Dagje Sint-Niklaas

Toen Wolf zei dat hij vandaag graag naar Sint-Niklaas wou om daar af te spreken met een vriend uit het Zeepreventorium, wilde hij met de trein gaan. Ik zag er meteen de ideale gelegenheid in om zelf eens naar Sint-Niklaas te gaan, er eindelijk eens binnen te springen in de Spelfanaat van Fré, en dan meteen een geocachewandeling te maken doorheen de stad. Ik denk niet dat ik ooit al in Sint-Niklaas ben geweest, vandaar.

Bon, tegen tweeën waren we er, en Wolf verdween meteen met David: we spraken af rond een uur of vijf. Ik duffelde me goed in, stelde vast dat het er pokkedruk was, maar wel prachtig, zij het koud weer. De drukte bleek te zijn doordat er op de Markt een Sinterklaascircus stond, en dat er vanalles te doen was rond de Sint. Tsja, het is niet voor niks Sint-Niklaas zeker?

Enfin, ik nam mijn fotoblad met allemaal details van handen en voeten van standbeelden, en begon rond te lopen, na een bezoekje aan de Spelfanaat. Die katapulteerde me meteen twintig jaar terug in de tijd: het was er helemaal de sfeer van The Lonely Mountain destijds in Gent, waar we Dirk hebben leren kennen, en waar we ook kennis maakten met tabletop roleplay en LARP. Ik voelde me er echt meteen welkom én thuis.

Maar de standbeelden riepen, en man, er staan er wel enige in Sint-Niklaas! Prachtig! Ik wist meteen dat ik hier nog terug ga komen, en dan het liefst nog met Véronique om te genieten van de standbeelden en de mooie stad.

In de winkelstraat, waar het extra druk was wegens het Huis van de Sint, moest ik zelfs lachen met de beelden: iemand had hen voorzien van googly eyes, wat een heel grappig en soms bevreemdend effect had. Oordeel zelf maar.

Tegen dan was de rug het serieus aan het opgeven, wellicht ook door de koude. Wolf zat intussen een heel eind buiten Sint-Niklaas bij de vriend thuis, en ik beloofde hem daar dan op te halen. Eerst werkte ik echter nog de beeldentocht af met de auto, en toen ik de uiteindelijke stash in handen kreeg, was het al serieus donker.

Het was dik na zessen tegen dat we thuis waren, en ik vleide me meteen in de zetel, maar de dag was meer dan geslaagd. En vooral voor herhaling vatbaar, maar dan mag het iets minder fris zijn.

Genk, en meer bepaald Tim Burton

Vandaag hadden Bart en ik zowaar een dagje voor onszelf! Het was de overgang van de scouts, waarbij ze van de ene groep in de andere stappen, en dat betekende dat alle drie onze kinderen al om negen uur richting de scouts waren, en pas om vijf uur terug naar huis kwamen.

Rust en stilte, zowaar! Maar helaas ook dikke regendruppels, dus geen goed idee om te gaan fietsen naar het Citadelpark en zo.

Rond half elf stapten Bart en ik dan maar in de auto richting Genk. Jawel, anderhalf uur regenplezier met de wagen. Maar het leek ons de ideale gelegenheid om in C-Mine naar de tentoonstelling van Tim Burton te gaan, het was toch rotweer. Uiteraard moesten we eerst eten, en ons was La Botte aangeraden, het Italiaanse restaurant van Njam!-chef Pepe, blijkbaar zelfs met één ster. En ja, het was er meer dan in orde. Soms wat bizar Italiaans familiair, maar dat zal dan wel aan ons liggen. Lekker, zeer lekker gegeten.

Terwijl Bart nog van een espresso genoot, wandelde ik in de regen 250 meter verder om een Genkse cache op te pikken. Ik wist dat het regende, maar niet dat het zo hard was, om eerlijk te zijn: mijn regenjasje deed zijn werk prima, maar mijn benen van net boven de knie waren klets- maar zeiknat. Tsja, ne mens moet er wat voor over hebben zeker?

Tegen goed half twee stonden we op C-Mine, en wat was me dat zeg!! De tentoonstelling was gewoonweg overrompeld: ze werken sowieso met tijdsslots, en blijkbaar was het volzet net toen wij aan de kassa kwamen. Enfin, na wat aandringen gingen ze nog 10 mensen extra een ticket geven. Yes! Alleen stonden we wel nog 40 minuten aan te schuiven aan de ingang, want ze lieten de mensen maar met mondjesmaat binnen. Eenmaal binnen was het ook heel erg duidelijk waarom: het was er eigenlijk te druk om aangenaam te zijn. Je moest echt al schuifelend langs de muren gaan om alles te bekijken, en laat nu net dat iets zijn waar mijn rug het niet zo op begrepen heeft. Maar Bart en ik waren meer dan tevreden om vanop een tweede rij de werken te bekijken. Burton heeft toch echt een eigen universum, kan gigantisch goed tekenen, en is serieus geflipt. Mooie dingen gezien! Foto’s mochten niet, maar Bart en ik hebben er toch nog een paar kunnen nemen.

Tegen dat we terugreden was het min of meer gestopt met regenen in Genk, maar was blijkbaar half Antwerpen overstroomd. Tsja.

‘s Avonds hebben we dan maar warme chocomelk gemaakt en de haard aangestoken.

Glorieuze afsluiter van de vakantie

Er waren, om de dag te beginnen, twee prachtige lieve kleine meisjes die met smaak een croissant of twee verorberden, en dan slaperig nog wat tv keken samen.

Tegen elf uur werd Lieze opgehaald, en iets later kwam ons pa toe, voor alweer een zeer aangename en lekkere maaltijd. Dank u, liefje, voor het weekendse koken met zoveel liefde en aandacht voor het detail!

Aangezien het een toch wel stralende dag was, sommeerde ik ons pa de auto in te stappen, en reden we naar Gentbrugge voor een aantal caches in de Gentbrugse Meersen. Ik was er nog nooit geweest, maar het is er inderdaad echt mooi! Alleen jammer, zoals op zoveel plaatsen, van het voortdurende geraas van de autostrade die het gebied zowat doorkruist op viaducthoogte. Tsja… Onze tocht begon echter aan de kerk van Gentbrugge, met een wandeling over het kerkhof waar, tot onze verbazing, ook een aantal oorlogsslachtoffers liggen.

Tegen zessen waren we terug, en tegen zeven uur zette ik alweer aan met Wolf richting De Haan. Yup, het schooljaar is weer begonnen, en dus mag hij niet meer op maandagmorgen toekomen, maar moet hij al op zondagavond binnen zijn.

Ik gooide hem af, en reed naar Oostende om daar in en rond ‘t Bostje – het Maria Hendrikapark – ook een rondje geocaches te zoeken. Alleen… heb ik me gigantisch laten verrassen door het vroege uur waarop het donker wordt. Ik was gewoon om in mei en juni te cachen op zondagavond, en dan is het klaar tot tien uur. Ik had er zo’n beetje geen rekening mee gehouden dat nu al om half negen de zon onder gaat. Ik heb dus in het pikkedonker in een Oostends park en bos rondgelopen, waar bijna geen verlichting is. Tot mijn eigen verbazing heb ik er nog 6 caches gevonden, bij het lichtje van mijn GSM. Het was er ook compleet verlaten, alleen de dieren kon je horen. Zalig! Alleen vrees ik dat het een beetje te ver en te lang was, want ik moest nog een heel eind terug tot aan de auto, en mijn rug begon het welletjes te vinden. Hmm.

Al bij al een hele mooie dag gehad met 12 caches, maar wel doodop nu. En morgen de eerste schooldag. Juist ja.

 

Picknick in het Middelheim

Vorig jaar hadden we, klop midden in de vakantie, een picknick georganiseerd in het Middelheimpark in Antwerpen. Dat was toen zó fijn, dat we het voor herhaling vatbaar vonden. Alleen waren we nu net midden in de vakantie op reis, dus dat ging niet.

