Korting pakken

Ik blijf fan van de Brantano. Misschien is dat ook wel omdat dat zowat de enige schoenwinkel is die vlakbij ligt, zonder noemenswaardige verkeersproblemen. Maar ook: elk jaar doen ze van die oudeschoenenacties. Per oud (en versleten) paar schoenen dat je binnengeeft, krijg je een bon van 12.5 euro, te gebruiken per schijf van 50 euro aankoopwaarde. Ik spaar dus altijd onze oude schoenen, en kon dit keer zes paar binnengeven, waaronder een paar espadrilles. Jawel, die tellen ook.

Enfin, Kobe en Merel kregen elk een nieuw paar scoutsschoenen, Merel een nieuw paar gewone schoenen stijl Allstars – ze heeft enkel sandalen of lange laarzen – en ik kocht ook een nieuwe regenjas voor Kobe. Zijn oude is te klein geworden, en nu hij zo veel fietst, is dit wel nodig. Het werd een knaloranje exemplaar – “Dan kan ik weer wortel spelen, mama!” – in toile cirée, dus echt wel waterdicht. Met nog twee bussen beschermspul en een paar vetertjes zat ik aan 200,25 euro. Waarvan ik dus 150,25 betaalde.

Lang leve Brantano, zou ne mens bijna zeggen. Wedden dat het nu zo snel koud wordt dat hij overschakelt op zijn winterjas? Hmm?

Van garages, Ikea en geocaches

Mijn auto was afgekeurd halverwege juli: toen heb ik meteen de banden laten vervangen, maar was ik nog niet in de garage geraakt. Er is toen ook niet mee gereden, want mijn rug speelde spelbreker.

Vandaag mocht ik hem binnensteken voor algemeen onderhoud, vervangen van de nodige filters en dergelijke, en nazicht voor keuring. Dat ging een paar uur duren, dus ik huurde een vervangwagen voor een halve dag, en reed met de kinderen naar de Ikea. Aangezien we de auto maar konden afgeven om 12.45 uur, waren we pas tegen kwart over één in het restaurant van de Ikea. Ik had gedacht dat de rijen dan wat minder gingen zijn, maar nee hoor, ik heb nog een respectabele 25 minuten moeten aanschuiven. Ja santé mijn ratse!

Niet dat we veel moesten hebben: de kinderen wilden nieuwe hoofdkussens, nu ze die extra dikke en zachte in Rhodos hadden ervaren. Daarna hadden we nog tijd over, en dus reden we naar Zwijnaarde, naar het mij onbekende Henri Storypark en de belendende Leebeekvijver, vlak naast de Coca Cola, voor een mooi rondje Leebeek.

Helaas had ik voor één keer geen batterij mee voor mijn gsm, konden we cache nummer 6 nog net loggen met 2%, maar viel de gsm onherroepelijk plat voor de bonus. Tsja, die is dan voor een volgende keer.

Tegen zessen haalden we onze eigen auto op, reden naar huis en stapten quasi meteen weer in voor een bibliotheekbezoekje en snelle boodschappen in de Delhaize.

Dat leverde meteen een mooie 13.293 stappen op voor vandaag. Goed bezig!

Rhodos dag 12: van geocachen en oude stenen.

Voor vandaag had ik opnieuw een auto gehuurd, krek dezelfde Opel Astra, maar door de wet van vraag en aanbod blijkbaar van 97.5 euro voor een dag naar 106. Tsja. So be it.
Tegen tien uur zat ik in de auto, dit keer wél ingesmeerd en gewapend met een frisse fles water, en ik tufte vrolijk naar Rhodos Stad. Wat me opvalt is dat de Grieken de meeste verkeersregels aan hun laars lappen, inhalen waar niet mag, zonder gordel rijden, bellen achter het stuur, de mediterrane manier van rijden dus, maar zich wél aan de snelheid houden. Bizar.
Enfin, ik parkeerde me aan de rand van de oude stad, en ging in de prachtige omwalling een cache ophalen, vlak naast een hedendaags openluchttheater. Knap, toch?

Ik reed wat verder, voorbij een cache waar ik absoluut in de verste verte geen parkeerplaats vond, en nog verder naar het einde van de haven. Daar vond ik makkelijk een parkeerplaatsje, ging betalen, en moest toen dringend dringend naar toilet. Publieke toiletten zijn hier al even schaars als in Gent, en dus liep ik de dichtstbijzijnde taverne binnen: blijkbaar de chiqueste boite van gans Rhodos stad. En het leukste: die liggen gewoon aan het strand, met strandstoelen en parasols en alles, en aan de andere kant de drukke stad. Vreemd.
Enfin, ik zocht en vond de cache, en reed verder langs het puntje van Rhodos tot aan een soortement buitenwijk, Kritika, met een prachtig strand, een wandelweg, en uitzicht op Turkije.

