Fagotten

Dat Kobe fagot speelt, dat wist u al lang, uiteraard. Al die tijd heeft hij op een instrument van een van mijn kozijns gespeeld: die speelde als kind ook fagot, maar had het instrument nu al jaren niet meer aangeraakt.
Alleen… het is niet bepaald het beste instrument, speelt niet zo makkelijk, en we betalen er ook huur voor. En Kobe is echt wel goed op dreef met die fagot, zodat ik dacht dat het tijd was om een eigen instrument te kopen. Als er iets is waar ik graag geld in investeer, zijn het instrumenten. Die ingesteldheid is ook nodig, want – ik slikte toch wel even toen ik de prijs hoorde – een deftige fagot kost tussen de 7000 en de 8000 euro. Slik.

Enfin, Kobe had twee weken geleden al drie fagotten meegekregen om uit te proberen: zijn juf had drie Moosmanns meegebracht. Ongelofelijk chic dat zij daar wil voor zorgen. Alleen vond ze dat ze daarmee nog niet genoeg keus had gegeven, en dus reden we deze namiddag naar Brugge, naar een gespecialiseerde winkel.

Ik liet er na vijf minuten Renate en Kobe achter om vanalles uit te proberen, en ging zelf gaan geocachen in de buurt. Ha ja, prachtig weer en al! Ik vond een paar hele mooie plekjes en een een voetgangersbrug met fijn uitzicht.

Intussen hadden Renate en Kobe vrolijk getoeterd in de winkel en waren ze op een Renard uitgekomen: 7500 euro, maar wel met alle opties. Ja, zo’n ding heeft blijkbaar opties, extra kleppen en dat soort dingen. Hij mag hem een week mee naar huis nemen om alsnog uit te proberen.

Tegen vijf uur pikten we in het terugkeren Renates dochtertje Pia op van een verjaardagsfeestje, en tegen kwart voor zes waren we weer thuis. Mét een extra fagot, en wellicht binnenkort een legere bankrekening. Tsja…

Dat is het niet, nee.

Ik weet niet of het aan het weer ligt, aan de koude, of gewoon aan algemene malaise, maar feit is dat de rug al een paar weken moeilijk doet. Ik bedoel maar: al een week of twee ligt mijn stok standaard in de auto voor het geval dat het er tijdens het lesgeven ook echt gewoon inschiet.
Normaal gezien ben ik me er niet de hele tijd van  bewust dat ik een rug heb: zolang ik niks zwaars moet tillen of rare bewegingen uitvoer, doet die rug redelijk normaal. Maar nu doet hij al een tijd vrijwel continu pijn. Geen scherpe acute pijn, maar een voortdurende zeurderige soort pijn, waar ne mens serieus moe van wordt.

Vandaag ging het dan helemaal mis. Allez ja, niet dat het er echt in geschoten is, maar ik kwam thuis na twee uur lesgeven, en ik was op. Maar echt, doodop om een of andere reden, en ik had nochtans wel goed geslapen. Maar mijn kop zat vol snot, ik moest niezen en snuffelen en hoesten, en nee, het ging me niet. Ik ben in mijn zetel gekropen, maar slapen zat er blijkbaar niet in. Ik had nochtans nog veel te doen en vanalles gepland, maar nope, het is bingewatchen geworden, een aantal afleveringen van Marvel’s Agents of Shield.

Ik hoop maar dat ik er morgen weer kan staan, want er zijn al zo veel zieken onder de collega’s, en ik ben ook liefst mijn lessen niet kwijt. En ik hoop vooral dat die rug zich eindelijk eens begint te gedragen. Blah.

Gaatjes!

Merel vroeg het al lang, al zeker een half jaar: gaatjes in haar oren. Haar vriendinnen hebben allemaal al oorbellen, en nu had ze haar moed verzameld om het ook te laten doen. Want ja, dat gaat pijn doen, en ze durfde eerst niet goed.

Ik had haar beloofd dat we er werk van gingen maken, maar we vergaten het beiden keer op keer. Elke dinsdag werden we er nochtans weer aan herinnerd doordat we bij de Avalon passeerden, en daar liggen van die vree wijze oorbelletjes. En elke dinsdag zeiden we: we gaan er werk van maken. Maar de vraag was: waar? Een tijdje geleden had Els, de mama van Lieze, me verteld dat zij dat bij de TicTac op Mariakerke had laten doen, en dat ze daar wreed content van was.

Ik belde, en ja, er was tijd. En ja, Merel zag het zitten. Wij dus naar ginder, en Merel mocht kiezen tussen verschillende soorten stekertjes, waaronder vooral bloemetjes in verschillende kleuren. Maar mijn dochter zou mijn dochter niet zijn als ze voor de standaard ging, en dus koos ze de schattige lieveheersbeestjes. Een beetje bleekjes mocht ze op de toonbank gaan zitten, kreeg eerst stiftstipjes om ervoor te zorgen dat de gaatjes mooi gelijk waren, en toen werd er tweemaal geschoten. Ze gaf geen kik.