Eerst had ik het gepland op 15 augustus, maar dan zit de helft van Antwerpen bij zijn moeder, en bleek uiteindelijk ook Wolf een bezoekdag te hebben, zodat we maar naar Brugge zijn gegaan die dag.

We hebben het dan maar verzet naar vandaag, en nog redelijk wat mensen gaven aan dat ze konden. Helaas, in de voorbije dagen regende het afzeggingen, zodat uiteindelijk enkel Babeth en Danny en Els er waren. HEt werd er eigenlijk niet minder gezellig om.

We aten, en de kinderen stortten zich op de kleiput naast ons plekje. Dat vormt op zich ook een kunstwerk: je mag maken wat je wil, en dan kan je het in de kastjes naast de put zetten, en daar je handen wassen of zelfs een douche nemen…

Na het eten wandelden Els en ik nog even rond doorheen een klein stukje van het beeldenpark, en dat is echt zalig… Vorige keer had ik ook al gezegd dat ik heel graag in de herfst, als de bladeren verkleuren, wilde terugkomen, maar toen zat ik met mijn rug… Beelden, daar hou ik dus echt van. Ik kan hier uren rondlopen, denk ik.

Ik ga proberen om hier een jaarlijkse traditie van te maken, hopelijk de volgende keer met meer succes.

Dagje Brugge

Wolf zit sinds zondagmiddag opnieuw in het Zeepreventorium, maar aangezien het vandaag een feestdag was, mochten we op bezoekdag, en hem zelfs meenemen van 10 tot 19.00 uur. Althans, dat was de theorie. Omdat hij serieus last heeft van een hoest en slijm op zijn longen – ze zijn het aan het onderzoeken – moest hij al om half vijf terug zijn voor aërosol en drainage. De dag werd dus iets korter dan gepland, maar bon, zijn rug staat een langere uitstap toch niet echt toe.

Iets over elven pikten we hem op en haalden we uiteraard nog een ijsje in De Haan zelf. Allez ja, Wolf moest wachten op zijn warme wafel.

Daarna reden we naar Brugge, om daar in L’Estaminet iets te eten. Dik in orde, alleen hebben we behoorlijk lang moeten wachten. En hadden we ook lang rondgereden voor een parkeerplaatsje: eerst konden we niet door omwille van een optocht en moesten we rondrijden, en toen was de parkeergarage van Park volzet. Aan de Magdalenakerk vonden we gelukkig wél nog een plaatsje, en moest er blijkbaar eerst ook nog gespeeld worden op de grote speeltuin aldaar. Door alledrie, ja.

Daarna wandelden we langs een brug, een van de kunstwerken van de Triênnale, richting Markt. Daar losten we de max van een geocache op, nota bene op een van de drukste plaatsen van gans Brugge, en toch vielen we niet op. Tsja, als je die cache in fietszakken stopt…

Daarna wandelden we verder om nog drie kunstwerken van de Triënnale te bekijken: de walvis, de lange metalen nek (of hoe je het ook moet noemen) en de oranje tunnels. Tussendoor dronken we ook snel iets, en kreeg de hangry Merel een pannenkoek.

Toen was het welletjes, was ook de tijd op, en brachten we Wolf tegen half vijf terug naar het Zeepreventorium, waar we nog bij hem bleven tijdens het aerosollen.

Daarna reden we naar huis via een omwegje, en deden we nog een cache waarbij we alledrie in de lach zijn geschoten. Je moest namelijk met een bidon aan een ketting in een kreek water scheppen, dat in een buis gieten, en dan een bovendrijvend kokertje opvissen waarin een sleuteltje zat, waarmee je een vogelhuisje wat verderop kon openen. Op zich leuk bedacht maar niet zo grappig natuurlijk. Het verrassende element zat hem in de buis, waarin gaten zaten om ze te draineren, en een van die gaten was héél gemeen geplaatst, zodat je een stevige straal water op jezelf kreeg, als je niet oplette. Een heuse pispaal dus.

Enfin, kwart voor zeven waren we terug thuis na een geslaagde middag. Yup yup.

