Sinterklaas!

Gisteren kwam Merel thuis met enige verontwaardiging: dat de Sint al bij al haar vriendinnen was langsgekomen, en bij ons nog niet! “Tsja”, zei ik, “de Sint heeft veel werk en spreidt dat dus een beetje. Bij ons komt hij echt maar woensdagavond hoor!”

Merel vond van niet, en zei dat ze toch haar schoen die avond al ging zetten, want de Sint was toch magisch, en dan kon hij dat wel in zijn schema inpassen. Bon, het klassieke bankje stond hier klaar met drie schoenen, een flesje fruitsap, wat snoep en een appel voor het paard. Uiteraard.

Kobe en Wolf hielpen me dan met het versieren – de rug wou na de zware dag toch niet met zoveel energie meer mee: ik heb vier uur examen afgenomen en dus rondgelopen, en dan in de namiddag nog twee uur lesgegeven en daarna nog met Merel naar de blokfluitles in de Poel – en alles klaar te leggen.

Ook al zit Kobe al in het middelbaar, hij is nog maar 11 en krijgt dus alsnog een cadeautje. Hij heeft er lang over getwijfeld, maar is dan toch voor zijn momentane obsessie gegaan: de Rubik’s cubes, in alle vormen. Merel had een Hatchibaby gevraagd, en Wolf, tsja, die kreeg eigenlijk niks meer, maar had zijn eigen spaargeld gebruikt om twee pulls te kopen. Hij heeft er zo’n stuk of zes in zijn kast, en daarom kreeg hij ze niet van mij, maar blijkbaar verandert zijn smaak nogal, en vond hij dat belangrijk. Ik heb hem dan maar een van de twee terugbetaald als Sintcadeautje. Mja…

Merel moest wel opletten dat het beest ‘s morgens nog niet uit zijn ei kwam – lees: sensoren pikken op hoeveel het beest beweegt en laten het dan uitkomen – en stopte het netjes in tot in de namiddag. Wolf heeft dan netjes vastgelegd hoe het ei is uitgekomen. Vreemd speelgoed, geloof me.

Maar vooral haar triomfantelijke grijns was de moeite: “Zie je wel, mama! De Sint kan alles!”

Poppenmoedertje

Het werd een gezapige zaterdag, waarbij Merel vooral met haar nieuwe pop speelde. Ze had nog geen jongenspop, en deze nieuwe was dus gewoonweg perfect! Hij mocht in zijn wippertje, in de buggy, en ze gaf hem met alle zorgzame toewijding van een échte moeder een heus bad met alles erop en eraan.

De handdoek lag klaar, het pampertje ook, de verse kleertjes, een klein handdoekje voor zijn (onbestaande) haar, enfin, ze wist dus heel erg goed wat ze deed, had ik zo de indruk. En het is niet alsof ze zelf al veel met baby’s in aanraking is gekomen, om eerlijk te zijn.

Nooit gedacht dat ik ooit zo’n zachte, zorgzame dochter zou hebben. Ik geniet mateloos.

Hij mocht zelfs mee op restaurant: Wolf zat in de scouts als afsluiter van zijn midweek, en Kobe was op scoutsweekend. Daardoor hadden Bart en ik maar één kind meer, en gingen we met haar eten bij Baptist op den Dries. Een deftige brasserie, niet spotgoedkoop, maar met faire prijzen, een beperkte kaart, maar wel zeer lekker.

En daarna, toen gingen we gewoon zelf met ons tweetjes in bad: elkaars haar wassen, en spelen met de muzikale dolfijntjes, terwijl er rondom kaarsjes brandden en het eigenlijk heel erg gezellig was, daar in de badkamer.

 

Girl

Om vijf uur stond ik vandaag met Wolf in Brugge, meer bepaald in Cinema Lumière. Bart was er al met Dirk en Ilse voor de avant-première van Girl, een Belgische film – Vlaams is niet correct, want het speelt zich af in Brussels, half in het Frans, half in het Nederlands – over een transgender meisje, geboren in het lichaam van een jongen, maar vastbesloten om ballerina te worden. De combinatie van het genderprobleem met de loodzware opleiding in het balletschool maakt het bijzonder intens.

Zoals de regisseur achteraf beklemtoonde is het niet het verhaal van een meisje (jongen?) dat moet opboksen tegen een niet-begrijpende en niet-accepterende wereld, integendeel: ze heeft een warme begrijpende vader, een accepterende familie, perfecte geneeskundige zorg, en eigenlijk zelfs een klas die haar min of meer accepteert zoals ze is. Er is dus geen slechterik in het spel, een kwestie van goed versus kwaad, en dus ook geen moraliserend opgestoken vingertje.

Het is het verhaal van een meisje dat, gevangen in een jongenslichaam, met zichzelf in de knoop zit en daar maar heel moeilijk uit geraakt.