Ik reed nog even verder langs de kust, pikte nog twee caches op op eigenlijk niet erg mooie plekjes, en reed terug naar huis, net op tijd om samen te eten. Ik was vooral een stuk minder verhit dan de vorige keer, en nochtans zullen de temperaturen ook wel een eindje boven de 30° hebben gelegen.

Na het eten, een beetje na tweeën, klommen we allemaal in de hete auto, pikten een cache op in Faliraki, en reden dwars het eiland over, via Petaloudes. Dat is, na Lindos, zowat de grootste attractie van het eiland, zo blijkt. Het is een natuurpark waarin de Rhodosvlinder leeft, die uiteraard enkel hier voorkomt en leeft op een soort bomen dat ook enkel hier te vinden is, allez, binnen Europa toch. De weg ernaartoe is een typische kronkelweg doorheen bergachtig landschap, en de kinderen waren dan ook niet helemaal fris meer. We hadden dan ook geen zin om uit te stappen en te gaan wandelen, we hebben enkel een cache gezocht zonder ook maar één vlinder te zien.

We reden verder richting kust en meer bepaald Theologos, waar op alle kaarten een archeologisch interessant item staat aangeduid. Ik had het al even online opgezocht, en wist dat het niet veel voorstelde, maar bon, we moesten er toch passeren, dus waarom niet? Alleen… We reden tot in het dorpje, zagen een heel mooi kerkje, en moesten toen ferm veel moeite doen om de juiste locatie te vinden. En daar, tsja, vijf oude stenen en een put, zoals Merel het noemde. We zijn allemaal gigantisch in de lach geschoten, en zelfs niet uitgestapt.

We reden verder naar onze eigenlijke bestemming, en dat was het oude Kameiros, een stadje met agora, tempel en alles erop en eraan uit de 5de eeuw voor Christus. Heet, maar het waaide er ook, en dus viel dat best wel mee. En niet zo toeristisch – onbegrijpelijk – zodat je er vlakbij kon parkeren en niet de hele klim te voet moest doen.

We keken onze ogen uit, genoten van de ambiance, Wolf nam stapels foto’s, net zoals Bart, en ik, welja, ik heb het nu eenmaal voor oude stenen…

Wolf maakte ook nog een foto van Bart en mij. En Merel. En Kobe.

En toen reden we, na een verfrissend drankje op het terras, nog een kwartiertje verder naar Kritinia.

De Lycische graftombe sloegen we over, maar we gingen wel een kijkje nemen bij het kasteel, waar we gelukkig ook tot aan de top konden rijden. Je hoeft er zelfs geen toegang te betalen, ik vermoed dat het niet voldoende opleverde: de meeste toeristen zitten aan de andere kant van de kust.

Toen we er toekwamen, liep er zowaar een tam konijn, wat onmiddellijk reminiscenties opriep aan Monty Python. Uiteraard.

Het kasteel zelf is een ruïne, en wij hebben er betere in ons land, maar dat uitzicht, dat is toch onevenaarbaar. Met in de verte onder andere het eiland Chalki.

Enfin, tegen dan was het vrijwel zes uur en welletjes. We moesten nog 50 minuten terugrijden, gelukkig niet via het binnenland maar langs de prachtige kustweg – machtige zichten achter elke bocht – en dan via de grote weg van het vliegveld tot aan de rechterkust. Voor de kinderen was het goed geweest, zoveel was duidelijk.

Ik gooide hen iets voor zeven af aan het hotel, en ging nog snelsnel de cache halen die hier zo’n anderhalve kilometer verderop bij een kerkje lag. Waarom had ik die nog niet gehaald? Wel, omdat het een halve kilometer langs de kust is, en een kilometer bergop :-p Alleen bleek ik me toch nog wat misrekend te hebben. Ik dacht dat ik met de auto tot bij dat kerkje kon, maar blijkbaar is dat volledig een hotel daarrond: een compleet hoteldorp tegen de bergwand op, met een heuse poort en een busje dat voortdurend op en neer rijdt. Van de “poortwachter” mocht ik me parkeren en het busje voor de hotelgasten nemen, maar  dat bleek een kwartiertje wachten. Al bij al was ik wel bij dat ik het niet te voet heb gedaan, want het was inderdaad een impressionante hoogte. Het kerkje zelf was heel mooi, maar voor de cache moest ik wel nog even klauteren, zodat dat ook nog even duurde. Reken dan nog een kwartier om terug beneden te geraken, en ik was wel een tijdje onderweg.

Gelukkig waren ze zo lief geweest om op mij te wachten, zodat we nog een laatste keer samen konden gaan eten.

Rhodos dag 9: van waterpretparken en bedjes…

De dag begon alweer met compleet niksen: ontbijt, en dan Fortnite voor de jongens, een spelletje op mijn gsm voor Merel, en ik blogde. En daarna wasten Kobe en ik wat kleren van hem uit: hij is net iets sneller door zijn T-shirts, kousen en ondergoed gegaan dan verwacht. Tsja, wat wil je als je broer je af en toe voor de lol het zwembad inkeilt?

En toen was het alweer middag en alweer tijd voor lunch. Intussen zijn we allemaal zo overvoed dat niemand van ons zelfs nog een dessertje neemt… Ik hield het bij een goeie hoop sla, met wat meloen met ham en een paar gefrituurde inktvisringen, maar blijkbaar moet iemand met de slatang in de komkommers hebben gezeten 🙁

Ik voelde me deze morgen al niet helemaal in orde, maar na de middag was ik ronduit misselijk. Ugh. Bart ging met de kinderen naar het gigantische waterpretpark hier naast de deur, en ik was sowieso niet van plan om mee te gaan, gezien ik mezelf niet in de verleiding wilde brengen mijn rug weer in de vernieling te helpen. Ik had eigenlijk het plan om met de bus naar Rhodos stad te gaan, daar wat rond te lopen en caches te zoeken en zo, maar in plaats daarvan ben ik de hele dag op de kamer gebleven: lezen en slapen, dat was het zowat. Tsja…

Tegen zes uur kwamen hier drie uitgelaten kinderen de kamer opgestormd: dat waterpark was blijkbaar de max, met vooral drie kamikazeglijbanen. Wolf was echt bang geweest, zei hij.

Ook bij het avondeten was ik nog steeds niet helemaal in orde, maar bon, het ging toch al iets beter. En daarna heb ik met mijn boek op het balkon gezeten, terwijl buiten die drie operazangers opnieuw van katoen aan het geven waren. Ik ging schrijven: “het beste van zichzelf gaven”, maar het optreden vorige week was veel beter. Nu waaide het hier nogal serieus, en dat is niet bevorderlijk voor de stem…

Enfin, morgen hopelijk beter, want dan gaan we na de middag opnieuw naar Rhodos stad.

Rhodos dag 8: een boottocht die toch niet helemaal goed kwam…

Doe eens iets toeristisch, dachten we. Doe eens iets met de reisleiding, dachten we. En dus gingen we vandaag op boottocht “Van baai tot baai”. Niks cultureels, gewoon varen in een grote boot langs de kustlijn, een paar keer stoppen om in open zee te zwemmen, dan barbecue aan land, en dan terugvaren. Lekker rustig en relax, en de kinderen gingen dat de max vinden.

Om zeven uur stonden we dus op, gingen ontbijten, en stonden tegen acht uur klaar met de handdoeken en de zwembroeken aan de rand van het hotel, waar we opgepikt werden door een grote bus. Ik dacht dat we hier ergens in de buurt zouden vertrekken, maar we reden fluks naar de haven van Rhodos waar we naar, jawel, de Love Boat wandelden :-p

Iets voor negenen – moesten we daarvoor zo vroeg opstaan? – vertrok de boot over een bijzonder kalme zee voor een uurtje varen tot in de Anthony Quinnbaai in Faliraki.

Daar hield de boot halt voor zo’n twintig minuten, zodat wie wilde, even kon zwemmen. Je kon ofwel van het achterdek springen van een speciaal daarvoor aangelegde plank, of een trapje langs de zijkant naar beneden nemen. De jongens sprongen, uiteraard, wij bleven gewoon boven.

We vaarden verder en na een dik half uur werd er halt gehouden aan Tsambiko Strand, voor opnieuw een zwemmetje. Deze keer zagen Bart en ik het zitten om met Merel even het water in te gaan, want de jongens hadden het zo zalig gevonden. Bart dus de trap af met Merel in zijn armen, en ik kwam een paar personen later. Nog chance, want Bart had zich serieus mispakt aan het zwemmen in de zee, zonder vaste grond onder je voeten, mét een kind aan je lijf en een zere knie. Neem daar nog een enthousiaste golf bij, en hij kwam heel even in de problemen. Gelukkig was ik tegen dan ook in het water en kon ik Merel overnemen. Ik heb net iets meer drijfkracht, én ik ben het gewoon dat er zo’n klein zeekoalaatje aan mijn lijf hangt :-p Enfin, ik heb me quasi meteen aan de achterkant van het trapje vastgehangen, gewacht tot iedereen beneden was, en ben dan er weer uitgegaan. Blijkbaar waren we niet de enige, want er kwam meteen een ganse meute weer mee naar boven. Enfin, we hadden toch even de zee van dichtbij gezien, en het hielp wel wat tegen de zeeziekte. Want ja, ondanks de kalme zee hadden Kobe, Merel en ik er wel al een beetje van. Ugh.

Stop nummer drie was meteen in Stegna, waar we met kleine bootjes van de Love Boat gehaald werden en naar het strand werden gebracht. De boot lag daar dwars op de golven, en door de mensen die afstapten, begon hij behoorlijk te wiebelen. Resultaat: Bart was de enige die zich nog goed voelde, de andere vier waren behoorlijk misselijk.

Enfin, wij met gans ons hebben en houden de bootjes in, richting strand en vaste grond onder onze voeten. Daar moesten we in een gigantische taverne zijn, waar je zelf je rauwe vlees moest halen, dat grillen op een van de lopende meters barbecue, aanvullen met sla, frieten en brood, en smakelijk. Ik had echter niet veel honger door het misselijk zijn, en daarbij, het was niet alsof het hoge kwaliteit was… Het vlees waren dunne hamburgers, bockworsten en kleine spiesjes met vooral veel vet aan, de frieten waren slap en niet genoeg gebakken, en de sla was op voorhand gemengd met komkommer tussen, en voor mij dus ook niet eetbaar. Meh. Ook al geen succes dus.

Bart en ik keken naar elkaar, begrepen elkaar, en ik ging een taxi bestellen die ons terug naar het hotel kon brengen. Nog eens anderhalf tot twee uur op die boot, hoe mooi het landschap ook was, ging er te veel aan zijn. Ik nam nog wat foto’s, liep wat rond, en dat was dat.

Als resultaat waren we tegen half drie terug in het hotel, en dat deed deugd. Bon, dat weten we dus ook alweer: geen boten voor de familie De Waele. Een dure les, maar kom. We sprongen met zijn allen meteen in het kleine zwembadje om af te koelen en het zout van onze huid af te spoelen.

Ik had er zowaar honger van gekregen, en gelukkig hadden we nog ergens Grany koeken liggen. Bart ging nog even een Pokemon raid doen, terwijl ik op lag te drogen en de kinderen verder speelden. En net toen ik voorstelde om voor iedereen een milkshake te halen, kwam Bart binnen met, jawel, milkshakes! Hij is gewoon zalig, die vent van me.

We hielden het rustig, lazen of speelden op de computer, en tegen zeven uur gingen we opnieuw naar L’Etoile, het à la carterestaurant hier. En net zoals de vorige keer was het dik in orde.

Merel ging slapen, de jongens speelden nog wat, en ik ging een Baileys halen om buiten op het balkon rustig wat te lezen bij de muziek van de crooner die met zijn elektronische piano aan het restaurant zit te spelen. Die mens is absoluut niet slecht, alleen zijn Grenglish is vreselijk. Tsja…

Rhodos dag 6: geocachen tot in Lindos

Voor vandaag hadden we een auto gehuurd, en dus stond ik om kwart voor negen beneden aan de receptie om alle papieren in orde te zetten. Aansluitend gingen we allemaal samen ontbijten, as per usual. Het wordt hier elke dag later en later ^^ En er moet duidelijk aan Instagram gedacht worden.

Tegen half elf zat ik op mijn eentje in de auto: de rest had geen zin om mee te gaan. Wolf wilde wel, maar ging zijn rug sparen voor de namiddag, wanneer we allemaal samen op stap gingen. En ik ging dus geocachen in de buurt: Kallithea, en nog verder noordwaarts tot de rand van Rhodos stad, eigenlijk. Bij de tweede moest ik een eindje naar beneden klauteren, richting een grote rots. Het  uitzicht was prachtig, maar ik stelde meteen ook twee dingen vast: ik was vertrokken zonder me in te smeren, én ik had geen water meegenomen.

Ik stopte dan maar aan een lokale supermarkt, kocht er een halve liter water, een flesje ice tea en een zonnecrème, en ik kon meteen weer verder. Ik reed tot aan Rodini, iets wat vroeger een prachtig Belle Epoque park moet geweest zijn met prachtige hoekjes, waar je zo al de dames met hun parasols zag zitten. Helaas is het in zeker tien jaar niet meer onderhouden, waardoor het eigenlijk niet meer te doen was om er een wandeling te maken.

Ik haastte me terug, was netjes om 13.00 uur op de kamer zoals afgesproken, en goot meteen nog een liter water naar binnen. Heet, maar héét!

Enfin, we gingen eten, alweer, en ik ging deze keer voor samosa, pizza en dessert. Uiteraard.

Tegen half drie maakten we er ons gedacht van, en vertrokken we. Allemaal deftig ingesmeerd, deze keer, en met twee liter water op zak. De auto heeft gelukkig een goeie airconditioning, want het was echt heet buiten, blijkbaar 34° in de schaduw, en dus net iets heter in de zon.

We pikten een cache op in Faliraki, gingen daarna zoeken in Kolimbia langs de Eucalyptuslaan die effectief ook vol eucalyptusbomen stond, en reden drie caches later door richting Lindos. Intussen waren we wel even Bart kwijtgespeeld, die voorop was gelopen en dus niet mee afgeslagen was richting cache. Gelukkig was hij uitgekomen aan een strandje, waar ik hem met de auto kon oppikken. Mannen…

We reden naar het witte dorpje Lindos, en stelden vast dat we toch het beste bovenaan de rots gingen parkeren. Het dorp zelf ligt beneden aan het strand, en dan moet je weer een stevig eind naar boven naar de citadel. Dat is eigenlijk een oud Grieks heiligdom waar dan in de middeleeuwen een vestingsmuur is rondgebouwd door de Johannieters. Bizar, maar mooi! En dus een stevige afdaling (zoals je kan zien op onderstaande foto) en dan met trappen tot boven in het kasteel. Ugh.

Het dorpje zelf is één grote toeristenval: hele nauwe, best wel charmante straatjes, maar enkel en alleen souvenirwinkeltjes en restaurantjes of cafeetjes. Tsja. En volk… We zijn dus quasi onmiddellijk de tocht naar de akropolis begonnen, en stelden vast dat a) we regelmatig moesten stoppen b) twee liter water niet voldoende was c) bepaalde stukken echt wel gevaarlijk glad waren d) we verdomd blij waren dat het intussen al vijf uur was, en we hier niet stonden rond een uur of drie.

De citadel was wel heel erg mooi: ze hebben een gans stuk van de oude tempel herbouwd, zodat je een vrij goed idee krijgt hoe het er moet uitgezien hebben destijds. En het uitzicht alleen al is de klim waard.

Tegen dan vond Wolfs rug het welletjes, en heeft hij nog wat op zijn tanden moeten bijten om terug naar beneden te gaan. Gelukkig ging dat een pak vlotter dan het klimmen, bij momenten zelfs een beetje té vlot op de gladde steen. We installeerden ons beneden op een terrasje met elk een gróót glas ijskoud drinken, en voelden ons stilaan terug op normale temperatuur komen. Daarna zochten we ons een weg doorheen de straatjes, en vond ik een winkel- en dus ook toeristvrije route.

Terug aan het centrale pleintje waar wel nog auto’s mochten komen, hebben we onze beste vijf euro van de dag besteed: een kort taxiritje van beneden tot aan onze parking. Amper een paar minuten in de auto, maar echt wel een hele klim bespaard. Oef!

We stopten nog heel even op een miniparking om er de knapste foto’s van het stadje te maken, en reden toen fluks terug.

Tegen kwart voor acht waren we terug aan het hotel, een beetje afgekoeld, maar toch sprongen Merel en Kobe nog onmiddellijk in het zwembad, terwijl de rest van ons ging douchen. De zon ging net onder toen we gingen eten, tegen half negen, en om half tien lagen we hier allemaal voor pampus.

Een zalige dag gehad, met tien geocaches, en een hele mooie uitstap naar Lindos. Maar wel blij dat we het niet met de reisleiding hebben gedaan, want dat zou in de hitte geweest zijn, en wat zouden we in hemelsnaam gedaan hebben met twee uur vrije tijd in het stadje zelf?

Nee, geef mij maar de vrijheid van een eigen auto. En ja, dan haal je al eens 19.000 stappen op een dag, ja.

Rhodos dag 4: θάλασσα!

Slapen tot negen uur en dan ontbijten, ne mens kan daar aan wennen, ja. Zeker als dat ontbijt dan nog buiten in de schaduw op een terras is met zicht op zee.

Kobe en Merel zaten daarna weer bijna onmiddellijk in ons zwembadje, en Wolf en ik gingen even kijken of hij hier bij de kapper terecht kon. Zijn haar is echt veel te lang, maar we zijn de voorbije weekends niet echt bij de kapper geraakt wegens kapotte ruggen en blijfweekends. Tsja. De jongedame keek even, zag dat ze morgen om half elf een perfect plaatsje vrij had, en zei, nadat ze Wolfs huidige coupe had bekeken: “Just fix it?” waarna ze gigantisch in de lach schoot. Zoiets, ja.

Daar beneden is er trouwens een binnenzwembad én een buitenzwembad dat blijkbaar door niemand gebruikt wordt. Ik vermoed dat dat vooral de winterzwembaden zijn, want dan is het binnenzwembad en de jacuzzi verwarmd, naar ‘t schijnt.

Daarna verhuisden we naar het grote bruggenzwembad. Dat is vooral een truc om zo goed als elke kamer uitzicht op het zwembad te kunnen geven, want op zich is het niks speciaals, gewoon een heel groot zwembad dat overal even diep is, perfect om in te spelen. Je krijgt ook op geen enkel moment het gevoel dat het er te druk is. En middenin, verbonden door een aantal brugjes, ligt een grote bar en restaurant. Daar installeerden Bart en ik ons, terwijl de kinderen rondzwommen.

Kwart over één gingen we eten, en ook de kinderen zijn zich duidelijk aan het matigen. Alleen waren er vandaag wél weer dessertjes, want het aanbod wisselt voortdurend en het zag er weer schitterend uit.

