Pleidooi voor de Kindle

Sinds ik weer gigantisch aan het lezen ben, is mijn Kindle voor mij onmisbaar.

Indertijd was ik niet helemaal overtuigd: ik hou wel van het gevoel van een papieren boek, en ik hoor ook dat als voornaamste argument bij veel mensen: ik wil een boek kunnen voelen.

Vergeet dat dus maar. Ik dacht dat ook. Maar laat mij even de voordelen opsommen van een e-reader:

– het weegt minder dan het gemiddelde boek.
– op één toestel kan je makkelijk 1000 boeken meenemen. Geen gezeul meer in de valies voor op vakantie, en je hebt altijd keus te over.
– op een minuut of drie heb je vers leesvoer. Geen gedoe meer met bibliotheken of boekhandels: ofwel leen je het boek van iemand anders en sleep je de file gewoon naar je ebook, ofwel koop je het en verzendt Amazon het automatisch naar je Kindle. Meestal ook voor minder geld dan de papieren versie.
– het is milieuvriendelijker, en je hebt geen plaats in je boekenkast nodig.
– de lichtfunctie: je scherm licht op in een intensiteit die je zelf kiest. Ik kan probleemloos lezen in de volle zon zonder dat het stoort, maar ik kan ook in bed liggen lezen op de zwakste lichtsterkte zonder dat het Bart stoort. En als je in de zomer op je terras zit en het begint te schemeren, hoef je ook geen licht te halen of aan te steken.
– de woordenboekfunctie. Serieus. Ik lees vrijwel uitsluitend in het Engels, en elk woord dat ik niet ken, klik ik gewoon aan: onmiddellijk krijg ik de Engelstalige definitie. Dat werkt trouwens nog beter in het Frans, aangezien mijn Frans stukken slechter is en ik “La Peste” van Camus, of “La Carte et le Territoire” van Houellebecq toch in de originele taal wilde lezen. Zodra je een boek in een bepaalde taal op je Kindle zet, installeert hij ook automatisch het juiste woordenboek. De kinderen hebben me daar trouwens al gigantisch mee uitgelachen: ik was een papieren boek aan het lezen, en tikte volautomatisch op de pagina voor een mij onbekend woord. Juist ja.
– het is waterdicht, dus ook geschikt om buiten tijdens een pasjescontrole te staan lezen als het regent. Of buiten in de zomer in een zwembadje.
– het is praktischer in bed: niet alleen hoef je geen nachtlampje aan te steken, maar als je, zoals ik, vaak van die dikke turven leest, dan zijn die bijzonder onpraktisch om op je zij in bed te liggen lezen. Zo’n Kindle dus niet.

Nadelen:
– het is vrij duur in aanschaf (140 euro momenteel).
– je moet het om de twee weken (afhankelijk van hoeveel je leest natuurlijk) opladen, en dat vergeet ik soms wel. Maar gelukkig laadt het ding bijzonder snel op.
– het is kwetsbaarder dan een gewoon boek.

Dat laatste heb ik nu dus mogen ondervinden: ik had de mijne al van begin 2013, heb hem al overal meegezeuld en intensief gebruikt, en nu zat hij plotseling gebarsten in mijn tas. Toegegeven, zonder hoesje – ik heb er twee en vergeet ze meestal – en dat was dus blijkbaar geen goed idee.

Ik heb me meteen een nieuwe besteld bij Amazon.de, en die zou over een paar dagen moeten toekomen. Gelukkig heb ik nog papieren boeken genoeg liggen zodat ik niet zonder lectuur val, maar toch: ik mis mijn Kindle.

Nooit gedacht, destijds, dat ik dit nog zou zeggen.

Van brillen en zonnebrillen

Er zijn zo van die dagen waarin je spontaan precies meer verzet krijgt dan op andere dagen. Waarom weet ik niet, maar vandaag was er wel zo eentje.

Ik sprong fluks op de fiets, bracht bibliotheekboeken binnen, ging bij de fietsenmaker langs, sprong binnen bij de kapper voor een afspraak in de namiddag, en deed boodschappen.

