Te lang…

Goh, Jeroom, ik heb het net echt even moeten opzoeken, want ik kon gewoon niet geloven dat het vandaag al vijf jaar is. Ik kijk naar je zoon, en ik zie de pretlichtjes in jouw ogen. Meer nog, ik kijk naar Wolf en ik zie diezelfde pretlichtjes.

Je zou trots zijn, Jeroom. Bijna zo trots als Bart zou zijn, mocht hij jou zijn nieuwe kantoren kunnen laten zien, of een uitleg geven rond de expansie van zijn bedrijf.

Maar je zou nog veel trotser zijn, mocht je je kleinkinderen zien. Je zou ze niet meer herkennen, Jeroom, zo gegroeid en veranderd zijn ze, en elk met een heel eigen persoonlijkheid.

Je zou knikken, Jeroom, en het goed vinden.

Ik mis je, schone vader. Het leven zou mooier zijn, zou voller zijn, mocht je er nog zijn. Maar in ons hart ben je er nog steeds bij, weet je. En meer kan ik momenteel niet verlangen.

Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ‘t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ‘s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.

Teken!

Verdoeme! Heb ik gisteren, tijdens mijn wandeling in de duinen en de duinbossen, toch wel twee of drie teken opgelopen zeker!

Ik zag het pas vanmorgen, toen ik in de badkamer stond. Ik voelde een klein bobbeltje op mijn scheen, en dacht dat het, zoals wel vaker en zoals alle vrouwen dat kennen, een haartje dat na het scheren ontstoken was of ingegroeid. Zonder er veel acht op te slaan krabde ik er even aan, zodat het haartje vrij ging komen. Tot mijn grote verbazing bleef er iets zwarts aan mijn vingers hangen, dat dan nog wriemelde ook! Iek!!! Het beestje was ocharme nog geen vierkante millimeter groot, maar was dus wel duidelijk een teek, en had zich blijkbaar aan mijn scheenbeen vastgehangen. In een halve paniek zocht ik verder, realiseerde me dat ik wellicht gisterenavond eenzelfde krabbeweging had gemaakt op mijn linkerkuit, en vond er uiteindelijk ook nog een in mijn lies. Ik heb die er zonder plichtplegingen en zonder tekentang – ik heb dat niet in huis, maar dat zal niet lang meer duren – gewoon eraf gehaald, en ik hoop maar dat het oké is en niet gaat ontsteken.

Maar eikebah zeg! Vieze beesten! Ik had nochtans een lange broek aan, maar het was een los exemplaar, en ik heb ofwel met sandalen, ofwel op blote voeten rondgelopen.

Lesje geleerd voor de volgende duinenwandeling: bijzonder goed kijken achteraf! En zo’n tang in huis halen, dat ook.

Nu die beten goed in de gaten houden, dat ik er geen reactie op krijg. Mijn geluk en medische historie kennende…

Gent – Mol – Balen – Geel – Gent

Ik ging een week lang slapen, weetuwel? Dat had ik hier gisteren nog vol overtuiging geschreven.

Ik was wakker om half negen, las nog een uurtje in bed, en kwam toen op ‘t gemak de trap af, trok wat kleren aan, en ging buiten met de kinderen ontbijten. Heerlijk rustig, zonder haasten, een puur vakantiegevoel.

Tegen kwart over tien ging ik even aan mijn computer zitten, en scrollde lui door mijn Facebookmuur. Alwaar ik bij een vriendin een bericht opmerkte over een verkeerd adres op een brief, die gelukkig toch was toegekomen. Een doodsbrief, met daarop een bekend handschrift.

Een wenkbrauw ging omhoog. Hmm? Doodsbrief? Zou het? Nee toch? Ik had deze week nog met Annick gechat, ik wist dat haar moeder niet lang meer had, en ik dacht dat ze voorbereidingen aan het treffen was, zoals ik destijds heb gedaan in de laatste weken. Blijkbaar was mijn euro niet gevallen dat het al zover was, en was Annicks euro niet gevallen dat ik dat niet doorhad.

Ik liep naar de brievenbus, en jawel, gisterenmiddag moet de brief toegekomen zijn. Het was kwart over tien, en ik was dus uitgenodigd voor een begrafenis om 11.00 uur in Mol, op 1.20 uur rijden, en daarna op de koffietafel. Dat ging ik dus niet halen, maar bon, ik kon misschien nog wel een klein stukje van de dienst meepikken, en dan daarna wel aanwezig zijn voor Annick, en dat telde.

Ik ben dus als de wiedeweerga in deftiger kleren gesprongen, heb mijn boeltje bijeengegrabbeld, en ben naar Mol gereden, waar ik effectief om 11.40 uur nog kon aansluiten bij de herdenkingsdienst. Oef.

Het werd een intense, maar fijne koffietafel, en ik was oprecht blij dat ik er nog bij was. Had Annelies dat foutieve adres niet gepost, dan had ik het nooit op tijd gezien. Meh.

