Geocachen in Sint-Amandsberg

Ook vandaag was het een veel te mooie herfstdag om binnen te blijven zitten. Kobe en Merel waren naar de scouts, Wolf ging een vriend bezoeken die net in het UZ een niertransplantatie heeft gehad, en ons pa en ik reden richting Sint-Amandsberg. Daar lagen twee caches die we de vorige keer niet gevonden hebben, en ik wilde nog een poging wagen. Daarnaast wilden we nog een paar andere zoeken, om te eindigen bij de Rondje Vlaanderen Destelbergen Daar hadden we eerder al gestaan, maar toen hadden we geen deftige magneet bij. Intussen was ik bijzonder blij dat ik al een magneet op een uitschuifbaar stokje had gevonden, waarmee we die cache dus konden ophalen.

Eerst ging het naar een parkje waar ik al voor de derde keer ging zoeken, en niet snap hoe ik die cache de vorige keren zo kon missen. Daarna ging het naar Campo Santo waar we meteen ook een wandelingetje maakten doorheen de kerk en het kerkhof. De cache hadden we deze keer wél bijna meteen in handen.

Daarna ging het verder via een klein parkje waar we niks vonden, nog eentje in een bos in een ander park, en toen gingen we met een groot hart die Rondje Vlaanderen Destelbergen ophalen. Hmpf. Tot bleek dat de magneet die ik er speciaal voor gekocht had, toch niet sterk genoeg was. Blah.

Maar we hadden er wel een fijne wandeling opzitten, en dat is vooral voor ons pa toch het doel, want hij wandelt veel te weinig. Week na week belooft hij me meer te wandelen, maar het komt er toch weer niet van. Tsja. Dan gaan we maar samen wandelen, toch?

Halloweenavond

Het was veel te mooi weer vandaag om gewoon binnen te blijven zitten, al heb ik wel wat druk moeten uitoefenen op de kinderen vooraleer ik hen buiten kreeg. Maar we stapten uiteindelijk toch in de auto en reden naar Sint-Amandsberg om er een uitdagende cache te zoeken, een gewone, en een kort wandelingetje in een bossig parkje.

De uitdaging had Wolf eigenlijk verbazingwekkend snel in handen, gelukkig! De cache rond de kerk was ook een eenvoudige, en voor het kaboutertochtje moesten we even zoeken. Maar we liepen buiten, waren samen, en genoten van het weer.

Thuis werd er daarna een stevige pompoen gesneden – ik was die effectief gaan kopen in de Delhaize, blijkbaar heeft er niemand in mijn omgeving pompoenen dit jaar – en uiteraard soep gekookt van het vruchtvlees. Voeg daar dan nog de gesloten gordijnen, de verschillende kaarsjes en de film ‘The Black Cauldron’ bij, en het werd een zeer aangename Halloweenavond. Dik in orde.

Van zingen en eten en cachen. En ook wel De Haan

Ik was eigenlijk redelijk vroeg op vanmorgen, rond half negen, en dus ging ik voor een ochtendwandeling in de crispe ochtendlucht (is daar eigenlijk een goed Nederlands woord voor?) doorheen de doodstille straten van Lage Mierde, en genoot.

Toen was er ontbijt, en nog een stevige repetitie van een uur of twee.

En toen was er een bijzonder lekkere waterzooi die Monique nog deze morgen had klaargemaakt, voor ze nog voor de middag vertrok om in de namiddag een feest te verzorgen.

Na het eten hielp ik nog even met opruimen, en toen vertrok ik huiswaarts, maar niet zonder nog een aantal caches te passeren. Eerst ging ik een hele mooie ophalen, waarvan ik de gegevens al tijdens de ochtendwandeling had verzameld. Een van de mooiere die ik al gezien heb.

Daarna reed ik richting Gent, maar met nog wel een paar mooie caches onderweg.

