Mooie woensdag

Zoals ik vorige week nog schreef: er komen mooie woensdagen aan. Zeker als het zo’n prachtig weer is als vandaag.

We eten op ons gemak, chillen wat in de zetel, en wandelen dan in alle rust naar de bibliotheek. En ja, het verkeer langs de Evergemsesteenweg mag dan druk zijn, er zijn zelfs daar mooie plekjes te vinden. Je moet alleen goed kijken…

Kobe sprong alweer een gat in de lucht, want het vervolg van zijn reeks van Rick Riordan (Percy Jackson) was binnengekomen, en hij is helemaal in zijne lees. Ongelofelijk hoe dat kind dan kan staan blinken van contentement.
Helemaal zen wandelden we terug, pikten nog een brood op, en installeerden ons op ons gemakje.

Ik was eigenlijk van plan om ‘s avonds naar een lezing over de Etrusken te gaan, maar blijkbaar moet ik de tol betalen van de slechte stoelen gisterenavond: mijn rug vindt het niet zo fijn vandaag.

Ik heb dan maar lekker lui gelezen, en niet echt veel poot uitgestoken. Tsja.

Herfstige zaterdag

De beste zaterdagen zijn die waarop je geen verplichtingen hebt. Waarop je dingen doet omdat je die wil doen, en niet omdat het moet. En waarop je ook gewoon niks doet, hoe moeilijk dat ook is.

Ik bracht Merel naar de muziekles en haalde haar om elf uur weer op. Samen trokken we  naar de markt om een bloesje te wisselen – er was een naad los – en in het passeren kochten we twee van die hele grote courgettes om soep van te maken. Meteen werden het snoskommers, en dat werd thuis op goedkeurend gemompel onthaald. De snoskommersoep was meteen een hit (tussen haakjes: twee ajuinen, een stevige snoskommer, kippenbouillonblokjes, en om af te werken een grote lepel kruidenkaas)

Tussendoor werd de was gedaan, werden er wat blogjes geschreven, maakte ik samen met Kobe bananenbrood – Wolf had alleen oog voor Arwen, en Merel was naar zee met Julie – en durfde ik het zowaar aan om midden op de dag te lezen. Zomaar, in de zetel. En ‘s avonds sloten we het vuile weer buiten, staken we wat kaarsjes aan, en mocht de haard branden.

Oh, en dat bananenbrood? Een aanrader, volgens recept van Piet Huysentruyt. Met extra rozijnen, chocoladestukjes en amandelschilfertjes.

Cachen in de Bourgoyen en in Oostende

Het werd een rustige zondag, met croissants om de dag te beginnen, en dan mijn vader die, zoals vrijwel elke week, bij ons kwam eten. Bart had, tot ons aller grote vreugde, spaghetti gemaakt, en zijn versie blijft toch onovertroffen! Zelfs ons pa moest toegeven dat het lekker was, ook al lust hij eigenlijk geen spaghetti.

En daarna gingen we geocachen, want de dag was echt wel té mooi om verloren te laten gaan, ook al deden mijn benen nog pijn van gisteren. Allez ja, het hele lijf zegt au. Als in: spierpijn aan de ribben van harnas en schild, spierpijn aan de rechterarm van het vele zwaardvechten, pijn aan de achillespezen van de nog niet helemaal ingelopen combats, spierpijn aan de schouders van alweer het harnas, en overal blauwe plekken. Lang geleden dat ik nog zoveel blauwe plekken heb gehad na een larp. Zelfs een wondje aan de rechterslaap en een beetje een dikke wenkbrauw na een stevige mep tegen mijn hoofd, waarbij mijn bril 2 meter verder vloog.

Toch reed ik met ons pa richting de Bourgoyen: ‘t is niet ver, en er waren nog een paar caches die we moesten oppikken. Ik geef het toe: in het begin maakte ik me wat zorgen, want ons pa piepte als een oude blaasbalg, raakte nauwelijks vooruit, en voelde zich ook niet goed, zei hij. Dat beterde gelukkig naarmate we verder stapten, maar zelfs voor iemand van 77 met parkinson is zijn conditie echt belabberd. Tsja, hij komt dan ook zelden het huis uit, de enige lichaamsbeweging die hij heeft, zijn die korte zondagse wandelingen met mij.

We deden dik twee uur over een goeie drie kilometer en 3 caches, dat zegt genoeg… Maar we genoten er wel van, en het was er prachtig.

