Zwarte gat?

Spreken van een zwart gat is sterk overdreven, maar ja, mijn woensdag vandaag voelde bijzonder onwennig aan.

Ik had les tussen tien en twaalf, reed toen fluks naar huis, kookte snel, en… toen was het gedaan. Leeg, Vrij. Dat is dus voor het eerst in acht jaar, sinds Wolf begon met muziekles, dat de woensdagnamiddag gewoon vrij is. Kobe heeft geen notenleer meer, die volgt AMC en dat is op vrijdag, net zoals zijn samenspel en zijn fagotles. Merel heeft maar één keer per week notenleer – excuseer, muzieklab – en dat valt bij haar op zaterdag. En Kobe is gestopt met rugby, en Wolf zit in het Zeepreventorium. Ik ben momenteel zelfs doorheen het corrigeren/redigeren van de boeken van Dirk, zodat zelfs hij niet meer langskomt op woensdagavond.
Heh. Vreemd. Zeer vreemd, maar niet onaangenaam gevoel, zo’n vrije middag. We hebben dat dan maar opgelost door naar de bibliotheek te gaan – ook niet onbelangrijk! – en daarna naar de nieuwe kapper hier net voorbij het kruispunt. Kobes haar was veel te lang geworden, maar de kapper was dicht op maandag, en natuurlijk was er net gisteren de schoolfotograaf…

Om half zes zat ik bij de dokter – borelia, en dus doxycycline, een stevige antibiotica – en gelukkig was er ‘s avonds de start van het nieuwe quizseizoen, zodat ik nog niet helemaal verloren liep in mijn woensdag.

Ik voorzie nog mooie woensdagen in de toekomst, jawel.

Toch borelia?

Hup, nu dat weer!

Met dat mooie weer dacht ik van nog eens een kleedje aan te doen, en dan moeten mijn benen nog eens onder handen gepakt worden. Ik legde me dus in de zetel en epileerde mijn linkerbeen. Toen ik aan mijn rechterbeen begon, gingen mijn wenkbrauwen ettelijke centimeters omhoog. WTF? Waar ik op 1 juli die tekenbeet had opgelopen, zat nu een gigantische rode kring, toch wel een goeie 20 cm doorsnee. Ik was nochtans half juli daarvoor naar de dokter geweest omdat er toen een kringetje te zien was van eerder muggenbeetachtige uitslag, was toen getest, en had geen spoor van borelia in mijn bloed.

Deze kring had ik niet eerder opgemerkt, omdat ik eigenlijk altijd met een lange broek aan rondloop, en in de douche ben ik meestal nog niet goed wakker, en was ik me gewoon zonder aandachtig naar mijn schenen te kijken. Hmpf.

Morgen naar de dokter. Zal wel zo’n zware antibioticakuur worden, veronderstel ik. Als dat maar geen Lyme wordt…

Beugel

Al sinds begin 2014 weten we dat Wolfs mond te klein is, dat zijn tanden lastig doen, en dat hij wellicht een beugel ging moeten dragen.

Ondertussen zitten we een heel pak verder, maar is hij nog steeds niet al zijn melktanden kwijt. Hij heeft er nog twee stuks, om precies te zijn.

In juni was hij met Bart naar de orthodontist geweest voor een compleet onderzoek en foto’s van gebit, schedel en kaak, en vandaag mocht ik even gaan luisteren wat daar de conclusies van waren. Ik zat vooral met open mond naar de software van de orthodontist te kijken: die 3D beelden waren schitterend om te zien! En vooral heel handig om uit te leggen.

Want niet alleen staan Wolfs snijtanden boven- en onderaan naar binnen gekeerd, en staat de rest ook redelijk scheef, hij heeft blijkbaar ook een diepe beet. “We spreken van een diepe beet als de voorste tanden ver over elkaar  bijten. In sommige gevallen bijten de ondersnijtanden in het verhemelte en dit kan op termijn tot onherstelbare schade leiden.” Waar de rest nog een esthetische zaak is, kan dit wel echte problemen opleveren. Die beugel is dus ook écht nodig.

Enfin, het zal nog niet voor sebiet zijn, want eerst moet hij naar de tandarts om die twee koppige melktanden te laten trekken, en dan is het even wachten tot de definitieve tanden zijn doorgebroken.

Maar binnen afzienbare tijd zitten we dus met een beugelbekkie. Kan gebeuren.

 

Kameremolumenten

Kobes kamer is de kleinste van de vier, maar eigenlijk nog best wel een ruime kamer. Tenminste, als ze niet zo stampvol zou staan…

Nu hij naar het middelbaar gaat, was het tijd om daar een en ander aan te veranderen. Alle dino’s en draken mochten weg, net zoals de legoposters en zo goed als alle knuffels. En omdat we intussen gemerkt hebben dat hij dat tweede bed in zijn kamer eigenlijk toch alleen maar gebruikt om rommel op te leggen, mocht het weg.

