Een Gentse zondag

Véronique had voorgesteld om vandaag eerst naar het MSK te gaan, en dan samen iets te eten. Wij zeiden geen nee, en zelfs Wolf zag dat zitten.

We voelden ons meteen weer old school Gentenaars, die eerst naar een (op zondagvoormiddag gratis) museum gaan en dan de stad intrekken. Iets over elf stonden we aan het Museum voor Schone Kunsten, wij met de auto, Bart met de fiets: zo kan hij makkelijker Pokémon vangen :-p

De tijdelijke tentoonstelling van Medardo Rosso sprak me niet zo aan, en de vaste collectie is ook niet zo direct mijn stijl, maar het grote werk in de inkomhal, met pseudo-Farsi zinnen, vond ik dan weer fantastisch, net zoals de Metafloristiek onder de koepel.

Daarna reden we naar de parking van de Ramen, want we hadden gereserveerd in de Brasserie onder de Stadshal. Dik in orde, zoals altijd.

Bart is daarna nog gaan kijken of er nog bootjes te huren vielen op de Coupure, maar alles was al lang weg. Wolf vond het trouwens welletjes voor zijn rug en wilde naar huis, maar Merel is nog meegegaan met Véronique en Léonore naar de Zebrastraat.

Een fijne zondagmiddag, jawel.

Rein Decoodt – Terug!

Als Véronique me belt met de vraag of ik mee ga naar theater/film/tentoonstelling, dan zeg ik zo goed als nooit nee, want ik weet dat het interessant zal zijn, en dat onze smaken gelijk lopen.

Om acht uur zaten we dus samen op de tribune van Bij’ de Vieze Gasten voor een monoloog die uitverkocht was, en ik begrijp prima waarom. Ik was ook wel stevig onder de indruk.

Zoals de website vermeldt: In 2009 trekt de jonge actrice Rein Decoodt door Mexico. Vanuit het niets wordt ze overvallen door endocarditis, een boosaardige bacterie die haar lichaam en geest teistert van kop tot teen. Na een lange strijd weet ze dat ze niet meer zal worden wie ze was. Zowel fysiek als psychisch is haar ‘zijn’ getekend door onzichtbare en zichtbare littekens.

En jawel, het is Rein zelf die het stuk brengt, die op een bepaald moment haar tekst even kwijt is, maar die dat zonder meer gewoon terug oppikt. Chapeau, als je weet dat geheugenproblemen maar een van de weinige problemen zijn waarmee ze sindsdien te kampen heeft.
Ze brengt het relaas van haar ziekte en de manier om ermee om te gaan, heel eenvoudig, bijna onderkoeld, en net dàt maakt de kracht uit van dit stuk. Je zou het heel melodramatisch kunnen brengen, tranentrekkerig, maar precies dat doet ze niet, waardoor je op een gegeven moment als publiek toch gewoon met tranen in de ogen zit.

Bewondering. Dat is uiteindelijk wat overblijft na deze voorstelling. Een mateloze bewondering voor een jonge actrice en hoe ze zich, na een onnozele bacterie en de verwoestende impact daarvan op haar lijf en geest, door het leven slaat. En warempel opnieuw op de planken staat, dat ook.

Ik weet niet wanneer Rein deze monoloog nog eens brengt, maar als u hem kan zien: gewoon doen. Echt.

(zwart-witbeeld van Fred Debrock)

Toonmoment en bijhorend stadsgeloop

Kobe had vandaag voor fagot een toonmoment in ‘t stad: niet in de Drabstraat, zoals de vorige keer, ook niet in de Poel zelf, maar wel op de hoek van de Ramen, in het foyer van een serviceflatgebouw. Wijs hoor!
Hij moest er een uurtje op voorhand zijn om nog even door te spelen, en intussen dronken Merel en ik een koffie op het terras van – waar anders? – de Labath er schuin tegenover. Toen Kobe moest spelen, kwam hij ons halen, en namen we onze drankjes gewoon mee.

Na zijn optredentje  brachten we de fagot opnieuw naar de auto – dat ding is loodzwaar! – en gingen een ijsje halen. Ha ja, tradities zijn er om in ere te houden.

Het was er ook ideaal weer voor, om, gezeten op het muurtje van de Graslei onder de grote paraplu die dienst deed als parasol, te genieten van zo’n ijsje.

Geef toe?

