Opname. Opnieuw.

Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat ons pa al een paar weken manisch loopt. Hij had beterschap beloofd, ging zijn pillen extra stipt innemen en was zich vooral bewust van het probleem. Hij sliep amper nog: ging laat slapen, werd dan midden in de nacht wakker en ging rondspoken, en was vooral heel erg manisch bezig: plots moest zijn huis opgeruimd worden, kasten geleegd, kaders opgehangen, dat soort dingen, terwijl hij daar de vorige twee jaar gewoon niet naar omgekeken heeft.

Hij ratelde ook aan een stuk door, maar was de vorige twee zondagen eigenlijk best nog haalbaar, ondanks wat Jeroen beweerde. Vorige week maakte ik een afspraak met hem: hij ging deze week zijn slaappatroon regulariseren, want op deze manier stevent hij weer op een hartinfarct af, zijn lichaam kan zijn manische geest helemaal niet volgen. En als het niet in orde zou zijn, dan zou ik opnieuw met hem via spoed naar het ziekenhuis gaan om hem opnieuw te laten opnemen. Hij zag daar gelukkig het redelijk van in en ging akkoord.

Gisteren was hij… ongenietbaar. Ratelen, herhalen, blijven hameren op bepaalde dingen, ruzie zoeken… Zo manisch als de pest, hij heeft er anderhalf uur over gedaan om zijn bord leeg te eten, tot ik me ronduit kwaad heb gemaakt en hem het zwijgen heb opgelegd tot zijn eten ten minste op was.

Eerst pruttelde hij nog wat tegen, maar ik denk dat hij zelf genoeg aanvoelde dat hij helemaal fout bezig was, en dus stond hij hier deze morgen om twintig over negen. Helaas, we hadden afgesproken tussen acht en half negen omdat ik eigenlijk om tien over tien moet beginnen lesgeven op maandag. Maar hij was echt niet in orde: hij had vrijwel niet geslapen, had bijna geen evenwicht en beefde enorm. Hij voelde zich ook gewoon slecht, en ik mag er niet aan denken hoe hij nog met zijn auto tot hier is geraakt.

Soit, we gingen binnen via Spoed, de nodige onderzoeken werden uitgevoerd en zijn dokter werd ingelicht – ze was helaas op een congres, hoorde ik achteraf, en kon daarom niet onmiddellijk komen kijken – er werd een kamer op Neurologie geregeld, maar het bleef maar duren. Ik belde naar school om mijn zesdes een taak te geven, maar tegen elf uur liet ik ons pa toch in veilige handen achter op Spoed en reed alsnog naar school.

Om half één – ik moest lesgeven tot 12.05 uur, heb dan een uur permanentie waarvoor ik verontschuldigd werd, en moet dan om 13.45 uur voor de klas staan – stond ik terug in het ziekenhuis alwaar ons pa intussen op een kamer lag. Ik ging dan maar een broodje halen in het ziekenhuisrestaurant en at dat op bij een slapende pa, want die was intussen niet alleen doodop, er was ook een soort last van zijn schouders gevallen, zei hij. Ik vermoed dat hij zelf maar al te goed wist dat hij externe hulp nodig had, maar dat in zijn manie niet wilde aanvaarden. Al een chance dat hij naar mij wil luisteren en maar al te goed beseft dat ik het beste met hem voor heb, ook al kan ik daarvoor beenhard zijn.

En geloof me, er is bij mij ook een enorm gevoel van opluchting: ik maak me al drie weken serieus zorgen om hem, en nu weet ik dat hij tenminste veilig is. Oef.

Hopelijk slaap ik nu zelf ook wat beter.

EDIT: geslapen als een roosje vannacht. Echt.

Van brillen en zonnebrillen

Er zijn zo van die dagen waarin je spontaan precies meer verzet krijgt dan op andere dagen. Waarom weet ik niet, maar vandaag was er wel zo eentje.

Ik sprong fluks op de fiets, bracht bibliotheekboeken binnen, ging bij de fietsenmaker langs, sprong binnen bij de kapper voor een afspraak in de namiddag, en deed boodschappen.

