Vortex: een uitstekende editie

Yep, het was duidelijk een meerwaarde dat we deze keer al op vrijdagavond in het donker begonnen spelen: een klassieke larp (Omenstyle) met zombies vermengen, dat lukt het best in het donker. Ik heb dan ook een hele tijd gewoon dwars over het hoofdpad door het bos gelegen, kwestie van wegversperringszombie te spelen. Yup, that’s a thing. Helaas was er één bij het groepje die blijkbaar uitstekend zag in het donker, en me dus meteen had opgemerkt. Nog voor ik kon aanvallen, werd ik al in de fik gestoken met een brandpijl. Meh. Tot zover de zombie.

Maar de hele zaterdag was ik schildmaagd/heksenjager die poolshoogte kwam nemen voor de bizarre gebeurtenissen. Kilometers gestapt, redelijk wat gevochten, en me tranen gelachen – letterlijk, ik ben zelfs richting toilet moeten spurten – met drie zombies die ik per ongeluk controleerde door hun ziel in een flesje op zak te hebben. Laat eens drie zombies poort spelen? Slapstick gegarandeerd.

Ook de jongens hebben zich prima geamuseerd, gelukkig maar. Wolf kloeg tegen zaterdagavond trouwens absoluut niet over de rug, wel over de zere voeten en stijve kuiten. Zelf heb ik even een dutje gedaan in vol harnas in het bos ergens op zaterdagnamiddag: de rug kon wel even wat rust gebruiken. Een half uur goed geslapen: als ge moe genoeg zijt, slaapt ge zelfs in een harnas :-p

Enfin, we waren iets voor middernacht terug thuis, en Kobe lag al diep te slapen in de auto. Fijne, fijne dag.

Vortex VII

Vanavond vertrek ik met de jongens naar Vortex, de jongerenlarp van Oneiros. Voor het eerst spelen ze ook op vrijdagavond, en dus blijven we nu ook slapen. Anders kwamen we gewoon steevast toe op zaterdagmorgen en vertrokken we zaterdagavond opnieuw: dat scheelt een hoop gedoe en gesleur.

Ik hoop alleen dat het goed zal gaan: Wolf zag het volledig zitten, maar ik heb er geen idee van hoe hij het zal verteren. Idem voor mijn rug: ik speel weer eens een rol met harnas en zo. En Kobe, die zal de jongste van de hoop zijn, vermoed ik: de vorige keer was hij mee als figurant, deze keer speelt hij diezelfde rol als speler. Hij gaat zich zeker en vast staande houden tussen die grote lummels, daar ben ik zeker van: hij heeft genoeg haar op zijn tanden en ook meer dan genoeg fantasie om te spelen.

We blijven wel niet tot zondag: ik wil bij voorkeur in mijn eigen bed slapen, en we dachten dat de kinderen op zondag ook nog de hele dag scouts hadden. Ik had dus al doorgegeven dat we niet gingen blijven, en toen bleek de scoutsovergang maar volgende week te zijn, maar bon: toch maar naar huis zaterdagnacht, da’s beter voor alle kapotte ruggen.

Allez, op hoop van zegen.

EVA foam workshop

Het lag al maanden vast: vandaag zou Danny ons een heuse workshop rond het werken met EVA foam geven. Ons zijnde de Vossen, mijn groepje LARPdames met wie ik al jaren samenspeel. En EVA foam, dat is een soort van yogamattenmousse die je perfect kan bewerken en beschilderen tot het eruit ziet alsof je een pantser, botten, een dierenkop of wat je ook maar kan bedenken, aanhebt. Alleen moet je dus weten hoe je dat doet, en dat is wat Danny ons vandaag ging leren bij hem thuis in zijn garage in Antwerpen.

We hadden om elf uur afgesproken, en dus draaiden we ongeveer allemaal tegelijk om half twaalf Danny’s straat in. Wolf was ook mee: de dames hadden geen bezwaar, en dit is een activiteit die hij nog wel aankan, omdat het ook veel zitten en kijken is, en hij tussendoor kan gaan liggen.

Sabrina zou Sabrina niet zijn, als ze niet de perfecte gastvrouw speelde, zelfs op verplaatsing. Ze palmde meteen de keuken van Danny en Els – die helaas niet kon blijven wegens andere verplichtingen – in, en er was nog warme citroencrumble met uiteraard verse koffie, waarvoor we Danny’s senseo plunderden. Hij bekeek het met welgevallen en knikte instemmend.

Daarna trokken we met zijn allen richting de kelder, waar we besloten om allemaal als startobject een bracer te maken, een onderarmbeschermer. We werden ingewijd in de geheimen van het patroontekenen, snijden, verhitten, frezen, schuren, dremelen, plakken, versieren, plastidippen, verven… en zagen dat het goed was. Dat het stoffig was, veel werk, maar ook ongelofelijk leuk.