Enfin, ik was nu toch ginder in de Kempen, en blijkbaar was er een ongeluk gebeurd aan de Kennedytunnel met meer dan een uur file, dus wat kon ik beter doen dan te gaan geocachen? Ik verwisselde de lange zwarte rok met een jeans, en ging op pad in Mol, Balen en omstreken.

Vooral het toertje in en rond Ezaart kon me bekoren, maar ik ben te lang blijven zoeken bij een bepaalde cache, waardoor ik niet meer de tijd had om ze allemaal te doen.  Maar goh ja, ‘t is niet dat ik zo haastig was: ik wilde enkel naar huis om Wolf te zien, we hadden nog de hele avond.

En toen stond ik in Geel eentje te zoeken, toen mijn agenda me een verwittiging stuurde: straks om 19.00 uur D&D. Unk! Compleet vergeten! Ik sprong in de auto, belde naar Wolf met de boodschap dat hij alles moest klaarzetten want dat ik maar thuis ging zijn tien voor zeven, en om nog wat knabbels te halen – wat Bart prompt deed, de lieverd – en reed dus fluks naar huis, net op tijd om een boterhammetje binnen te spelen en de gasten te onthalen. Phoe.

De sessie Dungeons and Dragons werd een fijn avontuur, en Bart wilde ons blijkbaar vetmesten, want hij bleef maar met hapjes aandraven.

Nee, een slaperig uitrustdagje werd het niet, maar het was wel goed voor mijn zen. Allez, toch bij momenten.

Op.

Yup, ‘t bobijntje is op, ik ben zowaar aan het eind van mijn Latijn. Serieus, ik ben te moe om te slapen momenteel, en zo moe dat ik wel zou kunnen huilen.

Het was me ook het dagje wel. Om half negen stond ik op school, samen met een superenthousiast lerarenkorps en een goeie zeshonderd leerlingen. We hebben er een knaller van een afsluiter van het schooljaar van gemaakt: stapels workshops, een speelplaats met een keigoeie DJ die er gewoon een dansplein van had gemaakt, en massa’s enthousiaste leerlingen. Ik liep ertussen als een kip zonder kop om zo veel mogelijk foto’s te proberen maken, en had tussen tien en elf nog generale repetitie met de leerlingen voor vanavond.

Het verslag van onze Final KAMdown zal maar voor in augustus zijn, maar het zegt al veel dat je je leerlingen om 12.00 uur naar huis laat gaan, en dan om half één de muziek moet afzetten omdat je speelplaats nog vol staat met dansende leerlingen.

We kregen nog een broodjeslunch met het team, waarvoor dank, maar ik was al niet meer veel van zeg, vrees ik. Tegen half twee was ik thuis, en ik heb als een blok geslapen tot half vier. Toen werd ik gewekt door de kinderen, gaf ik hen een knuffel, kleedde me om, en was om vier uur alweer op school: een laatste keer inzingen voor de leerlingen, en dan om half vijf de afstudeerfoto’s nemen. Het stralende weer maakte veel goed.

Tussen half zes en half acht was er dan de proclamatie, en die verliep gelukkig zoals het hoorde, zij het wel serieus warm. Aansluitend was er de receptie/walking dinner, en heb ik nog met veel leerlingen staan praten. Ze hebben me nog uitdrukkelijk en herhaaldelijk gevraagd of ik alsjeblief alsjeblief alsjeblief niet mee ging naar I Love Summer, de fuif in het jeugdhuis waar ik ook de laatste jaren ben geweest, maar ik zag het echt niet meer zitten. Mijn voeten deden pijn, mijn rug deed pijn, en ik kon mijn ogen quasi niet meer openhouden.

Het is genoeg geweest. Ik ga een week slapen, denk ik. Echt.

Overbelast

Vorige week zaterdag begon de kaak eigenlijk toch wel weer meer zeer te doen: anders, dat wel, maar even pijnlijk. Het gat zelf is, denk ik, wel dicht intussen, maar het zit dieper, en de zwelling is ook nog steeds niet helemaal weg.
Ik belde maandag naar Saar, en die legde een afspraak vast voor dinsdag bij de stomatoloog, want ze was er niet gerust in. Intussen was ook mijn antibiotica op, maar de pijn was dus niet weg.

Dinsdagvoormiddag kreeg ik een telefoontje: dat de tandarts en de stomatoloog elkaar gesproken hadden in het ziekenhuis, en tot de conclusie waren gekomen dat ik gewoon nieuwe antibiotica moest halen, die verder nemen, dat er eigenlijk echt geen tijd was die namiddag voor een afspraak, en dat ze me dan vrijdag wel ging zien. Juist ja.

Vandaag sprong ik dus lustig de fiets op en fietste richting Lousbergskaai: sneller dan met de auto, en een pak meer zen.

