Helden!

Een tijdje geleden zat de folder in ons bus: dat de Helden naar Wondelgem kwamen, en meer bepaald vandaag op de Drieskensfeesten. Gratis en al!

Er stond bij dat de deuren opengingen om 13.30 uur, en dat het begon om 15.00 uur. Er waren geen voorbehouden plaatsen, en vol was vol. Aangezien Merel en Kobe de helden echt wel wilden zien, stonden we tegen half twee aan de hoeve, maar van aanschuiven was geen sprake, al moet ik wel toegeven dat het tegen drie uur wel vrij vol liep. Ik had een berichtje gestuurd naar Liezes mama, en die kwamen ook nog af. Happy Merel!
Els slaagde erin om zowel met Sieg als met Maureen een foto te maken van drie glunderende dametjes…

De show zelf? Goh ja, wat kunnen die gasten doen op een klein podium, terwijl ze normaal gezien vanalles bouwen? Maureen zong, en het is bekend dat ze dat zeer goed kan. Nico deed een aantal salto’s, en sprong zelfs over 9 kinderen én Sieg heen in een zijwaartse salto. En verder een hoop grapjes, opmerkingen, enfin, het was eigenlijk best wel leuk.

De kinderen genoten ervan, en Merel genoot er zó hard van dat ze eindelijk Lieze terugzag, dat zowel Lieze als kleine zusje Janne dan maar bij ons kwamen spelen. Janne verklaarde zelf dat ze wel met haar speelmaatje Kobe ging spelen, en die moest lachen maar zag dat wel zitten. Derde kleuterklas versus eerste middelbaar, moet kunnen.

Tegen half zeven werd Janne opgehaald, en kreeg Lieze een rugzakje met een pyjama en een toiletzak en zo, want ja, ze mocht blijven slapen! Zelden zo twee stralende meisjes gezien. We keken eerst nog naar de film Jungle Book, en die twee waren dicht tegen elkaar aangekropen. Yup, al beste vriendinnetjes sinds ze twee waren, en vijf jaar later nog steeds. Goed, toch?

Me-time.

Deze ochtend moest Wolf echt al vroeg in het Zeepreventorium zijn voor zijn drainage. Kwart over negen stond ik dus alweer op de dijk in De Haan, en vandaar reed ik naar Oostende om er te geocachen. Ik vond een prachtige cache vlakbij het vliegveld, reed naar Stene om er daar een aantal te zoeken van de Schorrewandeling, verzeilde in Zandvoorde, en was rond half een thuis om te koken voor de kinderen.

En ‘s avonds werkte ik gewoon nog wat verder aan mijn sociaal leven. Peter had ik in geen tijden nog gezien of gesproken, en dus gingen we lekker in ‘t Oud Clooster iets eten en bijpraten. Ook altijd goed voor het humeur en het algemene welbevinden. Bedankt, Peter, voor een zeer fijne avond!

 

Picknick in het Middelheim

Vorig jaar hadden we, klop midden in de vakantie, een picknick georganiseerd in het Middelheimpark in Antwerpen. Dat was toen zó fijn, dat we het voor herhaling vatbaar vonden. Alleen waren we nu net midden in de vakantie op reis, dus dat ging niet.

Eerst had ik het gepland op 15 augustus, maar dan zit de helft van Antwerpen bij zijn moeder, en bleek uiteindelijk ook Wolf een bezoekdag te hebben, zodat we maar naar Brugge zijn gegaan die dag.

We hebben het dan maar verzet naar vandaag, en nog redelijk wat mensen gaven aan dat ze konden. Helaas, in de voorbije dagen regende het afzeggingen, zodat uiteindelijk enkel Babeth en Danny en Els er waren. HEt werd er eigenlijk niet minder gezellig om.

We aten, en de kinderen stortten zich op de kleiput naast ons plekje. Dat vormt op zich ook een kunstwerk: je mag maken wat je wil, en dan kan je het in de kastjes naast de put zetten, en daar je handen wassen of zelfs een douche nemen…

Na het eten wandelden Els en ik nog even rond doorheen een klein stukje van het beeldenpark, en dat is echt zalig… Vorige keer had ik ook al gezegd dat ik heel graag in de herfst, als de bladeren verkleuren, wilde terugkomen, maar toen zat ik met mijn rug… Beelden, daar hou ik dus echt van. Ik kan hier uren rondlopen, denk ik.