Ik kookte, en na de middag liet ik me een fris kort kopje aanmeten bij de onvolprezen Songul hier op ‘t dorp, en sprong daarna binnen bij de brillenwinkel aan de overkant om eindelijk eens werk te maken van die nieuwe bril én die nieuwe zonnebril. Ik ben mijn zonnebril op sterkte namelijk kwijtgespeeld: ik heb hem voor het laatst gehad in Brugge, en wellicht heb ik hem daar ergens laten liggen. Zucht. En de meest recente, de zonnebril die ik had laten maken op ons ma haar fijne Theobrilletje, daarvan is een oor afgebroken. En aangezien het om een oud model gaat, is hij niet meer deftig te repareren. Meh.

Maar bon, na bijna twee maanden heb ik er toch werk van gemaakt. Ik ben nog steeds zeer tevreden van mijn gewone dagelijkse bril, en heb daar dan maar nieuwe glazen voor besteld. Ik merkte al een tijdje dat ik ‘s avonds, als ik moe was, mijn tvscherm niet meer zo scherp zag, dat soort dingen. En dat ik al wel eens koppijn durfde krijgen ‘s avonds.

En dan was er nog de kwestie van een nieuwe zonnebril. Ik had geen zin om daar vierhonderd euro aan te hangen voor de bril alleen al, maar heb een fijn modelletje van Fendi gevonden, voor 180 euro. Tsja, brillen zijn duur… Ik heb wat getwijfeld, maar dus toch geopteerd voor een toch wel specialer geval, een beetje Dame Edna, eigenlijk. Maar ik vind dat ik er goed mee zie, en het hoeft niet altijd braaf te zijn, toch?

Het gaat me wel geld kosten: speciale, vrij zware glazen, ontspiegeld en krasvrij, voor mijn gewone bril, en dan nog de zonnebril met diezelfde glazen erbij: 630 euro. Ugh. Ik weet weer waarvoor ik gewerkt heb deze maand.

Chambre Séparée

Al tijden geleden had Bart deze woensdagavond in mijn agenda uitgeblokt. Geen ideale keuze, zo bleek, want ik had eigenlijk quiz, een lezing die ik zeer graag wou bijwonen, én een vergadering van het Certaminacomité. Die geen van allen in mijn agenda stonden, dus Bart had groot gelijk. En uiteraard kreeg mijn echtgenoot voorrang, zeker toen ik wist wat de plannen waren.

We hadden het al lang gezegd dat we naar de nieuwe locatie van Kobe Desramaults wilden, zeker omdat het gewoon in ons eigenste Gent is. En ja, het was vreemd om in “den RTT” een chique restaurant te zien, in plaats van verouderde blauwe pluchen zetels en pancartes en oude telefoons, zoals ik dat nog van 30 jaar geleden in mijn hoofd heb.

We namen plaats in de zeteltjes vooraan met een aperitiefje en een paar hapjes, en werden na een kwartiertje of zo naar onze plaats aan de “toog” geleid: zowat iedereen zit inderdaad te kijken naar de volledig open keuken, waardoor je elk gerecht door de handen van de verschillende chefs ziet gaan, en waarbij je ook een prachtig zicht hebt op de houtvuren waarop alles klaargemaakt wordt. Zoals Bart het stelde: het is eigenlijk een spektakel, een show, en die is schitterend.

Het menu heb ik hier, tijdens het typen, niet bij, die voeg ik later wel toe. Wel kan ik al de foto’s laten zien. Geen goeie foto’s, wegens snelle snapshots met de GSM, maar het geeft wel een idee.

En het eten, tsja, dat was bijzonder lekker, en veel, maar wel snel na elkaar en soms zenuwachtig, iets wat ik me nog herinner van In De Wulf ook.

Ik was wel wat verschoten van de prijs: het was als eensterrenrestaurant een derde duurder dan De Jonkman, dat twee sterren heeft en waar we een gelijkaardig menu hebben gegeten. Al was daar de show lang zo goed niet.