Thuis was er koffie met taart, en na het avondeten reed ik met Wolf richting De Haan. Ginder aangekomen hoefde hij geen ijsje – nochtans een traditie op zondagavond – maar stopten we wel even om de prachtige, maar ronduit schitterende zonsondergang te bekijken, en een foto te nemen van het beeld.

Toen ik hem had afgezet, reed ik verder richting Bredene en Oostende om er hier en daar nog een losse cache op te pikken. De ene ging al vlotter dan de andere, en een paar vond ik niet, ook al omdat het nogal vreemd is om rond tien uur ‘s avonds op een zondag te staan rondsnuffelen aan mensen hun voortuin. Dat zijn niet zo’n fijne caches, om eerlijk te zijn, geef mij die maar in een park of bos, ook al is dat dan vrij donker.

Tegen elf uur was de file rond Aalter gelukkig opgelost – om half negen was het nog een uur aanschuiven – en reed ik fluks naar huis.

 

 

Zalige zaterdag

Om negen uur stond ik met Merel in Evergem, voor haar eerste notenleerles. Nee, muzieklab heet dat tegenwoordig :-p Ik geef het toe, ik ben weer gewoon naar huis gereden en heb eerst koffie gedronken en zo. Maar om elf uur viste ik haar weer op, en gingen we nog samen even naar de zaterdagse markt in Evergem. We liepen rond, kletsten, kochten vier bakjes aardbeien omdat de confituur er aan het doorvliegen is, en toen kwamen we aan het snoepenkraam. Waar Merel me met grote ogen aankeek: of ze alsjeblief een zakje van die omabolletjes kreeg? Ik zei van ja, als ze zelf kocht tenminste, en ik stak haar twee euro in handen. Normaal gezien wordt ze dan helemaal verlegen en wil ze het niet meer doen, maar deze keer stapte ze resoluut op het kraam af en bestelde haar 250 gram bolletjes, met de glimlach. Tsja…

We reden naar huis, Bart kookte, en we stapten met zijn tweetjes de fiets op naar het Citadelpark. Daar was vanaf twee uur een en ander te doen van Pokémon GO!, en nerds als we zijn spelen Bart en ik nog steeds dat spelletje. Alleen… We kwamen er net voor tweeën aan, en zagen dat er een en ander bezig was, dat stipt om twee uur stopte! Het was van elf tot twee, en niet omgekeerd. Meh. We lieten het aan ons hart niet komen, vingen de nodige beestjes, deden een paar raids, maakten er een mooie wandeling van, en dronken koffie op een terrasje in het bos.

Om half vier fietsten we weer naar huis, en daar was intussen Arwen ook, die prompt werd ingeschakeld om mee aardbeien te snijden voor de confituur.

En voila, weer zes extra potten. En het doet deugd om al mijn kuikens onder mijn dak te hebben.

Zo van die zaterdagen, ik kan daar wel mee leven, ja.

 

Glorieuze afsluiter van de vakantie

Er waren, om de dag te beginnen, twee prachtige lieve kleine meisjes die met smaak een croissant of twee verorberden, en dan slaperig nog wat tv keken samen.

Tegen elf uur werd Lieze opgehaald, en iets later kwam ons pa toe, voor alweer een zeer aangename en lekkere maaltijd. Dank u, liefje, voor het weekendse koken met zoveel liefde en aandacht voor het detail!

Aangezien het een toch wel stralende dag was, sommeerde ik ons pa de auto in te stappen, en reden we naar Gentbrugge voor een aantal caches in de Gentbrugse Meersen. Ik was er nog nooit geweest, maar het is er inderdaad echt mooi! Alleen jammer, zoals op zoveel plaatsen, van het voortdurende geraas van de autostrade die het gebied zowat doorkruist op viaducthoogte. Tsja… Onze tocht begon echter aan de kerk van Gentbrugge, met een wandeling over het kerkhof waar, tot onze verbazing, ook een aantal oorlogsslachtoffers liggen.

Tegen zessen waren we terug, en tegen zeven uur zette ik alweer aan met Wolf richting De Haan. Yup, het schooljaar is weer begonnen, en dus mag hij niet meer op maandagmorgen toekomen, maar moet hij al op zondagavond binnen zijn.