Bedenkingen bij de vakantie in Rhodos

Er waren zo’n aantal losse bedenkingen en gedachten bij de afgelopen vakantie in Rhodos. Ik verzamel ze hier even.

  • Rhodos is een toeristenmuite. Quasi 100%. Alle mensen die in en rond het hotel werken, werken er zeven dagen op zeven. Het seizoen begint er eind april, en eindigt eind oktober. Ze werken dus zes maanden kei-, maar keihard. De andere zes maanden is er namelijk geen werk en zitten ze gewoon thuis, werkloos te wezen. De werkloosheidsuitkering is 100 euro voor drie maanden, wist een van hen me te vertellen. Marios, de barman boven, was sinds eind april non-stop aan het werk met één keer een halve dag vrijaf omdat hij naar de dokter moest. Poeh… En hetzelfde geldt voor alle hotels, winkeltjes, buschauffeurs, taxichauffeurs, autoverhuurders, wasserijen, boottochten, noem maar op. In de winter is Rhodos gewoon doods, behalve dan misschien de stad zelf. En dan nog.
  • De muziek in het hotel was op zijn minst vreemd te noemen. Enkel in de buitenbar in de namiddag kon je er gewone muziek horen, als in: niet al te recente popmuziek. Voor de rest was er continu overal een soort loungemuziek, de meest vreemde versies van bekende nummers. Poker Face van Lady Gaga in een zeemzoete versie, of – godbetert! – een salsaversie van In between Days van The Cure. Of wat dacht u van een zalvend gezongen versie van Cocaine van Clapton, of een countryversie, stijl de themesong van Firefly, van Killing in the Name of van Rage against the Machine.
  • Grieken rijden op zijn Grieks: ze snijden bochten af, rijden door het rood, steken op de meest onmogelijke plaatsen voorbij, dragen geen motorhelm of autogordel, en zitten het liefst de hele tijd te bellen. Maar vreemd genoeg houden ze zich wel zowat de hele tijd aan de snelheidslimiet. Snappe wie snappen kan.
  • De kamer werd twee keer per dag schoongemaakt. Allez ja, één keer werd er echt volledig schoongemaakt, gedweild, stof afgedaan, tot en met de randen van de schutting rond het zwembad afgewreven. Uiteraard werden ook de bedden opgemaakt en de handdoeken ververst, indien nodig. Maar tijdens het avondeten kwamen ze nog even rond: de bedden nog eens piekfijn leggen, de gordijnen sluiten, de handdoeken nog eens verversen, dat soort dingen. Oh, en een nouga op elk kussen leggen :-p
  • De volgende keer dat we naar Griekenland gaan, moet ik echt mijn Grieks opfrissen. Ik versta het een beetje, en kan nog een paar woorden spreken. Blijkbaar heb ik wel de max van een accent: er is me verschillende keren gevraagd of ik soms van het noorden was, van Thessaloniki of zo. En dat ik toch echt niet van België kon zijn. En steeds opnieuw kwam de vraag waarom ik in hemelsnaam Grieks geleerd had. Het zorgde ook wel voor heel veel goodwill bij de mensen, gewoon het feit dat ik de moeite had gedaan om wat Grieks te kunnen. Tsja…
  • In Rhodos Stad lopen mensen gewoon in bikini op straat. UIteraard niet in alle straten en overal, maar wel aan de randen, want rondomrond liggen er stranden, compleet met parasolletjes en alles. Grappig, zo van een busstation, een politiekantoor of om het even wat het strand op.
  • Katten. De katten van Rhodos zijn blijkbaar een begrip, want je vindt ze op postkaarten en andere prullaria. We hebben inderdaad massa’s katten gezien, en nauwelijks honden.
  • Een diep respect voor de Maître d’ hôtel. Die mens stond er elke morgen, elke middag én elke avond aan de ingang van het grote buffetrestaurant, en begroette elke familie heel erg hartelijk. Hij onthield ook details van elke familie, en wist van ons bijvoorbeeld dat hij ons mocht aanspreken in het Grieks, dat we ‘s middags binnen wilden zitten en ‘s avonds buiten. De laatste middag sprak ik er hem over aan, en zei dat ik een diep respect had voor zijn inzet en zijn enthousiasme, dag na dag, zonder ophouden. Hij apprecieerde het compliment blijkbaar heel erg, en vertelde dat hij er stond van zeven uur ‘s morgens tot tien uur ‘s avonds, en dat hij dat deed op twee pakjes sigaretten en massa’s koffie per dag, en chocolade. En vooral géén alcohol, want anders zou hij het niet uithouden. Dat kan ik me ook bijzonder goed voorstellen.
  • Airconditioning is niet noodzakelijk lawaaierig. In onze kamer kon ze soms wel volop blazen, maar ‘s nachts sloeg die gewoon af en toe even aan, en dat hoorde ik enkel aan het klikken van de transfo’s, en merkte ik natuurlijk aan de zachte stroom koude lucht. Verder hoorde je er niets van, en dat was gewoon zalig!
  • Ik heb ginder ganse dagen in een bermuda rondgelopen, iets waar ik thuis niet mee durf buitenkomen. Maar dacht u dat mijn benen ook maar ietsje minder spierwit zijn geworden? Nee hoor! Mijn armen en décolleté gelukkig wel, maar die benen van mij? Nope.
  • Ik ben, met al dat fretten, amper anderhalve kilo bijgekomen. Best wel trots op mezelf, al weet ik nog altijd niet hoe dat kan. Mja. Go me, zeker?
  • Bougainvillea’s. Serieus. Kunnen die nog harder bloeien, of wa? De kleuren zijn prachtig en ik ben er stikjaloers van. En je vindt ze op alle mogelijke plaatsen in Rhodos, zelfs half in het wild. Prachtig!
  • De koffie is er niet te drinken. Om een of andere reden zijn ze er zot van oploskoffie, en dat smaak je. Ik heb er eigenlijk geen enkele goeie koffie gedronken, en de eerste koffie hier thuis smaakte ongelofelijk!
  • Wanneer je op een terras een cola of limonade of zo bestelt, krijg je een halve liter. Keer op keer, tot onze grote verbazing, en eigenlijk niet ten onrechte, want dat dronken we telkens probleemloos op. En voor een best wel faire prijs, zelfs op toeristische plekken.
  • Light en zero kennen ze er niet of nauwelijks. Het enige wat in het hotel te krijgen was, was Pepsi Max. Fanta Light was pas die week geïntroduceerd in Rhodos, wist de barvrouw te vertellen, en van andere light/zero dranken, zoals Ice Tea of Sprite of Agrum en dergelijke hadden ze zelfs nog nooit gehoord.
  • Als je geld afhaalt in een gewone bankautomaat, rekenen ze verdorie drie euro kosten aan. Allez zeg!