Ik kookte, en na de middag liet ik me een fris kort kopje aanmeten bij de onvolprezen Songul hier op ‘t dorp, en sprong daarna binnen bij de brillenwinkel aan de overkant om eindelijk eens werk te maken van die nieuwe bril én die nieuwe zonnebril. Ik ben mijn zonnebril op sterkte namelijk kwijtgespeeld: ik heb hem voor het laatst gehad in Brugge, en wellicht heb ik hem daar ergens laten liggen. Zucht. En de meest recente, de zonnebril die ik had laten maken op ons ma haar fijne Theobrilletje, daarvan is een oor afgebroken. En aangezien het om een oud model gaat, is hij niet meer deftig te repareren. Meh.

Maar bon, na bijna twee maanden heb ik er toch werk van gemaakt. Ik ben nog steeds zeer tevreden van mijn gewone dagelijkse bril, en heb daar dan maar nieuwe glazen voor besteld. Ik merkte al een tijdje dat ik ‘s avonds, als ik moe was, mijn tvscherm niet meer zo scherp zag, dat soort dingen. En dat ik al wel eens koppijn durfde krijgen ‘s avonds.

En dan was er nog de kwestie van een nieuwe zonnebril. Ik had geen zin om daar vierhonderd euro aan te hangen voor de bril alleen al, maar heb een fijn modelletje van Fendi gevonden, voor 180 euro. Tsja, brillen zijn duur… Ik heb wat getwijfeld, maar dus toch geopteerd voor een toch wel specialer geval, een beetje Dame Edna, eigenlijk. Maar ik vind dat ik er goed mee zie, en het hoeft niet altijd braaf te zijn, toch?

Het gaat me wel geld kosten: speciale, vrij zware glazen, ontspiegeld en krasvrij, voor mijn gewone bril, en dan nog de zonnebril met diezelfde glazen erbij: 630 euro. Ugh. Ik weet weer waarvoor ik gewerkt heb deze maand.

Rust

Blijkbaar ben ik gisteren toch nog iets dieper gegaan dan ik dacht: vandaag is het namelijk dat niet. Mottig, misselijk, en een rug die toch niet doet wat hij zou moeten doen.

Ik kan mezelf dus blijkbaar wél nog een beetje inschatten. Ik zal het vandaag dan maar rustig aan doen: de was en de plas, en ons pa. Meer dan voldoende, zou ik zeggen.

Oogcontrole

Zoals elk jaar moest ik ook nu op standaard oogcontrole. Tsja, dat is zo als je glaucoom hebt natuurlijk.

Maar waar ik vroeger per definitie de auto nam, zag ik het deze keer volledig zitten om de fiets te nemen. Vreemd eigenlijk, dat ik dat vroeger niet eens in overweging nam, eigenlijk gewoon niet eens aan dàcht.

Ik was ‘s morgens al heen en weer gefietst naar school, en nu sprong ik dus op de fiets om via de Nieuwe Wandeling tot aan de kliniek te raken. Eigenlijk is dat niet eens ver, amper 20 minuten. Normaal gezien ben ik daar, met gezichtsveldmeting en al, buiten op een dik half uur, want de dokter werkt heel erg stipt. Alleen was de assistente nu die onderzoeken vergeten, en moest ik extra wachten. Een en ander zorgde ervoor dat ik niet om half vier aan school terug stond, zoals ik eigenlijk had afgesproken met Wolf. Die ging namelijk voor de allereerste keer fitnessen met Wout, en was natuurlijk, helemaal pubergewijs, zijn SNSpas thuis vergeten. Goed bezig, Wolf! We spraken dus meteen af aan de Stadion, en ik zette me prinsheerlijk op een bankje aan de Coupure, kijkend naar het toch wel serieus drukke fietsverkeer op die as.

Fietsen is duidelijk een kwestie van mentaliteitswijziging: vroeger stond ik er gewoon niet bij stil dat ik evengoed met de fiets naar het ziekenhuis kon gaan. Vandaag vind ik het vrij logisch, en genoot ik er zelfs van.

BTW, met mijn ogen is nog steeds alles in orde. Goed zo.

Dat is het niet, nee.

Ik weet niet of het aan het weer ligt, aan de koude, of gewoon aan algemene malaise, maar feit is dat de rug al een paar weken moeilijk doet. Ik bedoel maar: al een week of twee ligt mijn stok standaard in de auto voor het geval dat het er tijdens het lesgeven ook echt gewoon inschiet.
Normaal gezien ben ik me er niet de hele tijd van  bewust dat ik een rug heb: zolang ik niks zwaars moet tillen of rare bewegingen uitvoer, doet die rug redelijk normaal. Maar nu doet hij al een tijd vrijwel continu pijn. Geen scherpe acute pijn, maar een voortdurende zeurderige soort pijn, waar ne mens serieus moe van wordt.

Vandaag ging het dan helemaal mis. Allez ja, niet dat het er echt in geschoten is, maar ik kwam thuis na twee uur lesgeven, en ik was op. Maar echt, doodop om een of andere reden, en ik had nochtans wel goed geslapen. Maar mijn kop zat vol snot, ik moest niezen en snuffelen en hoesten, en nee, het ging me niet. Ik ben in mijn zetel gekropen, maar slapen zat er blijkbaar niet in. Ik had nochtans nog veel te doen en vanalles gepland, maar nope, het is bingewatchen geworden, een aantal afleveringen van Marvel’s Agents of Shield.

Ik hoop maar dat ik er morgen weer kan staan, want er zijn al zo veel zieken onder de collega’s, en ik ben ook liefst mijn lessen niet kwijt. En ik hoop vooral dat die rug zich eindelijk eens begint te gedragen. Blah.

Muziek

Tegenwoordig staat hier heel vaak gewoon de radio aan, als ik alleen thuis ben. Wellicht denkt u nu: “Niks speciaals, toch? Iedereen luistert toch naar muziek?”

Niet dus.

Ik heb het jarenlang niet gekund, muziek aanzetten wanneer ik alleen thuis was. Ik had enorm behoefte aan stilte, zoals ik hier een paar jaar geleden in de grote vakantie al schreef. Maar de kinderen worden groter, zitten al vaker eens op hun kamer, hangen niet meer zo aan mijn rokken of zagen aan mijn hoofd, en dus is er weer meer stilte in mijn hoofd. En rust. En plaats, dus, voor muziek.

In de voormiddag mag dat Studio Brussel zijn, in de namiddag beginnen de stemmen en de reclames op mijn systeem te werken, en is het Spotify. Al naargelang mijn stemming is dat mijn ‘Goed Gezind’ lijst, met voornamelijk liedjes uit de jaren 80, of mijn melancholielijst, met allemaal zachtere nummers. Mja.

Soms vliegt de muziek ook nog zonder pardon uit, en dat is vaak wanneer ik me moet concentreren, of wanneer de kinderen thuis komen.

Maar het zegt veel over mijn mentale gezondheid en mijn innerlijke rust, als de muziek hier zomaar aan kan tegenwoordig. Al moet het nog steeds wel mijn goesting zijn.

Opname, jawel.

Deze voormiddag is ons pa blijkbaar zelf opgestaan, aangekleed en naar beneden gekomen. Hij zat te lezen toen ik thuis kwam, maar verklaarde zelf dat het helemaal nog niet lukte. En dat het misschien best was om toch naar het ziekenhuis te gaan, aangezien het de vorige keren wel na 24 uur was opgeklaard, en nu nog niet.

Na het middageten – dat mijn liefste al helemaal had klaargemaakt, we hoefden het maar op te warmen – zijn we dus naar spoed gegaan. Ik had meteen een gans blad afgeprint met al zijn gegevens op en het hele verhaal, compleet met twee foto’s, helaas van meer dan 24 uur na het accident. Op die manier hoefden we niet direct alles vijf keer herhalen en was er ook geen discussie of verkeerde notatie. Ze vonden het wel zo gemakkelijk.

