Oogcontrole

Zoals elk jaar moest ik ook nu op standaard oogcontrole. Tsja, dat is zo als je glaucoom hebt natuurlijk.

Maar waar ik vroeger per definitie de auto nam, zag ik het deze keer volledig zitten om de fiets te nemen. Vreemd eigenlijk, dat ik dat vroeger niet eens in overweging nam, eigenlijk gewoon niet eens aan dàcht.

Ik was ‘s morgens al heen en weer gefietst naar school, en nu sprong ik dus op de fiets om via de Nieuwe Wandeling tot aan de kliniek te raken. Eigenlijk is dat niet eens ver, amper 20 minuten. Normaal gezien ben ik daar, met gezichtsveldmeting en al, buiten op een dik half uur, want de dokter werkt heel erg stipt. Alleen was de assistente nu die onderzoeken vergeten, en moest ik extra wachten. Een en ander zorgde ervoor dat ik niet om half vier aan school terug stond, zoals ik eigenlijk had afgesproken met Wolf. Die ging namelijk voor de allereerste keer fitnessen met Wout, en was natuurlijk, helemaal pubergewijs, zijn SNSpas thuis vergeten. Goed bezig, Wolf! We spraken dus meteen af aan de Stadion, en ik zette me prinsheerlijk op een bankje aan de Coupure, kijkend naar het toch wel serieus drukke fietsverkeer op die as.

Fietsen is duidelijk een kwestie van mentaliteitswijziging: vroeger stond ik er gewoon niet bij stil dat ik evengoed met de fiets naar het ziekenhuis kon gaan. Vandaag vind ik het vrij logisch, en genoot ik er zelfs van.

BTW, met mijn ogen is nog steeds alles in orde. Goed zo.

Dat is het niet, nee.

Ik weet niet of het aan het weer ligt, aan de koude, of gewoon aan algemene malaise, maar feit is dat de rug al een paar weken moeilijk doet. Ik bedoel maar: al een week of twee ligt mijn stok standaard in de auto voor het geval dat het er tijdens het lesgeven ook echt gewoon inschiet.
Normaal gezien ben ik me er niet de hele tijd van  bewust dat ik een rug heb: zolang ik niks zwaars moet tillen of rare bewegingen uitvoer, doet die rug redelijk normaal. Maar nu doet hij al een tijd vrijwel continu pijn. Geen scherpe acute pijn, maar een voortdurende zeurderige soort pijn, waar ne mens serieus moe van wordt.

Vandaag ging het dan helemaal mis. Allez ja, niet dat het er echt in geschoten is, maar ik kwam thuis na twee uur lesgeven, en ik was op. Maar echt, doodop om een of andere reden, en ik had nochtans wel goed geslapen. Maar mijn kop zat vol snot, ik moest niezen en snuffelen en hoesten, en nee, het ging me niet. Ik ben in mijn zetel gekropen, maar slapen zat er blijkbaar niet in. Ik had nochtans nog veel te doen en vanalles gepland, maar nope, het is bingewatchen geworden, een aantal afleveringen van Marvel’s Agents of Shield.

Ik hoop maar dat ik er morgen weer kan staan, want er zijn al zo veel zieken onder de collega’s, en ik ben ook liefst mijn lessen niet kwijt. En ik hoop vooral dat die rug zich eindelijk eens begint te gedragen. Blah.

Muziek

Tegenwoordig staat hier heel vaak gewoon de radio aan, als ik alleen thuis ben. Wellicht denkt u nu: “Niks speciaals, toch? Iedereen luistert toch naar muziek?”

Niet dus.

Ik heb het jarenlang niet gekund, muziek aanzetten wanneer ik alleen thuis was. Ik had enorm behoefte aan stilte, zoals ik hier een paar jaar geleden in de grote vakantie al schreef. Maar de kinderen worden groter, zitten al vaker eens op hun kamer, hangen niet meer zo aan mijn rokken of zagen aan mijn hoofd, en dus is er weer meer stilte in mijn hoofd. En rust. En plaats, dus, voor muziek.