Er zullen nog wel een paar dingen zijn waarover ik zitten denken heb, maar bon. Rhodos out.

Rhodos dag 13: slot

Ook aan mooie liedjes komt een einde, en Merel vond dat niet erg: die had behoorlijk wat last van heimwee. Ook voor mij was het genoeg geweest: er is een grens aan mijn luiheid, heb ik gemerkt. Zo’n dag als gisteren vind ik zalig, maar die rustdagen? Daar heb ik het na een paar stuks wel mee gehad, ja.

We zaten voor de laatste keer rond kwart over negen rond het ontbijt, en meteen, zonder ook maar iets te vragen, stond Kostas klaar met drie pannenkoeken die hij speciaal van beneden moet gehaald hebben voor ons. Ook Jonida bracht ons zonder vragen een kan koffie en een latte. Ik kon dan ook niet anders dan hen vastleggen op foto, gewoon voor de herinnering. Ook een van de andere diensters en de baas gingen mee op de foto.

Zalige mensen, die ons echt in de watten hebben gelegd.

Daarna gingen we opruimen, en terwijl mama alles in de valiezen propte, zaten de drie juniors alweer in het water. Bart is ze daar dan gaan uitvissen rond twintig voor twaalf, want om twaalf uur moesten we de kamer verlaten.

