Elf jaar.

Lieve Kobe

zoals ik je al de hele dag loop te zeggen: je wordt elf jaar vandaag, maar je voelt twaalf aan.

Wat bedoel ik daarmee? Wel, ergens heb jij dus een jaartje overgeslagen. Op school was dat je eerste studiejaartje, maar hier heb je er gewoon geleidelijk aan de dagen afgeknibbeld, tot je plots bij twaalf uitgekomen bent. Je bent namelijk zo ongelofelijk wijs… En dat bedoel ik dan vooral op de Gentse manier.

Ik ben er na die elf jaar nog steeds niet helemaal achter hoe jouw brein eigenlijk werkt. Het maakt de zotste sprongen, bedenkt de meest fantastische dingen, en moet duidelijk uitgedaagd worden. Want zonder uitdaging, Kobe, loop jij je immens te vervelen. Dat hebben we de laatste maanden ook op school gemerkt. Niet dat je je misdroeg, verre van, maar je durfde al eens met een slecht punt naar huis te komen. Goh, wat konden jou die Franse woordjes schelen? Tot papa en ik eens heel streng naar jou keken, en je daarna enkel nog maar negens en tienen haalde voor vocabulaire. Voor je InterDiocesane Proeven (exact dezelfde proeven worden op alle katholieke scholen afgenomen) haalde je dan wel weer schitterende resultaten. Ha ja, want daar wilde je wel eens je best voor doen en je concentratie boven halen. Zonder uitdaging lukt dat namelijk nog steeds niet.

De school was dus welletjes. Méér dan welletjes, liefje. Je hebt het er echt mee gehad, met die lagere school. Je verveelde je, zat weer eens bij geen enkel vriendje in de klas, en liep er dus vaak maar wat verweesd bij. Je huiswerk deed je plichtsgetrouw, al moest ik je er soms wel eens aan herinneren. Maar in dat opzicht ben je dus echt wel twaalf: het is tijd voor het middelbaar. Daar kijk je enorm naar uit: een nieuw begin, nieuwe mensen, nieuwe vakken, nieuwe leraars… Alleen sloeg je heel even in paniek toen je je realiseerde dat je het ditmaal zonder Wolf ging moeten doen, die eerste schooldag. Tsja, het feit dat Wolf in het Zeepreventorium zit, heeft jou wel een pak zelfstandiger gemaakt, dat merk ik. Je bent zodanig gewoon dat in elke stap van je jonge leventje je broer naast je staat… Spiritueel zal hij er wel zijn voor jou, maar die eerste dag, liefje, die ga je toch alleen moeten doen. Allez ja, als je er geen rekening mee houdt dat je mama daar ook gewoon rondloopt :-p

En verder, liefje, ben je vaak nogal obsessief. Een ‘meender’, zoals we hier zeggen. Ik vermoed dat je dat een beetje van mij hebt, en ook wel van je papa: als wij iets doen, gaan we er meteen volledig voor, met een passie.  Jij hebt dat ook, en kan er dan ook nog eens niet over zwijgen. Hoe veel we de laatste weken al over Fortnite gehoord hebben, het is onvoorstelbaar. En dan spreek ik nog niet van Wolf: quasi elk gesprek dat je voert met hem, gaat daarover. Tot hij jou afbreekt en zelf ook eens over iets anders begint. Of neem nu je slijm: ook dat maak je met een passie. Je kan de gekste combinaties en structuren maken, met scheerschuim, zonder scheerschuim, met isomo bolletjes, met diverse kleurtjes… Uren ben je ermee bezig!

Ook in je lezen ben je zo. Dan lees je weken niks, en dan plots ben je op een goede reeks gebotst, en lees je dagen aan een stuk, en wil je ieder van ons alle plots en verhaaltjes en personages vertellen. Ik weet alles over Blauwstaart, een van de Cat Warriors, en ik heb nog geen pagina van het verhaal gelezen.

Ik mag wel stellen dat jij een speciaaltje bent, Kobe. Jouw gedachtegang is soms heel volwassen, je bent zodanig intelligent… Maar aan de andere kant ben je soms nog ongelofelijk speels en kinderlijk. Dat merk ik vooral wanneer je met je zusje speelt. Wanneer Wolf met haar speelt, zit daar vaak al dat ironische en ondeugende in van een echte puber. Jij gaat gewoon nog volledig mee in haar spel, en speelt dan een tovenaar uit Harry Potter, of een hondje dat bij de dierenarts moet, of… goh, wat je fantasie je ook laat spelen.

Maar het belangrijkste is, dat ik je ongelofelijk graag zie, lieverd. Het is niet altijd makkelijk om dat te laten zien, omdat ik zo vaak moet zagen tegen jou: ruim je spullen op! Maak je huiswerk! Heb je nu al fagot gespeeld? Kobe, wat liggen die vuile onderbroeken nog op de grond in je badkamer te doen? Doe die deur dicht! Maar enfin, Kobe, uw fiets!!!

Maar dan zeg je sorry, en kijk je met die blinkende ogen naar me, en dat kleine putje in je kaak, en dan tover je dat kleine glimlachje om je mond – je weet héél goed dat dat werkt – en dan smelt ik. Alweer. Al elf jaar lang.

Ik zie je graag, liefje. Geniet ervan!

L’Air du Temps

Mijn lief weet me wel te verrassen, ja. Niet alleen was er gisteren die prachtige liefdesverklaring, maar hij had me ook al een tijdje geleden gezegd dat ik de avond moest vrijhouden. Dat ik eigenlijk koorrepetitie had voor de concerten volgende week, dat ik een haakje moest zoeken voor Merel en dat Kobe deze morgen om acht uur op kamp vertrok, dat was bijzaak, maar wel niet zo heel erg praktisch. “Ha ja”, zei Bart, “kan ik er toch niet aan doen dat wij getrouwd zijn op den 11ste, toch?” Daar zit ook wat in, natuurlijk.

De koorrepetitie werd afgezegd, Kobe mocht gaan slapen bij zijn peter Dirk, die hem dan ook om acht uur per taxi aan het station afzette, en Merel mocht gaan slapen bij Wolfs liefje Arwen, jawel. Ik had de zondagavond Arwen ginder afgezet, en had vol trots gesproken over onze huwelijksverjaardag, en dus ook terloops de praktische kant ervan aangesneden, en toen zei Ann dat Merel gerust ginder mocht gaan logeren. Merel zag dat helemaal zitten, en Arwen trouwens ook. Al zei Merel: “Goh, da’s toch een beetje raar, he mama, zo gaan slapen bij het liefje van uw broer…”

Enfin, rond half vijf vertrokken we naar Eghezée, anderhalf uur rijden normaal gezien, ergens tussen Leuven en Namen. Lang leve Waze die ons netjes rond de compleet stilstaande ring rond Brussel stuurde – dank u, Europese top… – zodat we effectief iets over zes een paar caches in Liernu en zelfs aan L’ Air du Temps zelf oppikten. Dank je, liefje, om me te laten doen!

We kregen een hele mooie minimalistische kamer.

Bart douchte, ik las wat, en iets over zeven staken we, opgedirkt, de binnentuin over. Grappig was wel dat de spiegel ginder lichtjes concaaf en dus heerlijk vermagerend was. Ik wou dat ik er altijd zo uit zag :-p

Enfin, we gingen eten dus: een verwelkoming met een paar ‘snacks’ in een aparte antichambre, dan het restaurant zelf, met een keur aan hapjes en gerechten. Ik ga ze niet allemaal apart beschrijven, maar ze waren wel prachtig! Lekker, dat ook, maar vooral visueel verbluffend. Kijk zelf maar…

Ik was wel blij dat we bleven slapen, want we waren allebei helemaal plat, tegen het einde van de avond, en we hadden geen van twee alcohol gedronken.

We sliepen, het moet gezegd worden, heerlijk, en werden allebei wakker door een smsje van Dirk die ons iets over achten liet weten dat Kobe prima vertrokken was. Ook het ontbijt was meer dan in orde, en het geheel zorgde ervoor dat we hier wel nog willen terugkomen, ja.

Aangezien we maar tegen ‘s middags terug in Gent moesten zijn, was er nog tijd voor een paar caches in de buurt, en Bart ging gewillig mee, en hielp me zelfs door bijvoorbeeld fluks in een gracht te springen en een emmer uit een afwateringsbuis te halen, jawel.

Tegen half een waren we in Gent, aten nog samen lunch hier niet veraf, en daarna sprong Bart andermaal op de fiets richting kantoor, en ik ging Merel halen, en nam haar daarna mee naar de koorrepetitie die al om vijf uur begon.

Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

22 jaar is onvoldoende.

Bart schreef deze morgen op mijn Facebook:

22 jaar is onvoldoende.

Ik kan er namelijk niet genoeg van krijgen om je graag te zien.

Hoe je met je tong klakt en ‘Tsk, alleé, geeft dat hier’ zegt als ik worstel met een fysieke taak en hoe je die doos dan als vanzelfsprekend gewoon open doet.

Als ik bij het avondeten grappig meen te zijn, hoe je dan toch giechelt als een bakvisje met mijn dad-jokes terwijl de echte tieners rond de tafel met hun ogen rollen.

Hoe je aanvoelt dat ik even alleen moet zijn als ik na een werkdag zotgeraasd thuiskom.

Dat je ondanks mijn neurotische voorkeur voor clean desks en lege oppervlakten er toch volhardend in blijft slagen van ons huis een warm nest te maken.

Ik weet dat ik ’s avonds vaak al uitgeteld in bed lig te slapen op het moment dat jij pas energie krijgt om nog duizend dingen te doen en te vertellen. Maar als ik ’s morgens (of zoals jij het noemt: ’s nachts) aan mijn dag begin, lig ik eerst nog even te kijken naar de slapende jou, hoe je lippen Morpheus zelf lijken te kussen en hoe je dijen van tussen de lakens glooien, en ik kan er niet genoeg van krijgen.