In de voormiddag mag dat Studio Brussel zijn, in de namiddag beginnen de stemmen en de reclames op mijn systeem te werken, en is het Spotify. Al naargelang mijn stemming is dat mijn ‘Goed Gezind’ lijst, met voornamelijk liedjes uit de jaren 80, of mijn melancholielijst, met allemaal zachtere nummers. Mja.

Soms vliegt de muziek ook nog zonder pardon uit, en dat is vaak wanneer ik me moet concentreren, of wanneer de kinderen thuis komen.

Maar het zegt veel over mijn mentale gezondheid en mijn innerlijke rust, als de muziek hier zomaar aan kan tegenwoordig. Al moet het nog steeds wel mijn goesting zijn.

Opname, jawel.

Deze voormiddag is ons pa blijkbaar zelf opgestaan, aangekleed en naar beneden gekomen. Hij zat te lezen toen ik thuis kwam, maar verklaarde zelf dat het helemaal nog niet lukte. En dat het misschien best was om toch naar het ziekenhuis te gaan, aangezien het de vorige keren wel na 24 uur was opgeklaard, en nu nog niet.

Na het middageten – dat mijn liefste al helemaal had klaargemaakt, we hoefden het maar op te warmen – zijn we dus naar spoed gegaan. Ik had meteen een gans blad afgeprint met al zijn gegevens op en het hele verhaal, compleet met twee foto’s, helaas van meer dan 24 uur na het accident. Op die manier hoefden we niet direct alles vijf keer herhalen en was er ook geen discussie of verkeerde notatie. Ze vonden het wel zo gemakkelijk.

De ongelofelijk sympathieke spoedarts – echt, zo maken ze er niet veel, wat een dame! – luisterde, las, trok bloed, en stuurde hem naar de hersenscan. Wat mij een half uurtje opleverde om even in de stralende zon wat nieuwe caches rond de Watersportbaan te zoeken, en meteen de broodnodige rust in mijn hoofd te krijgen.

Tsja, oordeelden ze, er zal inderdaad wel iets zijn, maar de hersenscan levert niet echt meteen iets op.
Tegen vijf uur werd hij dan naar een kamer op de afdeling neurologie gebracht, en we zullen dan later wel horen wat er aan de hand is. Feit is dat hij nog steeds gewoon omvalt, en dat hij dus hoegenaamd niet alleen kan blijven.

Bon ja, hij is nu tenminste veilig en in goede handen. Ik ben wel opgelucht, ja.

En intussen is Bart deze namiddag zijn moeder gaan installeren in een appartement in Triamant in Ronse, een verblijf waar ze de nodige zorg krijgt zonder dat het een ziekenhuis is.

En zo blijven we bezig…

Alarm!

Gisterenmiddag kwart over twaalf ging plots ons pa’s persoonsalarm af. Hij heeft zo’n Zembro armband, een duur ding, maar het heeft bij deze wel zijn nut bewezen. Ik belde namelijk onmiddellijk naar het ding, en hoorde gestommel en de stem van Jeroen. Het was deze keer dus geen vals alarm, helaas. Ik kreeg te horen dat ons pa blijkbaar die nacht rond half drie iets gekregen had, naar eigen zeggen een CVA (cerebraal vasculair accident, ofte een trombose) maar hij had ons niet willen storen en had dus niet verwittigd. Pas nu, nu hij naar ‘t toilet moest en Jeroens bureau dicht was, had hij zijn armband gebruikt. Hij kan namelijk niet rechtstaan wegens ongelofelijk duizelig en misselijk, maar was die nacht wel al op handen en voeten naar de wc gekropen. Kwestie van vooral niet koppig te zijn. Zucht.
Het kritisch moment was dus al voorbij, want je hebt vier uur de tijd voor bepaalde noodmedicatie. Hij was heel helder, maar wel heel erg duizelig, en raakte niet recht. Hij wilde absoluut niet naar het ziekenhuis, maar wilde gewoon slapen. We hebben hem dat dan maar laten doen, na wat discussie. Hij ging door de brandweer uit zijn kamer moeten gehaald worden, en dan met de ambulance weggevoerd worden, maar zoals gezegd, het was toch al te laat voor medicatie. Jeroen is wel om de paar uur gaan kijken, en Delphine heeft op een bepaald moment Alexander gestuurd met wat soep en beschuiten, maar ons pa wilde niet direct iets eten. Hij wilde vooral slapen: het is al de derde keer dat hij zoiets heeft, en de vorige keren is dat binnen de 24 zo goed als volledig opgeklaard. Tsja, toen was er natuurlijk wel nog ons ma die hem in de gaten hield, maar bon.

