Lectuur: ‘Ilium’ en ‘Olympos’ van Simmons en ‘De Avonden’ van Reve

Op algemeen aanraden van mijn geeky vrienden las ik, na ‘Hyperion’ en ‘The Fall of Hyperion” (en de twee mindere vervolgen erop) ook ‘Ilium’ en ‘Olympos’ van Dan Simmons.

Dit is een bizarre mengeling van hard science fiction – compleet met ruimtereizen, zwarte gaten, een ras van machines en quantum teleportation – en een verregaande fascinatie voor het verhaal van Homeros, compleet met de vertelstijl van het Oud-Grieks, alle helden en vrouwen en vooral de goden uit de Griekse mythologie. Doe daar nog een fikse scheut filosofie bij, nihilisme, vermengd met een wereld gebaseerd op The Tempest van Shakespeare, en je krijgt een vreemd meeslepend verhaal van in totaal meer dan 1500 pagina’s.

Net zoals in Hyperion en vervolgen krijg je compleet aparte verhaallijnen die zich na verloop van tijd toch op een of andere manier gaan vermengen en een coherent geheel beginnen vormen.

Mja.

Ik vond Hyperion eerlijk gezegd echt wel stukken beter, hier had ik het soms lastig om verder te lezen. Aan de andere kant was ik geïntrigeerd door hoe het verder zou gaan, en hoe de auteur uiteindelijk alle lijnen ging samenbrengen.

Een aanrader? Als je van scifi houdt, ja hoor. Maar er is beter, vind ik.

Dan ging ik maar naar de compleet andere kant van het spectrum: “De Avonden’ van Gerard Reve. Tot mijn grote schande moest ik toegeven dat ik dit nog steeds niet had gelezen, terwijl het intussen uitgeroepen is tot het beste boek van Nederland. Bart heeft het als jonge gast een zestal keer gelezen, telkens rond de kerstperiode, want dat was toen in literaire middens nogal salonfähig, vermoed ik :-p

Dit boek had me meteen mee. Eigenlijk gebeurt er geen halve zak, het gaat over een cynische, vooral zeer nihilistische jonge gast van 23 die in de jaren na de tweede wereldoorlog een manier zoekt om zijn dagen, en dan vooral de avonden tussen kerst en nieuwjaar door te brengen, en te ontsnappen aan het gezin dat door zijn ouders wordt gevormd.

Eigenlijk is dit vooral een deprimerend boek, en toch… Het heeft iets, het heeft meer dan iets. Ik kan me voorstellen dat jonge gasten dit nu niet meer zo kunnen smaken, maar ik vind het jammer dat ik het nooit eerder gelezen heb.

Omen: de bedanking

Dit is wat ik schreef op de pagina van het evenement. Buitenstaanders kunnen nooit die enorme rush ervaren, die complete andere wereld, dat intens gevoel van escapisme. Je speelt dat personage niet, je bént dat personage.

Bij onderstaande momenten wil ik eigenlijk ook de nachtelijke wandeling doorheen het bos toevoegen. Het is een kleine tien minuten wandelen van het hoofdgebouw naar mijn slaapplaats langs een bospaadje. Het had hard geregend, dus alles was vochtig en er steeg een soort klamme mist op. De maan scheen intussen, en het bos was sprookjesachtig verlicht. Ik ben een paar keer blijven stilstaan om te genieten, zo rond vijf uur ‘s morgens. Achteraf hoorde ik dat ik lang niet de enige was.

Bon, ik ben al altijd fan van Omen, maar deze keer… Ik heb in totaal tien minuten in de herberg doorgebracht. Nuff said.

Eerst en vooral, bedankt aan het team om me toch altijd weer mijn ding te laten doen en de meest waanzinnige rollen voor me uit te schrijven. De voorpret begint altijd al met de briefing: meestal is mijn eerste reactie een welgemeende WTF, en daarna een grote grijns. Een hopeloos verliefde non met flagellatio. Seriously? En dat ik Olga graag speel, is natuurlijk een understatement, en ik vind het dan ook fantastisch dat ik ze telkens weer mag spelen met een minimum aan briefing, zodat ze als een speler aanvoelt. Bedankt, echt waar.

Een paar hoogtepuntjes:
– drie uur wachten op spelers in een ijskoude kapel valt daar niet onder, maar wel de fijne redding van de Moeder, en de gezichtsuitdrukking toen die haar zweep uithaalde en zichzelf begon te geselen.
– een gloednieuwe figurante zo ver mee in het spel krijgen, dat ze huilend voor je voeten valt. You rock beyond belief!
– met een bang hartje als Olga het middenplein oplopen – ik verwachtte op zijn minst boe-geroep en verwijten – en meteen knielende mensen zien, een uitnodiging aan een Mannheimer kampvuur krijgen, en zelfs een uitnodiging voor een Golyndisch trouwfeest, en dat in een door Korda geplaagd, geterroriseerd en zelfs al aangevallen dorp. Ik wist niet wat ik hoorde! Merci, gasten, echt.
– flagellatio, en telkens weer die verschrikte gezichten. Ik had 5 lagen kleren aan, ik voelde daar niks van, wees gerust!
– koffie. Eén bepaalde koffie.
– vanillepap. Mensen, nooit geweten dat vloeibare vanillepap ne mens zo kan opwarmen en vooral gelukkig maken. Veel te gelukkig om goed te zijn.
– een fantastisch neergezette jonker van Korda. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten en hoe Olga ging moeten reageren, maar Mathias speelde dat schitterend. Zowaar trots op een gebroed van Berger.
– de confrontatie met Bard rond vier uur ‘s nachts. Man, uw ogen, zo bliksemen!
– een welbepaalde vraag om kwart over vier op zaterdagnacht. Serieus, Twee Teven. Kwart. Over. Vier. Een gigantisch intrigerend en intens gesprek later was het kwart over vijf, en was ik nog geen minuut outgame geweest. Serieus maat, dat moesten ze verbieden! Ongelofelijk bedankt, heren!
– de dood van de Windduivels. Goh mannen, diep respect voor jullie beslissing en volhardendheid, maar zo zonde, zo zonde zeg. Olga is gebleven voor jullie afscheid, en heeft daarmee de start van het eindgevecht gemist.
– Bruno gij smeerlap! Gij speelt dat verdomme veel te goed en veel te graag!


– en last but not least de eindbash met Berger, en hem willen overtuigen om het goede te doen. Ik heb gebruld, gebriest, gepleit en ei zo na gebleit. Ja, Ronald, ik had tranen in mijn ogen.

Lieverds, bedankt voor dit prachtige verjaardagscadeau. Veel intenser kan het niet worden. Bedankt, echt bedankt.

Groothertogin Olga Vedorsdotter, Huis Korda, out.
All will burn before us.

Van Moeders en Burggravinnen

Omen blijft voor mij toch de beste larp van het moment: donker, gritty, en met soms keihard spel.

Mijn rollen lagen ook nogal ver uit elkaar, wat soms voor schizofrene toestanden zorgde. Aan de ene kant was er een non, Moeder Mabelia, een en al zorgzaamheid, gewijd aan Tallathan, en sterk gekant tegen de overheersing. Oh, en een overtuigd flagellante. Ik vraag me soms toch af wat de spelleiding denkt…

Aan de andere kant was er alweer burggravin Olga, keihard, bitch, en duidelijke overheerser, zonder enig mededogen. En ronduit héérlijk om te spelen, echt waar. Eigenlijk was het de bedoeling dat ze pas morgenvroeg ten tonele verscheen, maar blijkbaar was ze al na het avondeten gewenst. Ik denk mijn grijns veelzeggend was, toen spelleiding me opriep om al over te schakelen.