Ik ga proberen om hier een jaarlijkse traditie van te maken, hopelijk de volgende keer met meer succes.

W-Festival in Amougies

Vorig jaar zaten Bart en ik al op het W-festival, en hadden toen gezien dat het goed was.

Toen hij me dit jaar vroeg om een dag van het intussen vierdaagse festival uit te zoeken, wegens opnieuw VIPkaarten van Kanaal Z, zei ik uiteraard onmiddellijk ja, maar wist ik niet goed welke dag uit te kiezen. Covenant? Of toch maar Project Pitchfork? Of… Gelukkig maakte Bart zelf mijn keuze wat makkelijker: in de week ligt het moeilijk voor hem, en op zaterdag had ik het huwelijk van Tiny en Tomas. Zondag dan maar? Dik in orde, vond ik, er was Clan of Xymox en vooral ook Suicide Commando, twee groepen die ik zeer kan smaken.

We zorgden dat we tegen drie uur in Ronse waren, mét kinderen en taart, altijd een fijne combinatie. Nelly had namelijk sinds 1 juli de kinderen niet meer gezien, en dit was natuurlijk ideaal! We aten taart, samen met Koen en zijn kinderen en een zeer opgejaagde Nelly, en reden dan naar Amougies om er wat te kalmeren. Samen trokken we het festivalterrein rond, en zagen vooral dat het stevig was uitgebreid tegenover vorig jaar. Toen was er één openluchtpodium en een vijftal eetstandjes, nu was het terrein veel veel groter, waren er twee podia (een Wave Cave en een Synth Scene), elk onder een tsjoepentent, met daartussen nog vanalles. Eettentjes waren er genoeg, er was een foodie corner, er stond zelfs een ijsjes- en wafelkraam, en er waren lockers voorzien. Vijf euro, maar bon, een heerlijk gevoel om niet met een rugzakje te hoeven zeulen. Het heeft een beetje van zijn charme verloren, maar het is wel heel professioneel nu.

We hoorden nog net de laatste twee nummers van Red Zebra, luisterden met een half oor naar Antipole, en installeerden ons in de VIP om daar honderduit te kletsen met Lieven (net zoals vorig jaar) en met Eddy. We hadden namelijk nog een vierde ticket, en oorspronkelijk ging Wolf meegaan, maar hij zag dat dan toch niet zitten, en bleef liever met zijn broer Fortnite spelen bij Omaly. Eddy is een classicus die altijd een hoop festivals afschuimt, meestal op zijn eentje, en ik wist dat hij daar rondliep. Ik stuurde een berichtje, en uiteraard zei hij niet nee tegen een VIPticket. We hebben dus vooral herinneringen opgehaald aan onze universiteitsjaren, zorgden dat we tegen half zeven konden eten, en dat we dus tegen zevenen in de Wave Cave stonden voor Clan of Xymox. Die Nederlanders zijn echt nog new wave, beetje stijl The Cure, maar toch met een duidelijk eigen geluid.

De heren haastten zich naar de overkant, naar Marc Almond, waar Bart intussen ook al stond, maar ik ging liever nog even zitten in de VIP om mijn rug te sparen. Helaas was Almond om een of andere reden een half uur vervroegd, zodat de programmatie elkaar begon te overlappen, in plaats van netjes af te wisselen. Jammer!

Rond half negen ging Bart naar huis, en tegen negen uur maakten wij drie ons op voor het concert van Suicide Commando. Deze Belgische band brengt bij momenten snoeiharde EBM, maar ik geniet er mateloos van. Ik heb dan ook bijna een vol uur de ziel uit mijn lijf staan dansen, en als bisnummer kregen we dan ook hun grootste hit én een van mijn all time favourite songs. Genóten, zeg ik u. Alleen komen op het filmpje de bassen absoluut niet over, want die daverden door ons lijf. Zalig.

Daarna was het terug richting VIP om even uit te rusten, terwijl Eddy even naar D:uel ging kijken en zag dat het kattevals was.

Twintig voor elf begon Lords of Acid, maar daar ben ik maar even blijven kijken. Niet mijn ding, en de rug vond het welletjes.

Ik heb me dan in een heerlijke zetel in de VIP gezet, waar een DJ goeie dingen aan het doen was met EBM en New Wave, en heb zitten lezen. Ha ja, ik had dit voorzien, en had mijn boek bij.