Tussendoor was er catering van Sabrina: een courgettesoep, en dan iets met heel veel groenten, zalm, maar ook Italiaanse ham, balsamicocrème, tomaat, mozzarella… Italiaans dus, en zeer lekker! En als dessert frisse watermeloen met munt en, jawel, balsamico.

Het ontlokte Danny de uitspraak: “Goh, da’s toch heel anders dan met de mannen: die komen hier toe met een bak bier en een zak chips…” Tsja, wij weten ook waarom de Vossen de beste zijn.

Tegen half zes ruimden we op, en Wolf en ik moesten ons nog opjagen: het was een uur rijden, we moesten nog douchen en eten, en tegen zeven uur moesten we alweer weg, naar De Haan.

En ja, er moet nu hier dringend een deftige dremel gekocht worden. Dat is vanzelfsprekend, toch?

Haven IV

Haven dus, een nieuwe larp voor mij. Heb ik me geamuseerd? Welzeker! Maar toen spelleiding me dat op zaterdag in de vooravond vroeg, moest ik nog antwoorden: “Ja, maar ondanks Haven, eigenlijk”. Door het concept – je komt als vreemd volk toe in een compleet onbekende wereld met compleet andere, onbekende culturen – bleef mijn personage zeer op haar hoede, en legde nauwelijks contact met anderen.
Het hielp natuurlijk niet dat er al twee van mijn volk aanwezig waren, en dat we een eigen kampementje hadden gebouwd, een beetje – logischerwijs – verwijderd van de rest. Héél gezellig, met worstjes op de vuurkorf en al, en fantastisch gezelschap, maar we waren helemaal niet betrokken bij het spel.

Dat veranderde radicaal toen we – oorspronkelijk enkel Mireille en ik, later ook Sabrina en Hanneke erbij – mee de crypte in gingen, doorheen een soort doolhof, dan een tunnelsysteem, om voorbij een stevige golem in een kamer terecht te komen waar in een vreemde taal – het zelf verzonnen Eskhi Ganu – een hoop opnames konden beluisterd worden. En toen werd de linguïst in mij niet alleen wakker, maar begon die zich te verlekkeren. We probeerden zo goed zo kwaad mogelijk een van de acht teksten fonetisch te noteren, om die dan later bij het kampvuur met behulp van een zeer onhandig lexicon te vertalen. Schitterend gedaan, en ik amuseerde me rot!

Ook zondagochtend hebben we in die crypte doorgebracht met de andere zeven teksten. Ik vermoed dat de anderen zich doodverveeld hebben, maar ik vond het zalig! Zelfs toen het bericht kwam dat ze buiten aan de eindbash bezig waren, kon ons dat niet schelen: we deden voort!

Enfin, het volk van de Taoxka ligt me wel, het concept ook, en we bouwen het vooral verder uit. Ik kijk nu al uit naar de volgende Haven. Met àlle Vossen, deze keer.

Haven

Yup, na al die jaren eindelijk nog eens als speler op een larp weekend! Het had wat voeten in de aarde – de vorige kon ik niet mee omwille van de rug, en die daarvoor waren we aan het wachten op Els – maar yup, eindelijk gelukt. Met vier van de zes, maar bon, we hadden een klein kampje, genoten van het goede weer, en zagen er fantastisch uit, toch?

Een gewone zondag, enfin, toch een beetje

De dag begon met croissants en vriendinnen, ik gooide er eentje af aan het station – we hebben nog moeten crossen! – en om half twaalf stapten ook de laatste twee dames hun auto in, terug richting Dordrecht.
Ik moet het eerlijk toegeven: ik heb genoten van de voorbije dagen, maar ik was ook blij dat de rust terugkeerde in huis: helemaal stil en kalm.

Die rust duurde maar heel even, want om tien voor twaalf stond mijn pa al hier, en was ik volop bezig met een gigantische pot macaroni met hesp en kaas te maken. Wolf had daar expliciet naar gevraagd, en Bart was nog niet terug van Rome, ik moest dus wel zelf koken. Maar het smaakte enorm, en we genoten ervan, vooral dan ook van het dessert: zelfgemaakt vers roomijs met caramel ^^

Tegen dan kwam ook Bart thuis en waren we weer compleet. Bart at, viel prompt in slaap, en ons pa en ik reden naar Doornzele om daar een cachewandeling te doen, maar dat viel precies gelijk wat tegen. We zijn dan nog naar Speybank gereden die we met enige moeite wél opgelost kregen, en tegen half zes waren we weer thuis.

Een doodgewone zondag dus, met alles erop en eraan. Oh, en ons pa had gewoon een bloemetje mee voor mij: prachtige rode potroosjes! Ik hoop maar dat ze een beetje blijven staan, want ze zijn prachtig met mijn witte amarylissen…