Ik gooide hem af, en reed naar Oostende om daar in en rond ‘t Bostje – het Maria Hendrikapark – ook een rondje geocaches te zoeken. Alleen… heb ik me gigantisch laten verrassen door het vroege uur waarop het donker wordt. Ik was gewoon om in mei en juni te cachen op zondagavond, en dan is het klaar tot tien uur. Ik had er zo’n beetje geen rekening mee gehouden dat nu al om half negen de zon onder gaat. Ik heb dus in het pikkedonker in een Oostends park en bos rondgelopen, waar bijna geen verlichting is. Tot mijn eigen verbazing heb ik er nog 6 caches gevonden, bij het lichtje van mijn GSM. Het was er ook compleet verlaten, alleen de dieren kon je horen. Zalig! Alleen vrees ik dat het een beetje te ver en te lang was, want ik moest nog een heel eind terug tot aan de auto, en mijn rug begon het welletjes te vinden. Hmm.

Al bij al een hele mooie dag gehad met 12 caches, maar wel doodop nu. En morgen de eerste schooldag. Juist ja.

 

Krachtcirkel Knorretje

Er zijn zo van die feestjes waarvan je op voorhand weet dat je er veel te lang gaat blijven hangen. Of dat die kans toch zeer reëel is.

Neem nu de verjaardagsfeestjes van T. P. uit O. Ik ben uit respect voor mijn rug maar om half negen toegekomen, in plaats van half zeven. De hele tuin stond vol met fijn volk, er werd een Ardeens gebraadje in hooi op de barbecue geroosterd, terwijl er nog tal van andere varkensdelen een hittekuur ondergingen, en er was drank. Veel drank, want hier en daar stond ook al een tent opgesteld.

Ik heb heerlijk aan een kampvuur van opfikkende meubelen gezeten, fijne en minder vreedzame verhalen uitgewisseld met zeer aangenaam gezelschap, en om half een verklaarde ik dat ik naar huis ging. Waarna ik langs de keuken passeerde om slaapwel te zeggen, en iets over twee alsnog verklaarde dat ik naar huis ging.

Zo’n feestjes dus.

Mooi, toch, om de vakantie mee af te sluiten?

Rondje Blauwbuik

In april was ik een namiddagje gaan cachen met Véronique en haar dochter. Dat was haar toen zo goed bevallen, dat we afgesproken hadden om dat wel eens meer te doen. Maar bon, ne mens moet tijd hebben en die moet dan nog samenvallen ook natuurlijk. Vandaag was gelukkig wél zo’n dag! Wolf zat uiteraard in het Zeepreventorium, en Léonore was op vakantie met haar papa, maar Véronique had wel haar dertienjarige plusdochter bij zich, en die zag dat cachen hélemaal zitten.

De vorige keer was het een Toertje Daknam geworden, nu gingen we vlakbij voor een Rondje Blauwbuik in Eksaarde. Ook hier waren de caches ongelofelijk mooi uitgewerkt, zoveel meer dan een potje achter een boom.

We wandelden dik drie uur, genoten ervan, snoepten nogal wat, en Véronique maakte foto’s.

Onderweg dronken we iets op het terras van een cafeetje dat eigenlijk gesloten was, maar waarvan de uitbaatster bezweek voor onze charmante glimlach.

Waren we moe? Jawel, maar het was meer dan de moeite waard.

Beeldenparcours op de dijk in De Haan

Wolf moest deze morgen al om kwart voor negen aan de inhalator en dan om negen uur naar drainage, en dus zaten wij kwart voor acht al in de auto. Ha ja, drie kwartier rijden, en dan nog tien minuten stappen tot je van een parkeerplaatsje aan zijn paviljoen bent.

Het resultaat was dat ik om negen uur al in De Haan liep, en voor een keertje de andere kant van de dijk wilde lopen, omdat het daar vol staat met beelden die ik nog niet gezien had. Het was een grijze, bewolkte dag, maar helemaal niet koud, en de beelden waren prachtig. Ik ben van geen kanten een fotograaf, en dus doe ik eigenlijk met mijn iPhonefotootjes de beelden absoluut geen recht, maar bon, u moet zelf maar gaan kijken ginder op de dijk.

