[Wijvenweek] Mijn wijflijf (deel 4: de goeie kanten)

And we’re on a roll here :-p Mijn lijf is iets waarover ik eigenlijk anders zelden spreek, tenzij er acuut iets misloopt. Vandaar dat ik deze wijfweek aangrijp als excuus :-p

Na mijn vorige posts is het alsof er alleen maar slechte kanten zitten aan dat wijvenlijf van mij, maar dat is niet het geval hoor 🙂 Even overlopen:

Mijn ogen: ondanks het feit dat ze misschien niet zo goed zijn, vind ik ze eigenlijk wel mooi. Eén van mijn leerlingen vroeg me vorige week of die zwarte streep bovenaan permanente make up was, maar nee hoor, handwerk, elke ochtend opnieuw. Soms krijg ik de vraag welke kleur mijn ogen nu eigenlijk zijn. Blijkbaar wisselt dat met mijn stemmingen: ze zijn groen, maar durven in een sombere bui ook grijs uitslaan…
Mijn schouders/sleutelbeenderen: ik heb mooie rechte, brede schouders en licht uitgesproken sleutelbeenderen, en dat mag wel gezien worden. Ik probeer dan ook een focus naar daar te halen, met kettinkjes en decolletés en zo.
Mijn boezem: ondanks het feit dat er twee kinderen aan gehangen hebben (en eentje eigenlijk nog steeds doet), ben ik best wel trots op die borsten van mij. Ik kan er intussen inderdaad wel een potlood onder kwijt, maar dat is maar normaal op mijn leeftijd. Maar ze hangen nog niet, en hebben een mooie vorm. Momenteel zijn ze wel te groot naar mijn zin, maar dat probleem is van voorbijgaande aard. Wat me wel opvalt, is dat de mannen ze altijd veel te groot inschatten: ik zit tussen B en C-cup in, maar door het feit dat ik met een zeer rechte rug loop (juist ja, die slechte rug van mij vergeten!) springen ze nogal in het oog :-p Enfin, ik speel ze ook wel een beetje uit, liever dat dan dat de aandacht naar mijn onderstel gaat.
Mijn onderarmen en handen: ik heb van mezelf altijd gevonden dat ik mooie handen had. Klein, en met relatief korte vingers, maar welgevormd en met mooie sterke nagels. De welving van mijn gespierde onderarmen (I know, er zit vet op, maar bon), daar zit ik soms onbewust zelfs mee te spelen.

Waar je me best niet over aanspreekt, is die ballonbuik van me (ik zie er alweer zwanger uit), die immense kont, en vooral die pilaren van benen. Mijn dijen zouden niet misstaan in de rokersruimte van Meesterlyck, en die kuiten zijn zodanig buitenmaats dat zelfs de speciale maten van laarzen veels te klein zijn. Mijn rijlaarzen heeft een vriend voor me aangepast, met extra stukken tussen, want ook daar was de grootste beenmaat veel te klein.
Oh, en mijn bovenarmen: ze doen me denken aan die anekdote over het Nederlandse koningshuis. Zo zou er een bepaling zijn dat vrouwen van het koningshuis boven een bepaalde leeftijd niet langer korte mouwen mogen dragen, zodat hun bovenarmen niet gaan lebberen bij het wuiven vanuit de koets…
En ja, dan is er nog dat haar op mijn benen, die niet-dood-te-krijgen-hoeveel-keer-ik-ze-ook-epileer haren op mijn bovenlip, de hardnekkige jeugdpuistjes die helaas die naam niet langer verdienen, mijn scheve tanden…

Maar eigenlijk hé, eigenlijk lig ik daar allemaal niet wakker van. Zoals ik het vandaag al ergens op de wijvenblogs gelezen heb, ik zie mezelf niet als een dikkerdje, maar als een slanker en energieker mens. En als men me ergens niet van kan beschuldigen, dan is het wel van te weinig energiek te zijn :-p

Een antwoord op “[Wijvenweek] Mijn wijflijf (deel 4: de goeie kanten)”

  1. Oh, dat is ook just, wijvenweek. ik was het ondertussen alweer rats vergeten. die zeef van mij hé.

    Dat zal dan wel zijn omdat ik er dit weekend niet was. en nu heb ik vandaag gepost over normandië en heb ik feitelijk het vervolg ook al gepost (wel, gepland dan hé, dan werkt bij ons) en staan de postjes van morgen en overmorgen al klaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *