Hotel d’Hane Steenhuyse

Gisteren was het Openmonumentendag, en vroeger durfde ik dan wel eens met ons ma op stap gaan, maar da’s eigenlijk al een serieus tijdje geleden. Gisteren waren we toch op de Kouter voor het etentje voor ons pa’s verjaardag, en dan was het maar een heel klein stapje richting de Veldstraat, naar het stadspaleis Hotel d’Hane-Steenhuyse. Eigenlijk is dat sowieso open op vrijdag en zaterdag, maar daar kom ik zo niet.

Enfin, wij dus daar naartoe, en mijn mond viel open: wat een prachtig gebouw! Blijkbaar heeft Lodewijk XVIII er zelfs nog gelogeerd. Bart en de jongens waren er vrij snel door, Merel en ik keken ons ogen uit!

Het wijstste was echter de kelder, de vertrekken van het personeel. Er is de keuken met het gigantische fornuis, de eetplaats, maar ook de stallen voor de koetspaarden en zo! Alleen kreeg ik net dan een smsje van Bart die zich plots allesbehalve goed voelde, en dus logischerwijs snel naar huis wilde. Wij weg dus, maar ik wil zeker nog terugkomen en heel erg rustig rondkijken tot in de details.

Nieuwe fietspad

Ik geef het eerlijk toe: ik hield mijn hart al vast bij de gedachte dat Kobe alleen met de fiets naar school moest. Niet dat hij niet kan fietsen, verre van, technisch gezien doet hij dat uitstekend. Alleen is hij nog altijd een verschrikkelijk warhoofd die concrete verkeerssituaties niet altijd correct inschat.  Tsja…

Vorige week waren we nog eens samen naar school gefietst, en gisteren konden we ook samen rijden, tot zijn grote opluchting. Op dinsdag moet ik normaal gezien enkel in de namiddag lesgeven, maar aangezien ik gisteren niet rond was geraakt met de foto’s van de eerstejaars, kon ik daar deze morgen aan verderwerken, en reed ik dus ook samen met hen, en kom ik straks ook met hem terug. Zo leert hij het alvast een beetje. Enne… we hebben een ongelofelijk goed alternatief gevonden voor de drukke Botestraat met archislecht fietspad, Het nieuwe fietspad doorheen de Lange Velden is namelijk af, en is een pareltje geworden!

We rijden hier de Waterhoenlaan uit tot aan het pleintje, en slaan dan af naar de Lievestraat, met eigen fietspad. Daar kan je oversteken, nog voor het kruispunt om naar de Lange Velden te gaan met de auto, en kom je meteen op het fietspad terecht, dwars door de Lange Velden.

Op het einde daarvan krijg je een ministukje Gaverstraat – dat intussen autovrij is gemaakt! – en sla je de Buntstraat in, intussen doodlopend en dus ongelofelijk rustig.

Dat loopt verder in de Durmstraat, die ook nog steeds zeer rustig is, en op het einde daarvan draaien we de Henri Storystraat in, dwars door die woonwijk daar. Dat komt netjes uit op de Groenestaakstraat, vlak voor Mariakerkebrug. Brug over, naar rechts de Kasteeldreef in, en voila, de school!

Waarom zet ik dat hier nu in het lang en breed? Wel, er zijn al mensen die me vroegen hoe wij reden, vandaar. Een ongelofelijke aanrader, heerlijk rustig, groen, en verfrissend. Echt.

Eerste schooldagen

Die eerste schooldag, die was vandaag ietsje zenuwachtiger dan anders. Kobe was er niet helemaal gerust in, in die nieuwe school van hem. Samen zaten we rond acht uur op de fiets en fietsen vrolijk langs het nieuwe fietspad tot op school. Daar liet ik hem achter bij een maatje dat hij al meteen had gevonden: de broer van onze vroegere babysits, met wie hij de Brussendag had meegedaan.

En verder? Goh, hij heeft het wel overleefd, ja. Als je wil weten wat hij die dag allemaal heeft gedaan: dat kan je hier lezen.

En omdat die eerste-schooldagfoto’s zo mooi zijn, heb ik ze hier nog eens opnieuw opgelijst. Heerlijk om dat Mereltje te zien opgroeien, om die Kobe te zien evolueren.

Alleen jammer dat Wolf er niet meer bij staat. Vorig jaar sliep hij nog, dit jaar zat hij al in het Zeepreventorium. Tsja. Maar het blijft mooi, die evolutie.

366-sep01






Helden!

Een tijdje geleden zat de folder in ons bus: dat de Helden naar Wondelgem kwamen, en meer bepaald vandaag op de Drieskensfeesten. Gratis en al!

Er stond bij dat de deuren opengingen om 13.30 uur, en dat het begon om 15.00 uur. Er waren geen voorbehouden plaatsen, en vol was vol. Aangezien Merel en Kobe de helden echt wel wilden zien, stonden we tegen half twee aan de hoeve, maar van aanschuiven was geen sprake, al moet ik wel toegeven dat het tegen drie uur wel vrij vol liep. Ik had een berichtje gestuurd naar Liezes mama, en die kwamen ook nog af. Happy Merel!
Els slaagde erin om zowel met Sieg als met Maureen een foto te maken van drie glunderende dametjes…

De show zelf? Goh ja, wat kunnen die gasten doen op een klein podium, terwijl ze normaal gezien vanalles bouwen? Maureen zong, en het is bekend dat ze dat zeer goed kan. Nico deed een aantal salto’s, en sprong zelfs over 9 kinderen én Sieg heen in een zijwaartse salto. En verder een hoop grapjes, opmerkingen, enfin, het was eigenlijk best wel leuk.

De kinderen genoten ervan, en Merel genoot er zó hard van dat ze eindelijk Lieze terugzag, dat zowel Lieze als kleine zusje Janne dan maar bij ons kwamen spelen. Janne verklaarde zelf dat ze wel met haar speelmaatje Kobe ging spelen, en die moest lachen maar zag dat wel zitten. Derde kleuterklas versus eerste middelbaar, moet kunnen.

Tegen half zeven werd Janne opgehaald, en kreeg Lieze een rugzakje met een pyjama en een toiletzak en zo, want ja, ze mocht blijven slapen! Zelden zo twee stralende meisjes gezien. We keken eerst nog naar de film Jungle Book, en die twee waren dicht tegen elkaar aangekropen. Yup, al beste vriendinnetjes sinds ze twee waren, en vijf jaar later nog steeds. Goed, toch?

Kameremolumenten

Kobes kamer is de kleinste van de vier, maar eigenlijk nog best wel een ruime kamer. Tenminste, als ze niet zo stampvol zou staan…

Nu hij naar het middelbaar gaat, was het tijd om daar een en ander aan te veranderen. Alle dino’s en draken mochten weg, net zoals de legoposters en zo goed als alle knuffels. En omdat we intussen gemerkt hebben dat hij dat tweede bed in zijn kamer eigenlijk toch alleen maar gebruikt om rommel op te leggen, mocht het weg.

We zijn begonnen met zijn grote speelgoedkast op te ruimen, zodat er een hoop plaats vrijkwam om zijn slijmgerief in de kast te zetten. Daarna hebben we zijn tweede bed afgebroken, alles grondig gestofzuigd en gedweild, en meteen ook maar de vensters even gekuist. Er werd een zeteltje aangesleept uit Wolfs kamer voor een leeshoekje, en we zagen dat het goed was.

Het is een heel pak ruimer geworden, op die manier. Als Bart en Wolf dit weekend nog de planken van het bed naar de zolder brengen, kunnen we nog verder werken aan decoratie en zo. We zien nog wel, het is in elk geval nu al een hele verbetering.

Workshop Marketing

Ergens eind mei vroeg mijn directie of ik alsjeblief mee wilde gaan naar een nascholing over marketing en rebranding: hoe zet je je school in de markt, hoe lok je nieuwe leerlingen, hoe maak je van je school een sterk merk?

