glossofiel

Ik kan het niet helpen, ik heb het voor talen, uitdrukkingen, woordspelingen, woordklanken, stijlfiguren of gewoon mooie woorden. Mijn zesdes zeggen dat af en toe, dat ze in mijn les meer woordenschat Nederlands leren dan in de les Nederlands zelf. Ik gebruik nu ook eenmaal graag die archaïsche woorden, die onbekendere of iets meer dialectisch gekleurde uitdrukkingen.

En toen ik een tijd geleden recepten zocht van wat ik kon doen met een butternutpompoen, kwam ik op dit prachtige Afrikaanse recept. De taal is Afrikaans (en dus niet Zuid-Afrikaans, zoals sommigen lijken te denken) maar wel perfect verstaanbaar, en zo heerlijk mooi verwoord. Vooral de sampioene doen het hem…

3 butternuts – 1 pakkie gesnyde bacon (swoerdloos) – 2 pakkies sampioene – 500 gram kaas (of minder) – sout – peper – witsous
 
Bereidingswijze

Kook butternuts met sout – nie te sag nie. Maak witsous en rasper kaas by. Braai sampioene en bacon apart. Pak één laag butternut, één laag sampioene en één laag bacon. Gooi peper en knoffelsout. Gooi witsous. Begin weer by butternut. Wanneer al bestandele klaar is gooi kaas bo-oor en bak in die oond.

Geen idee hoe het smaakt, ik moet het nog eens uitproberen, maar ik werd er nù al goed gezind van.

Dinoweekend

Merel was dit weekend op scoutsweekend met als thema “Dinosaurussen”.

Ze kwam thuis met een hoop vuile kleren, een pak verhalen, en een ei. Niet zomaar een ei natuurlijk, maar een dinosaurusei, zo eentje dat je in het water moet leggen, en waar dan een een dino uit komt die verder groeit. Ze was mega curieus, en dus lag het ei al meteen in een glas. Het was mooi om de evolutie te zien, en ze vond het prachtig.

Ik heb nu dus een gele glibberige dino in een kommetje. Tsja.

Rapport

Ondanks alle perikelen, pijnproblemen en concentratiestoornissen die erbij komen, kwam Wolf vandaag naar huis met toch wel een knap rapport.

Zijn laagste cijfer is één 7.5, dan drie keer 8, drie keer 8.5, twee negens en zelfs drie keer 9.5.

Ik was behoorlijk verschoten van dat rapport, maar dan in de positieve zin. Echt.

Naar mijn bescheiden mening zit er veel van de koppigheid van zowel de De Waelekes als de Rombautjes in mijn oudste zoon, ja. Hij weigert namelijk op te geven, en ik vind dat een positieve eigenschap. Ik ben trots op mijn zoon, en dat mag ook gezegd worden.

Fietsjesplezier

Ik heb vanavond het koor afgezegd: het was me een beetje te veel vandaag.

De ochtend was rustig begonnen, met wat opruimen en zo, en dan om twaalf uur een uurtje lesgeven. Dan wat foto’s nemen op school, en rond half twee passeerde ik even langs de Kringwinkel in Mariakerke. Geen idee waarom, dat was maanden geleden, maar nu had ik daar plots zin in: karma, zeker?

Want ik liep daar rond, en plots viel mijn oog op een fietsje. Een mooi, roze meisjesfietsje, precies de maat die Merel nodig heeft. Ze kan nog steeds niet echt zelfstandig fietsen, en Bart had het gisteren nog gezegd dat ze dringend een nieuwe fiets nodig had, want dat haar huidige fietsje toch echt wel te klein was om deftig op te fietsen.

Ik nam een foto, reserveerde de fiets, legde thuis het dilemma voor aan mijn dochter die meteen wildenthousiast reageerde, reed naar de klassenraad, volgde twee klassen, reed in de tussenpauze (andere klassen) om de fiets, keerde terug, zette me wat te lezen en rapporten te maken, deed verder met de klassenraad, en was thuis tegen kwart voor zeven.

En toen liet mijn rug weten dat het welletjes was. Hij doet al de hele week lastig, sinds ik zondag te ver ben gegaan, en die klassenraden zijn nu ook niet meteen ideaal. Enfin, zo erg zal het ook weer niet zijn, voor die ene keer het koor te missen? Gjeilo kan wel even wachten…

Warrior Cats

Kobe is de laatste tijd “in zijne lees”, en veel hangt af van de boeken die hij vindt. Soms leest hij tijden niks, dan weer verslindt hij boeken, zoals nu de reeks “Warrior Cats” van Erin Hunter, een schrijverscollectief. Het is zelfs zo erg dat ik al tot aan de bibliotheken van Mariakerke en de Bloemekeswijk ben gereden om de boeken te halen: reeks 1 had 7 boeken plus twee extra dikke superedities, en nu zit hij volop in de tweede reeks. Zijn boekopdracht op school ging ook over een van die boeken, en daardoor had hij zitten opzoeken. Tot zijn grote ontzetting moest hij vaststellen dat reeks drie wel al geschreven was, maar nog niet vertaald.

Oh jee…

Waarop ik hem, half al lachend, voorstelde om ze in het Engels te lezen. Ik stelde zelfs voor om al even eentje te zoeken in het Engels, digitaal, op mijn Kindle, om te zien of hij ze wel al kon lezen. Tien minuten later stond het boek dat hij momenteel aan het lezen is, op mijn e-reader, en jawel, hij was verkocht. De papieren versie ligt opzij, hij is het Engels aan het lezen want dat is beter geschreven, vindt hij. Het helpt natuurlijk wel dat zo’n Kindle een vertaalwoordenboekfunctie heeft, waarbij je maar op het woord te duwen hebt en je na een klikje of twee de vertaling krijgt.

Maar hij is dus tien, en hij leest Engelse boeken. Dikke Engelse boeken. Engelse boeken die niet op beginnende lezers gericht zijn, en eigenlijk nog niet zo makkelijk geschreven zijn.

Mijn Kobe.

Ge wilt niet weten hoe trots ik ben.