Deze voormiddag was ik tegen elven bij hem, en heb ik hem dan voor de keus gesteld: ofwel zich aankleden en meegaan met mij naar Wondelgem, of met de ambulance richting spoed. Hij heeft zich dan met veel moeite en geduld aangekleed, en is dan maar meegekomen. Nu ben ik er tenminste wat geruster in: hij is niet alleen, is continu onder toezicht, en hij blijft hier vannacht ook slapen.

Al heeft hij tot mijn grote verbazing wel gevraagd om effectief zijn valiesje mee te nemen, om eventueel morgen toch naar de spoed te gaan, want de duizeligheid neemt niet af. Hij kan dus niet zelfstandig stappen, want hij zou gewoon omvallen. Hmmm. We zien dan morgen wel weer. Ik moet examentoezicht doen, maar Bart blijft thuis tot een uur of elf, en tegen dan zou Kobe al thuis moeten zijn van zijn examen. Na het middageten evalueren we dan wel zijn toestand. Voor één nachtje kan hij hier wel blijven, maar hij kan hier niet blijven wonen, daarvoor is ons huis te onpraktisch voor hem, en daarbij, ik zou stapelzot worden, denk ik.

Wordt vervolgd.

Opluchting buiten categorie

Dat het goed ging met Wolf, dat wisten we al. Sinds de grote vakantie heeft hij een klik gemaakt, dat had ik hier al verteld. Ik heb sinds kort weer mijn eigen vrolijke puber terug, met lichtjes in zijn ogen en een stout muilke vol kattekwaad, en dat was ik kwijtgeraakt in de loop van het voorbije anderhalf jaar.

Vandaag moest ik om half vier in het Zeepreventorium zijn voor een gesprek van meer dan een uur met zijn ganse behandelende team: zijn behandelende specialist dr. De Guchtenaere, de diëtiste, de kinesist, de maatschappelijk werkster, en normaal gezien ook de psychologe, maar die had andere verplichtingen.
Samengevat:  eigenlijk alleen maar goed nieuws. Nog anderhalve week, en hij mag definitief naar huis. Ze zijn volop aan het werken aan zijn conditie, en die  is intussen op 80% van normaal. Hij is meestal pijnvrij, en hij mag alle lessen, zelfs LO, hervatten. Daarnaast mag hij ook gerust met de fiets naar school, en wordt het hem zelfs aangeraden om een paar keer per week te fitnessen om die conditie bij te werken.
We zijn er nog niet helemaal, rugby bijvoorbeeld is nog niet voor sebiet, hij moet nog opbouwen, maar het moet eigenlijk allemaal goed komen. Vooral psychologisch is hij er klaar voor, maar zodra er iets scheelt, mag hij altijd contact opnemen met gelijk wie van het preventorium. Zij blijven hem daar opvolgen, we krijgen een nieuwe afspraak in de kerstvakantie. En ja, rugby zal hem probleemloos toegestaan worden, dat moet perfect kunnen.

Ge hebt er geen flauw benul van hoe ongelofelijk blij en opgelucht ik ben. Bijna twee jaar uw kind zien afzien, dat doet wat met een mens.