Aangezien ik daar volop mee bezig ben en daar ook voor betaald word, zag ik dat wel zitten, ja. En dus zat ik van een tot half vijf op het Lyceum voor wat een zeer interessante uiteenzetting werd.
Conclusie: we zijn goed bezig, maar er is nog veel werk aan de winkel. We hebben ons merk, onze huisstijl, ons Unique Selling Proposition, maar we moeten alles nog veel verder doordrijven, en vooral meer zichtbaar maken.

Ik was vooral blij dat mijn directie er ook bij was, zodat ze het ook eens van een ander hoorden. Veel dingen waren nieuw voor mij, maar sommige dingen zeg ik al jaren, waarop er dan zeer twijfelend en weigerachtig gereageerd wordt. Awel: néh!

Nu nog in praktijk brengen…

W-Festival in Amougies

Vorig jaar zaten Bart en ik al op het W-festival, en hadden toen gezien dat het goed was.

Toen hij me dit jaar vroeg om een dag van het intussen vierdaagse festival uit te zoeken, wegens opnieuw VIPkaarten van Kanaal Z, zei ik uiteraard onmiddellijk ja, maar wist ik niet goed welke dag uit te kiezen. Covenant? Of toch maar Project Pitchfork? Of… Gelukkig maakte Bart zelf mijn keuze wat makkelijker: in de week ligt het moeilijk voor hem, en op zaterdag had ik het huwelijk van Tiny en Tomas. Zondag dan maar? Dik in orde, vond ik, er was Clan of Xymox en vooral ook Suicide Commando, twee groepen die ik zeer kan smaken.

We zorgden dat we tegen drie uur in Ronse waren, mét kinderen en taart, altijd een fijne combinatie. Nelly had namelijk sinds 1 juli de kinderen niet meer gezien, en dit was natuurlijk ideaal! We aten taart, samen met Koen en zijn kinderen en een zeer opgejaagde Nelly, en reden dan naar Amougies om er wat te kalmeren. Samen trokken we het festivalterrein rond, en zagen vooral dat het stevig was uitgebreid tegenover vorig jaar. Toen was er één openluchtpodium en een vijftal eetstandjes, nu was het terrein veel veel groter, waren er twee podia (een Wave Cave en een Synth Scene), elk onder een tsjoepentent, met daartussen nog vanalles. Eettentjes waren er genoeg, er was een foodie corner, er stond zelfs een ijsjes- en wafelkraam, en er waren lockers voorzien. Vijf euro, maar bon, een heerlijk gevoel om niet met een rugzakje te hoeven zeulen. Het heeft een beetje van zijn charme verloren, maar het is wel heel professioneel nu.

We hoorden nog net de laatste twee nummers van Red Zebra, luisterden met een half oor naar Antipole, en installeerden ons in de VIP om daar honderduit te kletsen met Lieven (net zoals vorig jaar) en met Eddy. We hadden namelijk nog een vierde ticket, en oorspronkelijk ging Wolf meegaan, maar hij zag dat dan toch niet zitten, en bleef liever met zijn broer Fortnite spelen bij Omaly. Eddy is een classicus die altijd een hoop festivals afschuimt, meestal op zijn eentje, en ik wist dat hij daar rondliep. Ik stuurde een berichtje, en uiteraard zei hij niet nee tegen een VIPticket. We hebben dus vooral herinneringen opgehaald aan onze universiteitsjaren, zorgden dat we tegen half zeven konden eten, en dat we dus tegen zevenen in de Wave Cave stonden voor Clan of Xymox. Die Nederlanders zijn echt nog new wave, beetje stijl The Cure, maar toch met een duidelijk eigen geluid.

De heren haastten zich naar de overkant, naar Marc Almond, waar Bart intussen ook al stond, maar ik ging liever nog even zitten in de VIP om mijn rug te sparen. Helaas was Almond om een of andere reden een half uur vervroegd, zodat de programmatie elkaar begon te overlappen, in plaats van netjes af te wisselen. Jammer!