We hielden daarna even siësta, om tegen drie uur met onze spullen beneden te staan: we wilden een boottocht boeken en een auto huren. Zo gezegd, zo gedaan dus. En daarna namen we het golfkarretje naar het strand. Yep, u leest het goed: er is hier een service om van de hoofdingang via een tunnel onder de baan naar het strandgedeelte te gaan, normaal gezien zo’n tien minuutjes stappen, of dus een minuut of drie met zo’n elektrisch karretje.

De zee zelf was geen succes, om eerlijk te zijn. Het waait vandaag immens hard, veel harder dan normaal, zeggen de Grieken zelf. De parasols staan hier sowieso vastgevezen aan de grond, maar nu waaiden ook stoelen omver, alle kussens op het terras lagen overal, tot in het zwembad toe, en eigenlijk is het niet echt aangenaam meer.

Aan de zee was er uiteraard ook die harde wind, wat zorgde voor een licht zandstraalgevoel en behoorlijk wat golven. Neem daarbij dat het eerst een bloedheet zandstrand is, dan keien, dan een stuk vrij gladde rots in het water, en dan plots de dieperik, en dat was – mild uitgedrukt – geen succes bij Merel. Ze was in het water gegaan met haar broers, en plots had ze het gevoel dat ze niet meer kon staan, terwijl haar broers achter de wegwaaiende band aan het zwemmen waren. Uiteraard was ze geen enkel moment in gevaar, maar ze had blijkbaar wel dat gevoel, en barstte in huilen uit. Het heeft wel even geduurd voor ik haar in mijn armen weer in de zee kreeg, en we samen zeekoala speelden.

Maar toen kreeg ze koud, en hadden we er eigenlijk allemaal niet zo’n zin meer in, en keerden we maar terug naar het hoofdhotel, waar er meteen in het grote bad werd gesprongen, terwijl Bart en ik ons posteerden met een ice coffee, respectievelijk milkshake aan de bar. Wolf kon nog tegen vijf uur naar de kapper, is ongeveer een kilo haar kwijt, en ziet er veel beter uit nu ^^

Tegen zes uur waren we terug op de kamer, en om zeven uur zaten we in het Grill restaurant, blijkbaar iets op Amerikaans-Mexicaanse leest geschoeid, met taco’s, mais, geglaceerde kippenboutjes, dat soort dingen, en dan als hoofdgerecht ofwel een gigantische burger, ofwel een steak of zo. Als dessert was er dan ofwel een brownie, ofwel een kadaifi met ijs.

Allemaal best lekker, maar niet zo ons ding. Hier komen we niet terug, in dat van gisteren zien ze ons wel nog, denk ik.

Tegen acht uur waren we er alweer buiten, zodat we de avond konden afsluiten met een gezellig spelletje UNO in de bar. Buiten konden we niet echt zitten omdat onze kaarten zouden weggewaaid zijn, vermoed ik.

Om negen uur lag Merel in bed, en niet zo heel veel later volgde de rest. Moe maar voldaan…

 

Geld uitgeven

In de zetel liggen met uw laptop op schoot en uw gsm binnen handbereik, da’s gevaarlijk. Zeker sinds ik de Bancontact app, de KBC Mobile app en de It’s Me app heb geïnstalleerd, en betalen dus maar een paar klikjes weg is…

Maar er waren sowieso een paar dingen die ik al langer moest of wilde kopen, liefst online. Neem nu een fototoestel voor school. Ik neem al sinds jaar en dag de foto’s voor de schoolwebsite – en dat zijn er een pak! – met mijn eigen toestel, dat ik dus elke keer weer meesleep en ook vaak uitleen aan collega’s. Da’s niet echt de bedoeling, natuurlijk, en nu heb ik een bescheiden budget gekregen van de school. Yes!

Daarnaast is er ook een vakgroepbudget, en moesten we dringend nog extra woordenboeken hebben voor in de klas. Vorig jaar had ik 16 tweedehands exemplaren op de kop getikt, maar had ik 17 leerlingen, en moest ik dus telkens weer mijn eigen exemplaar ook meebrengen. En vergeetachtig als ik ben… Ik ben dus maar weer tweedehands.be en marktplaats.nl aan het afschuimen, en heb alweer 4 extra exemplaren kunnen kopen tussen de 10 en 15 euro per stuk (verzending inbegrepen), en meteen ook een paar Griekse woordenboeken. Allemaal betalingen en pakjes dus.

Eindelijk heb ik me ook een GPS aangeschaft om te geocachen. Een smartphone is wel handig, maar absoluut niet accuraat genoeg, Ik had al ettelijke keren de suggestie laten vallen voor verjaardag, kerstdag en moederdag, maar helaas. Ik heb dan eventjes rondgekeken, en mijn oog laten vallen op een Garmin eTrex die een zeer goede beoordeling krijgt van geocachers.