En om een of andere reden wordt ze door de plaatselijke bevolking nog sympathiek bevonden ook. Ik snap het soms niet…

Haven V: beschouwing

Dit is wat ik deze avond nog op de facebookpagina van Haven zette. Het vat het weekend goed samen:

“Bon, als digital detox kan zo’n Havenlarpweekend wel tellen, ja! Ik ben steendood, ging eigenlijk zelfs mijn PC niet meer opendoen. Zegt genoeg over het Havengevoel en de intense vermoeidheid. Maar ik loop wel nog steeds te grijnzen, dus ja, ‘t was een goeike. Taoxka for the win! (En pluimen zijn NIET passé!)

Topmomenten:
– er ongeveer twintig minuten over doen om door een spinnenwebbenholleweg te lopen, en dan naar boven klimmen naar een prachtige kikkerkijkhut (of hoe noem je dat?)
– mensen de vertaling van de Eshki Ganu teksten laten lezen, en zo op hun gezicht kunnen zien wanneer ze bij tekst 5 en tekst 7 zitten. Héérlijk!
– ongeïnteresseerd gaan luisteren naar een lange-afstandsgesprek en dan plots “live” iemand horen vermoorden en beseffen dat het in het Eshki Ganu is. Flippen omdat dat te snel gaat en er teveel lawaai is. Aaaaargh!!!!
– op uw plaats gezet worden door een Lua (soort voodoo geest/godheid) en daar vreselijk (ingame) gefrustreerd over worden, zodat mensen zelfs outgame vragen of het gaat.
– blijkbaar de halve spelersgroep entertainen met een auditief spektakel omdat het nu eenmaal zomer was.
– een hardline Strigoi (= voor wie vrouwen totaal ondergeschikt zijn, en eigenlijk enkel slavinnen) horen verklaren: “Vrouw, ik maak een uitzondering: gij moogt zeggen waar we naartoe gaan en wie we uit uwe weg moeten halen”. Ik moest héél veel moeite doen om die grijns van mijn gezicht te houden.
– vechten, en nog eens vechten, en vaststellen dat de rug het houdt. Toch zolang er adrenaline was. En ook vaststellen dat er figuranten zijn die speciaal op u letten tijdens zo’n gevecht om zeker te zijn dat ge er niet over gaat.
– een toyboy opdoen en daar ingame door gemasseerd worden. You rock, baby!
– witte pensen die ‘fwieeee’ doen en dan ‘pop’. Ge moest erbij zijn, denk ik, maar het zorgde wel voor een Taoxka slappe lach van een kwartier.

Haven, ik wou dat er meer was van u. Ge hebt me fysiek uitgeput, maar mentaal kan ik weer de wereld aan. U en uw bevolking worden uit het diepst van mijn hart bedankt.”

Thuis! (maar ikke niet)

Het werd een gewone lesdag vandaag, maar zo vlak voor een vakantie hebben de leerlingen er echt geen zin meer in. Ik sloot de dag af met een documentaire over Pompei, een zeer interessante die perfect aansluit bij de les, en dat was ideale timing.

Daarna spoedde ik me naar huis, begon nog extra gerief te verzamelen voor het weekend, liet om half vijf Jarne binnen, de jonge figurant die met mij meerijdt, en gooide Merel in heksenkleedje af bij Lieze. Ha ja: ik weg, Kobe naar de muziekles en Bart en Wolf nog niet thuis: ik kon dat kind toch moeilijk alleen laten? Gelukkig ging Els met haar drie dochters net een spokentocht doen in Tielt, en was er nog een plaatsje extra voor Merel.
Jarne laadde alle gerief in de auto – da’s de deal: hij moet als student geen nafte betalen, maar helpt me wel met in- en uitladen, iets wat ik als ouwe kapotte doos niet meer kan – we gooiden Kobe nog af op zijn muziekles, en reden door naar Gouvy of all places, net tegen de grens met Luxemburg.

Bart had om twee uur een vergadering in Brussel, en ging daarna Wolf ophalen met al zijn spullen in De Haan. Ik geloof dat het zes uur was tegen dat Bart daar was, maar daar was niks aan te doen. Ik had ervoor gezorgd dat Kobe terug naar huis kon met zijn lerares fagot, want het was bijzonder moeilijk in te schatten wanneer Bart en Wolf thuis gingen raken. En Merel ging afgezet worden na de spokentocht. Enfin, weer een regeling om u tegen te zeggen dus.

En intussen reden Jarne en ik in de gietende regen naar Leuven, stevig wat file trotserend. Het was vijf uur toen we hier vertrokken, het was tegen zevenen toen we in Lovenjoel een tent konden ophalen. Een korte stop in de plaatselijke Delhaize voor proviand later reden we verder, alweer in de gietende regen. Fijn hoor! Nog wat file later was het tegen negen uur voor we het terrein konden opdraaien. Vier uur in de auto, ingespannen rijden in de regen, ik was verdomd blij dat Jarne meegereden was. Want intussen waren we voluit aan het geeken geslagen: hij mag dan een ingenieur zijn, hij is blijkbaar al even zot van talen als ik. En samen hebben we de speciaal voor Haven ontworpen taal, het Eshki Ganu, zitten ontleden, vier uur aan een stuk. Ik heb een goed geheugen voor de woorden en morfemen, en hij kan de tekens lezen en omzetten naar woorden. Samen zijn we er dus niet slecht in, in dat taaltje.

Enfin, toch blij dat we er waren. Er werd geïnstalleerd bij de Akata, ik trok mijn winteroutfit aan, en tegen elf uur, toen de meeste mensen waren aangekomen, konden we eindelijk in game. Wat resulteerde in spel tot half vier, maar bon.

De stress viel subito presto van mij af. Zalig toch?

Vortex: een uitstekende editie

Yep, het was duidelijk een meerwaarde dat we deze keer al op vrijdagavond in het donker begonnen spelen: een klassieke larp (Omenstyle) met zombies vermengen, dat lukt het best in het donker. Ik heb dan ook een hele tijd gewoon dwars over het hoofdpad door het bos gelegen, kwestie van wegversperringszombie te spelen. Yup, that’s a thing. Helaas was er één bij het groepje die blijkbaar uitstekend zag in het donker, en me dus meteen had opgemerkt. Nog voor ik kon aanvallen, werd ik al in de fik gestoken met een brandpijl. Meh. Tot zover de zombie.

Maar de hele zaterdag was ik schildmaagd/heksenjager die poolshoogte kwam nemen voor de bizarre gebeurtenissen. Kilometers gestapt, redelijk wat gevochten, en me tranen gelachen – letterlijk, ik ben zelfs richting toilet moeten spurten – met drie zombies die ik per ongeluk controleerde door hun ziel in een flesje op zak te hebben. Laat eens drie zombies poort spelen? Slapstick gegarandeerd.

Ook de jongens hebben zich prima geamuseerd, gelukkig maar. Wolf kloeg tegen zaterdagavond trouwens absoluut niet over de rug, wel over de zere voeten en stijve kuiten. Zelf heb ik even een dutje gedaan in vol harnas in het bos ergens op zaterdagnamiddag: de rug kon wel even wat rust gebruiken. Een half uur goed geslapen: als ge moe genoeg zijt, slaapt ge zelfs in een harnas :-p

Enfin, we waren iets voor middernacht terug thuis, en Kobe lag al diep te slapen in de auto. Fijne, fijne dag.

