Vijftien

Lieve, lieve Wolf

ik vind het gewoon onwerkelijk: vandaag ben je al vijftien. Vijftien! Man, die tijd gaat snel…

En wat een contrast met vorig jaar! Vorig jaar was je aan het wegkwijnen, zag ik je dag na dag achteruit gaan, en was je nog een schim van mijn echte Wolf.

Vandaag stond je op met lichtjes in je ogen. We zijn een jaar later, een jaar waarin vooral het Zeepreventorium een enorme rol speelde, en je bent een andere Wolf. Niet alleen fysiek: je pijn is zo goed als verdwenen, je fietst naar school, doet mee met de turnles, en hangt rond met je maten. Alleen die rugby is er nog niet: je moet eerst nog beginnen fitnessen, zoals je in december plechtig hebt beloofd aan de dokter. Tsja…

Ook mentaal ben je een andere Wolf. Ja, je bent een puber en hebt al eens last van een pesthumeur en van het gevoel dat de hele wereld tegen jou is en dat het leven gewoon oneerlijk is. Dat is normaal, ik verwacht ook niet anders. Maar verder heeft het Zeepreventorium je ook mentaal veranderd: je hebt leren relativeren, je weet wat pijn is, wat het is om af te zien, ja, zelfs om vrienden of kennissen te zien sterven. Je was altijd al een meelevende en enorm attente jongen, en dat is alleen nog maar sterker geworden.

Neem nu mijn rug: je weet dat ik koppig ben en soms te ver zou gaan, en je beschermt me voor mezelf, ook al betekent dat meer werk voor jou. Je zal nooit klagen als je nog eens een mand natte was naar beneden moet dragen, of ik je vraag de boodschappen uit de auto te halen.
Maar ook voor anderen ben je even zorgzaam. Zo dacht je vrijdag dat ik niet op tijd was – ik was Kobe gaan afhalen van de fagotles – om Merel in bed te steken, dacht je dat ze alleen in bed moest kruipen, en was je meteen even naar haar kamer gegaan om haar in te stoppen, zonder dat iemand je dat gevraagd had. Dat soort dingen, liefje.

Je weet ook gewoon wat anderen belangrijk vinden. Je weet dat ik er echt belang aan hecht dat je even salu zegt voor je vertrekt, of dat je ook echt slaapwel komt zeggen, en dan geef je me meteen een dikke knuffel. Of beter nog: als ik ‘s avonds in de zetel lig, kom je gewoon vierkant boven op me liggen voor een echte dikke knuffel. Dat ik doorheen de jaren platter en platter word omdat jij nu eenmaal al groter bent dan ik, dat maakt niet uit: we genieten daar beiden van.

Op school doe je het prima. Nee, je cijfers zijn niet zo goed als ze zouden kunnen zijn mocht je keihard werken, maar dat hoeft ook niet voor mij. Zo lang je maar zorgt dat ze meer dan behoorlijk blijven, zo lang je er maar moeite in steekt en zorgt dat je dingen bij leert, is het voldoende voor me. Je mag ook nog een leven naast school hebben, snap je, ik had dat ook.

En verder… Als we mogen afgaan op Merels vriendinnetjes, ben je echt wel een knappe jongen. Ikzelf vind dat ook, maar ik ben dan ook grandioos bevooroordeeld, vrees ik.

Weet je, Wolf. Als ik ze zo zie lopen op school, of ik zie je vertrekken met de fiets, of ik zie je rondhangen met je vrienden, dan krijg ik steevast een warm gevoel van binnen. Al vijftien jaar lang, liefje. Ik ben trots op jou, trots op de jongen die je bent en op de man die je aan het worden bent.

En ik benijd nu al de vrouw die jou definitief zal binnenhalen. Ze weet niet wat voor schat ze in handen zal krijgen.

Naar huis!

Jawel, na meer dan een maand in het ziekenhuis mocht ons vader vandaag eindelijk naar huis. Oef! Vorig weekend had hij een dag mogen proberen, en dat was al bij al meegevallen. Hij was eigenlijk zelfs blij terug in zijn eigen omgeving te zijn.

Vandaag ben ik hem iets over elf gaan ophalen met al zijn gerief, en we hebben hier thuis gegeten. Na het eten heb ik hem dan naar Zomergem gebracht, waar het huis intussen al lekker warm was. Hij had ook meteen brood mee, charcuterie, een paar yoghurtjes, dat soort dingen, zodat hij de eerste dagen geen boodschappen moet doen. Voor morgen heeft hij ook een volledige maaltijd mee, al zit de kans er wel in dat hij bij Jeroen mag gaan eten.
Met de auto rijden is voorlopig nog geen goed idee, maar als het moet, kan hij wel te voet naar de slagerij gaan, waar ze zowel dagschotels als beleg verkopen, en dan heeft hij meteen ook wat hij moet hebben.

Was hij blij dat hij thuis was? Jazeker. Maar meteen overviel hem ook weer een stevige melancholie: hij mist ons ma, en vooral het alleen zijn in dat huis dat hij altijd met haar deelde, valt hem zwaar. Alleen… daar is geen oplossing voor, geen troost, en dat weet hij ook.

Ik heb nog eens goed gekeken of hij wel goed geïnstalleerd was, heb hem nog eens stevig geknuffeld, en reed toen naar huis. Allez ja, met een omweg, want er waren hier nog twee geocaches die ik nog wilde oppikken. Eentje daarvan lag in de Kattenwegel bij een prachtig uitzicht en mijn broers op één na favoriete bank.

De volgende lag een eindje verder, de Molenstraat naar beneden, en dan Ro in. En daar, daar sloeg ook voor mij de melancholie toe. Dit was een van de favoriete straten van ons ma, met het ongelofelijke weidse uitzicht. Als kind en tiener gingen we hier soms fietsen, en dan genoot zij immens.
Ik was er in geen twintig jaar langs gereden, en bij het zien van diezelfde velden heb ik me even moeten parkeren, ik geraakte niet verder. Als ergens ons ma haar geest nog rondwaart, dan zal het hier in Ro zijn. Met haar haar overhoop gewaaid en glinsteringen in haar ogen.

Ik mis u, ma. Maar we doen voort, en we doen het goed. En ons pa, die redt zich wel. Gaat gij nog maar een eindje fietsen, hier in Ro. En vergeet uw fleske water niet in uw fietstas te steken hé.

Onder de indruk

Vermeldde ik terloops tegen Bart dat ik ‘A Tale of Two Cities’ van Dickens aan het lezen was.

“Ah”, zei hij, “It was the best of times, it was the worst of times”.

En toen wist ik meteen weer waarom ik met hem getrouwd ben.

Afbeeldingsresultaat voor a tale of two cities

Trots

Terwijl ik hier in de zetel lig te liggen, geeft Bart het beste van zichzelf voor zijn bedrijf, zoals altijd. En dan zie ik dingen op Facebook passeren, en ben ik weer gewoon helemaal trots op hem. En denk ik vooral: “Dat is de mijne. Yup. Die van mij.” En dan gloeit dat vanbinnen, en ligt dat niet aan de pijn in de rug :-p