En ‘s avond reed ik voor de laatste maal met Wolf naar De Haan. Daar hebben we de kans gegrepen, nu het al donker is om half acht, om er een nachtcache te zoeken. Je gaat naar de aangegeven coördinaten en schijnt daar rond met een zaklamp, tot je een reflector ziet oplichten. Daar vind je dan de volgende coördinaten, en zo uiteindelijk de stash. Leuk, echt leuk, en onze allereerste nachtcache.

Wolf was tegen negenen in het Zeepreventorium, en ik reed fluks naar huis.

Een mooie dag met veel buitenlucht en veel gewandel, maar dat heeft me ook echt fris in ‘t kopje gemaakt.

Rust in de Laarnese velden…

Gisteren was ik zo dolgedraaid thuisgekomen, dat ik vond dat ik vandaag wel wat rust kon gebruiken. En dan bedoel ik niet gewoon thuis, want dan ga ik toch weer aan het werk op mijn PC, maar buiten in de velden, in de stilte en de natuur.

Ik ging dus eerst lesgeven tot iets na tienen, werkte dan tot twaalf uur nog een aantal verbeteringen en administratie af, at snel iets, stak mijn fiets met enige moeite in de koffer – mijn volgende auto heeft een trekhaak, goed weten! – en reed naar Laarne voor een rondje Heksencaches en meteen ook een aantal In de Laarnese Velden.

Ik heb vier uur rondgereden in een hemdje, van cache naar cache, doorheen de velden en de bossen, en hier en daar lang gezocht op een cache. Af en toe kruiste ik iemand, maar verder was er enkel de stilte. Man, dat had ik zo hard nodig…

Helemaal ontspannen kwam ik thuis, knuffelde de kinderen, deed nog wat schoolwerk, en reed naar de koorrepetitie.

Zalige, zalige dag!

Don Carlos: Corridors of Power

Toen Bart me een tijdje geleden vroeg of ik mee wilde naar het Festival van Vlaanderen, en meer bepaald naar een bewerking van de opera “Don Carlos” van Verdi, dacht ik geen seconde na. Duh.

Tegen zeven uur – ik was eerst nog met Merel naar de blokfluitles geweest – liep ik de hal van het S.M.A.K. binnen, want daar hadden we eerst nog een walking dinner op uitnodiging van Lum. Invest. Meer dan in orde, overigens, de Coeur Catering, zoals altijd.

Tegen acht uur liepen we de koude Floraliënhal in, en ik was best wel blij dat ik mijn winterjasje aan had. Je kon er ook wel dekentjes krijgen, maar toch…

Het Duitse jeugdorkest Landesjugendorchester Nordrhein-Westfalen was schitterend, echt waar. Die gastjes – blijkbaar tussen de 14 en de 24 – kunnen een stevig stukje spelen. En de enscenering en regie was… apart. Ik heb wel al een paar opera’s gezien, en van mij mag het gerust een tikkeltje klassieker. Aan de andere kant: de originele opera duurt maar liefst vijf uur, door Verdi zelf nog ingekort tot drie uur. Dit was gelukkig zo lang niet, een uur of twee, want de koorliederen waren er uit gehaald.

En de acteurs/zangers/solisten? Mja… Ik had sterk mijn bedenkingen bij de vrouwenrollen: de hoofdrol is echt zo’n stereotiep slagschip met dito stem. Ik dacht dat het misschien een Duitse stijl was om te zingen met zodanig veel vibrato dat je eigenlijk een halve toon onder en boven je eigenlijke noot zweeft, maar bon. De mannelijke hoofdrol, Don Carlos, was in hetzelfde bedje ziek, en een van de dames was bij momenten ronduit vals. Ik was dan ook echt opgelucht toen ik in de pauze Mieke tegenkwam, een jonge classica die nu  aan het conservatorium zang studeert, en dus met kennis van zaken spreekt. Zij bevestigde mijn mening, namelijk dat de vrouwenrollen eigenlijk echt niet goed waren, en de hoofdrol ook niet zo bijzonder. De andere mannenstemmen waren wel knap, vooral dan Filips. Bij momenten was het ook echt beklijvend, maar ik was wel blij dat het libretto op voorhand kort samengevat en uitgelegd was, of ik had, ondanks de ondertiteling, er geen barst van begrepen.