Was ik geraakt door de film? Welzeker, hij is de moeite waard, een aanrader. Maar let vooral op de prachtige fotografie, en de onwaarschijnlijke vertolking van Victor Polster, een jonge gast die de rol van zijn piepjonge leven neerzet. Dat is ook de vraag die de regisseur het vaakst krijgt: waar heeft hij dit juweeltje gevonden? Polster is blijkbaar een danser die een professionele dansopleiding volgt, en dansers hadden ze nodig voor de balletschool. Hij had daarnaast de perfecte androgyne uitstraling, en blijkbaar ook nog een stevige dosis acteertalent, met een ongelofelijke naturel.

De film is goed, maar ik was vooral van mijn sokken geblazen door Victor Polster, jawel. Daar gaan we nog van horen. Ga nu vooral kijken naar wat hij ervan maakt. En laat u meeslepen in het verhaal van een transgender, dat voor elke persoon toch weer helemaal anders is en tegelijk herkenbaar. Doen.

Hangen

Vandaag is er hier rondgehangen geweest zoals alleen pubers kunnen rondhangen, eigenlijk feitelijk. Arwen kwam namelijk langs, en de twee kleintjes zijn ook dolgraag in de buurt van hun broer, ze missen hem vreselijk hard.

Bijna was dat nochtans niet gelukt, dat rondhangen met Arwen. Ik was Merel gaan halen van de muziekles om 11.00 uur, en daarna nog naar de markt gegaan om een gebraden kip. Wij eten dat eigenlijk zeer graag, maar Bart vindt dat verschrikkelijk. Laat hij nu vandaag naar zijn moeder in Ronse zijn, en wij dus alleen moeten eten :-p Kobe was intussen met zijn fiets naar de bibliotheek om bestelde boeken af te halen, en Wolf was dus alleen thuis. Geen nood, Arwen ging na de middag komen, had hij gezegd. Maar blijkbaar was er ergens een foutje in de communicatie, want zij had hier met haar vader een kwartier voor de deur gestaan, ondertussen bellend naar Wolfs gsm die nog beneden lag. Tsja.

Ik ben dan na het eten maar zo lief geweest om haar alsnog op te halen – ze was een beetje boos op Wolf, en ik heb die nog nooit zo schaapachtig zien kijken als vandaag – maar het was dan ook voor hen een belangrijke dag: ze zijn vandaag een jaartje samen. Serieus, op die leeftijd… Maar bon, als ze maar gelukkig zijn zeker?

Ze hingen dus vooral buiten rond, met zijn vieren in de grote hangmat, en op een bepaald moment zelfs met zijn vijven, want ik was er op een onbewaakt moment in gaan liggen en zij er dan achteraf maar allemaal bijgekropen.

Gewoon praten, genieten, en nog meer praten, als echte pubers, zelfs Merel.

Goh, we zijn allemaal aan het aftellen tot hij weer naar huis komt. Nog twee weken…

Rondrijzondag

‘t Was wel niet helemaal een meisjeszondag, maar toch… We zaten rond negen uur aan tafel, Merel, Vlerina en ik, toen ik Spotify wou opzetten, en plots zag dat ik Bart al om half tien aan zijn kantoor mocht ophalen, in plaats van de voorziene half twaalf. Die kwam van New York, weet u nog? Dik in orde, maar wel een beetje krap van tijd. Tsja.

We pikten hem op, lieten hem prompt in slaap vallen in de zetel, en gingen zelf aan het werk. Zo’n lasagne met extra veel groenten maakt zichzelf niet natuurlijk. En die appeltaart met de appeltjes van Omaly ook niet :-p Tegen twaalven kwam opa, en meteen stond de serveuse van het restaurant klaar om onze bestellingen op te nemen.

Na het eten en het ophangen van alweer een was sprong ik in de auto richting Geel: ik moest de jongens ophalen op Roanoke. Ze waren wel van de laatste toen ik daar tegen half drie aankwam, maar bon, ze kwamen tenminste comfortabel thuis. Roanoke zelf was de max geweest, wisten ze me te vertellen: geen vergelijk met Vortex wegens veel volwassener, beter uitgewerkt, enfin, ze hadden zich schitterend geamuseerd, zeiden ze. Wel een beetje moe, zou je kunnen stellen ^^

Tegen half vijf waren we thuis, was er koffie met taart, en om zeven uur stapte ik alweer in de auto om Wolf naar het Zeepreventorium te brengen. Nog drie weken…

Intussen heb ik de meeste caches in de buurt van De Haan wel al gedaan, dus reed ik gewoon de E40 af ter hoogte van Beernem om daar een zestal caches van Zaak De Zutter te gaan zoeken. Dat is eigenlijk een fietstocht georganiseerd door de gemeente Beernem zelf, en is wellicht overdag een prachtige rit. Geen idee, zo in het pikdonker, maar ‘t was wel amusant.

Drukke dag met veel kilometers dus, maar best wel oké.

Mooie woensdag

Zoals ik vorige week nog schreef: er komen mooie woensdagen aan. Zeker als het zo’n prachtig weer is als vandaag.

We eten op ons gemak, chillen wat in de zetel, en wandelen dan in alle rust naar de bibliotheek. En ja, het verkeer langs de Evergemsesteenweg mag dan druk zijn, er zijn zelfs daar mooie plekjes te vinden. Je moet alleen goed kijken…

Kobe sprong alweer een gat in de lucht, want het vervolg van zijn reeks van Rick Riordan (Percy Jackson) was binnengekomen, en hij is helemaal in zijne lees. Ongelofelijk hoe dat kind dan kan staan blinken van contentement.
Helemaal zen wandelden we terug, pikten nog een brood op, en installeerden ons op ons gemakje.

Ik was eigenlijk van plan om ‘s avonds naar een lezing over de Etrusken te gaan, maar blijkbaar moet ik de tol betalen van de slechte stoelen gisterenavond: mijn rug vindt het niet zo fijn vandaag.

Ik heb dan maar lekker lui gelezen, en niet echt veel poot uitgestoken. Tsja.

Herfstige zaterdag

De beste zaterdagen zijn die waarop je geen verplichtingen hebt. Waarop je dingen doet omdat je die wil doen, en niet omdat het moet. En waarop je ook gewoon niks doet, hoe moeilijk dat ook is.

Ik bracht Merel naar de muziekles en haalde haar om elf uur weer op. Samen trokken we  naar de markt om een bloesje te wisselen – er was een naad los – en in het passeren kochten we twee van die hele grote courgettes om soep van te maken. Meteen werden het snoskommers, en dat werd thuis op goedkeurend gemompel onthaald. De snoskommersoep was meteen een hit (tussen haakjes: twee ajuinen, een stevige snoskommer, kippenbouillonblokjes, en om af te werken een grote lepel kruidenkaas)

Tussendoor werd de was gedaan, werden er wat blogjes geschreven, maakte ik samen met Kobe bananenbrood – Wolf had alleen oog voor Arwen, en Merel was naar zee met Julie – en durfde ik het zowaar aan om midden op de dag te lezen. Zomaar, in de zetel. En ‘s avonds sloten we het vuile weer buiten, staken we wat kaarsjes aan, en mocht de haard branden.

Oh, en dat bananenbrood? Een aanrader, volgens recept van Piet Huysentruyt. Met extra rozijnen, chocoladestukjes en amandelschilfertjes.

Cachen in de Bourgoyen en in Oostende

Het werd een rustige zondag, met croissants om de dag te beginnen, en dan mijn vader die, zoals vrijwel elke week, bij ons kwam eten. Bart had, tot ons aller grote vreugde, spaghetti gemaakt, en zijn versie blijft toch onovertroffen! Zelfs ons pa moest toegeven dat het lekker was, ook al lust hij eigenlijk geen spaghetti.

En daarna gingen we geocachen, want de dag was echt wel té mooi om verloren te laten gaan, ook al deden mijn benen nog pijn van gisteren. Allez ja, het hele lijf zegt au. Als in: spierpijn aan de ribben van harnas en schild, spierpijn aan de rechterarm van het vele zwaardvechten, pijn aan de achillespezen van de nog niet helemaal ingelopen combats, spierpijn aan de schouders van alweer het harnas, en overal blauwe plekken. Lang geleden dat ik nog zoveel blauwe plekken heb gehad na een larp. Zelfs een wondje aan de rechterslaap en een beetje een dikke wenkbrauw na een stevige mep tegen mijn hoofd, waarbij mijn bril 2 meter verder vloog.

Toch reed ik met ons pa richting de Bourgoyen: ‘t is niet ver, en er waren nog een paar caches die we moesten oppikken. Ik geef het toe: in het begin maakte ik me wat zorgen, want ons pa piepte als een oude blaasbalg, raakte nauwelijks vooruit, en voelde zich ook niet goed, zei hij. Dat beterde gelukkig naarmate we verder stapten, maar zelfs voor iemand van 77 met parkinson is zijn conditie echt belabberd. Tsja, hij komt dan ook zelden het huis uit, de enige lichaamsbeweging die hij heeft, zijn die korte zondagse wandelingen met mij.

We deden dik twee uur over een goeie drie kilometer en 3 caches, dat zegt genoeg… Maar we genoten er wel van, en het was er prachtig.

Thuis was er koffie met taart, en na het avondeten reed ik met Wolf richting De Haan. Ginder aangekomen hoefde hij geen ijsje – nochtans een traditie op zondagavond – maar stopten we wel even om de prachtige, maar ronduit schitterende zonsondergang te bekijken, en een foto te nemen van het beeld.

Toen ik hem had afgezet, reed ik verder richting Bredene en Oostende om er hier en daar nog een losse cache op te pikken. De ene ging al vlotter dan de andere, en een paar vond ik niet, ook al omdat het nogal vreemd is om rond tien uur ‘s avonds op een zondag te staan rondsnuffelen aan mensen hun voortuin. Dat zijn niet zo’n fijne caches, om eerlijk te zijn, geef mij die maar in een park of bos, ook al is dat dan vrij donker.

Tegen elf uur was de file rond Aalter gelukkig opgelost – om half negen was het nog een uur aanschuiven – en reed ik fluks naar huis.