We zijn begonnen met zijn grote speelgoedkast op te ruimen, zodat er een hoop plaats vrijkwam om zijn slijmgerief in de kast te zetten. Daarna hebben we zijn tweede bed afgebroken, alles grondig gestofzuigd en gedweild, en meteen ook maar de vensters even gekuist. Er werd een zeteltje aangesleept uit Wolfs kamer voor een leeshoekje, en we zagen dat het goed was.

Het is een heel pak ruimer geworden, op die manier. Als Bart en Wolf dit weekend nog de planken van het bed naar de zolder brengen, kunnen we nog verder werken aan decoratie en zo. We zien nog wel, het is in elk geval nu al een hele verbetering.

Overwoekerd

Ons ma genoot echt van haar tuin, en werkte daar precies ook graag in. Elk najaar plantte ze nieuwe voorjaarsbollen, om die dan uit te halen en andere dingen te planten. En rozen: ze was behoorlijk zot van rozen, maar evengoed staan er clematis, akeleien, zonnehoedjes, pioenrozen, dahlia’s…

Sinds ze gestorven is, is er helaas naar de tuin niet meer omgekeken. Mijn vader zwoer bij hoog en laag dat hij er eens ging aan beginnen, en dat hij dat zeker ging doen, en dat we geen tuinman moesten zoeken, en…
Intussen zijn we dik twee jaar verder, en is de tuin helemaal overwoekerd. Overwoekerd, als in: er is geen gras, maar zelfs geen betonnen tuinpad meer te zien. Een weg banen naar het kiekenskot is al helemaal onbegonnen werk, en dus loopt er een kieken vrij rond in de tuin, met alle mest en vuiligheid van dien.

Tsja. Op zich allemaal geen probleem, ware het niet dat mijn broer, die een straat verderop woont, zijn bankkantoor gaat verbouwen. Ik hoor u al denken tot hier: wat heeft die verbouwing in hemelsnaam met die tuin te maken??? Wel, zolang er verbouwd wordt, moet mijn broer met zijn personeel natuurlijk een ander onderkomen zoeken. Dat kan in containers, maar dat is hopeloos onpraktisch, veel te klein, en waar zet je die dingen überhaupt? Terwijl mijn vader een groot kantoor ter beschikking heeft, waar vroeger de bank in gevestigd was. Toegegeven: verouderd, nog vol met oude dossiers en andere rommel, maar wél met voldoende plaats, een wachtkamer, loketten, een spreekkamer, enfin, de ideale noodoplossing. Alleen kijkt dat kantoor via een groot raam uit op, jawel, de overwoekerde tuin.

Mijn vader is volop bezig zijn kantoor leeg te maken, en mijn broer had mij aangesproken om eens na te denken over die tuin. Ik heb dan maar rondgehoord of er iemand tegen betaling wilde komen helpen opruimen, en gelukkig was er Manou, een vriendin van Wolf die een straat of twee verderop woont. Kobe, Merel, Manou en ik reden dus naar Zomergem, gewapend met grote zakken voor tuinafval, handschoenen, snoeischaren, haagscharen, the works. Het was al een tijd geleden dat ik nog in mijn ouderlijke huis was geweest, en ik geef het toe: mijn mond viel open bij het aanschouwen der hovingen. Ja maat…

We gingen aan het werk, waarbij ook Kobe en Merel stevig doorwerkten en ik bijzonder voorzichtig probeerde te zijn met mijn rug – tuinwerk is me eigenlijk strikt en expliciet verboden geweest door mijn rugarts. Drie en een half uur later was het grootste deel van het tuinpad vrij, waren de rozen gesnoeid, was er weer een soortement middenperkje te zien, waren er drie jonge bomen afgezaagd, en had ik een wegje vrijgemaakt richting kiekenskot, waarin het kieken zonder veel plichtplegingen werd opgesloten, tot haar grote ontzetting.

Ons pa heeft nu plechtig beloofd dat hij een tuinman ging contacteren om ook de rest wat toonbaarder te maken. Hopelijk ziet die mens zich er nu een begin aan…

Onkruidbrander

Er zijn zo van die dagen waarop ge gene klop uitvoert. Allez ja, halve klop.

Een was of twee ophangen, terug binnenhalen en opvouwen, de ramen in de living kuisen,  een hoop onkruid wegbranden…

Voor dat laatste heb ik me een tijd geleden zo’n onkruidbrander gekocht, zo’n elektrisch geval. Dat is een machine op een lange stok dat hete lucht tot 600 graden blaast, en waarmee je je onkruid een thermische shock geeft. Dat zou er dan voor moeten zorgen dat het onkruid ook tot in de wortel dood gaat, en niet meer terug komt. In de tuin kan ik het niet gebruiken, uiteraard, of mijn gras is eraan, maar op ons ellenlange voetpad blijft dat maar terugkomen. Toen de tuinmannen langs waren geweest en echt alles hadden weggehaald, stond het twee weken later weer vol. Zucht. De branderkop heeft een doorsnede van zo’n 6 cm, genoeg om op de kern van het onkruid te branden. Het hele grote voordeel eraan is dat je je niet hoeft te bukken, en dat je dus zelfs met een kapotte rug dat onkruid kunt aanpakken.

Trouwens, dat ding is dus ook zalig om een barbecue mee aan te steken. De onze stond heet in ongeveer vijf minuten, zalig toch?

Enfin, ik hou u op de hoogte van de evolutie van het onkruid. Wellicht zal ik het hier en daar wel eens moeten herhalen, maar als ik er moeiteloos – het duurt alleen even, 10 seconden per plantje – ons voetpad onkruidvrij mee kan houden, is het me de bezigheid wel waard.

Van garages, Ikea en geocaches

Mijn auto was afgekeurd halverwege juli: toen heb ik meteen de banden laten vervangen, maar was ik nog niet in de garage geraakt. Er is toen ook niet mee gereden, want mijn rug speelde spelbreker.

Vandaag mocht ik hem binnensteken voor algemeen onderhoud, vervangen van de nodige filters en dergelijke, en nazicht voor keuring. Dat ging een paar uur duren, dus ik huurde een vervangwagen voor een halve dag, en reed met de kinderen naar de Ikea. Aangezien we de auto maar konden afgeven om 12.45 uur, waren we pas tegen kwart over één in het restaurant van de Ikea. Ik had gedacht dat de rijen dan wat minder gingen zijn, maar nee hoor, ik heb nog een respectabele 25 minuten moeten aanschuiven. Ja santé mijn ratse!

Niet dat we veel moesten hebben: de kinderen wilden nieuwe hoofdkussens, nu ze die extra dikke en zachte in Rhodos hadden ervaren. Daarna hadden we nog tijd over, en dus reden we naar Zwijnaarde, naar het mij onbekende Henri Storypark en de belendende Leebeekvijver, vlak naast de Coca Cola, voor een mooi rondje Leebeek.

Helaas had ik voor één keer geen batterij mee voor mijn gsm, konden we cache nummer 6 nog net loggen met 2%, maar viel de gsm onherroepelijk plat voor de bonus. Tsja, die is dan voor een volgende keer.

Tegen zessen haalden we onze eigen auto op, reden naar huis en stapten quasi meteen weer in voor een bibliotheekbezoekje en snelle boodschappen in de Delhaize.

Dat leverde meteen een mooie 13.293 stappen op voor vandaag. Goed bezig!

Rhodos dag 9: van waterpretparken en bedjes…

De dag begon alweer met compleet niksen: ontbijt, en dan Fortnite voor de jongens, een spelletje op mijn gsm voor Merel, en ik blogde. En daarna wasten Kobe en ik wat kleren van hem uit: hij is net iets sneller door zijn T-shirts, kousen en ondergoed gegaan dan verwacht. Tsja, wat wil je als je broer je af en toe voor de lol het zwembad inkeilt?

En toen was het alweer middag en alweer tijd voor lunch. Intussen zijn we allemaal zo overvoed dat niemand van ons zelfs nog een dessertje neemt… Ik hield het bij een goeie hoop sla, met wat meloen met ham en een paar gefrituurde inktvisringen, maar blijkbaar moet iemand met de slatang in de komkommers hebben gezeten 🙁

Ik voelde me deze morgen al niet helemaal in orde, maar na de middag was ik ronduit misselijk. Ugh. Bart ging met de kinderen naar het gigantische waterpretpark hier naast de deur, en ik was sowieso niet van plan om mee te gaan, gezien ik mezelf niet in de verleiding wilde brengen mijn rug weer in de vernieling te helpen. Ik had eigenlijk het plan om met de bus naar Rhodos stad te gaan, daar wat rond te lopen en caches te zoeken en zo, maar in plaats daarvan ben ik de hele dag op de kamer gebleven: lezen en slapen, dat was het zowat. Tsja…

Tegen zes uur kwamen hier drie uitgelaten kinderen de kamer opgestormd: dat waterpark was blijkbaar de max, met vooral drie kamikazeglijbanen. Wolf was echt bang geweest, zei hij.

Ook bij het avondeten was ik nog steeds niet helemaal in orde, maar bon, het ging toch al iets beter. En daarna heb ik met mijn boek op het balkon gezeten, terwijl buiten die drie operazangers opnieuw van katoen aan het geven waren. Ik ging schrijven: “het beste van zichzelf gaven”, maar het optreden vorige week was veel beter. Nu waaide het hier nogal serieus, en dat is niet bevorderlijk voor de stem…

Enfin, morgen hopelijk beter, want dan gaan we na de middag opnieuw naar Rhodos stad.