Had ik er spijt van dat we gegaan waren? Zeer zeker niet, het blijft de moeite, zo’n voorstelling. Maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is weggelegd, een dergelijke versie.

Genk, en meer bepaald Tim Burton

Vandaag hadden Bart en ik zowaar een dagje voor onszelf! Het was de overgang van de scouts, waarbij ze van de ene groep in de andere stappen, en dat betekende dat alle drie onze kinderen al om negen uur richting de scouts waren, en pas om vijf uur terug naar huis kwamen.

Rust en stilte, zowaar! Maar helaas ook dikke regendruppels, dus geen goed idee om te gaan fietsen naar het Citadelpark en zo.

Rond half elf stapten Bart en ik dan maar in de auto richting Genk. Jawel, anderhalf uur regenplezier met de wagen. Maar het leek ons de ideale gelegenheid om in C-Mine naar de tentoonstelling van Tim Burton te gaan, het was toch rotweer. Uiteraard moesten we eerst eten, en ons was La Botte aangeraden, het Italiaanse restaurant van Njam!-chef Pepe, blijkbaar zelfs met één ster. En ja, het was er meer dan in orde. Soms wat bizar Italiaans familiair, maar dat zal dan wel aan ons liggen. Lekker, zeer lekker gegeten.

Terwijl Bart nog van een espresso genoot, wandelde ik in de regen 250 meter verder om een Genkse cache op te pikken. Ik wist dat het regende, maar niet dat het zo hard was, om eerlijk te zijn: mijn regenjasje deed zijn werk prima, maar mijn benen van net boven de knie waren klets- maar zeiknat. Tsja, ne mens moet er wat voor over hebben zeker?

Tegen goed half twee stonden we op C-Mine, en wat was me dat zeg!! De tentoonstelling was gewoonweg overrompeld: ze werken sowieso met tijdsslots, en blijkbaar was het volzet net toen wij aan de kassa kwamen. Enfin, na wat aandringen gingen ze nog 10 mensen extra een ticket geven. Yes! Alleen stonden we wel nog 40 minuten aan te schuiven aan de ingang, want ze lieten de mensen maar met mondjesmaat binnen. Eenmaal binnen was het ook heel erg duidelijk waarom: het was er eigenlijk te druk om aangenaam te zijn. Je moest echt al schuifelend langs de muren gaan om alles te bekijken, en laat nu net dat iets zijn waar mijn rug het niet zo op begrepen heeft. Maar Bart en ik waren meer dan tevreden om vanop een tweede rij de werken te bekijken. Burton heeft toch echt een eigen universum, kan gigantisch goed tekenen, en is serieus geflipt. Mooie dingen gezien! Foto’s mochten niet, maar Bart en ik hebben er toch nog een paar kunnen nemen.

Tegen dat we terugreden was het min of meer gestopt met regenen in Genk, maar was blijkbaar half Antwerpen overstroomd. Tsja.

‘s Avonds hebben we dan maar warme chocomelk gemaakt en de haard aangestoken.

Adriaen Brouwer in het MOU, ofte Museum van Oudenaarde

Bart weet dat: als hij een uitnodiging krijgt voor iets cultureels voor ons beiden, dan zal ik zelden nee zeggen.

Vanavond was dat een VIPavondje op uitnodiging van KBC voor de expo rond Adriaen Brouwer. Het begon al goed met een ontvangst in de prachtige Volkszaal in het stadhuis van Oudenaarde.