Jij hebt geen werk en hobby’s; jij Geeft Les! en Onderhoudt de Website! en Geocacht! en Zingt! In! Een! Koor! en Larpt! en ik kan niet genoeg krijgen van de intensiteit waarmee jij leeft. Diezelfde hoofdletters en uitroeptekens voel ik ook elke dag in je zorg voor onze kinderen en mij.

Ik kan er niet genoeg van krijgen hoe je met getuite lippen en gekantelde heupen aan me vraagt over kleedjes en hoedjes en bloesjes ‘Is dit mooi?’ en ach dan ben ik waardeloos want ik vind ze allemaal mooi op jou.

Ik kan je niet beloven dat ik er de rest van jouw leven zal zijn om je graag te zien; maar ik zal dat vol overgave doen voor de rest van het mijne.

22 jaar is onvoldoende.

Ik krijg er niet genoeg van om je graag te zien.

Ik las het, en schreef terug:

Dan slaap je op je trouwdag tot negen uur, kom je met een slaaphoofd aan je computer om te kijken of de bib vandaag nog open is, en lees je de prachtigste ode aan jezelf. En dan zit je, nog in je slaapkleedje en helemaal slaapwarm, te huilen voor je scherm.

Dank je, mijn lief.

Dank je, om mijn rustpunt te zijn. Al heel mijn leven raas ik maar door omdat ik overloop van energie, enthousiasme, ergernis en frustratie, maar zodra ik bij jou ben, ben ik als een ballon die leegloopt, een puddinkje dat inzakt. Ik hoef maar eventjes je armen rond me te voelen, en mijn wereld is weer oké.

Dank je, om mijn rots in de branding te zijn, wanneer mijn lijf het weer eens opgeeft. Hoe vaak heb jij nu al met mij in het ziekenhuis gestaan? Voeten, enkels, rug, stem, kaak… En jij kijkt naar me, schudt je hoofd, en bent er. Ook als ik twijfel of het dit keer nog wel goed komt.

Dank je, om zelf een tomeloos vat van doorzettingsvermogen te zijn. Twaalf jaar geleden bespraken we het nog samen: of het een goed idee was om als zelfstandige in bijberoep te beginnen, en of we dan de zolder konden inrichten als kantoor. Ja, zei ik vanuit mijn hart, ga ervoor, liefje, want dat is jouw passie. En twaalf jaar later loop ik met mijn vader door een gloednieuw gigantisch kantoor waar al meer dan honderd man onder jou werkt, en springt mijn hart bijna uit mijn borstkas van trots. En heb ik mijn pa wel een keer of tien aangestoten: da’s die van mij, hé! De mijne!

Dank je, om al 22 jaar te blijven proberen orde in mijn chaos te brengen. Ik doe mijn best, liefje, maar clean desk zal me echt nooit lukken. Dat zit niet in mij, vrees ik. Maar telkens wanneer ik de garagepoort hoor opengaan, en jij iets later de woonkamer binnenkomt, maakt mijn hart een sprongetje. Je zucht, puft, zet je spullen weg, en ploft in de zetel. Dan weet ik dat ik je even moet laten bekomen van die zotgeraasde dag, en dan ben ik blij dat er dit rustgevende, zij het rommelige huis is.

Dank je, om telkens opnieuw van die onnozele opmerkingen en dwaze grapjes te maken. Je doet me lachen, en da’s niet om jouw woorden, maar om dat kleine twinkeltje in je grijze ogen, en dat krullen van je ene mondhoek. En je gevatte opmerkingen, die doen gewoon mijn hart smelten.

Dank je, om me telkens weer voor voldongen feiten te stellen als het op plannen aankomt. Als het aan mij lag, zouden we nooit georganiseerd ons kot uitkomen. Maar jij, jij stuurt me bericht dat ik een bepaalde avond vrij moet houden, en dan doe ik dat. Zeg ik plannen af, probeer ik haakjes te vinden om de kinderen aan te hangen, mensen te zoeken met wie ze kunnen meerijden, dat soort dingen. Want aan de praktische kant had je alweer niet gedacht, liefje. Maar dat los ik met plezier voor je op. En ook wel een beetje grommelend, dat ook.

Dank je, om me geduldig mijn ding te laten doen. Om in je broodnodige weekends toch de kinderen voor je rekening te nemen, zodat ik ergens in een of ander Vlaams bos het stof uit wat orken hun gat kan kloppen, of een weekend de longen uit mijn lijf kan zingen, of god-mag-weten-welke onnozeliteit kan uithalen.

Dank je, mijn lief, om 22 jaar geleden met mij ervoor te gaan. Ik kijk om me heen, en zie een warm huis voor drie kinderen en onszelf, een gelukkig gezin. Dit is meer dan waar ik 22 jaar geleden had van durven dromen.

Ik weet niet waar we over 22 jaar zullen staan, mijn lief. Wellicht niet meer hier, want mijn rollator zal niet compatibel zijn met die trappen, en tegen dan is dit huis ook veel te groot voor ons. Maar ik weet wel dat het samen zal zijn. En weet je? Dan maakt het me eerlijk gezegd ook niet veel uit waar we zijn. Zolang ik maar bij jou ben.

Want je hebt gelijk, mijn lief. 22 jaar is onvoldoende.