Van fagotten en caches

Kobe en ik waren al halverwege Evergem, op weg naar zijn fagotles, toen ik een berichtje binnenkreeg van zijn lerares met het juiste lokaalnummer. Ik liet Kobe terug-sms’en waar dat dan precies was, en dat bleek in de Drabstraat te zijn. Ugh, juist ja, hij had voor een keer geen les om vier uur in Evergem, maar om twintig voor vijf in Gent centrum, zodat hij kon oefenen met piano voor zijn toonmoment volgende week. Alleen…

Merel was net vandaag op schoolreis, en ging thuiskomen om half vijf. Dat zou normaal gezien netjes uitgekomen zijn met die fagotles: Kobe brengen, Merel ophalen, Kobe terug ophalen, en dat was dat. Niet dus.

We reden dan maar eventjes naar huis, lieten Renate weten dat we iets later gingen zijn, en gingen wachten aan de schoolpoort. Daar werd gemeld dat de bus in de file stond, en dat die dus ook later gingen zijn. Hmm, daar ging de toch al geforceerde timing. Geen nood, zei Els, de mama van Lieze: ik zal haar wel meepakken naar huis, kom haar dan straks bij ons ophalen. Deus ex machina, jawel, en Kobe en ik sprongen in de auto en reden naar ‘t stad. Daar vonden we nog niet meteen het lokaal aangezien we in de gebouwen van de Poel stonden en wat verderop in de Drabstraat moesten zijn, maar bon: hij was er uiteindelijk en kon oefenen, terwijl ik een koffie ging drinken in de Labath. Oef.

Daarna dronk ook Kobe nog rustig een chocomelk, en reden we samen naar de Coupure om er een cache in orde te zetten.

Voor de rugby was het inmiddels te laat, en eigenlijk vonden we dat niet erg, want Wolf was intussen thuis, en dat deed extra veel deugd.

Pomodoré

Gwen en ik hadden het op de Griekse dag afgesproken: vandaag zouden we ergens iets gaan eten, want het kwam er maar niet van. Na het gedoe van Wolf op te halen vanmiddag – gelukkig had Bart gekookt – en meer dan een uur onderweg te zijn geweest voor de vijf kilometer naar en van de Décathlon voor een paar rugbyschoenen – we hebben in het terugkeren gewoon het veer gepakt, serieus zeg – was ik om eerlijk te zijn wel moe, maar hey, ik zie haar al zo weinig, en dus stond ik rond acht uur in de Kasteellaan, aan Pomodoré.

Ik was er al heel vaak voorbijgereden – ha ja, bijna aan de rotonde van de Dampoort – had er al heel vaak in de file gestaan, en had dus ook al heel vaak gedacht om daar toch eens te gaan eten. Het is een restaurant met verse pasta, maar daarom niet Italiaans, noch qua menu, noch qua inrichting. Het is eerder Scandinavisch, met veel blank hout, een zwarte houten vloer, zwart geschilderde muren en plafond, maar ook veel witte details en een knappe verlichting, zodat het niet somber oogt.

Er is ook een kleine maar sober ingerichte tuin met een handvol tafeltjes, maar die waren bezet, zodat we binnen bij het raam gingen zitten.

We bekeken even de vrij kleine kaart en de drie suggesties, en besloten allebei om te gaan voor de Ravioli met artisjok, bouillon van asperges, gegrilde groene asperges en witte asperges. Het basisconcept is eigenlijk dat je opteert voor een van de zeven basissausen, grote of kleine portie, en dan er zelf nog garnituren naar keuze toevoegt. Daarnaast zijn er ook nog een paar salades en een drietal suggesties, waarvan wij er dus eentje kozen.

Ik dacht dat we zo’n drietal van die grote ravioli gingen krijgen, en was daardoor een beetje verrast door het grote bord vol gitzwarte kleine ravioli en knapperige asperges. Ik moet het toegeven: bijzonder smakelijk!
Een dessert konden we ook niet laten, en terwijl Gwen voor een semi-fredo ging, koos ik een panna cotta met roos, lychee en rood fruit.

Is het een aanrader? Welja. Simpel, snel, efficiënt en toch weer absoluut niet standaard, voor een redelijke prijs. Zoals Gwen bij het thuiskomen tegen Erik zei: “Daar moeten we eens terug met de kinderen: dat lijkt me ideaal!”

U weet het dus, als u de volgende keer nog eens staat aan te schuiven aan de Dampoort en een hongergevoel de kop opsteekt: doe het rondje, parkeer, en ga lekker eten. Smakelijk!

