Katapult volgens Leonardo Da Vinci

Een hele tijd geleden zat Lorre met iets in de knoop qua werk, en Bart had hem toen goed kunnen helpen. Als bedanking had Lorre dan een cadeautje laten afleveren op kantoor met het bericht “Thanks for helping catapult the message across”: een zelfbouwpakket voor een heuse houten katapult zoals Leonardo Da Vinci die ontworpen had.

Sindsdien stond die doos al een hele tijd op mijn bureau stof te vangen. Zaterdag verveelde Kobe zich, en stak ik hem die doos in handen. Ik moest het blijkbaar geen twee keer zeggen: meteen ging hij aan het werk, geassisteerd door zijn bevallige zusje die tussendoor gewoon zat te lezen.

Er werd gepuzzeld, in elkaar gestoken, gelijmd, en vooral ook gewacht tot de lijm droog was. En toen werd er stevig geschoten. Dat ding werkt nogal!

Bedankt, Lorre!

Van Latijnolympiades, geocaches en Geeky Cauldrons

Deze middag moest één van mijn zesdejaars in Antwerpen zijn voor de tweede ronde van de Latijnolympiade. Ik kon haar natuurlijk alleen met de trein laten gaan, maar ik voelde me ergens verplicht om mee te gaan, en dan maar meteen ook de auto te nemen zodat ik nog andere dingen kon doen.

Enfin, ik me geparkeerd op de Rubenslei, aan de school, en daar dan maar meteen blijven staan aangezien rondrijden al te gek bleek. Ik wilde namelijk naar de Geeky Cauldron op de Sint-Jacobsmarkt, om er een geocache weg te steken en even wat bij te praten met Alexandru. Dat gebeurde ook, het was ferm gezellig, en dan bleef ik nog een tijd hangen bij Tom, die me meteen even zijn Atmicmu medewinkel toonde. De geocache trekt de aandacht naar Geek Street, ik vond het gewoon een leuk idee, en Alexandru kan hem meteen ook onderhouden.

Benieuw hoe vaak hij zal gevonden worden.

Enfin, gezellige middag gehad in Antwerpen, jawel.

 

Rubik’s Cube

Iedereen kent hem nog wel: een Rubiks kubus. Zo’n onding met verschillende vakjes dat je moest in orde krijgen, en waarvan er altijd wel één vlakje verkeerd bleef gaan. Mij is het in elk geval nooit gelukt om dat ding helemaal goed te krijgen. Eén vlak, ja, dat hield niet veel in, maar de rest? Voor nerds…

Wel, ik heb nu zo’n heerlijke kleine nerd in huis. Een van Wolfs vriendjes had zo’n kubus mee naar school, en Kobe was meteen geïntrigeerd. Als in: “Mama, hebben wij nog zo’n kubus? Of kan je die ergens krijgen?” Ik vroeg even rond, en zowaar, de volgende dag lag er eentje op de tafel in de leraarskamer voor hem, eentje van de kermis, zo bleek. Alleen… Bart had dat natuurlijk weer op zijn Barts gedaan, en had meteen online een wedstrijdkubus besteld, met alles erop en eraan. Het verschil in gebruiksgemak is inderdaad gigantisch, dat geef ik toe, maar de prijs dus ook :-p

Enfin, Kobe werd zelfs helemaal geobsedeerd door het ding: hij keek youtube filmpjes, leerde de algoritmes van buiten, en lost hem inmiddels op in minder dan een minuut. Helemaal, ja, niet gewoon een vlak.

Voor Sinterklaas vroeg hij dan een set kubussen die vanuit China werden verscheept: een 2×2, een 4×4 en zelfs een 5×5. Ook die laatste twee kan hij oplossen, maar daar doet hij wel iets langer over.

Op school is hij intussen een rage begonnen: de helft van zijn klas loopt er al mee rond, en ik moest lachen een paar dagen geleden: aan de kassa in de Colruyt staat zowaar een tafeltje met een stapel kubussen en de handleiding erbij. Geen idee of het door hem komt, maar de Rubik’s kubus is weer helemaal hot.

Op school zijn ze het intussen wel beu om hem ermee vergroeid te zien: hij moet hem wegsteken zodra hij de klas binnenkomt. Of zoals een van de collega’s lachend zei: “Je had zijn gezicht moeten zien! Ik zei: “Kobe, nog een keer, en ik pak hem af en gooi hem weg! Of nee, ik pak hem af, LOS HEM OP, en gooi hem dan weg!” Bij het eerste keek hij nog gewoon, bij het tweede was hij helemaal verschrikt! Zalig”

Mja, het kan geen gemak zijn, uw moeder die op uw eigen school werkt…

 

Van Gentbrugge en Merelbeke

Bart had al even gezegd dat hij gewoon eens naar de Wok King op de Brusselsesteenweg wilde. Het is – nog maar eens – een hectische week voor iedereen geweest, en dus zag hij het ook niet echt zitten om nog voor de middag boodschappen te doen en te koken en zo.
We stapten daarom in twee auto’s, en reden naar de Wok King. Waarom twee auto’s? Ik wilde daarna namelijk nog gaan geocachen, ik had echt behoefte om even in de buitenlucht te zijn en stevig door te stappen.

Het leuke aan de Wok King is dat het buffet is, zowel koud als warm, en dat je daarnaast ook gewoon je eigen wok kunt samenstellen, die ze daar ter plekke voor je wokken. En natuurlijk ook een dessertbuffet. Veel te veel gegeten, voor de verandering.

Om al dat eten wat te laten zakken, had ik extra behoefte aan een stevige wandeling. Helaas begon de zon al te verdwijnen, maar bon. Ik reed een beetje verder naar het Liedermeerspark om er 7 caches op te pikken en een mooie wandeling te maken die me ook even langs het vogelasiel bracht. Er waren ook twee puzzels bij die nogal wat denkwerk vroegen, maar die ik gelukkig wel opgelost kreeg.

Helaas heb ik op een bepaald punt een half uur staan zoeken naar een tag die er niet was: de opdracht stond bij de waypoints, wat ik niet had gezien. Al bij al was het dus een drie uur durende tocht, in plaats van anderhalf uur, en eindigde ik in de gietende regen. Maar ik heb er wel intens deugd van gehad.

Lectuur: ‘Ilium’ en ‘Olympos’ van Simmons en ‘De Avonden’ van Reve

Op algemeen aanraden van mijn geeky vrienden las ik, na ‘Hyperion’ en ‘The Fall of Hyperion” (en de twee mindere vervolgen erop) ook ‘Ilium’ en ‘Olympos’ van Dan Simmons.

Dit is een bizarre mengeling van hard science fiction – compleet met ruimtereizen, zwarte gaten, een ras van machines en quantum teleportation – en een verregaande fascinatie voor het verhaal van Homeros, compleet met de vertelstijl van het Oud-Grieks, alle helden en vrouwen en vooral de goden uit de Griekse mythologie. Doe daar nog een fikse scheut filosofie bij, nihilisme, vermengd met een wereld gebaseerd op The Tempest van Shakespeare, en je krijgt een vreemd meeslepend verhaal van in totaal meer dan 1500 pagina’s.

Net zoals in Hyperion en vervolgen krijg je compleet aparte verhaallijnen die zich na verloop van tijd toch op een of andere manier gaan vermengen en een coherent geheel beginnen vormen.

Mja.

Ik vond Hyperion eerlijk gezegd echt wel stukken beter, hier had ik het soms lastig om verder te lezen. Aan de andere kant was ik geïntrigeerd door hoe het verder zou gaan, en hoe de auteur uiteindelijk alle lijnen ging samenbrengen.

Een aanrader? Als je van scifi houdt, ja hoor. Maar er is beter, vind ik.