Na afloop, rond kwart voor twaalf, heeft Lieven me dan naar huis gebracht. Moe, maar met een grote grijns.

Mijn innerlijke goth kan er weer een tijdje tegen.

Dagje Brugge

Wolf zit sinds zondagmiddag opnieuw in het Zeepreventorium, maar aangezien het vandaag een feestdag was, mochten we op bezoekdag, en hem zelfs meenemen van 10 tot 19.00 uur. Althans, dat was de theorie. Omdat hij serieus last heeft van een hoest en slijm op zijn longen – ze zijn het aan het onderzoeken – moest hij al om half vijf terug zijn voor aërosol en drainage. De dag werd dus iets korter dan gepland, maar bon, zijn rug staat een langere uitstap toch niet echt toe.

Iets over elven pikten we hem op en haalden we uiteraard nog een ijsje in De Haan zelf. Allez ja, Wolf moest wachten op zijn warme wafel.

Daarna reden we naar Brugge, om daar in L’Estaminet iets te eten. Dik in orde, alleen hebben we behoorlijk lang moeten wachten. En hadden we ook lang rondgereden voor een parkeerplaatsje: eerst konden we niet door omwille van een optocht en moesten we rondrijden, en toen was de parkeergarage van Park volzet. Aan de Magdalenakerk vonden we gelukkig wél nog een plaatsje, en moest er blijkbaar eerst ook nog gespeeld worden op de grote speeltuin aldaar. Door alledrie, ja.

Daarna wandelden we langs een brug, een van de kunstwerken van de Triênnale, richting Markt. Daar losten we de max van een geocache op, nota bene op een van de drukste plaatsen van gans Brugge, en toch vielen we niet op. Tsja, als je die cache in fietszakken stopt…

Daarna wandelden we verder om nog drie kunstwerken van de Triënnale te bekijken: de walvis, de lange metalen nek (of hoe je het ook moet noemen) en de oranje tunnels. Tussendoor dronken we ook snel iets, en kreeg de hangry Merel een pannenkoek.

Toen was het welletjes, was ook de tijd op, en brachten we Wolf tegen half vijf terug naar het Zeepreventorium, waar we nog bij hem bleven tijdens het aerosollen.

Daarna reden we naar huis via een omwegje, en deden we nog een cache waarbij we alledrie in de lach zijn geschoten. Je moest namelijk met een bidon aan een ketting in een kreek water scheppen, dat in een buis gieten, en dan een bovendrijvend kokertje opvissen waarin een sleuteltje zat, waarmee je een vogelhuisje wat verderop kon openen. Op zich leuk bedacht maar niet zo grappig natuurlijk. Het verrassende element zat hem in de buis, waarin gaten zaten om ze te draineren, en een van die gaten was héél gemeen geplaatst, zodat je een stevige straal water op jezelf kreeg, als je niet oplette. Een heuse pispaal dus.

Enfin, kwart voor zeven waren we terug thuis na een geslaagde middag. Yup yup.

Van garages, Ikea en geocaches

Mijn auto was afgekeurd halverwege juli: toen heb ik meteen de banden laten vervangen, maar was ik nog niet in de garage geraakt. Er is toen ook niet mee gereden, want mijn rug speelde spelbreker.

Vandaag mocht ik hem binnensteken voor algemeen onderhoud, vervangen van de nodige filters en dergelijke, en nazicht voor keuring. Dat ging een paar uur duren, dus ik huurde een vervangwagen voor een halve dag, en reed met de kinderen naar de Ikea. Aangezien we de auto maar konden afgeven om 12.45 uur, waren we pas tegen kwart over één in het restaurant van de Ikea. Ik had gedacht dat de rijen dan wat minder gingen zijn, maar nee hoor, ik heb nog een respectabele 25 minuten moeten aanschuiven. Ja santé mijn ratse!

Niet dat we veel moesten hebben: de kinderen wilden nieuwe hoofdkussens, nu ze die extra dikke en zachte in Rhodos hadden ervaren. Daarna hadden we nog tijd over, en dus reden we naar Zwijnaarde, naar het mij onbekende Henri Storypark en de belendende Leebeekvijver, vlak naast de Coca Cola, voor een mooi rondje Leebeek.