Pomodoré
Kasteellaan 487, 9000 Gent
0473 26 28 14
Di-vrij 12u-14u en 17u30-21u.
Zaterdag van 18u-21u30

Die zonnige dagen…

Ik kan zo intens genieten van dat prachtige weer he. Uiteraard was er schoolwerk, maar dat is er altijd, en dat mooie weer niet, hier in ons modderlandje. Ik verbeterde dus wat, installeerde me nota bene in de tuin onder een zonnedoek met mijn laptop, en besloot toen dat ik echt wel de stad in moest. Ik wilde namelijk nog dringend rode sandalen voor onder mijn kleedje op Kobes lentefeest, maar aangezien de rug moeilijk blijft doen, moeten dat platte en verdomde goeie zijn. En nog mijn goesting ook. Ik had al rondgekeken, en was uitgekomen op Mephisto’s, van – houd u vast – 140 euro. Tsja. Wat moet, dat moet, zeker?

Ik ben dus gezwind de elektrische fiets op gestapt en ben naar ‘t stad gereden. Eerst naar de Vrijdagsmarkt, want voor een gloednieuwe cache moest ik een foto hebben van Tsjok. En dan in ‘t passeren nieuwe cachepotjes opgehaald, en een concealer, en een kleine haardroger voor Wolf, en dan naar de Lakenhalle voor deel twee van die cache, en dan naar de Mephisto. Waar het trouwens niet eens de sandalen werden die ik op het oog had, maar een ander paar. Voor evenveel geld, dat wel, ja. Oh, en dat wapenschild, dat zijn dus geen stalen klootjes, dat blijken kaarsen te zijn. Bummer.

Ik propte alles in de fietstassen, stelde vast dat er nog plaats was voor wat pralines van Chocolou, en laveerde met het fietsje tussen de mensen door. En fietste gezwind weer naar huis, doorheen de stralende zon, nog net niet fluitend. En eigenlijk, waarom niet? De volgende keer fluit ik wel, né.

Thuis werd er nog in het badje rondgeploeterd, zaten we buiten, en vooral: ik heb na het eten – buiten uiteraard – Kobe het vuurkorfje doen uithalen, er één enkele houtblok in aangestoken, en daar samen met hen marshmallows op geroosterd. Alleen doodjammer dat Wolf er niet is, maar bon…

En ‘s avonds, nog later, kwam Dirk voor zijn manuscript, en bleven we buiten zitten. Goh, ik ben zó blij met mijn tuin…

Griekse Dag

Man, ik heb me gigantisch geamuseerd vandaag! Het was zowaar Griekse Dag in centrum Gent, en ook al geef ik zelf geen Grieks momenteel, mijn collega Lucie kon moeilijk alleen de stadsbus nemen met een kleine veertig leerlingen, toch? Ik stak mijn vijfdes in de studie met een taak, liet ze een uur vroeger naar huis gaan, en gaf ook mijn zesdes de toelating om om twaalf uur naar huis te gaan. Ik heb ze niet horen klagen :-p

Zelf stond ik iets over half acht op de speelplaats, wandelde met de leerlingen naar de Mariakerkse Post, en nam er de lijnbus tot in het centrum. Daar wandelden we tot aan het Sint-Baafshuis (vlak naast de kathedraal) en meldden ons aan. Man, wat een volk! Er waren 1200 mensen, allemaal even enthousiast over Oud-Grieks, en dat voelde fantastisch!

Bon, het verslag over die dag dat ik voor school schreef, met foto’s uiteraard, kan u hier bekijken, compleet met interview voor Radio  1 en een klein interviewtje dat ik zelf van mijn leerlingen moest afnemen. Tsja…

Ik heb dus twee workshops van mijn eigen leerlingen meegemaakt, en ‘s middags trok ik naar Sint-Lievens om er heerlijk in de zon te lunchen met mijn bestie Gwen, die zo heel toevallig pedagogisch begeleider Latijn en Grieks voor het GO! is. Daarna liep ik terug naar het Sint-Baafshuis voor een stadswandeling met een officiële gids die ons wees op sporen van de Griekse mythologie in het Gentse stadscentrum. Wijs!

Daarna gingen we allemaal naar de Groenzaal in Sint-Bavo voor de afsluitende finale van de quiz en een speech van Jef Vermassen. En daar voelde ik plots weer stekende pijn in mijn rug, van de soort waardoor ik net niet in paniek sloeg. Ik durfde nog met moeite bewegen, zitten ging niet vlot, en ik moest dus nog terug naar de bushalte, dan de bus, dan te voet tot aan de school, en dan nog de auto in naar de kine. Die had ik, vooruitziend, nog geboekt na de Griekse Dag. Alleen was er zo veel file dat ik de afspraak om half zes niet eens haalde. Geen nood, ik mocht gelukkig ook nog komen om half zeven. En ja, ik werd prompt gesommeerd om het heel rustig aan te doen de rest van de avond.

Allez gij.

Toch wel een beetje een domper op een verder toch wel zalige dag. Als dat tegen dit weekend maar goed komt…