Ik ga nog wel eens terug op een heldere dag, zodat ik ook heldere foto’s kan nemen. Vooral de beelden van Linde Ergo spreken me echt wel aan. Ik ben benieuwd: zou haar “Inner Circle” te koop zijn? Blijkbaar zou het beeld er maar blijven staan tot 30/9…

Daarna reed ik vlotjes naar huis, maar blijkbaar had Bart mijn assistentie niet nodig om een cyste op zijn oog te laten wegnemen. Hij is daarna gewoon terug naar kantoor gefietst…

En ‘s avonds had ik dan eindelijk nog eens afgesproken met Gwen. We hadden elkaar niet eens meer gezien voor haar verjaardag op 16 juni, stel u voor. Enfin, we hebben een zalig diner gehad, en ik had meteen ook de nodige rozen voor haar mee. Tradities…

Al bij al een fijne maandag gehad, prima compensatie voor het drukke weekend.

 

Dagje aan zee

Wolf moest tegen half elf in het Zeepreventorium zijn, en aangezien Kobe op kamp is, moest Merel uiteraard mee. We gingen er dan maar meteen een dagje aan zee van maken, ook al zijn we beiden niet zo zo van dat zand en al.
Maar we laadden handdoeken, zonnecrème, een emmertje met wat spulletjes en voor elk een boek in mijn bommashopper – de bolderkar is nog steeds niet gerepareerd – en reden fluks naar de kust. Voor een ijsje was het nog te vroeg, en dus gooiden we Wolf af met een dikke knuffel, en reden naar ons vaste plekje in De Haan, zijnde de straat van de ijsjes. Wonder boven wonder hadden we er zelfs nog een parkeerplekje!
En, ik mag dan een grote sloddervos zijn, maar eigenlijk ben ik ook wel best praktisch: we haalden de twee campingstoelen die vast in mijn koffer resideren, ook boven, samen met een grote grote paraplu. We waren van plan om ons kleine parasolletje mee te nemen, maar dat heeft onlangs eens de geest gegeven.

Een en ander zorgde ervoor dat we ons perfect konden installeren op het strand.

Na een dik uur hielden we het voor bekeken, laadden alles weer in in de bommashopper, en ploegden ons een weg door het hete zand naar de Mano, ons favoriete restaurantje aldaar. Het was er pokkedruk, maar het blijft me gigantisch verbazen: binnen de tien minuten staat je bestelling op tafel, en het is echt niet dat het opgewarmde of verslenste kost is, geloof me. Die hebben daar een ongelofelijk efficiënte keuken, heb ik zo de indruk.

En voor de prijs hoef je het niet te laten: ik geloof dat ik geen 10 euro betaal voor een kinderspaghetti, kinderpannenkoek en een drankje voor Merel. En mijn uitgebreide salade kost er iets van een 15.

We gooiden daarna de spullen in de koffer, reden naar Oostende, en gingen daar in de Vuurtorenwijk geocachen. Alleen, dat viel een beetje tegen. De eerste, op de dijk, vonden we niet. De tweede, aan een grote muur, helaas ook niet, ook al stonden we er samen met nog een familie te zoeken. Die familie kwamen we dan tegen bij nummer drie, en die wisten ons alsnog te melden waar we nummer twee konden vinden. Het zal echter voor een volgende keer zijn, want nummer drie lag in de duinen, de bloedhete, snikhete duinen, en Merel zag het totaal niet meer zitten. We waren ook niet de enige: die andere familie heeft hem ook niet gevonden. Bon, Merel en ik baanden ons opnieuw een weg door het gloeiende zand en het duingras tot we weer op de dijk uitkwamen, en toch nog eventjes zochten bij nummer 1. En jawel, deze keer hadden we hem vlotjes in handen, en snap ik nog niet hoe het kan dat we hem de eerste keer niet vonden.

We stapten in de auto, dronken elk een halve liter water, en ik lokte Merel in de val door iets verderop aan de haven te stoppen voor nog een cache (of twee), wat ze dan wel weer volledig zag zitten. Het is toch echt een stadsmeisje, die dochter van me.

En voor de curieuzeneuzen: er zat een geocache in het ronde Europese teken op de laatste foto. Je kan rechtstaan in de vis, en dan kan je dat ding eruitschuiven, en achteraan is er een blikje ingeschoven. De max!

En toen reden we naar huis, waarbij we in de auto al meteen afspraken dat Merel eerst mocht douchen om de zonnecrème en het zand van zich af te spoelen, en dat ik me dan daarna kon opfrissen en klaarmaken voor het concert vanavond.
Zij smeerde overigens ook mijn boterhammetjes, de lieverd, zodat ik om zes uur de fiets kon opspringen om naar de Brabantdam te fietsen.

Ik snap al bijna niet meer dat ik dat vroeger automatisch met de auto deed. Kieken dat ik was!