Dan ging ik maar naar de compleet andere kant van het spectrum: “De Avonden’ van Gerard Reve. Tot mijn grote schande moest ik toegeven dat ik dit nog steeds niet had gelezen, terwijl het intussen uitgeroepen is tot het beste boek van Nederland. Bart heeft het als jonge gast een zestal keer gelezen, telkens rond de kerstperiode, want dat was toen in literaire middens nogal salonfähig, vermoed ik :-p

Dit boek had me meteen mee. Eigenlijk gebeurt er geen halve zak, het gaat over een cynische, vooral zeer nihilistische jonge gast van 23 die in de jaren na de tweede wereldoorlog een manier zoekt om zijn dagen, en dan vooral de avonden tussen kerst en nieuwjaar door te brengen, en te ontsnappen aan het gezin dat door zijn ouders wordt gevormd.

Eigenlijk is dit vooral een deprimerend boek, en toch… Het heeft iets, het heeft meer dan iets. Ik kan me voorstellen dat jonge gasten dit nu niet meer zo kunnen smaken, maar ik vind het jammer dat ik het nooit eerder gelezen heb.

Omen: de bedanking

Dit is wat ik schreef op de pagina van het evenement. Buitenstaanders kunnen nooit die enorme rush ervaren, die complete andere wereld, dat intens gevoel van escapisme. Je speelt dat personage niet, je bént dat personage.

Bij onderstaande momenten wil ik eigenlijk ook de nachtelijke wandeling doorheen het bos toevoegen. Het is een kleine tien minuten wandelen van het hoofdgebouw naar mijn slaapplaats langs een bospaadje. Het had hard geregend, dus alles was vochtig en er steeg een soort klamme mist op. De maan scheen intussen, en het bos was sprookjesachtig verlicht. Ik ben een paar keer blijven stilstaan om te genieten, zo rond vijf uur ‘s morgens. Achteraf hoorde ik dat ik lang niet de enige was.

Bon, ik ben al altijd fan van Omen, maar deze keer… Ik heb in totaal tien minuten in de herberg doorgebracht. Nuff said.

Eerst en vooral, bedankt aan het team om me toch altijd weer mijn ding te laten doen en de meest waanzinnige rollen voor me uit te schrijven. De voorpret begint altijd al met de briefing: meestal is mijn eerste reactie een welgemeende WTF, en daarna een grote grijns. Een hopeloos verliefde non met flagellatio. Seriously? En dat ik Olga graag speel, is natuurlijk een understatement, en ik vind het dan ook fantastisch dat ik ze telkens weer mag spelen met een minimum aan briefing, zodat ze als een speler aanvoelt. Bedankt, echt waar.

Een paar hoogtepuntjes:
– drie uur wachten op spelers in een ijskoude kapel valt daar niet onder, maar wel de fijne redding van de Moeder, en de gezichtsuitdrukking toen die haar zweep uithaalde en zichzelf begon te geselen.
– een gloednieuwe figurante zo ver mee in het spel krijgen, dat ze huilend voor je voeten valt. You rock beyond belief!
– met een bang hartje als Olga het middenplein oplopen – ik verwachtte op zijn minst boe-geroep en verwijten – en meteen knielende mensen zien, een uitnodiging aan een Mannheimer kampvuur krijgen, en zelfs een uitnodiging voor een Golyndisch trouwfeest, en dat in een door Korda geplaagd, geterroriseerd en zelfs al aangevallen dorp. Ik wist niet wat ik hoorde! Merci, gasten, echt.
– flagellatio, en telkens weer die verschrikte gezichten. Ik had 5 lagen kleren aan, ik voelde daar niks van, wees gerust!
– koffie. Eén bepaalde koffie.
– vanillepap. Mensen, nooit geweten dat vloeibare vanillepap ne mens zo kan opwarmen en vooral gelukkig maken. Veel te gelukkig om goed te zijn.
– een fantastisch neergezette jonker van Korda. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten en hoe Olga ging moeten reageren, maar Mathias speelde dat schitterend. Zowaar trots op een gebroed van Berger.
– de confrontatie met Bard rond vier uur ‘s nachts. Man, uw ogen, zo bliksemen!
– een welbepaalde vraag om kwart over vier op zaterdagnacht. Serieus, Twee Teven. Kwart. Over. Vier. Een gigantisch intrigerend en intens gesprek later was het kwart over vijf, en was ik nog geen minuut outgame geweest. Serieus maat, dat moesten ze verbieden! Ongelofelijk bedankt, heren!
– de dood van de Windduivels. Goh mannen, diep respect voor jullie beslissing en volhardendheid, maar zo zonde, zo zonde zeg. Olga is gebleven voor jullie afscheid, en heeft daarmee de start van het eindgevecht gemist.
– Bruno gij smeerlap! Gij speelt dat verdomme veel te goed en veel te graag!


– en last but not least de eindbash met Berger, en hem willen overtuigen om het goede te doen. Ik heb gebruld, gebriest, gepleit en ei zo na gebleit. Ja, Ronald, ik had tranen in mijn ogen.

Lieverds, bedankt voor dit prachtige verjaardagscadeau. Veel intenser kan het niet worden. Bedankt, echt bedankt.

Groothertogin Olga Vedorsdotter, Huis Korda, out.
All will burn before us.

Van Moeders en Burggravinnen

Omen blijft voor mij toch de beste larp van het moment: donker, gritty, en met soms keihard spel.

Mijn rollen lagen ook nogal ver uit elkaar, wat soms voor schizofrene toestanden zorgde. Aan de ene kant was er een non, Moeder Mabelia, een en al zorgzaamheid, gewijd aan Tallathan, en sterk gekant tegen de overheersing. Oh, en een overtuigd flagellante. Ik vraag me soms toch af wat de spelleiding denkt…

Aan de andere kant was er alweer burggravin Olga, keihard, bitch, en duidelijke overheerser, zonder enig mededogen. En ronduit héérlijk om te spelen, echt waar. Eigenlijk was het de bedoeling dat ze pas morgenvroeg ten tonele verscheen, maar blijkbaar was ze al na het avondeten gewenst. Ik denk mijn grijns veelzeggend was, toen spelleiding me opriep om al over te schakelen.

En om een of andere reden wordt ze door de plaatselijke bevolking nog sympathiek bevonden ook. Ik snap het soms niet…

Haven V: beschouwing

Dit is wat ik deze avond nog op de facebookpagina van Haven zette. Het vat het weekend goed samen:

“Bon, als digital detox kan zo’n Havenlarpweekend wel tellen, ja! Ik ben steendood, ging eigenlijk zelfs mijn PC niet meer opendoen. Zegt genoeg over het Havengevoel en de intense vermoeidheid. Maar ik loop wel nog steeds te grijnzen, dus ja, ‘t was een goeike. Taoxka for the win! (En pluimen zijn NIET passé!)

Topmomenten:
– er ongeveer twintig minuten over doen om door een spinnenwebbenholleweg te lopen, en dan naar boven klimmen naar een prachtige kikkerkijkhut (of hoe noem je dat?)
– mensen de vertaling van de Eshki Ganu teksten laten lezen, en zo op hun gezicht kunnen zien wanneer ze bij tekst 5 en tekst 7 zitten. Héérlijk!
– ongeïnteresseerd gaan luisteren naar een lange-afstandsgesprek en dan plots “live” iemand horen vermoorden en beseffen dat het in het Eshki Ganu is. Flippen omdat dat te snel gaat en er teveel lawaai is. Aaaaargh!!!!
– op uw plaats gezet worden door een Lua (soort voodoo geest/godheid) en daar vreselijk (ingame) gefrustreerd over worden, zodat mensen zelfs outgame vragen of het gaat.
– blijkbaar de halve spelersgroep entertainen met een auditief spektakel omdat het nu eenmaal zomer was.
– een hardline Strigoi (= voor wie vrouwen totaal ondergeschikt zijn, en eigenlijk enkel slavinnen) horen verklaren: “Vrouw, ik maak een uitzondering: gij moogt zeggen waar we naartoe gaan en wie we uit uwe weg moeten halen”. Ik moest héél veel moeite doen om die grijns van mijn gezicht te houden.
– vechten, en nog eens vechten, en vaststellen dat de rug het houdt. Toch zolang er adrenaline was. En ook vaststellen dat er figuranten zijn die speciaal op u letten tijdens zo’n gevecht om zeker te zijn dat ge er niet over gaat.
– een toyboy opdoen en daar ingame door gemasseerd worden. You rock, baby!
– witte pensen die ‘fwieeee’ doen en dan ‘pop’. Ge moest erbij zijn, denk ik, maar het zorgde wel voor een Taoxka slappe lach van een kwartier.