Aangezien we naar Rhodos vertrekken – toch als mijn rug blijft evolueren zoals hij nu doet – wilde ik ook een nieuw badpak. Ik draag meestal een zwart Speedogeval met daar een zwemrokje over – zelfs op mijn leeftijd ben ik nog altijd onzeker genoeg om niet zomaar in mijn blote billen rond te lopen – maar dat zwemrokje heeft helaas zijn beste tijd gehad, en ze zijn niet meer te krijgen. Mijn oog is gevallen op een zwart-witte, corrigerende badpakjurk van Bonprix die ook een zeer goede beoordeling krijgt, en die is vandaag zelfs al gearriveerd. Zeer tevreden, het ding zit echt goed en valt ook deftig.

En dan zag ik ook nog ergens Smoovall passeren met een zeer goede review. Smoovall is een spray die helpt bij schurende billen. Ik kan nooit een rok of kleedje dragen zonder er nylons of een sportbroekje onder te dragen, omdat mijn billen tegen elkaar schuren en dat echt pijn doet. Deze spray krijgt heel lovende kritieken, met een “niet goed geld terug” garantie, en dus heb ik me maar geriskeerd. Dan kan ik in Rhodos tenminste in die badpakjurk rondlopen zonder problemen.

Een dezer ga ik ook nog in de C&A moeten geraken, want vorig weekend poneerde Wolf de stelling dat hij amper twee bermuda’s had om te dragen in Griekenland, en dat dat nogal weinig was. We hebben dan maar extra besteld, en laten toekomen in de winkel. Enfin ja, dat liet op zich wachten, en gisteren kreeg ik bericht dat de bestelling in de verkeerde winkel was geleverd, maar nu op weg was naar het juiste filiaal. Bon ja, hopelijk nog op tijd!

Intussen heb ik er ook aan gedacht Kobes schoolboeken te bestellen. Die van Wolf had ik netjes voor vier juli besteld, zoals gevraagd, maar aan die van Kobe had ik totaal niet gedacht. Tot Ann, de mama van Arwen, me zei dat ze die van Eowyn ook al had besteld, want dat die leerlingen al in het systeem zaten. Wellicht hebben ze een bericht gestuurd naar de ouders van de nieuwe leerlingen met de schoolcode, maar hebben ze dat bij ons niet gedaan omdat we personeel zijn met een ouder kind op school. Verstrooide ik had daar natuurlijk niet bij stilgestaan, maar bon, de boeken zijn besteld. 165 euro, lap, ik vind dat een serieus bedrag…

En nu ga ik me inhouden, want het is welletjes geweest: mijn bankrekening kan dat gelukkig wel aan, en veel van het geld wordt ook teruggestort, maar toch, er zijn grenzen.

Een mama-dochterdagje

Tsja, als ge er niet aan denkt dat de bibliotheek op  11 juli gesloten kan zijn, dan staat ge blijkbaar voor een verrassing.
Traditiegetrouw sluiten alle Gentse bibliotheken tijdens de Gentse Feesten, en dat wist ik wel, maar we dachten dat we woensdag nog tijd gingen hebben. Dinsdagavond waren we het rats vergeten, en er waren boeken die dringend binnen moesten, en we wilden ook nog boeken lenen om mee te nemen naar Rhodos.
Woensdag dus. Niet dus. En we konden ook niet meer de dringende boeken in de boekenschuif steken, want onze bib hier in Wondelgem is maar open op dinsdag, woensdag en zaterdag, en dan zouden die pas geregistreerd worden op 31 juli, wanneer de bib hier weer opent.
Gelukkig kan je sinds kort je boeken in gelijk welk Gents filiaal uitlenen en in gelijk welk Gents filiaal terugbrengen. Merel en ik gingen dus maar naar de hoofdbibliotheek, die wél nog open was vandaag.

Enfin, het was half twaalf tegen dat we aanzetten, met het idee om dan maar eerst ergens rond de Zuid iets te eten, en dan naar de bib te gaan. Maar toen we aan het rijden waren, zei ik tegen Merel dat we eigenlijk niet zo ver waren van papa’s nieuwe kantoor dat ze nog steeds niet gezien had. Wij dus eerst naar daar, waar ik haar de hele toer van het gebouw gaf, en ze even de diva mocht uithangen op het terras.

Tegen dat we er buiten waren, was het half twee en zagen we allebei blauw van de honger. We zijn dan maar in de buurt iets gaan zoeken, en verzeilden op het terras van de Montmartre aan de De Pintelaan. Aanrader? Goh, het eten was lekker, maar het duurde vrij lang, en de bediening was bij momenten ronduit arrogant. Bij mijn salade moest normaal gezien brood komen, en toen ik het vroeg nadat de salade toch al eventjes geserveerd was, kreeg ik een snerend antwoord: “Ja, ik ging dat nét brengen, het is nogal druk, voor moest ge dat niet gezien hebben.” Helaas, geen brood… Ik kon het niet laten om er bij het afrekenen toch een opmerking over te maken tegen de bazin, waarop ze haar werknemer een soortement standje gaf, maar de rekening toch maar mooi de rekening liet, en die was naar de dure kant. Tsja.