Rond half negen ging Bart naar huis, en tegen negen uur maakten wij drie ons op voor het concert van Suicide Commando. Deze Belgische band brengt bij momenten snoeiharde EBM, maar ik geniet er mateloos van. Ik heb dan ook bijna een vol uur de ziel uit mijn lijf staan dansen, en als bisnummer kregen we dan ook hun grootste hit én een van mijn all time favourite songs. Genóten, zeg ik u. Alleen komen op het filmpje de bassen absoluut niet over, want die daverden door ons lijf. Zalig.

Daarna was het terug richting VIP om even uit te rusten, terwijl Eddy even naar D:uel ging kijken en zag dat het kattevals was.

Twintig voor elf begon Lords of Acid, maar daar ben ik maar even blijven kijken. Niet mijn ding, en de rug vond het welletjes.

Ik heb me dan in een heerlijke zetel in de VIP gezet, waar een DJ goeie dingen aan het doen was met EBM en New Wave, en heb zitten lezen. Ha ja, ik had dit voorzien, en had mijn boek bij.

Na afloop, rond kwart voor twaalf, heeft Lieven me dan naar huis gebracht. Moe, maar met een grote grijns.

Mijn innerlijke goth kan er weer een tijdje tegen.

Bedenkingen bij de vakantie in Rhodos

Er waren zo’n aantal losse bedenkingen en gedachten bij de afgelopen vakantie in Rhodos. Ik verzamel ze hier even.