Oh, en het was ook de eerste keer dat ik na een restaurantbezoek mijn kleren in de wasmand moest gooien wegens een heerlijke kampvuurgeur ^^

Al bij al een zeer fijne avond gehad met mijn liefste. Dank u, schat!

Nieuwe computer

Ik was toe aan een nieuwe computer. En sinds ik de vorige keer een laptop had, keer ik daar niet meer van terug. Man, ik was zo blij dat ik met mijn laptopje in de zetel kon toen ik plat lag met de rug! En ook op klassenraden en op vakantie is dat ding goud waard gebleken. Dus nee, geen vaste PC meer voor mij.

Sinds kort zit ik wel weer veel meer aan mijn bureau, waar de laptop in de hoek staat en aangesloten is op extra groot scherm, toetsenbord, muis en boxen. Zoals een PC, dus alleen iets praktischer.

Nu, mijn vorige ding was blijkbaar meer dan vier jaar oud, en in termen van computers voor een nerd is dat oud, ja. Hij liep niet meer zo snel, maar eigenlijk nog snel genoeg. Een groter probleem was dat de batterij kapot was – ja dat valt te vervangen, maar in combinatie met de andere problemen… – en dat de USB-poorten versleten waren en dus slecht contact gaven. Ik gebruik die voortdurend: een externe muis – ik gebruik niet graag trackpad – maar ook mijn fototoestel en gsm voortdurend in en uit. Tsja.

Bon, 1.499 euro later stond ik, helemaal happy, weer thuis. Alwaar de zieke zoon zich spontaan over het ding ontfermde en de programma’s die ik nodig had, begon te installeren. Want dat was eigenlijk hetgeen waar ik nog het meest tegen opzag: die installatie. Mijn 2 GB data waren vrij snel gebackupped en overgezet, de mail syncte spontaan zelf, idem mijn Firefox, en toen waren we vertrokken! Alleen voor mijn Office moet ik nog eens kijken, maar dat kan via een schoollicentie.

En dus zit ik nu te blinken op een gloednieuwe laptop met iets kleiner scherm, maar wel een megagrote coolfactor. Want ja, ik ben uiteraard gegaan voor een gamecomputer: zwaardere grafische kaart en dus snellere toegang voor al mijn programma’s die simultaan openstaan.

Allez hup, weer goed voor een paar jaar, en we weten ook weer waarvoor we werken.

Ontbijt in Maison Bousson

Ik dacht dat ik al een uitgebreid ontbijt kende, maar dat van zondagmorgen in Maison Bousson, dat was toch echt wel buiten categorie.

Ik vond dat ze gisteren toch al redelijk wat serveerde, maar toen kwam dus dat ontbijt van deze morgen. De tafel stond gedekt met versgeperst fruitsap van bloedappelsien met citroengras, een smoothie van onder andere bevroren framboos, een Griekse yoghurt met schijfjes kiwi, drie soorten zelfgebakken brood, pistoletjes en kleine koffiekoekjes. Op zich al niet mis.

En toen kwam er een immens bord bij: getoost briochebrood met royaal veel foie gras en verse vijg, bruin brood  met een assortiment kaas, roggebrood met gerookte zalm, en bruin brood met pancetta of zo en basilicum. Oh, en twee zachtgekookte eitjes, en uiteraard ook heerlijke koffie.

Nee, ik heb niet alles opgegeten: ik heb de kaas laten liggen, heb ook geen extra brood genomen, maar heb wel de rest van het bord leeggegeten en zelfs nog een croissantje of twee gepikt.

Ja, ik heb ‘s middags niet meer gegeten. Verwondert iemand dat?

En ondertussen heb ik een goeie babbel gehad met de charmante gastvrouw Sofia, onder andere over haar tienerzoon, en laat dat nu iets zijn waar ik wel iets over te vertellen heb, en ook advies over kan geven.

Resultaat? We mochten de ontbijten niet eens betalen! Serieus zeg! Als er nu eens een ontbijt was waar ik met plezier voor wilde betalen, dan was het dit wel!