En ja, het deed pijn, zei ze, maar dat moest dan maar. Nu moet ze die 6 weken inhouden, en de eerste twee weken moeten we het elke morgen en avond ontsmetten. En daarna? Tsja, dan gaat er een wereld van schattige oorbellen open, zeker? Ik zal mijn eigen collectie al maar inventariseren…

Nieuwjaarsfeestje van Wijs, mét bloemen

Zoals elk jaar is er het nieuwjaarsfeest van Wijs: een fijne locatie, eten in overvloed – de laatste jaren vaak foodtruckprincipe – een goeie DJ, en om 19.00 uur speech van Bart en aansluitend een aantal ‘awards’ uitgereikt door de mensen zelf. Dikke fun, elke keer weer.

Vorig jaar was ik er niet bij, wegens te moe en te ziek, maar deze keer dus wel, in de gebouwen van Watt. Bart had – zoals altijd – een zeer drukke week, en dus ging ik wel twee boeketten bloemen halen. We hebben een prima bloemist hier op Wondelgem, da’s een gemak. Tegen half vijf had ik dus twee grote rood-witte – kwestie van in de Wijs-stijl te blijven – boeketten in huis. Toen ik om vijf uur Kobe ging afzetten op de muziekles, belde Bart me: of ik al om die bloemen was geweest? Euh, ja? Dju, want hij moest nog een derde boeket hebben. Bon, ik dan maar gebeld naar de bloemist dat ik nog zo’n derde boeket moest hebben, en of ze het klaar konden leggen. Helemaal in orde, boeket drie ook klaar.
Bart kwam tegen zessen thuis, kleedde zich om, nam bloemen en flessen champagne die hij zelf voorzien had, mee, en spoedde zich naar Watt. Ikzelf kleedde me ook rustig om, en was er netjes tegen zeven uur, zodat ik de speech nog kon meemaken.
Al een chance, want Bart deelde champagne uit aan zijn managementsteam en meest gewaardeerde medewerkers, deelde bloemen uit aan de vrouwelijke leden, en… aan mij. Jawel. Hij vermeldde er trouwens ook nog bij dat ik ze zelf gaan halen was, die bloemen, met algemeen gelach tot gevolg.

Tsja. Ik vond het ontzettend lief, en heb nu dus een mega boeket in roodwitte kleuren staan. Ik vind het helemaal niet erg!

En het feestje? Goh, op vrijdag is dat geen optie, eigenlijk, ruggewijs, en dus waren we beiden om elf uur thuis, lagen in de zetel onder een dekentje, en keken naar een True Detective. En dat, dat was meer dan wijs genoeg.

Elektriciteitspanne

Nope, dat was het toch zo even niet, gisterenmiddag.

Net toen ik al het eten had uitgehaald – er was nog massa’s over van dit weekend, Bart doet dat wel vaker zodat ik niet hoef te koken op woensdagmiddag – en wilde beginnen opwarmen, sloeg alle elektriciteit uit. Logischerwijs nam ik een pillamp en ging even in de elektriekkast kijken: nope, alles lag nog netjes aan zoals het hoorde.

De tweede logische stap is dan om uw voordeur open te trekken en te kijken hoe uw buren reageren. En jawel, zowel de overbuurvrouw als Jules en Julien kwamen op straat. Blijkbaar was de hele wijk getroffen. Ik heb dan maar even naar Eandis gebeld, en die wisten me te melden dat het wel voor drie uur deze middag ging opgelost zijn.

Hmpf.

Zolang wachten om te eten, nee, dat was geen goed idee, vond ik. Maar warm eten zat er duidelijk niet in, en ik had ook nog geen brood in huis en had totaal geen zin om er door de sneeuw nog om te hossen, ik ging er in de loop van de namiddag wel zelf bakken.

Dat hoswerk liet ik dan maar met plezier over aan een ander, en bestelde prompt pizza. Met de gsm, want internet werkte uiteraard ook niet hier in huis.

Gejuich alom hier ten huize. Alleen… sloeg tien over één de elektriciteit weer aan, en was het bijna kwart voor twee (in plaats van de beloofde 13.27 uur) voordat de pizzaman opdook. Soit, het heeft dik gesmaakt!

Oh Murphy…

Bart had het al een paar keer tegen me gezegd dat ik mazout moest bestellen. Goh, dacht ik, er is voorlopig nog genoeg, en ik had het een paar keer uitgesteld. Tot vorige week vrijdag: ik belde en bestelde meteen 2000 liter. Of het dringend was, vroeg de dame aan de lijn. Niet meteen, we hadden nog, maar ik wou het risico niet lopen. En woensdagvoormiddag was ik thuis, of ze dan konden leveren, dan kon ik meteen betalen. Dik in orde.

En toen sloeg Murphy toe, jawel. Want in de loop van de maandag begon het precies gelijk wat kouder te worden in huis. Om half zeven was het er nog 19°, en toen ik naar de ketel ging kijken, draaide die effectief niet meer. Argh! Effectief acuut zonder mazout gevallen! Gnn.