En dan nam een begeesterde gids ons mee voor anderhalf uur uitleg door de relatief kleine, maar zeer intense tentoonstelling. Anderhalf uur, en nog had ik het gevoel dat ze ons aan het rushen was. De werken van Brouwer zijn niet groot, maar stuk voor stuk pareltjes. Als je dus zelf gaat, zorg dat je een gids of op zijn minst een audiogids krijgt: het is meer dan de moeite waard. Meermaals werd herhaald dat Rubens maar liefst 17 werken van Brouwer aankocht omdat hij fan was, en ik kan best begrijpen waarom. De uitdrukkingen van de gezichten zijn fantastisch, maar ook bijvoorbeeld de lichtinval op kruiken, of de kleine details. Zo zit er een in veel van zijn werken gewoon ergens iemand te kakken, gene zever.

Het inleidende filmpje trouwens niet overslaan: de projectie is prachtig gedaan!

Zowel  Bart als ik namen meerdere foto’s, en dan doe je het werk eigenlijk geen eer aan.

Een van de grappigste werkjes is die waarin een papa duidelijk tegen zijn zin het poepje van zijn kind afveegt. Die uitdrukking: zalig!

In het terugwandelen van de Lakenhalle – het gebouw naast het stadhuis, er intussen mee verbonden door een nieuw stuk, en machtig knap gebouw – passeerden we langs de wandtapijten, en de gids begon spontaan uit te leggen aan het handvol mensen dat ook bleef kijken.

Na afloop kregen wij nog een heerlijk staand diner, en dat was al helemaal de kers op de taart.

Maar geloof me, ook zonder het eten is dit echt wel de moeite waard. Volgens de gids en de tentoonstelling kan Adriaen Brouwer vlotjes naast Rubens en Rembrandt staan, en ik vermoed wel dat ze gelijk hebben. In elk geval is de tentoonstelling op zich een sterk staaltje van de curator: om al deze werken bijeen te krijgen: chapeau!

Helden!

Een tijdje geleden zat de folder in ons bus: dat de Helden naar Wondelgem kwamen, en meer bepaald vandaag op de Drieskensfeesten. Gratis en al!

Er stond bij dat de deuren opengingen om 13.30 uur, en dat het begon om 15.00 uur. Er waren geen voorbehouden plaatsen, en vol was vol. Aangezien Merel en Kobe de helden echt wel wilden zien, stonden we tegen half twee aan de hoeve, maar van aanschuiven was geen sprake, al moet ik wel toegeven dat het tegen drie uur wel vrij vol liep. Ik had een berichtje gestuurd naar Liezes mama, en die kwamen ook nog af. Happy Merel!
Els slaagde erin om zowel met Sieg als met Maureen een foto te maken van drie glunderende dametjes…

De show zelf? Goh ja, wat kunnen die gasten doen op een klein podium, terwijl ze normaal gezien vanalles bouwen? Maureen zong, en het is bekend dat ze dat zeer goed kan. Nico deed een aantal salto’s, en sprong zelfs over 9 kinderen én Sieg heen in een zijwaartse salto. En verder een hoop grapjes, opmerkingen, enfin, het was eigenlijk best wel leuk.

De kinderen genoten ervan, en Merel genoot er zó hard van dat ze eindelijk Lieze terugzag, dat zowel Lieze als kleine zusje Janne dan maar bij ons kwamen spelen. Janne verklaarde zelf dat ze wel met haar speelmaatje Kobe ging spelen, en die moest lachen maar zag dat wel zitten. Derde kleuterklas versus eerste middelbaar, moet kunnen.

Tegen half zeven werd Janne opgehaald, en kreeg Lieze een rugzakje met een pyjama en een toiletzak en zo, want ja, ze mocht blijven slapen! Zelden zo twee stralende meisjes gezien. We keken eerst nog naar de film Jungle Book, en die twee waren dicht tegen elkaar aangekropen. Yup, al beste vriendinnetjes sinds ze twee waren, en vijf jaar later nog steeds. Goed, toch?