Helaas had ik voor één keer geen batterij mee voor mijn gsm, konden we cache nummer 6 nog net loggen met 2%, maar viel de gsm onherroepelijk plat voor de bonus. Tsja, die is dan voor een volgende keer.

Tegen zessen haalden we onze eigen auto op, reden naar huis en stapten quasi meteen weer in voor een bibliotheekbezoekje en snelle boodschappen in de Delhaize.

Dat leverde meteen een mooie 13.293 stappen op voor vandaag. Goed bezig!

Terug thuis, back to reality

Jawel, het mag op vakantie nog zo goed zijn, een eigen bed is toch veel waard…

Tegen half negen rolde ik eruit, Bart ging om koffiekoeken en deed daarna boodschappen, en ik gooide me op de gigantische stapel was. De onderbroeken die ik gisterenavond nog buiten had gehangen, waren intussen droog, net zoals de zwembroek, de kousen en een paar T-shirts. Goed bezig!

Om half elf zetten Wolf en ik aan naar het Zeepreventorium, dik tegen zijn goesting. Om twee uur file te omzeilen reden we binnendoor, waardoor we er pas tegen twaalf uur waren, maar dat was gelukkig geen probleem. Ik knuffelde, zwaaide, en ging dan maar geocachen in de buurt. In De Haan zelf was er geen parkeren aan, dus geen foto van mijn beeld deze keer. Ik reed dan maar naar de Vuurtorenwijk van Oostende, de rechteroever, waar het strand altijd bijzonder rustig is, om daar twee geocachen te zoeken die ik de vorige keer niet gevonden had. De eerste was geen enkel probleem, maar bij de tweede, midden in de duinen, had er zich toch wel een ouder koppel te slapen gelegd nét op het punt waar hij lag, zeker? Dju!

Ik deed nog een mooie wandeling langs de vuurtorens zelf, en zocht nog een paar mooie exemplaren in het park langs de tram, zeven exemplaren in totaal, zodat ik pas kwart over vier opnieuw thuis was. Meteen kon ik een was binnenhalen, een verse was ophangen, en nog eentje draaien. Het moet vooruit gaan, tiens!

Eten ‘s avonds deden we buiten, heerlijk koel, en dan keken Bart en ik met Kobe nog naar een film, terwijl Merel al in bed zat.

Toch vreemd, hoe snel een mens zijn oude routine weer oppikt…

Rhodos dag 12: van geocachen en oude stenen.

Voor vandaag had ik opnieuw een auto gehuurd, krek dezelfde Opel Astra, maar door de wet van vraag en aanbod blijkbaar van 97.5 euro voor een dag naar 106. Tsja. So be it.
Tegen tien uur zat ik in de auto, dit keer wél ingesmeerd en gewapend met een frisse fles water, en ik tufte vrolijk naar Rhodos Stad. Wat me opvalt is dat de Grieken de meeste verkeersregels aan hun laars lappen, inhalen waar niet mag, zonder gordel rijden, bellen achter het stuur, de mediterrane manier van rijden dus, maar zich wél aan de snelheid houden. Bizar.
Enfin, ik parkeerde me aan de rand van de oude stad, en ging in de prachtige omwalling een cache ophalen, vlak naast een hedendaags openluchttheater. Knap, toch?

Ik reed wat verder, voorbij een cache waar ik absoluut in de verste verte geen parkeerplaats vond, en nog verder naar het einde van de haven. Daar vond ik makkelijk een parkeerplaatsje, ging betalen, en moest toen dringend dringend naar toilet. Publieke toiletten zijn hier al even schaars als in Gent, en dus liep ik de dichtstbijzijnde taverne binnen: blijkbaar de chiqueste boite van gans Rhodos stad. En het leukste: die liggen gewoon aan het strand, met strandstoelen en parasols en alles, en aan de andere kant de drukke stad. Vreemd.
Enfin, ik zocht en vond de cache, en reed verder langs het puntje van Rhodos tot aan een soortement buitenwijk, Kritika, met een prachtig strand, een wandelweg, en uitzicht op Turkije.

Ik reed nog even verder langs de kust, pikte nog twee caches op op eigenlijk niet erg mooie plekjes, en reed terug naar huis, net op tijd om samen te eten. Ik was vooral een stuk minder verhit dan de vorige keer, en nochtans zullen de temperaturen ook wel een eindje boven de 30° hebben gelegen.

