Meisjesweekend

Bart zit in New York, de jongens zitten op Roanoke, en dus hebben Merel en ik het kot voor ons alleen. Gisterenavond hadden we daar niks aan omdat we zo laat thuis waren van Geel, maar vandaag gingen we het onderste uit de kan halen, en dat hebben we dan ook maar gedaan ^^

Ze had eerst muziekles van negen tot elf in Evergem, en daarna zijn we gezellig op de markt gaan rondlopen om alle ingrediënten voor de lasagne morgen te verzamelen. Net geen negen euro voor een kleine pompoen, een zak wortels, drie paprika’s, een bak champignons en een pastinaak: geen geld! En vooral ook kraakvers.
Thuis propten we alles in de koelkast en stapten daarna samen de fiets op, gewapend met een rugzak en een fietsmandje, aangezien Merel achterop zit en mijn fietstassen dus niet bruikbaar zijn. Het was immens stralend weer, en we genoten intens van het fietstochtje.

Aan de Hema werd onze fiets netjes op de fietsenparkeerplaats gestald, en gingen we gezellig samen frietjes eten, zalig in de zon op het grote terras daarboven, onder begeleiding van de zoele klanken van een hakkebord.

Ik had intussen gemerkt dat mijn achterste fietsband niet echt hard meer stond, en dat mijn slot dreigde te blokkeren, dus we wandelden rustig naar de fietsherstelplaats onder de Stadshal voor een druppel olie en een zucht lucht, die ik beide met de glimlach en voor niets kreeg. Dik in orde!

We fietsten naar de Reep om de nieuwe waterloop te bezichtigen en meteen ook de cache aan de Scaldissluis te vervangen, en zagen ook voor het eerst effectief een kajak gebruik maken van de kajakglijbaan.

We fietsten fluks door naar de Hopper om nieuwe scoutstruien, en zaten nu al zo ver dat we maar gewoon doorfietsten naar het Citadelpark. Daar gingen we eerst even rondlopen in het S.M.A.K., maar stelden vast dat Raoul De Keyser ons ding niet is. Marcel Duchamp zagen we al beter zitten, eigenlijk. We zijn dan maar nog Pokémon gaan vangen in het park, en maakten er een zeer aangename wandeling van.

We hadden eigenlijk iets willen drinken in de kiosk daar in ‘t park, maar blijkbaar was dat maar tot eind september. Tsja, er zat dan maar niks anders op dan terug naar ‘t stad te fietsen en daar een ijsje te halen. Hoe jammer nou… Maar eerst fietsten we nog vrolijk door het Miljoenenkwartier om twee caches op te halen.t

We sloegen nog stapels pepernoten in in de Hema, een ongelofelijk schattige vleermuisdiadeem en nog wat extra Halloweengerief, en fietsten toen gewoon naar huis, om tegen half zes gewoon in de zetel te ploffen.

Om zes uur haalden we onszelf weer uit de zetel, sleepten ons naar de winkel, en sloegen vooral, naast sandwiches, ook hapjes in. Tegen zeven uur versierden we het huis, trok Merel haar vleermuisonesie aan, en nestelden we ons samen in de zetel met een zak monsterchips en een fijne heksenfilm.

Toen ik haar om negen uur in bed stak, kreeg ik een extra lange knuffel: “Dank je mama, voor zo’n geweldige dag!” En ik kon dat alleen maar beamen.

Dochter

Zeven uur.

Met een welgemikte mep leg ik de vogels die in mijn wekker wonen, het zwijgen op, en draai me nog even in mijn donsdeken. Tot ik even later getrippel op de trap hoor, zonder mijn ogen te openen plaats maak in mijn bed, en een paar ijskoude voetjes onder mijn deken verwelkom. Gelukkig zijn die vergezeld van een klein warm lijfje dat zich tegen me aanvleit. Woordenloos.

Exact negen minuten later zijn die vogels er weer, en wringt de dochter ze deze keer deskundig de nek om, toch tot de volgende ochtend.
Zuchtend open ik mijn ogen, en zie meteen twee staalblauwe kijkers die me glimlachend aankijken. Want dat doet ze, mijn dochter: glimlachen van ‘s morgens vroeg.

We knuffelen even, ik vraag of ze goed geslapen heeft, en dan port ze me tot ook ik opsta: “Komaan, mama!” Papa is dan meestal al net uit de badkamer verdwenen, en dus hebben we het rijk voor ons alleen. Terwijl ik de radio aanzet, staat zij al dansend in haar blootje, en stapt ze de douche in. Ik vervoeg haar even later onder het warme water, en dankbaar laat ze me haar lange blonde haren inzepen, afspoelen en voorzien van een stevige laag crème. Terwijl ik, nog steeds niet goed wakker, mijn eigen haar inshampoo, wast zij dat kleine stevige lijfje van haar met trefzekere bewegingen, spoelt zich af, en stapt de douche uit. Ik blijf achter onder de waterstraal, en doorheen de bewasemde ruit zie ik hoe zij, koket en plots al zo volwassen, haar haar in een handdoek draait en vastzet op haar hoofd, als een heuse diva. Ik blijf even naar haar kijken, en dan teken ik, zoals elke keer, een hartje in de damp. Het zacht piepende geluid doet haar opkijken: ze schenkt me keer op keer een glimlach en maakt met haar handen een hartje in mijn richting, vooraleer ze zich onverstoorbaar verder afdroogt.

Ik blijf nog even kijken naar haar gracieuze bewegingen, en  kan niet anders dan haar graag zien. Mijn dag is alvast goed begonnen.

77

Vorige dinsdag is ons pa 77 geworden. Jawel, krakend, schuddend en piepend, maar wel degelijk 77, en nog volledig bij de pinken, uiteraard. ‘t Is dat dat lijf met de parkinson en het gebrek aan conditie en de rokerslongen en de doofheid niet zo hard meer mee wil, want anders…

Enfin, Jeroen en co, wijzelf, en uiteraard ons pa gingen daarom vrolijk eten in Café Théatre op de Kouter. Roeland kon helaas niet, en Nelly zag de rit tot bij ons niet zitten.

Het was er goed zitten, het eten was lekker – de kelner een beetje verstrooid, maar bon – en het gezelschap was aangenaam. Moet dat meer zijn, voor een verjaardag? Ik dacht het niet, nee. Op uw gezondheid, pa!