Hier thuis wordt er al weken gigantisch afgeteld, door iedereen. Ik kijk er zo naar uit om eindelijk mijn gezin weer gewoon samen te hebben, met iedereen in mijn eigen kot.

Uit pure opluchting ben ik een ijsje gaan halen, voor de laatste keer. Ik was van plan om dat nog samen met Wolf te doen, maar hij was er al eentje gaan eten met de leefgroep. Voor de laatste keer heb ik ook The Inner Circle gefotografeerd, met deze keer ook het zicht van verderaf. Prachtig beeld…

Een jaar.

Hmm. Een jaar geleden lag ik nu al twee dagen in het ziekenhuis, doodsbang om ook maar een teen te bewegen. Eergisteren, een jaar geleden dus, ben ik met de ambulance op de spoed verzeild en na een paar uur wachten platgespoten.
Waarna dus het gevreesde woord “Spondylolysthesis” viel.

Een jaar. Jawel. Met ups en downs.

De dokter had gezegd dat ik een kantje-boordje geval was: qua verschuiving was het eigenlijk een tweedegraadsgeval, maar aangezien mijn tenen niet tintelden, zaten er dus geen zenuwen echt gekneld, en wilde hij niet opereren. Ik moest minstens zes maanden wachten en zien of ik ermee kon leven. Een operatie zou een behoorlijk risico met zich meebrengen door de lage plaats van de verschuiving, geen garantie op verbetering geven, en een lange revalidatie met zich meebrengen.

Na vier maanden ben ik halftijds aan het werk gegaan, drie maanden later heel voorzichtig dus voltijds. En na een dikke maand kwam de grote vakantie, waarin ik genadeloos opnieuw plat ben gevallen. Intussen ben ik opnieuw voltijds aan het werk, en – hout vasthouden – dat lukt. Ik moet geen domme dingen doen, ik moet vooral doseren en echt niks van gewicht optillen, maar het gaat. Heb ik pijn? Ja. Vrijwel continu, maar ik let er niet altijd op, het is een constante in mijn leven. Ik heb de rug van iemand van 85, en daar moet ik mee leren leven. Er zijn momenten dat ik heel veel kan, en daar dan ook van geniet, zoals die fietstocht van gisteren. Maar er zijn ook momenten waarin ik keihard tegen mijn beperkingen aanloop. Heb ik dan medelijden met mezelf? Goh, wellicht wel een klein beetje – zoals iedereen – maar ik ben vooral realistisch: het is wat het is, het zal nooit meer goedkomen, en het maakt nu een deel uit van wie ik ben. Ik kan nog steeds heel veel – ik ben ook nog maar 46 – en ik maak er het beste van.

Maar soms, soms is dat lastig, ja.

Een jaar, gedekke. Een jaar.

Rust in de Laarnese velden…

Gisteren was ik zo dolgedraaid thuisgekomen, dat ik vond dat ik vandaag wel wat rust kon gebruiken. En dan bedoel ik niet gewoon thuis, want dan ga ik toch weer aan het werk op mijn PC, maar buiten in de velden, in de stilte en de natuur.

Ik ging dus eerst lesgeven tot iets na tienen, werkte dan tot twaalf uur nog een aantal verbeteringen en administratie af, at snel iets, stak mijn fiets met enige moeite in de koffer – mijn volgende auto heeft een trekhaak, goed weten! – en reed naar Laarne voor een rondje Heksencaches en meteen ook een aantal In de Laarnese Velden.

Ik heb vier uur rondgereden in een hemdje, van cache naar cache, doorheen de velden en de bossen, en hier en daar lang gezocht op een cache. Af en toe kruiste ik iemand, maar verder was er enkel de stilte. Man, dat had ik zo hard nodig…

Helemaal ontspannen kwam ik thuis, knuffelde de kinderen, deed nog wat schoolwerk, en reed naar de koorrepetitie.

Zalige, zalige dag!