Haven, ik wou dat er meer was van u. Ge hebt me fysiek uitgeput, maar mentaal kan ik weer de wereld aan. U en uw bevolking worden uit het diepst van mijn hart bedankt.”

Thuis! (maar ikke niet)

Het werd een gewone lesdag vandaag, maar zo vlak voor een vakantie hebben de leerlingen er echt geen zin meer in. Ik sloot de dag af met een documentaire over Pompei, een zeer interessante die perfect aansluit bij de les, en dat was ideale timing.

Daarna spoedde ik me naar huis, begon nog extra gerief te verzamelen voor het weekend, liet om half vijf Jarne binnen, de jonge figurant die met mij meerijdt, en gooide Merel in heksenkleedje af bij Lieze. Ha ja: ik weg, Kobe naar de muziekles en Bart en Wolf nog niet thuis: ik kon dat kind toch moeilijk alleen laten? Gelukkig ging Els met haar drie dochters net een spokentocht doen in Tielt, en was er nog een plaatsje extra voor Merel.
Jarne laadde alle gerief in de auto – da’s de deal: hij moet als student geen nafte betalen, maar helpt me wel met in- en uitladen, iets wat ik als ouwe kapotte doos niet meer kan – we gooiden Kobe nog af op zijn muziekles, en reden door naar Gouvy of all places, net tegen de grens met Luxemburg.

Bart had om twee uur een vergadering in Brussel, en ging daarna Wolf ophalen met al zijn spullen in De Haan. Ik geloof dat het zes uur was tegen dat Bart daar was, maar daar was niks aan te doen. Ik had ervoor gezorgd dat Kobe terug naar huis kon met zijn lerares fagot, want het was bijzonder moeilijk in te schatten wanneer Bart en Wolf thuis gingen raken. En Merel ging afgezet worden na de spokentocht. Enfin, weer een regeling om u tegen te zeggen dus.

En intussen reden Jarne en ik in de gietende regen naar Leuven, stevig wat file trotserend. Het was vijf uur toen we hier vertrokken, het was tegen zevenen toen we in Lovenjoel een tent konden ophalen. Een korte stop in de plaatselijke Delhaize voor proviand later reden we verder, alweer in de gietende regen. Fijn hoor! Nog wat file later was het tegen negen uur voor we het terrein konden opdraaien. Vier uur in de auto, ingespannen rijden in de regen, ik was verdomd blij dat Jarne meegereden was. Want intussen waren we voluit aan het geeken geslagen: hij mag dan een ingenieur zijn, hij is blijkbaar al even zot van talen als ik. En samen hebben we de speciaal voor Haven ontworpen taal, het Eshki Ganu, zitten ontleden, vier uur aan een stuk. Ik heb een goed geheugen voor de woorden en morfemen, en hij kan de tekens lezen en omzetten naar woorden. Samen zijn we er dus niet slecht in, in dat taaltje.

Enfin, toch blij dat we er waren. Er werd geïnstalleerd bij de Akata, ik trok mijn winteroutfit aan, en tegen elf uur, toen de meeste mensen waren aangekomen, konden we eindelijk in game. Wat resulteerde in spel tot half vier, maar bon.

De stress viel subito presto van mij af. Zalig toch?