In elk geval: als je ooit een logement zoekt in Brugge, en het mag wat luxueuzer zijn: niet twijfelen. Echt.

De Jonkman in Brugge

Ja ik weet het, Bart en ik zijn snobs, maar stilzwijgend hebben we blijkbaar allebei het plan opgevat om alle sterrenrestaurants van Vlaanderen eens uit te proberen. Goh, het is niet alsof we samen vaak uit eten gaan, toch?

Onze all-time favourite blijft de Hertog Jan, maar ook het Hof van Cleve (twee keer al) is fenomenaal. En er waren ook al ‘t Zilte, In De Wulf, La Botte, L‘Air du Temps, Vrijmoed, Jan Van den Bon, De Herborist en Publiek. Yep, we gaan nog veel moeten gaan eten. En sparen, dat ook.

En gisterenavond was het dus de Jonkman in Brugge. Het menu was niet mis, en Bart ging voor de zeven gangen, ik hield het bij zes, maar dan wel met de hoppescheuten, en dat kon perfect.

Alleen al de hapjes waren de moeite waard. En nee, de foto’s zijn dat eigenlijk niet, maar u krijgt wel een idee.

Zeebaars
Koolrabi /avocado / ui

Plantaardig
Ravioli / knolselder / Oud Brugge        


Oester
Ostendaise / vanille / aardappel                      


Hoppescheuten

Zeekat / mousseline / wit bier

Catch of the day
Koolraap / dragon

Iberico
Capucijnasperge / spitskool / Blackwell

Nagerecht

fris / zoet of
Kazen van onze kaaskar

 

Ik denk niet dat Bart nóg vergenoegder kan kijken dan dit. Het was dan ook succulent, en dat meen ik. En de prijs? Wel, die viel voor een tweesterrenrestaurant bijzonder goed mee, want er zijn er veel van één ster die gewoon duurder zijn. Tsja…

Hier wil ik nog terugkomen, ja. Zodra we al die andere hebben gedaan ^^

Dagje Brugge

Een heerlijke, ontstpannen, zij het natte dag.

We zaten tegen half tien aan het, volgens de gastvrouw minimalistische, ontbijt. Juist. Ze had versgeperst fruitsap van bloedappelsien voorzien, versgesneden fruitsla, verschillende soorten brood én kleine koffiekoekjes, en een grote pannenkoek. Oh, en uitstekende koffie, dat ook. Bij mij valt dat al onder uitgebreid ontbijt, maar bon.

Rond half elf trokken we onze regenjassen aan en gingen in de halve miezerregen richting het centrum. Ik wilde een lange geocachetocht doen, eentje die door het centrum kronkelt en focust op “belles lettres”, opschriften dus. En we kwamen eigenlijk ook wel wat straatpoëzie tegen.

Meteen verzeilden we ook in het Dalímuseum, wat we allebei nog niet kenden. Het lijkt niet groot, maar het is toch wel best de moeite, eigenlijk. Ik heb er in elk geval prachtige dingen gezien.

Meteen werd me weer duidelijk dat ik het eigenlijk niet zo heb voor tekeningen en schilderijen, maar wel een enorme boon heb voor beelden. Echt.

We liepen wat verder en waaiden een plekje binnen om te lunchen, terwijl het buiten eventjes droog werd. Helaas, dat bleef niet duren, en Bart was ook echt gewoon moe, zodat we richting onze B&B terugkeerden, en Bart prompt in slaap viel. Ik heb ook wel een tukje gedaan, moet ik toegeven.

Trouwens, een paar foto’s van de B&B:

Tegen vijf uur kon ik niet meer stilzitten, en trok op mijn eentje nog eens ‘t stad in om wat geocaches te zoeken. Intussen was het droog, en ik genoot intens.

Rond half acht was ik terug, mooi op tijd om nog maar eens een heerlijke hete douche te nemen en me op te kleden voor het pièce de résistance van het hele weekend. Maar dat vertel ik dan morgen wel.