De stomatologe bekeek het geheel, verklaarde dat de tandholte bijzonder goed genezen was, dat er geen reden meer was om te spoelen tenzij er eten in gekropen was, en dat de pijn niet langer daardoor kwam. Antibiotica was dus niet langer nodig. Wat deed er dan wel zo veel pijn? Wel, ik had intussen – wellicht deels doordat ik altijd met mijn tong eten uit het gat probeerde te halen, en deels door het klemmen – een stevige overbelasting op het kaakgewricht en de kaakspieren. Voorlopig dus geen harde dingen knabbelen, niet geeuwen, niks doen dat die spieren kan belasten, en ook naar de kine.

Dat laatste zal ik nog zien, want ik zou niet weten wanneer ik er dat nog ingepland moet krijgen in mijn propvolle week, maar bon.

Ik ben al opgelucht dat de ontsteking weg is. Die overbelasting zal mettertijd ook wel verdwijnen, maar kan verder niet zoveel kwaad. Oef.

En toen deed ik nog even een kort babbeltje met de dokter over het nut van Latijn. Een buurmeisje had haar namelijk gevraagd of het wel zinvol was dat ze Latijn ging doen, want ze wilde geneeskunde studeren. “Goh”, had De Latte gezegd, “ik denk niet dat ik zonder Latijn ooit door mijn studies geneeskunde was geraakt: je leert zo veel beter analytisch denken, studeren, redeneren…” Ze had het meisje de vraag gesteld waarom ze géén Latijn zou doen. En mij gaf ze een pluim als leerkracht Latijn.

En zo kwam ik met een ongelofelijk goed gevoel buiten.

Reeënvlees

Gisteren belde ons pa: dat ze in het jacht een wilde ree hadden moeten neerschieten die daar tuinen en zo aan het vernielen was, en dat hij dus een deel van het vlees kreeg. Jacky, de opzichter, is slager van beroep, en het vlees werd dus vakkundig versneden. Alleen: ons pa kreeg het niet in zijn diepvries, en het zou wellicht toch Bart zijn die het op een zondag zou klaarmaken, dus: wilde ik het niet komen ophalen?

Ik zei uiteraard niet nee, ging deze voormiddag examen afnemen, en reed toen binnendoor naar Zomergem. Waarom binnendoor? Awel, daar lagen nog een paar caches te wachten, of wat dacht u?

Ik genoot van de mooie plekjes, reed over een brug waarover ik bij mijn weten nog nooit had gereden, en stond snel bij ons pa. Daar kreeg ik, behalve een knuffel en een warm welkom, ook een pak stoverij, koteletten en biefstukken mee. Zalig!

Lang kon ik niet blijven, want ik had – eindelijk! – nog een afspraak bij de kapper. Mijn eigen ouwe getrouwe kapster, Marie-Jeanne, is eigenlijk al een tijdje met pensioen, maar doet nog altijd een aantal trouwe klanten. Ik kom al bij haar sinds mijn studententijd, go figure. Maar nu is ze intens aan het verbouwen geslagen, en lukt het even helemaal niet meer. Tsja.

Ik heb dan maar, in samenspraak met haar, een nieuwe kapper uitgeprobeerd. Ik ga toch een keer moeten overschakelen, willen of niet… Dus zat ik deze middag bij Ch’Veux hier op Wondelgem, en moest vaststellen dat het wel oké was. Net iets duurder ook: 35 euro ipv. 20 voor snit en drogen. Ik heb niet graag dat ze mijn haar wassen, en brushen is al helemaal overbodig met mijn fluitjeshaar.

Hmm, toch liever Marie-Jeanne, voor zolang het nog kan.

Examentoezicht

Geloof me: er zijn weinig dingen zó saai als examentoezicht in een grote zaal. Rond de honderdzeventig leerlingen die zich focussen op hun papieren, en gij die daartussen moet rondlopen, zo stil mogelijk zijn, en vooral goed kijken of ze geen verboden dingen uitspoken. Een occasionele vraag beantwoorden als het uw eigen examen is, of eentje begeleiden richting toilet, dat ook. Dat breekt de monotonie.

Dat eerste uur, dat valt nog mee. Maar daarna begint het aftellen: hoe lang nog? En af en toe koffie of een glas water halen, want in zo’n grote zaal staat ge natuurlijk niet alleen. Maar het is ook niet de bedoeling dat ge lang wegblijft, want er is natuurlijk wel een reden waarom ge met zo veel toezicht staat: ge kunt nooit altijd alles zien.

Maar mijn innerlijke AHDer schreeuwt moord en brand op zo’n moment: ge moogt niet lezen, verbeteren of met uw gsm spelen of zo. Als ze bij mij een toets aan het maken zijn, allemaal apart aan een bankje, kan ik wel nog iets doen intussen. Het is niet alsof het formules zijn die ze kunnen opzoeken, wat ik vraag kan niet op een klein spiekbriefje. Maar zo’n examen, da’s wat anders.

Yup. Tanden bijten dus. Iets wat ik momenteel moeilijk kan :-p