Dat geschiedde, en we posteerden ons nog even in de lobby, voor we rond een uur gingen eten, en daarna verder in de lobby bleven hangen met koffie, UNO en een boek.

Om kwart voor vier werden we opgepikt, en tegen kwart voor vijf stonden we aan de luchthaven. waar Bart de lounge had geregeld voor ons. Daardoor werd alles voor ons geregeld in plaats van drie keer aanschuiven, werden we overal doorgeloodst, en konden we twee uur op ons dooie gemak zitten, kon Wolf liggen, en konden de kinderen nog behoorlijk wat eten ook :-p

Er is ons niet één keer naar onze identiteitskaarten gevraagd, zelfs niet bij het afhalen van de boarding tickets. Vreemd… En de handbagage moest ook niet open, alle elektronica is zonder meer door de scanner gegaan.

Enfin, om half acht steeg het vliegtuig op, om 3.15 saaie uren later te landen in Brussel. Ik heb het wonderwel overleefd, maar we zaten vrij vooraan, en ik heb me gehaast om buiten te zijn en lucht te happen.

Rond  elf uur werden we opgehaald, reden we met andere gasten uit ons hotel – jawel – naar Destelbergen om hen af te zetten, en daarna naar huis. Iets voor twaalven stopte ik een doodmoe Mereltje in bed, knuffelde ik Kobe onder zijn deken, en gaf Wolf nog een dikke zoen. En toen begon ik was te sorteren en draaide een expresswasje met vooral spullen van Wolf die hij weer mee moet hebben naar het Zeepreventorium. Hij heeft veel kleren, maar nu toch niet bepaald ondergoed voor vier weken. En dus stond ik om half één was op te hangen in een op zich wel zwoele, maar toch heerlijk frisse zomernacht. In mijn eigen tuin. Heheh.

Rhodos dag 12: van geocachen en oude stenen.

Voor vandaag had ik opnieuw een auto gehuurd, krek dezelfde Opel Astra, maar door de wet van vraag en aanbod blijkbaar van 97.5 euro voor een dag naar 106. Tsja. So be it.
Tegen tien uur zat ik in de auto, dit keer wél ingesmeerd en gewapend met een frisse fles water, en ik tufte vrolijk naar Rhodos Stad. Wat me opvalt is dat de Grieken de meeste verkeersregels aan hun laars lappen, inhalen waar niet mag, zonder gordel rijden, bellen achter het stuur, de mediterrane manier van rijden dus, maar zich wél aan de snelheid houden. Bizar.
Enfin, ik parkeerde me aan de rand van de oude stad, en ging in de prachtige omwalling een cache ophalen, vlak naast een hedendaags openluchttheater. Knap, toch?

Ik reed wat verder, voorbij een cache waar ik absoluut in de verste verte geen parkeerplaats vond, en nog verder naar het einde van de haven. Daar vond ik makkelijk een parkeerplaatsje, ging betalen, en moest toen dringend dringend naar toilet. Publieke toiletten zijn hier al even schaars als in Gent, en dus liep ik de dichtstbijzijnde taverne binnen: blijkbaar de chiqueste boite van gans Rhodos stad. En het leukste: die liggen gewoon aan het strand, met strandstoelen en parasols en alles, en aan de andere kant de drukke stad. Vreemd.
Enfin, ik zocht en vond de cache, en reed verder langs het puntje van Rhodos tot aan een soortement buitenwijk, Kritika, met een prachtig strand, een wandelweg, en uitzicht op Turkije.

Ik reed nog even verder langs de kust, pikte nog twee caches op op eigenlijk niet erg mooie plekjes, en reed terug naar huis, net op tijd om samen te eten. Ik was vooral een stuk minder verhit dan de vorige keer, en nochtans zullen de temperaturen ook wel een eindje boven de 30° hebben gelegen.

Na het eten, een beetje na tweeën, klommen we allemaal in de hete auto, pikten een cache op in Faliraki, en reden dwars het eiland over, via Petaloudes. Dat is, na Lindos, zowat de grootste attractie van het eiland, zo blijkt. Het is een natuurpark waarin de Rhodosvlinder leeft, die uiteraard enkel hier voorkomt en leeft op een soort bomen dat ook enkel hier te vinden is, allez, binnen Europa toch. De weg ernaartoe is een typische kronkelweg doorheen bergachtig landschap, en de kinderen waren dan ook niet helemaal fris meer. We hadden dan ook geen zin om uit te stappen en te gaan wandelen, we hebben enkel een cache gezocht zonder ook maar één vlinder te zien.

We reden verder richting kust en meer bepaald Theologos, waar op alle kaarten een archeologisch interessant item staat aangeduid. Ik had het al even online opgezocht, en wist dat het niet veel voorstelde, maar bon, we moesten er toch passeren, dus waarom niet? Alleen… We reden tot in het dorpje, zagen een heel mooi kerkje, en moesten toen ferm veel moeite doen om de juiste locatie te vinden. En daar, tsja, vijf oude stenen en een put, zoals Merel het noemde. We zijn allemaal gigantisch in de lach geschoten, en zelfs niet uitgestapt.

We reden verder naar onze eigenlijke bestemming, en dat was het oude Kameiros, een stadje met agora, tempel en alles erop en eraan uit de 5de eeuw voor Christus. Heet, maar het waaide er ook, en dus viel dat best wel mee. En niet zo toeristisch – onbegrijpelijk – zodat je er vlakbij kon parkeren en niet de hele klim te voet moest doen.

We keken onze ogen uit, genoten van de ambiance, Wolf nam stapels foto’s, net zoals Bart, en ik, welja, ik heb het nu eenmaal voor oude stenen…

Wolf maakte ook nog een foto van Bart en mij. En Merel. En Kobe.

En toen reden we, na een verfrissend drankje op het terras, nog een kwartiertje verder naar Kritinia.

De Lycische graftombe sloegen we over, maar we gingen wel een kijkje nemen bij het kasteel, waar we gelukkig ook tot aan de top konden rijden. Je hoeft er zelfs geen toegang te betalen, ik vermoed dat het niet voldoende opleverde: de meeste toeristen zitten aan de andere kant van de kust.

Toen we er toekwamen, liep er zowaar een tam konijn, wat onmiddellijk reminiscenties opriep aan Monty Python. Uiteraard.

Het kasteel zelf is een ruïne, en wij hebben er betere in ons land, maar dat uitzicht, dat is toch onevenaarbaar. Met in de verte onder andere het eiland Chalki.

Enfin, tegen dan was het vrijwel zes uur en welletjes. We moesten nog 50 minuten terugrijden, gelukkig niet via het binnenland maar langs de prachtige kustweg – machtige zichten achter elke bocht – en dan via de grote weg van het vliegveld tot aan de rechterkust. Voor de kinderen was het goed geweest, zoveel was duidelijk.

Ik gooide hen iets voor zeven af aan het hotel, en ging nog snelsnel de cache halen die hier zo’n anderhalve kilometer verderop bij een kerkje lag. Waarom had ik die nog niet gehaald? Wel, omdat het een halve kilometer langs de kust is, en een kilometer bergop :-p Alleen bleek ik me toch nog wat misrekend te hebben. Ik dacht dat ik met de auto tot bij dat kerkje kon, maar blijkbaar is dat volledig een hotel daarrond: een compleet hoteldorp tegen de bergwand op, met een heuse poort en een busje dat voortdurend op en neer rijdt. Van de “poortwachter” mocht ik me parkeren en het busje voor de hotelgasten nemen, maar  dat bleek een kwartiertje wachten. Al bij al was ik wel bij dat ik het niet te voet heb gedaan, want het was inderdaad een impressionante hoogte. Het kerkje zelf was heel mooi, maar voor de cache moest ik wel nog even klauteren, zodat dat ook nog even duurde. Reken dan nog een kwartier om terug beneden te geraken, en ik was wel een tijdje onderweg.

Gelukkig waren ze zo lief geweest om op mij te wachten, zodat we nog een laatste keer samen konden gaan eten.