De ongelofelijk sympathieke spoedarts – echt, zo maken ze er niet veel, wat een dame! – luisterde, las, trok bloed, en stuurde hem naar de hersenscan. Wat mij een half uurtje opleverde om even in de stralende zon wat nieuwe caches rond de Watersportbaan te zoeken, en meteen de broodnodige rust in mijn hoofd te krijgen.

Tsja, oordeelden ze, er zal inderdaad wel iets zijn, maar de hersenscan levert niet echt meteen iets op.
Tegen vijf uur werd hij dan naar een kamer op de afdeling neurologie gebracht, en we zullen dan later wel horen wat er aan de hand is. Feit is dat hij nog steeds gewoon omvalt, en dat hij dus hoegenaamd niet alleen kan blijven.

Bon ja, hij is nu tenminste veilig en in goede handen. Ik ben wel opgelucht, ja.

En intussen is Bart deze namiddag zijn moeder gaan installeren in een appartement in Triamant in Ronse, een verblijf waar ze de nodige zorg krijgt zonder dat het een ziekenhuis is.

En zo blijven we bezig…

Alarm!

Gisterenmiddag kwart over twaalf ging plots ons pa’s persoonsalarm af. Hij heeft zo’n Zembro armband, een duur ding, maar het heeft bij deze wel zijn nut bewezen. Ik belde namelijk onmiddellijk naar het ding, en hoorde gestommel en de stem van Jeroen. Het was deze keer dus geen vals alarm, helaas. Ik kreeg te horen dat ons pa blijkbaar die nacht rond half drie iets gekregen had, naar eigen zeggen een CVA (cerebraal vasculair accident, ofte een trombose) maar hij had ons niet willen storen en had dus niet verwittigd. Pas nu, nu hij naar ‘t toilet moest en Jeroens bureau dicht was, had hij zijn armband gebruikt. Hij kan namelijk niet rechtstaan wegens ongelofelijk duizelig en misselijk, maar was die nacht wel al op handen en voeten naar de wc gekropen. Kwestie van vooral niet koppig te zijn. Zucht.
Het kritisch moment was dus al voorbij, want je hebt vier uur de tijd voor bepaalde noodmedicatie. Hij was heel helder, maar wel heel erg duizelig, en raakte niet recht. Hij wilde absoluut niet naar het ziekenhuis, maar wilde gewoon slapen. We hebben hem dat dan maar laten doen, na wat discussie. Hij ging door de brandweer uit zijn kamer moeten gehaald worden, en dan met de ambulance weggevoerd worden, maar zoals gezegd, het was toch al te laat voor medicatie. Jeroen is wel om de paar uur gaan kijken, en Delphine heeft op een bepaald moment Alexander gestuurd met wat soep en beschuiten, maar ons pa wilde niet direct iets eten. Hij wilde vooral slapen: het is al de derde keer dat hij zoiets heeft, en de vorige keren is dat binnen de 24 zo goed als volledig opgeklaard. Tsja, toen was er natuurlijk wel nog ons ma die hem in de gaten hield, maar bon.

Deze voormiddag was ik tegen elven bij hem, en heb ik hem dan voor de keus gesteld: ofwel zich aankleden en meegaan met mij naar Wondelgem, of met de ambulance richting spoed. Hij heeft zich dan met veel moeite en geduld aangekleed, en is dan maar meegekomen. Nu ben ik er tenminste wat geruster in: hij is niet alleen, is continu onder toezicht, en hij blijft hier vannacht ook slapen.

Al heeft hij tot mijn grote verbazing wel gevraagd om effectief zijn valiesje mee te nemen, om eventueel morgen toch naar de spoed te gaan, want de duizeligheid neemt niet af. Hij kan dus niet zelfstandig stappen, want hij zou gewoon omvallen. Hmmm. We zien dan morgen wel weer. Ik moet examentoezicht doen, maar Bart blijft thuis tot een uur of elf, en tegen dan zou Kobe al thuis moeten zijn van zijn examen. Na het middageten evalueren we dan wel zijn toestand. Voor één nachtje kan hij hier wel blijven, maar hij kan hier niet blijven wonen, daarvoor is ons huis te onpraktisch voor hem, en daarbij, ik zou stapelzot worden, denk ik.

Wordt vervolgd.