Na het eten, een beetje na tweeën, klommen we allemaal in de hete auto, pikten een cache op in Faliraki, en reden dwars het eiland over, via Petaloudes. Dat is, na Lindos, zowat de grootste attractie van het eiland, zo blijkt. Het is een natuurpark waarin de Rhodosvlinder leeft, die uiteraard enkel hier voorkomt en leeft op een soort bomen dat ook enkel hier te vinden is, allez, binnen Europa toch. De weg ernaartoe is een typische kronkelweg doorheen bergachtig landschap, en de kinderen waren dan ook niet helemaal fris meer. We hadden dan ook geen zin om uit te stappen en te gaan wandelen, we hebben enkel een cache gezocht zonder ook maar één vlinder te zien.

We reden verder richting kust en meer bepaald Theologos, waar op alle kaarten een archeologisch interessant item staat aangeduid. Ik had het al even online opgezocht, en wist dat het niet veel voorstelde, maar bon, we moesten er toch passeren, dus waarom niet? Alleen… We reden tot in het dorpje, zagen een heel mooi kerkje, en moesten toen ferm veel moeite doen om de juiste locatie te vinden. En daar, tsja, vijf oude stenen en een put, zoals Merel het noemde. We zijn allemaal gigantisch in de lach geschoten, en zelfs niet uitgestapt.

We reden verder naar onze eigenlijke bestemming, en dat was het oude Kameiros, een stadje met agora, tempel en alles erop en eraan uit de 5de eeuw voor Christus. Heet, maar het waaide er ook, en dus viel dat best wel mee. En niet zo toeristisch – onbegrijpelijk – zodat je er vlakbij kon parkeren en niet de hele klim te voet moest doen.

We keken onze ogen uit, genoten van de ambiance, Wolf nam stapels foto’s, net zoals Bart, en ik, welja, ik heb het nu eenmaal voor oude stenen…

Wolf maakte ook nog een foto van Bart en mij. En Merel. En Kobe.

En toen reden we, na een verfrissend drankje op het terras, nog een kwartiertje verder naar Kritinia.

De Lycische graftombe sloegen we over, maar we gingen wel een kijkje nemen bij het kasteel, waar we gelukkig ook tot aan de top konden rijden. Je hoeft er zelfs geen toegang te betalen, ik vermoed dat het niet voldoende opleverde: de meeste toeristen zitten aan de andere kant van de kust.

Toen we er toekwamen, liep er zowaar een tam konijn, wat onmiddellijk reminiscenties opriep aan Monty Python. Uiteraard.

Het kasteel zelf is een ruïne, en wij hebben er betere in ons land, maar dat uitzicht, dat is toch onevenaarbaar. Met in de verte onder andere het eiland Chalki.

Enfin, tegen dan was het vrijwel zes uur en welletjes. We moesten nog 50 minuten terugrijden, gelukkig niet via het binnenland maar langs de prachtige kustweg – machtige zichten achter elke bocht – en dan via de grote weg van het vliegveld tot aan de rechterkust. Voor de kinderen was het goed geweest, zoveel was duidelijk.

Ik gooide hen iets voor zeven af aan het hotel, en ging nog snelsnel de cache halen die hier zo’n anderhalve kilometer verderop bij een kerkje lag. Waarom had ik die nog niet gehaald? Wel, omdat het een halve kilometer langs de kust is, en een kilometer bergop :-p Alleen bleek ik me toch nog wat misrekend te hebben. Ik dacht dat ik met de auto tot bij dat kerkje kon, maar blijkbaar is dat volledig een hotel daarrond: een compleet hoteldorp tegen de bergwand op, met een heuse poort en een busje dat voortdurend op en neer rijdt. Van de “poortwachter” mocht ik me parkeren en het busje voor de hotelgasten nemen, maar  dat bleek een kwartiertje wachten. Al bij al was ik wel bij dat ik het niet te voet heb gedaan, want het was inderdaad een impressionante hoogte. Het kerkje zelf was heel mooi, maar voor de cache moest ik wel nog even klauteren, zodat dat ook nog even duurde. Reken dan nog een kwartier om terug beneden te geraken, en ik was wel een tijdje onderweg.

Gelukkig waren ze zo lief geweest om op mij te wachten, zodat we nog een laatste keer samen konden gaan eten.