Enfin, we reden fluks naar de parking van de Zuid, en gingen quasi meteen naar de bib. Ha ja, rondlopen met die zware boeken, dat is het toch niet. Merel keek haar ogen uit in de Krook: de kinderafdeling is er minstens even groot als de hele wijkafdeling hier in Wondelgem! Al snel had ze een paar nieuwe boeken voor zichzelf, en terwijl ik er een paar uitzocht voor Kobe, installeerde ze zich met trots in een van de leeshoekjes, of hoe moet je zoiets noemen?

Daarna liepen we wat rond in het winkelcentrum van de Zuid, al is het tegenwoordig meer H&M en een paar andere winkels. Veel vonden we er niet echt, tenzij dan een coole nieuwe boekentas met emoticons voor haar. Ze is het roze van Frozen wat ontgroeid, en de rits van die boekentas werkte ook niet meer zo goed…
Maar uiteraard was er wel tijd voor een ijsje: zo hoort dat, in de zomer.

We zijn nog wel eventjes de Smatch binnengelopen om brood en vooral een grote fles water: in dit weer zou ne mens van minder dorst krijgen!

Tegen vijf uur waren we thuis: meer dan lang genoeg, tijd om even wat af te koelen en daarna me klaar te maken voor de generale repetitie van Djiezes!, al meteen in de Protestantse kerk tegenover het Glazen Straatje. Ik kijk ernaar uit!

L’Air du Temps

Mijn lief weet me wel te verrassen, ja. Niet alleen was er gisteren die prachtige liefdesverklaring, maar hij had me ook al een tijdje geleden gezegd dat ik de avond moest vrijhouden. Dat ik eigenlijk koorrepetitie had voor de concerten volgende week, dat ik een haakje moest zoeken voor Merel en dat Kobe deze morgen om acht uur op kamp vertrok, dat was bijzaak, maar wel niet zo heel erg praktisch. “Ha ja”, zei Bart, “kan ik er toch niet aan doen dat wij getrouwd zijn op den 11ste, toch?” Daar zit ook wat in, natuurlijk.

De koorrepetitie werd afgezegd, Kobe mocht gaan slapen bij zijn peter Dirk, die hem dan ook om acht uur per taxi aan het station afzette, en Merel mocht gaan slapen bij Wolfs liefje Arwen, jawel. Ik had de zondagavond Arwen ginder afgezet, en had vol trots gesproken over onze huwelijksverjaardag, en dus ook terloops de praktische kant ervan aangesneden, en toen zei Ann dat Merel gerust ginder mocht gaan logeren. Merel zag dat helemaal zitten, en Arwen trouwens ook. Al zei Merel: “Goh, da’s toch een beetje raar, he mama, zo gaan slapen bij het liefje van uw broer…”

Enfin, rond half vijf vertrokken we naar Eghezée, anderhalf uur rijden normaal gezien, ergens tussen Leuven en Namen. Lang leve Waze die ons netjes rond de compleet stilstaande ring rond Brussel stuurde – dank u, Europese top… – zodat we effectief iets over zes een paar caches in Liernu en zelfs aan L’ Air du Temps zelf oppikten. Dank je, liefje, om me te laten doen!

We kregen een hele mooie minimalistische kamer.

Bart douchte, ik las wat, en iets over zeven staken we, opgedirkt, de binnentuin over. Grappig was wel dat de spiegel ginder lichtjes concaaf en dus heerlijk vermagerend was. Ik wou dat ik er altijd zo uit zag :-p

Enfin, we gingen eten dus: een verwelkoming met een paar ‘snacks’ in een aparte antichambre, dan het restaurant zelf, met een keur aan hapjes en gerechten. Ik ga ze niet allemaal apart beschrijven, maar ze waren wel prachtig! Lekker, dat ook, maar vooral visueel verbluffend. Kijk zelf maar…

Ik was wel blij dat we bleven slapen, want we waren allebei helemaal plat, tegen het einde van de avond, en we hadden geen van twee alcohol gedronken.

We sliepen, het moet gezegd worden, heerlijk, en werden allebei wakker door een smsje van Dirk die ons iets over achten liet weten dat Kobe prima vertrokken was. Ook het ontbijt was meer dan in orde, en het geheel zorgde ervoor dat we hier wel nog willen terugkomen, ja.

Aangezien we maar tegen ‘s middags terug in Gent moesten zijn, was er nog tijd voor een paar caches in de buurt, en Bart ging gewillig mee, en hielp me zelfs door bijvoorbeeld fluks in een gracht te springen en een emmer uit een afwateringsbuis te halen, jawel.

Tegen half een waren we in Gent, aten nog samen lunch hier niet veraf, en daarna sprong Bart andermaal op de fiets richting kantoor, en ik ging Merel halen, en nam haar daarna mee naar de koorrepetitie die al om vijf uur begon.