  • Rhodos is een toeristenmuite. Quasi 100%. Alle mensen die in en rond het hotel werken, werken er zeven dagen op zeven. Het seizoen begint er eind april, en eindigt eind oktober. Ze werken dus zes maanden kei-, maar keihard. De andere zes maanden is er namelijk geen werk en zitten ze gewoon thuis, werkloos te wezen. De werkloosheidsuitkering is 100 euro voor drie maanden, wist een van hen me te vertellen. Marios, de barman boven, was sinds eind april non-stop aan het werk met één keer een halve dag vrijaf omdat hij naar de dokter moest. Poeh… En hetzelfde geldt voor alle hotels, winkeltjes, buschauffeurs, taxichauffeurs, autoverhuurders, wasserijen, boottochten, noem maar op. In de winter is Rhodos gewoon doods, behalve dan misschien de stad zelf. En dan nog.
  • De muziek in het hotel was op zijn minst vreemd te noemen. Enkel in de buitenbar in de namiddag kon je er gewone muziek horen, als in: niet al te recente popmuziek. Voor de rest was er continu overal een soort loungemuziek, de meest vreemde versies van bekende nummers. Poker Face van Lady Gaga in een zeemzoete versie, of – godbetert! – een salsaversie van In between Days van The Cure. Of wat dacht u van een zalvend gezongen versie van Cocaine van Clapton, of een countryversie, stijl de themesong van Firefly, van Killing in the Name of van Rage against the Machine.
  • Grieken rijden op zijn Grieks: ze snijden bochten af, rijden door het rood, steken op de meest onmogelijke plaatsen voorbij, dragen geen motorhelm of autogordel, en zitten het liefst de hele tijd te bellen. Maar vreemd genoeg houden ze zich wel zowat de hele tijd aan de snelheidslimiet. Snappe wie snappen kan.
  • De kamer werd twee keer per dag schoongemaakt. Allez ja, één keer werd er echt volledig schoongemaakt, gedweild, stof afgedaan, tot en met de randen van de schutting rond het zwembad afgewreven. Uiteraard werden ook de bedden opgemaakt en de handdoeken ververst, indien nodig. Maar tijdens het avondeten kwamen ze nog even rond: de bedden nog eens piekfijn leggen, de gordijnen sluiten, de handdoeken nog eens verversen, dat soort dingen. Oh, en een nouga op elk kussen leggen :-p
  • De volgende keer dat we naar Griekenland gaan, moet ik echt mijn Grieks opfrissen. Ik versta het een beetje, en kan nog een paar woorden spreken. Blijkbaar heb ik wel de max van een accent: er is me verschillende keren gevraagd of ik soms van het noorden was, van Thessaloniki of zo. En dat ik toch echt niet van België kon zijn. En steeds opnieuw kwam de vraag waarom ik in hemelsnaam Grieks geleerd had. Het zorgde ook wel voor heel veel goodwill bij de mensen, gewoon het feit dat ik de moeite had gedaan om wat Grieks te kunnen. Tsja…
  • In Rhodos Stad lopen mensen gewoon in bikini op straat. UIteraard niet in alle straten en overal, maar wel aan de randen, want rondomrond liggen er stranden, compleet met parasolletjes en alles. Grappig, zo van een busstation, een politiekantoor of om het even wat het strand op.
  • Katten. De katten van Rhodos zijn blijkbaar een begrip, want je vindt ze op postkaarten en andere prullaria. We hebben inderdaad massa’s katten gezien, en nauwelijks honden.
  • Een diep respect voor de Maître d’ hôtel. Die mens stond er elke morgen, elke middag én elke avond aan de ingang van het grote buffetrestaurant, en begroette elke familie heel erg hartelijk. Hij onthield ook details van elke familie, en wist van ons bijvoorbeeld dat hij ons mocht aanspreken in het Grieks, dat we ‘s middags binnen wilden zitten en ‘s avonds buiten. De laatste middag sprak ik er hem over aan, en zei dat ik een diep respect had voor zijn inzet en zijn enthousiasme, dag na dag, zonder ophouden. Hij apprecieerde het compliment blijkbaar heel erg, en vertelde dat hij er stond van zeven uur ‘s morgens tot tien uur ‘s avonds, en dat hij dat deed op twee pakjes sigaretten en massa’s koffie per dag, en chocolade. En vooral géén alcohol, want anders zou hij het niet uithouden. Dat kan ik me ook bijzonder goed voorstellen.
  • Airconditioning is niet noodzakelijk lawaaierig. In onze kamer kon ze soms wel volop blazen, maar ‘s nachts sloeg die gewoon af en toe even aan, en dat hoorde ik enkel aan het klikken van de transfo’s, en merkte ik natuurlijk aan de zachte stroom koude lucht. Verder hoorde je er niets van, en dat was gewoon zalig!
  • Ik heb ginder ganse dagen in een bermuda rondgelopen, iets waar ik thuis niet mee durf buitenkomen. Maar dacht u dat mijn benen ook maar ietsje minder spierwit zijn geworden? Nee hoor! Mijn armen en décolleté gelukkig wel, maar die benen van mij? Nope.
  • Ik ben, met al dat fretten, amper anderhalve kilo bijgekomen. Best wel trots op mezelf, al weet ik nog altijd niet hoe dat kan. Mja. Go me, zeker?
  • Bougainvillea’s. Serieus. Kunnen die nog harder bloeien, of wa? De kleuren zijn prachtig en ik ben er stikjaloers van. En je vindt ze op alle mogelijke plaatsen in Rhodos, zelfs half in het wild. Prachtig!
  • De koffie is er niet te drinken. Om een of andere reden zijn ze er zot van oploskoffie, en dat smaak je. Ik heb er eigenlijk geen enkele goeie koffie gedronken, en de eerste koffie hier thuis smaakte ongelofelijk!
  • Wanneer je op een terras een cola of limonade of zo bestelt, krijg je een halve liter. Keer op keer, tot onze grote verbazing, en eigenlijk niet ten onrechte, want dat dronken we telkens probleemloos op. En voor een best wel faire prijs, zelfs op toeristische plekken.
  • Light en zero kennen ze er niet of nauwelijks. Het enige wat in het hotel te krijgen was, was Pepsi Max. Fanta Light was pas die week geïntroduceerd in Rhodos, wist de barvrouw te vertellen, en van andere light/zero dranken, zoals Ice Tea of Sprite of Agrum en dergelijke hadden ze zelfs nog nooit gehoord.
  • Als je geld afhaalt in een gewone bankautomaat, rekenen ze verdorie drie euro kosten aan. Allez zeg!

Er zullen nog wel een paar dingen zijn waarover ik zitten denken heb, maar bon. Rhodos out.