Zalige zaterdag

Om negen uur stond ik met Merel in Evergem, voor haar eerste notenleerles. Nee, muzieklab heet dat tegenwoordig :-p Ik geef het toe, ik ben weer gewoon naar huis gereden en heb eerst koffie gedronken en zo. Maar om elf uur viste ik haar weer op, en gingen we nog samen even naar de zaterdagse markt in Evergem. We liepen rond, kletsten, kochten vier bakjes aardbeien omdat de confituur er aan het doorvliegen is, en toen kwamen we aan het snoepenkraam. Waar Merel me met grote ogen aankeek: of ze alsjeblief een zakje van die omabolletjes kreeg? Ik zei van ja, als ze zelf kocht tenminste, en ik stak haar twee euro in handen. Normaal gezien wordt ze dan helemaal verlegen en wil ze het niet meer doen, maar deze keer stapte ze resoluut op het kraam af en bestelde haar 250 gram bolletjes, met de glimlach. Tsja…

We reden naar huis, Bart kookte, en we stapten met zijn tweetjes de fiets op naar het Citadelpark. Daar was vanaf twee uur een en ander te doen van Pokémon GO!, en nerds als we zijn spelen Bart en ik nog steeds dat spelletje. Alleen… We kwamen er net voor tweeën aan, en zagen dat er een en ander bezig was, dat stipt om twee uur stopte! Het was van elf tot twee, en niet omgekeerd. Meh. We lieten het aan ons hart niet komen, vingen de nodige beestjes, deden een paar raids, maakten er een mooie wandeling van, en dronken koffie op een terrasje in het bos.

Om half vier fietsten we weer naar huis, en daar was intussen Arwen ook, die prompt werd ingeschakeld om mee aardbeien te snijden voor de confituur.

En voila, weer zes extra potten. En het doet deugd om al mijn kuikens onder mijn dak te hebben.

Zo van die zaterdagen, ik kan daar wel mee leven, ja.

 

Glorieuze afsluiter van de vakantie

Er waren, om de dag te beginnen, twee prachtige lieve kleine meisjes die met smaak een croissant of twee verorberden, en dan slaperig nog wat tv keken samen.

Tegen elf uur werd Lieze opgehaald, en iets later kwam ons pa toe, voor alweer een zeer aangename en lekkere maaltijd. Dank u, liefje, voor het weekendse koken met zoveel liefde en aandacht voor het detail!

Aangezien het een toch wel stralende dag was, sommeerde ik ons pa de auto in te stappen, en reden we naar Gentbrugge voor een aantal caches in de Gentbrugse Meersen. Ik was er nog nooit geweest, maar het is er inderdaad echt mooi! Alleen jammer, zoals op zoveel plaatsen, van het voortdurende geraas van de autostrade die het gebied zowat doorkruist op viaducthoogte. Tsja… Onze tocht begon echter aan de kerk van Gentbrugge, met een wandeling over het kerkhof waar, tot onze verbazing, ook een aantal oorlogsslachtoffers liggen.

Tegen zessen waren we terug, en tegen zeven uur zette ik alweer aan met Wolf richting De Haan. Yup, het schooljaar is weer begonnen, en dus mag hij niet meer op maandagmorgen toekomen, maar moet hij al op zondagavond binnen zijn.

Ik gooide hem af, en reed naar Oostende om daar in en rond ‘t Bostje – het Maria Hendrikapark – ook een rondje geocaches te zoeken. Alleen… heb ik me gigantisch laten verrassen door het vroege uur waarop het donker wordt. Ik was gewoon om in mei en juni te cachen op zondagavond, en dan is het klaar tot tien uur. Ik had er zo’n beetje geen rekening mee gehouden dat nu al om half negen de zon onder gaat. Ik heb dus in het pikkedonker in een Oostends park en bos rondgelopen, waar bijna geen verlichting is. Tot mijn eigen verbazing heb ik er nog 6 caches gevonden, bij het lichtje van mijn GSM. Het was er ook compleet verlaten, alleen de dieren kon je horen. Zalig! Alleen vrees ik dat het een beetje te ver en te lang was, want ik moest nog een heel eind terug tot aan de auto, en mijn rug begon het welletjes te vinden. Hmm.

Al bij al een hele mooie dag gehad met 12 caches, maar wel doodop nu. En morgen de eerste schooldag. Juist ja.