Bon, het was te laat om nu de mazoutcentrale nog te bereiken, en als ik de dinsdagochtend ging bellen, was hun planning al opgemaakt. Goh ja, en we konden het wel even redden met onze sublieme houtkachel. Een uur later was het al 20.5°, tegen half tien zaten we zelfs aan 22°.

Toen we dinsdag thuis kwamen van school, was het nog geen 18° binnen, maar Wolf haalde hout, en om zes uur zaten we alweer aan een comfortabele 21°. Die kachel van ons, da’s toch een stevig backupsysteem. Al is het wel wat vreemd om ook bij het opstaan de houtkachel aan te steken…

Soit, deze morgen tegen elf uur stond de man van Gabriëls hier, dezelfde leverancier als altijd. Hij belde aan met een grote glimlach, en vroeg meteen: “Awel, zijde weer zonder gevallen dan?” Toen ik hem schaapachtig uitlegde dat we effectief zonder zaten, begon hij smakelijk te lachen. Een kwartiertje pompen en een koffietje later (en helaas ook een rekening) was de tank weer gevuld, en tegen twee uur kon ik het systeem gelukkig probleemloos heropstarten. ‘t Is toch net iets gemakkelijker, minder gezeul en minder vervuiling, zo’n centrale verwarming. En vooral: als ge vloerverwarming gewoon zijt, werd zelfs dat parket toch frisjes…

 

Oudejaarsdag en -avond

Dat het pokkedruk ging zijn in de Delhaize om inkopen te doen, dat wisten we. Vooral wanneer we het lot wilden tarten en om elf uur gingen. Élk parkeerplaatsje op de nochtans grote parking was volzet, en aan de kassa’s – 1 stuks + 8 selfscans – stonden lange lange rijen. Maar als je dat op voorhand weet en het niet aan je hart laat komen, is dat eigenlijk allemaal zo erg niet.

We aten soep en boterhammen, en toen had ik gigantische knallende koppijn en een barslecht humeur. Niks dat een goed potje geocachen (en een Dafalgan) niet kan verhelpen, dacht ik zo, en ik stapte in de auto en reed naar Landegem. Daar is een mooie geocacheroute volgens de bewegwijzering van Die Soete Beeze. Alleen…

Bij het afdraaien van de spoorwegbrug in Drongen/Landegem nam ik mijn bocht nogal kort. Geen nood, dacht ik, de berm ligt even hoog als het asfalt. Alleen moet er iets van paaltje of scherpe steen of zo gestaan hebben, want… Meteen begon mijn auto een zeer vreemd geluid te maken. Ik stopte een paar meter verderop, en jawel: platte band! En niet zomaar platte band, echt een ganse winkelhaak in het rubber, eentje van een paar centimeter. Niet te repareren dus met die repareerkit die je tegenwoordig in je auto vindt in plaats van een reservewiel. Meh.

Gelukkig heb ik Ford Assistance, inbegrepen in mijn jaarlijks onderhoud, en belde ik die dus maar. “Halewijnstationstraat, zegt u? Ter hoogte van welk huisnummer?” Euh… ik keek even in het rond, maar het dichtstbijzijnde huis was net iets groter dan een speldenkop voor mij. Ik heb dan maar uitgelegd dat ze me vanop de spoorwegbrug perfect konden zien staan, en dat ik daar eigenlijk wel zo’n beetje in de weg stond en zo. Drie kwartier later kwam een zeer sympathieke jongeman me optakelen – de max om te zien, zo’n gans takelding op minder dan een kubieke meter in de achterkant van zijn camionetje – en bracht mijn wagen naar de Fordgarage. In Ledeberg. De bandencentrale waar ik net nieuwe remblokken, remschijven én twee nieuwe banden had besteld voor donderdag, bleek geen optie. Bleh.

Van Ledeberg ging het naar Sint-Denijs-Westrem, naar The Loop, voor een vervangwagen: ook die was gratis, maar moest wel op dezelfde plek teruggebracht worden. Mja. Tegen dan was het half zes en donker, was de koppijn weg en mijn humeur – lang leve de fijne pechverhelper – wel wat opgeklaard, maar ik vond dat ik een rondje geocachen wel nog verdiend had. Néh.
Ik ben dan naar De Pinte gereden, een drietal kilometer verderop, en heb er in het donker nog tien caches gevonden, zodat ik het jaar 2018 netjes kon afronden op 500 gevonden caches.

Ik was laat thuis, ja, pas tegen half acht, maar dat kon me niet schelen: Bart had al met de kinderen pizza gemaakt, en we hadden toch niks speciaals gepland, behalve dan die pizza, massa’s hapjes, en twee Harry Potterfilms. Oh, en naar het vuurwerk kijken om middernacht.

Enfin, moge het nieuwe jaar beter beginnen dan het geëindigd is!