Moet er nog zand zijn?

Deze middag ben ik de jongens gaan ophalen bij mijn ouders. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik gisterenavond, ook al zat ik helemaal alleen, gewoon thuis ben gebleven omdat ik te moe was om pap te zeggen. Deze morgen heb ik meteen ook geslapen tot half tien. Daarna heb ik wel nog duchtig gebruik gemaakt van mijn kinderloze momenten en heb ik verder dingen geïnstalleerd.

Toen ik bij mijn ouders aankwam, waren de kinderen wel enthousiast om me te zien, maar waren ze vooral wild over de zandbak. Mijn ouders hebben namelijk een grote zandbak beneden in de tuin. Heel vroeger was het een hondenhok, maar toen ik vier was, kwam er een nieuw groot hondenhok achteraan in de tuin, en was er dus een ruimte van twee op twee, met een muur aan de achterkant en kleine muurtjes met hek aan de zijkanten en een dak, die vrij nutteloos was geworden. Mijn pa vond er toen niet beter op dan aan de voorkant een stevige houten plank te zetten, en dan ettelijke zakken (het waren ettelijke kruiwagens zelfs) zand erin te kieperen.
Ik weet niet hoeveel uren mijn broer en ik in die zandbak hebben doorgebracht. Naar mijn gevoel leefden we er de ganse zomer in. We haalden emmers water uit de regenput, en bouwden de meest grandioze forten, knikkerbanen, wildwatertoestanden, en wat je je eigenlijk maar kan indenken.
Ik weet dat we niet verondersteld werden om op eigen houtje terug naar boven te gaan (de leefruimtes zijn op het eerste, beneden is er garage en kantoor), we moesten ons uitkleden, roepen, en dan droeg mijn pa ons, elk onder een arm, de trap op, rechtstreeks het bad binnen. Dat was de enige manier om het alomtegenwoordige zand nog een beetje binnen de perken te houden.

Al die herinneringen kwamen me vandaag weer voor de geest, toen ik de jongens zag en hen (en mijn ouders) hoorde beschrijven wat ze allemaal gedaan hebben. Er zijn tunnels gegraven, liters water verbruikt, en ganse zandfeesten gehouden. Wolfs kleren van gisteren bleven op eigen houtje rechtstaan, met dank aan de kilo’s zand die er nog aan plakken. In zowat het hele huis knisperde het onder je voeten. Maar de gezichten van de gasten: onbetaalbaar! Ik moest en zou meekomen naar de zandbak, en ze toonden me wat ze gebouwd hadden. Wolfs blinkeblauwe ogen schitterden, hij genoot nog na.

Dank u, ma en pa. Die zandbak, dat wordt een familieherinnering. Voor hopelijk nog heel lang.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *